Donderdag 13/05/2021

‘De goeie lijn, de juiste versnelling... Wat een kick’

In Königssee begint vandaag het WK bobslee, en bobsleenatie België doet mee. Bij de dames en de heren. Bobdame Elfje Willemsen wil op het WK even goed doen als op de voorbije Winterspelen van Vancouver. Top vijftien, als het even kan. Bobheer Marc Sluszny is daarentegen nieuw in het vak en wenst weinig meer dan een behouden vaart. Nochtans: ‘Crashen is leerrijk, dan weet je wat je fout hebt gedaan.’

Late roepingen zijn het, de mannelijke en vrouwelijke vaandeldrager van de Belgische bobsleewereld. Elfje Willemsen deed aan speerwerpen, tot trainer Rudi Diels, manager Geert Vanvaerenbergh en tv-zender Canvas een vrouwelijk bobslee-team in het leven riepen. Elfje werd pilote en haalde met remster Eva Willemarck terstond de Spelen van Vancouver.

Bij de mannen is er Marc Sluszny, die zo’n beetje alles heeft gedaan. Hij was onder meer zwemmer (over het Kanaal), bungeespringer (uit een hete luchtballon), bergbeklimmer (op de Annapurna), tennisser (in het Belgische Davis Cup-team) en rallypiloot (24u van Francorchamps en Daytona). En nu is er dus die laatste kick: bobslee. “Echt een extreme sport.” Hij kan het weten.

Van horen zeggen: Königssee heeft een tragere, technische baan. Niet in het voordeel van de Belgen.

Marc Sluszny: “Het valt best mee. Ik heb hier minder gecrasht dan in andere banen (lacht).”

Elfje Willemsen: “Ik vind het echt een leuke baan, met een soort Walibi-gevoel. Het gaat erg steil naar beneden, en dan is er de Kreisel-bocht (bocht van 360 graden, JPDV). Eén van de moeilijkste ter wereld.”

Sluszny: “Voor of nadeel, daar valt niet veel zinnigs over te vertellen. Voor ons is dit ons eerste WK, een grote uitdaging. We gaan voor een tijd die relatief beter is dan onze voorgaande prestaties.”

Sluszny : “En wij gaan voor top vijftien. Dat moet kunnen.”

Is het een gevaarlijke baan? In 2004 overleed Yvonne Cernota in Königssee. In 2009 raakte de Russische Irina Skworzowa zwaar gewond.

Willemsen: “Dat laatste had niks te maken met de baan op zich. De Russische dames startten op het zelfde moment als de Duitse mannen, op het tweede niveau. Die zijn gecrasht, met de gekende gevolgen. Het goeie nieuws: dat meisje kan ondertussen weer stappen.”

Sluszny: “Een nachtmerrie, dat hele verhaal, Murphy’s law. Maar ik heb niet het gevoel dat dit een extreem gevaarlijke baan is.”

Marc, als liefhebber van waaghalzerij, hoe gevaarlijk is bobslee?

Sluszny: “Je moet er lef voor hebben, dat zeker. Het is echt een extreme sport. Met meer uitgesproken sensaties dan alle andere dingen die ik gedaan heb. Alleen basejumpen is nog extremer. Je moet weten: de evaring van snelheid hangt af van het visuele. In Daytona heb ik 300 per uur gereden, maar in een bob, in principe maar 150 kilometer per uur, voelt sneller aan. Parachutespringen gaat even snel als basejumpen, maar de kick is bij dat laatste veel groter. Door het ground-effect. Je ziet de grond op je afkomen. Bij bobslee is het net hetzelfde: je ziet de baan naast je, zoals je met een auto door een tunnel rijdt. Het gevoel van snelheid is enorm.”

Willemsen: “De eerste drie maanden ben ik met schrik in een bob gestapt. Elke keer opnieuw. Op een baan die ik ken, ga ik nu relatief rustig naar beneden, maar bij een nieuwe baan is er altijd een zekere angst. Bij de eerste afdalingen van een nieuw seizoen moet je jezelf gerust stellen. ‘Het gaat zo en zo aanvoelen. En als ik het zo aanpak, kom ik er heelhuids uit.”

Sluszny: “Het is niet dat je er rekening mee houdt dat je verongelukt, maar blessures horen er gewoon bij: gekneusde ribben, een zere nek, hersenschudding, allemaal al voor gehad.”

Je hebt bobsleeën al eens vergeleken met kickboksen. Niet echt meisjesachtig, lijkt het.

Sluszny: “Wat de meisjes doen is straf. Dat vond ik al toen ik het zag op tv en nu ik de sport zelf doe, is mijn respect gigantisch. Elke keer als je uit een bob komt, zit je onder de blauwe plekken. Ook zonder crashes.”

Willemsen: “Van maart tot november zijn er blauwe plekken. We vinden dat niet erg, het is zelfs stoer. ‘Kijk eens hoe groot die van mij wel is’. Bobslee is niet voor watjes, dat is duidelijk. Je moet ook spieren hebben om dit te doen. Anders krijg je een bob van 180 kilogram gewoon niet vooruit.”

De moeilijkheid van bobslee zou ook zijn dat trainers alleen ‘theorie’ kunnen aanreiken. De praktijk, de afdaling, doe je per definitie alleen.

Willemsen: “Niemand kan je hand vasthouden, je zit alleen in de bob en gaat aan 150 kilometer per uur naar beneden. Terwijl alles heel precies moet zijn. Juist of fout sturen, gaat over een paar millimeter verschil. Je moet het voelen en er is geen alternatief dan al doende leren. Crashen is leerrijk, je weet dan wat je fout hebt gedaan.”

Sluszny: “Voor mij is dat helemaal nieuw. Bij alle andere sporten die ik probeerde, had ik iemand naast me om uit te leggen hoe het moest. Plus: er is ook druk op een piloot. Je draagt de verantwoordelijkheid voor de persoon achter je. In de viermansbob zijn dat zelfs drie personen. Hun lot ligt in jouw handen. Dat weegt bij een crash: jij en niemand anders hebt hun vertrouwen beschaamd, de verkeerde beslissing genomen. Dat geeft toch een gevoel van gêne.”

Marc, jij zei eerder: ‘Eigenlijk beleef ik geen plezier aan een afdaling.’ Ja, waarom doe je het dan?

Sluszny: “Het gaat al beter. Maar een afdaling blijft werken: je moet voortdurend op zoek naar de juiste lijn. Het duurt één minuut, en daarin is geen tijd om te genieten. Maar na een goeie afdaling overvalt me aan de finish wel al vaker een gevoel van ...”

Willemsen: “Voldoening.”

Sluszny: “Precies, dankuwel.”

Willemsen: “Voor mij is het anders. Ik kan tijdens een afdaling echt al genieten van elke bocht. De goeie lijn, de juiste versnelling, wat een kick. Maar de grootste voldoening is toch een goeie tijd lezen aan de finishlijn.”

Hoeveel kost een bobsleeteam? Bij de twee damesteams voor de Spelen van Vancouver was sprake van een jaarbudget van 400.000 euro.

Willemsen: “Dat gaat over een olympisch jaar, met twee teams. Nu is het toch een pak goedkoper. Eva (Willemarck, JPDV) en ik hebben allebei een profcontract bij Bloso. En het BOIC sponsort ons bij een aantal stages. Zo kunnen we samen met begeleider Rudi Diels helemaal op de training focussen. Maar in het aantal afdalingen blijven we beperkt. In dit niet-olympische jaar heb ik er misschien tachtig gedaan, veel minder dan de toplanden. België heeft geen bobbaan, dat blijft een probleem.”

Sluszny: “Ons project wordt voor een stuk gefinancierd door sponsors, en de rest betaal ik gewoon zelf. Niemand in ons team is prof, we werken allemaal. Het is zoals Elfje zegt: het verschil in aantal afdalingen met de toplanden is immens.”

Marc, stoort het niet dat de rest van je team in jou een prima geldschieter ziet, meer dan een prima piloot?

Sluszny: “Ze hebben mij niet zomaar gecontacteerd, ik heb natuurlijk mijn ervaring in extreme sporten. En zij weten ook dat ik iemand ben die zich in een project vastbijt. Ik ga er helemaal voor. Ik breng sponsors aan en probeer de rest van het team in staat te stellen om zo professioneel mogelijk te trainen. Ik vind het niet erg om te investeren. Ik ga ervoor en dan kijk ik naar de kosten. Als je eerst geld wil en er dan pas voor gaat, dan werkt het toch niet.”

Jullie ambitie is dezelfde: meedoen aan de Winterspelen van Sotsji in 2014.

Willemsen: “Wij kunnen niet zeggen dat we Sotsji willen halen. Daar spreekt te weinig ambitie uit. Sponsors zouden dat niet appreciëren. We moeten gaan voor top tien.”

Sluszny: “Voor mij gaat het wel om de olympische droom. Maar het is geen slecht idee om rustig te blijven. Dit is allemaal nieuw. Een Belgische mannenploeg op een WK, dat is twintig jaar geleden.”

Een olympisch project is makkelijker voor dames dan voor heren.

Sluszny: “Iedereen zegt dat, maar ik vind het kort door de bocht. Een kampioen is en blijft gewoon een kampioen. Wat de meisjes gedaan hebben is gewoon uniek. Punt. Wij moeten lessen trekken uit hun parcours en proberen hetzelfde te doen.”

Willemsen: “Ik hoor het Marc graag zeggen. Maar de realiteit is dat het niveau bij de vrouwen gewoon lager is. Bobben voor vrouwen is olympisch sinds 2002, de mannen sinds 1924. Dat zegt alles. Het is een mannensport, met beresterke atleten. Maar voor de rest ga ik uiteraard helemaal akkoord (lacht).”

De Roemeen Paul Neagu is nu coach van het mannenteam. Hij was dat eerder ook bij de dames, maar dat bleek niet echt te klikken.

Sluszny: “Paul is een goede, harde trainer. Zelf vier keer aan de Spelen meegedaan. Hij is ook baanverantwoordelijke in Winterberg en hij kent de verantwoordelijken van de andere Duitse banen. Dat helpt om voldoende afdalingen te krijgen. Ik heb zijn respect: hij weet dat ik vroeger heel veel extreme uitdagingen ben aangegaan. Onze verstandhouding is uitstekend.”

Willemsen: “Tja. Bij ons waren er een aantal problemen, te beginnen bij de taal. Hij spreekt enkel Duits en Frans. Plus: wij wilden ons kwalificeren via de WorldCup, en dan moet je ook naar de Amerikaanse banen. Die kende Paul niet. Wij hebben daarom voor onze Canadese coach Sigi Feuser gekozen. Ze zeggen ook dat het makkelijker is om met twintig mannen samen te werken dan met vier vrouwen. Dat zat er misschien ook voor iets tussen.”

Tot slot: bobslee heeft ook een ‘mixed gender’ competitie. Zou dat niks voor jullie zijn?

Sluszny: “Een uitstekend idee. Maar wie mag dan piloot zijn?”

Elfje: “Ik wil sturen.”

Sluszny: “Voilà, dat is dan dat probleem van de vier vrouwen en de twintig mannen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234