Woensdag 19/01/2022

De goede smaak van een vorstelijk paar

De tentoonstelling Albrecht en Isabella (1598-1621) in het Brusselse Jubelparkmuseum heeft iets weg van een middeleeuws of barok schilderij. Dat zit steevast vol symbolische verwijzingen, waarvan wij anno 1998 vaak niet zo veel meer begrijpen. Om de wereld van de aartshertogen met de kanten kragen te evoceren hanteerden commissarissen Luc Duerloo en Werner Thomas de metafoor van de zintuigen. Het gezicht en de reukzin als gids naar de reclamemakers van de Zuidelijke Nederlanden.

Anne Brumagne

Albrecht en Isabella kijken de binnentredende bezoekers van alle kanten minzaam aan. Meteen links bij de ingang van de expositie hangen twee haast identieke schilderijen van de aartshertog, afkomstig uit Rubens' atelier. Rechts, bijna symmetrisch, twee uitzonderlijk gelijkende portretten van Isabella, uit dezelfde werkplaats. Frontaal een dubbelportret van de vorsten, vervaardigd door Otto van Veen. Van Albrecht en Isabella wordt wel eens met een boutade gezegd dat zij reclamemakers avant la lettre waren, en dat wordt op de tentoonstelling met al die opvallende afbeeldingen van henzelf meteen duidelijk. De aartshertogen begrepen dat in de strijd om de politieke en religieuze macht het beeld - ook hun eigen beeltenis - een belangrijker middel kan zijn dan wapengekletter. Het verklaart waarom ze zoveel opdrachten gaven aan schilders en aan architecten en waarom hun regering zo belangrijk was voor de verspreiding van de barok, dé stijl van de Contrareformatie, in de Zuidelijke Nederlanden. De pracht en praal van de barok moest indruk maken op de mensen.

Dat is ook de reden waarom een cultuurhistorische tentoonstelling over Albrecht en Isabella - waar heel wat historische documenten te zien zijn - tegelijkertijd een mooie en gevarieerde kunsttentoonstelling kan zijn, met werken van grote namen als Pieter Paul Rubens, Jan I Brueghel, Otto Van Veen, Frans Snyders, Theodoor Van Loon en Denijs van Alsloot. Met schilderijen, wandtapijten en ander textiel, en erg fraai edelsmeedwerk.

Inzake de keuze van hun strategie kun je Albrecht en Isabella geen ongelijk geven. Het echtpaar (neef en nicht) stond voor een moeilijke opdracht toen ze aan hun regeerperiode begonnen. Ze zouden heersen over een land dat verscheurd was door een religieuze burgeroorlog en dat economisch aan de grond zat. Isabella was de dochter van de Spaanse koning Filips II, zelf de zoon van Karel V. De keizer was in Vlaanderen erg geliefd (dat leerden we tenminste vroeger op school, bij de Keizer Karel-herdenkingen van volgend jaar zal dat beeld gelukkig genuanceerd worden). Filips II deelde volgens de studieboekjes niet in de sympathie die zijn vader te beurt viel. Hij sprak haast uitsluitend Spaans, was een ziekelijke zuurpruim en stuurde de bloeddorstige hertog van Alva naar onze contreien.

In 1598 hadden de protestantse Noordelijke Nederlanden zich afgescheiden van Spanje. De Zuidelijke Nederlanden waren na de krijgsacties van Alexander Farnese opnieuw in Spaanse handen terechtgekomen. Isabella kreeg de Nederlanden als bruidsschat bij haar huwelijk met haar neef Albrecht, de zoon van de Oostenrijkse keizer Maximiliaan II en eigenlijk bestemd voor een kerkelijke loopbaan. Omdat hij nooit als bisschop was gewijd, was het mogelijk dat hij in 1598 de plaats innam van zijn in 1595 overleden broer Ernst en met zijn nicht trouwde.

Samen moesten Albrecht en Isabella orde op zaken proberen te stellen en het land weer welvarend én katholiek maken. Meteen na hun troonsbestijging slaagden ze erin vrede te sluiten met Frankrijk en Engeland, maar met het Noorden lukte dat niet meteen. En dus werd er in de eerste jaren toch maar weer oorlog gevoerd. De gewapende strijd vond vooral plaats aan de kust. Het duurde jaren vooraleer Oostende, een protestants bolwerk, zich overgaf. Naar verluidt vond de term 'izabelkleur' (wat staat voor vuil wit) toen zijn oorsprong. Isabella zou geweigerd hebben voor de duur van het beleg van hemd te veranderen.

Een andere beroemde slag, door Albrecht verloren, was die bij Nieuwpoort. Ook hier hoort een anekdote bij. Het paard van Albrecht ('el caballo noble') redde zijn berijder, zij het onbedoeld, het leven. De kogel die voor de aartshertog was bestemd, kwam terecht in de halsslagader van het dier. Ook hier is het moeilijk om de waarheid te achterhalen, maar feit is dat een van de twee 'opgezette' paarden die in de Jubelparkmusea bewaard worden en die enkele maanden geleden in Gent werden onderzocht, een kogelgat in de hals heeft en dus misschien wel dat dappere beest is geweest. De hengst kreeg een ereplaatsje op de tentoonstelling, samen met de merrie waarvan wordt gezegd dat Isabella haar bereed bij een Blijde Intrede.

In 1609 sloten de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden een wapenstilstand af. Tijdens het Twaalfjarig Bestand konden de aartshertogen werken aan de politieke, economische en culturele heropleving van onze gewesten. Ze hielden van kunst en aan het hof in Brussel werd graag gefeest. Anders dan in het streng calvinistische Noorden was er in het Zuiden plaats voor een zintuiglijke beleving van de werkelijkheid en de religie. Vandaar dat tentoonstellingscommissaris Luc Duerloo (KUL-EHSAL) en zijn adjunct Werner Thomas (KUL) de zintuigen als leidraad bij de tentoonstelling kozen.

Uitgangspunt werd het doek Het gezicht en de reukzin van Jan I Brueghel en Hendrik van Balen, dat werd uitgeleend door het Prado in Madrid. Op dat werk, dat een centralere plek in de tentoonstellingsruimte had verdiend, zijn twee dames te zien. De ene ruikt aan een bloem, de andere kijkt in de spiegel. Beiden vertoeven in een indrukwekkend schilderijenkabinet. Die schilderijtjes-in-het-schilderij hebben bijna allemaal een mythologisch verband met de twee zintuigen, gezicht en reuk: Paris die de drie godinnen monstert om te kunnen beslissen welke de mooiste is (naar Rubens), de aanbidding door de herders (Hendrik van Balen). De overvloed aan afgebeelde schilderijen verwijst naar de kunstcollectie van de aartshertogen. Elk zintuig heeft behalve een directe ook een metaforische connotatie. Smaak staat bijvoorbeeld ook voor goede smaak, voor doen wat hoort, voor je plaats kennen in de hiërarchie. Geur heeft niet alleen te maken met het parfum van bloemen maar ook met de geur van heiligheid. Gehoor met muziek en met harmonie in de samenleving (wat je bijvoorbeeld kon bereiken door een goed juridisch systeem op poten te zetten). Duerloo en Thomas hebben zich wel een paar grapjes veroorloofd. Zo hangt bij 'gehoor' en 'harmonie' een anoniem schilderij waarop een hofdame in het park wordt vergezeld door de hondjes van Isabella. Het geblaf van die pakweg dertig mormeltjes zal heus niet als muziek in de oren geklonken hebben. De tastzin staat in het teken van oorlog en vrede. Er wordt niet alleen fraai oorlogstuig getoond maar ook een klein prentje van 'een militaire uitvinding om rivieren over te steken'. Afgebeeld is een drijvende band, die allicht effectiever is voor kinderen die leren zwemmen dan voor een zwaargewapende soldaat die de Schelde of de Maas over moest zien te raken.

Behalve de rode draad van de zintuigen is ook een chronologische volgorde in de tentoonstelling aangebracht. Van de familieafstamming gaat het naar het huwelijk van de aartshertogen, de Blijde Intredes, de strijd om Oostende. Aan het eind belanden we bij de dood van Albrecht en Isabella's eenzame regeerperiode als landvoogdes. De commissarissen kozen dus niet meteen voor de simpelste opbouw, maar boeiend is het verhaal in ieder geval. Alleen kon de bezoeker wel een extra woordje uitleg gebruiken. Een oud schilderij ga je immers meer appreciëren als je de symbolische verwijzingen ten volle begrijpt.

Vooral 'het gezicht' en 'de smaak' zijn boeiende etappes in het tentoonstellingscircuit. 'Het gezicht' omvat enerzijds beelden van de aartshertogelijke residenties. Of anders gezegd: schilderijen van verdwenen erfgoed. Rubens portretteerde Albrecht voor het kasteel van Tervuren (daarvan staat alleen nog de kapel overeind) en Isabella voor de zomerresidentie in Mariemont. Het Hof in Brussel, verdwenen onder het Koningsplein, wordt afgebeeld door Jan Brueghel de Jonge. Anderzijds worden hun kunst- en wetenschappelijke collecties geëvoceerd: prachtig glaswerk, zilver, exotische curiosa, astrolabia, een wereldbol met fantastische wezens erop geschilderd. Enkele wat te expliciete schilderijen van mythologische stoeipartijen konden naar verluidt niet echt de goedkeuring van de aartshertogin wegdragen.

'Smaak' begint heel letterlijk. Een schilderij van Frans Snyders toont een tafel waarop wild rijkelijk ligt uitgestald. 'Goede smaak' gaat over de leefpatronen, de gewoonten en de hiërarchieën. Een schilderij van Frans Pourbus met daarop de statig poserende adellijke familie van Charles van Arenberg hangt naast een boerentafereel van Brueghel. Uniek is dat men vijf schilderijen uit 1616 waarop Denijs van Alsloot de Brusselse Ommegang heeft afgebeeld (een religieuze processie door de stad waaraan de verschillende standen en gilden deelnamen), opnieuw heeft kunnen samenbrengen. Het zijn stuk voor stuk boeiende werken met een grote documentaire waarde - op een ervan werden de namen van de verschillende gilden onder de betreffende personages geschreven. De doeken, die bewaard worden in het Prado en het Londense Victoria and Albert Museum, vallen ook op door hun afmetingen en de compositie van de lange rijen van personages. Om echt alle details te kunnen observeren heb je eigenlijk uren nodig.

Op verschillende andere schilderijen in de tentoonstelling kan eveneens een glimp worden opgevangen van het Albrecht-en-Isabelliaanse Brussel: Antoon Sallaert liet de aartshertogen meelopen in de Maagdenprocessie van de Zavel. Pieter Snayer schilderde Laken, met de oude kerk en de Sint-Annadreef. Isabella trok wekelijks naar Laken, dat toen een bedevaartsoord was voor vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen. Brueghel portretteerde de aartshertogen in het park bij het Coudenbergpaleis, nu het Warandepark. De restanten van dat (later door brand verwoeste) paleis, onder het Koningsplein en zijn classicistische gebouwen, zijn overigens vrij goed bewaard gebleven. Dat komt omdat het op een helling was gebouwd en de resten bij de nivellering van het terrein in de achttiende eeuw werden gebruikt als fundamenten voor het Koningsplein. Ook het Isabellastraatje, dat van het Hof naar de Sint-Goedelekathedraal leidde, bleef bewaard. De devote aartshertogin gebruikte dat privé-straatje om ongestoord te kunnen gaan bidden.

Vooral kerken en kloosterorden konden profiteren van de charmepolitiek van de vorsten. Alleen al in Brussel zijn de voorbeelden legio. Zo werd tussen het paleis en de kerk van Sint-Jacob op de Coudenberg een bovengrondse galerij gebouwd. In de Sint-Goedelekerk lieten de aartshertogen kapellen verfraaien en werd het graf van de hertogen van Brabant, dat was verwoest door de beeldenstormers, hersteld. De kerk van het Begijnhof werd ontworpen door hofarchitect Wenzel Coebergher, die ook de plannen tekende van de Berg der Barmhartigheid, het allereerste pandjeshuis in ons land.

Het olieverfschilderij Zicht op Brussel (1664-1665) van Jan Baptist Bonnecroy, dat werd opgehangen net naast de ingang van de tentoonstellingsruimte, is een uniek document omdat het een gedetailleerd panorama toont van Brussel enkele decennia na het overlijden van de aartshertogen. De stad zou dat specifieke uitzicht niet lang meer bewaren, aangezien ze in 1695 in puin werd geschoten door de Franse maarschalk Villeroy.

Albrecht was toen al zeventig jaar dood, Isabella zestig jaar. Omdat ze kinderloos waren gebleven, waren de Zuidelijke Nederlanden na hun dood opnieuw in handen gekomen van de toenmalige Spaanse vorst, Filips IV. Albrecht had nog net voor zijn dood vruchteloos geprobeerd om het Twaalfjarig Bestand te laten verlengen. Isabella regeerde na zijn dood nog twaalf jaar als landvoogdes. Maar het liefst van al had ze zich teruggetrokken in een klooster. Tussen de Europese landen zou de strijd weer in alle hevigheid losbarsten.

Albrecht en Isabella loopt in het Jubelparkmuseum in Brussel tot 17 januari. Dagelijks van 10 tot 17 uur, woensdag tot 22 uur. Gesloten op maan- en feestdagen. Rondleidingen 02/741.73.03. Op dat nummer kan ook gereserveerd worden voor 'aartshertogelijk tafelen' en voor een gecombineerd tentoonstellings- en stadsbezoek. Er zijn ook kinderateliers en lezingen gepland. Algemene info 02/741.73.31.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234