Donderdag 09/04/2020

De god van de kleine dingen

Na de overrompelende verkiezingszege van de SPA-lijst van Vlaams minister Steve Stevaert loopt Hasselt op wolkjes. Relaas uit een oase van niet-verzuring, waar mensen blij zijn met sociale zekerheid en lustig hun positieve spiraal beklimmen.

Rudi Rotthier / Foto's Tim Dirven

Een gepensioneerde onderwijzeres die af en toe een winkel openhoudt, wijst me waar hij woont. Boven de winkel met Artis-punten. Ze heeft vrienden die ooit CVP stemden. Ze zwaait meewarig het hoofd. "Nu kiezen ze voor Steve. Ze kunnen met een gratis bus naar het ziekenhuis om hun familie te bezoeken. Dat heeft de doorslag gegeven." Maar er is meer. "Steve is er voor de bevolking, en niet omgekeerd, dat de politici de bevolking gebruiken. Steve is een bescheiden jongen gebleven." Dat lijkt wel een verkiezingsslogan. "Maar zo is het echt", zegt ze koppig.

Noemt iedereen hem zo? Steve?

"Als ik hem persoonlijk ontmoet, noem ik hem meneer de burgemeester. Ik ben nog van de oude stempel. Maar velen zeggen Steve of Toon." Toon is Toon Hermans, eerste schepen en Agalev-voorman van Hasselt.

Ontmoet ze Steve soms?

O ja. Ze ziet hem als hij naar het gemeentehuis wandelt, met zijn sjaal om, of als hij met zijn fiets op weg is. Hij zwaait. "Hij blijft een man van het volk." Ze hoopt dat hij snel zijn ministerpost opgeeft en naar Hasselt terugkeert. Ze is ook wat bezorgd om hem: doet hij niet te veel?

Ze toont me blijgemoed de brochure met het jaarprogramma van het cultureel centrum: "Zo dik. Je kunt het allemaal niet meer volgen. Klasseoptredens hoor." En: "In een knusse stad als Hasselt is alles dichtbij. Op een traject van 300 meter vind ik alles wat ik nodig heb, van een apotheker tot een papierwinkel."

Ze moet de pr van haar stad op zich nemen.

Ze schudt het hoofd. "Da's niks voor mij. Maar je weet toch hoe ze ons noemen? Fiere Hasselaars. We zijn weer fier op onze stad."

In een winkel, in dezelfde straat waar 'hij' woont, is de krantenverkoper wat bedeesder. "Je hebt twee soorten Hasselaars", legt hij uit, "de kale Hasselaars, en de gewone." De kale Hasselaars zijn de dikke nekken, die dialect spreken en Frans, soms door mekaar, en de gewone Hasselaars, wel hm... die doen gewoon. Hijzelf had de verkiezingsuitslag niet verwacht, toch geen absolute meerderheid voor Steve - hij hoorde bij zijn klanten enig gepruttel over het college -, maar hij geeft toe: "Steve bekommert zich nog om zijn stad, ook al zit hij vaak in Brussel." En: "Hij is zelf middenstander geweest. Hij weet wat onze problemen zijn. En uiteindelijk is de Groene Boulevard, waar zoveel kritiek op is geweest, goed uitgedraaid, vind ik."

Even later, een jonge vrouw die een modewinkeltje openhoudt. "Het gaat hem om kleine dingen. Steve is een groene jongen met een ontwikkeld sociaal bewustzijn, die bovendien middenstander is geweest, die altijd voeling had met de jeugd en die voor de ouderen de ideale schoonzoon lijkt. Als je al de doelgroepen - jongeren, ouderen, groenen, armen, middenstanders - die hij bereikt optelt, zit je al gauw aan de absolute meerderheid." Al die doelgroepen hebben baat gehad bij het bestuur, voor al die doelgroepen is Steve geloofwaardig gebleven; hij heeft een evenwicht gevonden. En hij blijft de bewoners in positieve zin verrassen. Nu weer met zijn monstercoalitie. De onderliggende boodschap is: het kan mij niet schelen dat mijn politieke vrienden minder postjes hebben, ik doe wat het best is voor Hasselt. Het beleid van het huidige college valt ook te contrasteren met hoe de CVP vroeger regeerde: met prestigeprojecten. Steve legt meer de nadruk op kleine dingen die het leven aangenamer maken, die direct voelbaar zijn. Er wordt ook preventief gewerkt. Er worden problemen erkend die altijd onder de mat geschoven werden, zoals armoede in Hasselt.

En er wordt daadkrachtig geregeerd. Om een banaal voorbeeld te nemen: staat eens een groep Japanse toeristen voor een gesloten kerkhof (terwijl dat eigenlijk open had moeten zijn), dan dondert het door de telefoon en wordt binnen het half uur een oplossing gezocht en gevonden om de begraafplaats wel op de gestipuleerde uren toegankelijk te maken. 'Los dat op', krijgt een ambtenaar dan te horen. En de dingen worden opgelost.

Ook merkwaardig: het wegwerpgebaar dat andere Vlamingen bijna instinctief maken als ze over politiek en politici spreken, valt in Hasselt met geen vergrootglas te bekennen.

Is het politieke gebeuren dan niet in diskrediet geraakt door bijvoorbeeld Agusta en de veroordeling van lokaal boegbeeld Willy Claes? Dat had de gepensioneerde onderwijzeres, ooit een schoolgenote van de minister van staat, al heftig ontkend. "Hij was, zoals Steve, een man van het volk, opgeklommen van bescheiden Hasselaar tot tweede machtigste man van de wereld. Ik geloof dat die carrière naijver gewekt heeft. Wat is er uiteindelijk aan bewijs tegen hem gevonden? Ik blijf in zijn onschuld geloven. Men heeft hem gezocht."

Hasselaars sympathiseren met hun underdogs van politici. "Neem de gratis bussen", zegt een jonge vrouw die in de welzijnssector werkt, "ze hebben Steve uitgelachen, ze hebben gezegd dat het een stunt is, of dat het onbetaalbaar is, en wat al niet. Maar nu wordt het overal overwogen. We hebben iets van: hij doet het toch maar."

Ik probeer nog een nachtwinkelier in de straat van Steve, een sikh: "Natuurlijk is het moeilijk om hier te aarden. Het leven is zo jachtig, er is veel minder sociaal contact dan in India. En soms verlang ik echt wel terug naar mijn land."

Maar heeft hij in Hasselt het gevoel onwelkom te zijn? Neen, dat niet. Hij is trouwens met een Hasseltse vrouw gehuwd. En Steve? Er gaat voorzichtig een duim de hoogte in.

Als de problemen niet vanzelf verschijnen, gaan we ze zoeken. In Hasselt mijdt men de term 'probleemwijk'. Men spreekt van impulsbuurten. De aanpak bestaat erin, zegt Annie Cleeren, afdelingshoofd Welzijn van de stad, om "in te gaan op signalen. Niet te wachten tot de dingen escaleren. Te communiceren."

Ook bij haar valt al gauw het begrip 'fiere Hasselaar'. Armoede wordt verborgen gehouden. Het OCMW kan bewoners nu helpen hun stookolierekening te betalen, de stad Hasselt doet daar nog een extraatje bij, maar de bewoners maken tot dusver relatief weinig gebruik van die mogelijkheid, ook al hebben ze er recht op. Ze willen liever niet met het OCMW geassocieerd worden.

Ook in Hasselt bestaan natuurlijk punten van wrevel. Zo bestaat bij minimumtrekkers die zelf geen treffelijke woning vinden onbegrip over het feit dat asielzoekers in mooie appartementen ondergebracht worden, huurprijs 22.000 frank per maand. "Ik kan dat niet uitgelegd krijgen." De technische uitleg die er is - dat de federale overheid dat huurgeld aan de OCMW's terugbetaalt en dat de OCMW's daarom guller kunnen zijn en onbekommerd panden kunnen huren die anders niet in aanmerking zouden komen -, snijdt geen hout bij Belgen in nood. Op het OCMW wijst men erop dat het probleem eigenlijk een gevolg is van de successen in de strijd tegen de verkrotting. De opgeknapte woningen kosten bergen huur en andere woningen zijn niet langer beschikbaar.

Maar dat zijn spatjes op een situatie die in het algemeen ook weer vrij positief is. En dingen die echt als splijtzwam zouden kunnen dienen (het dragen van hoofddoeken is in alle Hasseltse scholen verboden) passeren zonder grote averij toe te brengen.

Heidi Frederix, lokaal coördinatrice van het Sociaal Impulsfonds (SIF), voert me langs enkele projecten en toont hoe met kleine ingrepen wordt gewerkt. Eigenaars van leegstaande panden krijgen de stadsarchitect op bezoek die met hen de mogelijkheden tot ombouw bespreekt. Tegelijk heft de stad een extra leegstandsbelasting om hen tot spoed te bewegen. Wat minder fraaie straten worden met tegels versierd. Een gevaarlijk ogende tunnel is rechtgetrokken. In buurten waar studenten voor overlast zorgen, krijgen cafébazen bezoek van de stad, enzovoorts.

Uiteindelijk belanden we in de niet-probleembuurt Ter Hilst, waar ongeveer 30 procent van de bewoners van allochtone afkomst is.

Tien jaar geleden had deze wijk zonder meer een kwalijke reputatie. Er was criminaliteit, er was vuil, er was angst. Toen is Heidi zelf er met een buurtwerking begonnen, en met kleinere en grotere stappen is de situatie van de wijk omgebogen. Het onveiligheidsgevoel werd tegengegaan door de verlichting sterker te maken, door 's nachts meer politie te laten patrouilleren. Het uitzicht van de buurt werd verbeterd met bloemaanplantingen, de groendienst van de stad onderhoudt de voortuintjes als de bewoners dat zelf niet doen. Jongeren werden gemobiliseerd om zwerfvuil op te ruimen, en als ze zelf schoonmaken, zijn ze geneigd erop toe te zien dat hun vrienden niet te veel vuil laten rondslingeren. Er werd een buurthuis opgericht en tijdens de opening, vier jaar geleden, is het hele schepencollege, de burgemeester incluis, mosselen komen opdienen voor de buurt. Zoiets maakt indruk, ook al omdat het geen façade is. "Als er iets op mijn lever ligt, kan ik zo bij de schepen terecht", zegt Frederix. "Desnoods leg ik tijdens mijn middagpauze een briefje op zijn bureau. Ik krijg niet altijd mijn zin, maar ik weet tenminste dat mijn argumenten gehoord worden." Op elke buurtvergadering is ten minste één schepen aanwezig en is er bijvoorbeeld ook een vertegenwoordiger van de vuilnisdienst. De buurt praat direct, zonder tussenpersoon, met het bestuur. Mensen weten ook hoe ze het bestuur moeten bereiken, en wie.

De voorlopige resultaten van het buurtwerk werden in een brochure gegoten die aan de bewoners is uitgedeeld. In verschillende categorieën (jongeren, groen, vuil, enzovoorts) onderscheidt de brochure vier rubrieken: wat willen de bewoners, wat is gerealiseerd, wat valt nog te realiseren, en wat is niet of moeilijk haalbaar? Bijna altijd is dat wat al gerealiseerd werd de grootste rubriek, en het onhaalbare de kleinste.

Frederix wijst erop dat de positieve resultaten mede het gevolg zijn van de hoogconjunctuur. Potentiële amokmakers worden weggezogen naar de jobmarkt, ook al is het voor interimwerk. De buurt lijkt niet langer kansarm, de bewoners tonen zich tevreden met de verbeteringen. Ze wonen nu eigenlijk meer in een tuinwijk dan in een probleembuurt. Er werd dit jaar een monument van de zes continenten onthuld. Niet iedereen vindt het mooi, maar het geeft ook geen ergernis; het werd grotendeels opgericht met geld van sponsors.

Dat is een andere constante in Hasselt. Het stadsbestuur weet geld vrij te maken, sponsors warm te maken, provinciale, regionale of federale overheden aan te spreken. Het weet een kleine geldstoot van de stad te combineren met veel geld van elders.

Dinsdagavond. De provinciale versie van de Mars tegen Extreme Armoede stapt van de Grote Markt naar het kanaal. Schepen Toon Hermans stapt mee. De armen voelen dat niet als een inbreuk, integendeel, de meesten vinden dat het stadsbestuur aan hun kant staat. Een oudere vrouw kiest deze gelegenheid uit om de lof te zingen van ons sociaal systeem. Dat kan de wereld ons benijden, zegt ze. Al moeten de mazen van het net worden gedicht. En zelfs zij die boos zijn op de deurwaarders die armelui zonder het levensnoodzakelijke achterlaten, of een vrouw die het na medische perikelen moet stellen met 2.500 frank per week, wijzen de bewindsploeg van Hasselt niet met de vinger na. Die staat aan hun kant. Er zijn initiatieven zoals Klavertje Vier en Café Anoniem, waar kansarmen (maar noem ze niet zo, en die armoede gaat soms schuil achter afgeborstelde kleren) goedkoop voedsel en vertier vinden. "Steve komt af en toe een koffie drinken in Café Anoniem."

OCMW-voorzitter Frank Vandenhoudt, een partijgenoot van Steve, ziet, behalve het fenomeen Stevaert ("Zelfs als hij alleen was opgekomen, had hij misschien een absolute meerderheid gehaald, hoewel de rest van de lijst ook goed gepresteerd heeft"), de decentralisatie van de partij als één van de elementen in het succes. De partij heeft zes wijkkantoren in Hasselt, de lijst is regionaal samengesteld, in die zin dat behalve geslachten en leeftijden ook de wijken billijk vertegenwoordigd zijn. Zo kan men onmiddellijk reageren als problemen opduiken. Dat is, denkt hij, ook één van de redenen waarom het Blok relatief klein blijft in Hasselt, met 7,8 procent van de stemmen.

Uiteindelijk, na heel wat zoekwerk, vind ik toch een stuk of veertig ontevreden bewoners. Ze verblijven in een woonwagenpark dat, symbolisch genoeg, naast het stort ligt (en bovenop het oude stort). Deze afstammelingen van vroegere kermisklanten voelen zich door het stadsbestuur in de steek gelaten. "Tot 1988", zegt Lena, moeder van vijf, grootmoeder van dertien, "woonden we aan het kanaal, bij het centrum. Toen zei men dat er op ons terrein een parkeergarage gebouwd zou worden en dat we moesten vertrekken. De parkeergarage is er nog altijd niet, en sindsdien wonen wij op het stort, dicht bij het kerkhof." De aarde verzakt, wespen achtervolgen de kinderen. De bewoners klagen over hun tanende gezondheid: de luchtwegen en de huid worden volgens hen aangetast door gif van de ondergrond. "Er groeit hier ook niets, behalve onkruid. Op school zegt men ons: verzorg uw kinderen beter. Maar het ligt niet aan hun verzorging dat ze ziek zijn. Het ligt aan de grond." En beloftes om een beter terrein op te snorren bleven zonder gevolg. Robert, een van Lena's zonen, die werkt als bakker en die getrouwd is met 'een burgermeisje', zou eigenlijk wel in een huis willen wonen, "maar als de woonmaatschappijen weten dat ik barakkenvolk ben, maak ik geen kans meer". Dat is hier de tegenstelling: barakkenvolk tegen burgers, en het stadsbestuur is er een van burgers. Als er overleg is, worden de bewoners te laat op de hoogte gesteld. Als de bewoners klachten hebben, reageert de stad te laat. "Maar", zegt Lena, "ik kijk toch uit naar de terugkeer van Steve, want die luisterde beter."

Over naar een andere kant van Hasselt, de industriebuurt, waar sedert 1998 de Muziek-o-Droom functioneert. "Een dak boven de popmuziek", noemt verantwoordelijke Koen Vanduffel het, en ook: "Je kunt hier zonder enige kennis binnenstappen, en als je buitenkomt klaar zijn om op Rock Werchter op te treden." Muziek-o-Droom is het popequivalent van een muziekschool. Je kunt er leren zingen, drummen, gitaar spelen, je kunt er opnames maken, groepen kunnen er repeteren en zelfs optreden, muzikanten ontmoeten elkaar. Tweehonderdvijftig mensen volgen er maandelijks les, 35 à 40 groepen repeteren er, maandelijks komen zo'n 1.200 belangstellenden voor concerten over de vloer. Lessen en repetitielokalen moeten door de belangstellenden betaald worden. "Waarom zou zoiets gratis moeten? Andere hobby's kosten ook geld." Vanduffel ziet rentabiliteit als een goed uitgangspunt. Muziek-o-Droom moet voor ongeveer twee derde van de inkomsten zelf instaan. Stad, provincie en regio dragen de rest bij. Groepen zoals Hooverphonic en Novastar maken gebruik van de infrastructuur. Stijn Meuris vond er muzikanten die nu in zijn groep spelen.

Vanduffel zit boordevol uitbreidingsplannen. Het begrip kruisbestuiving is nooit ver weg: boys bands studeren hun danspasjes in terwijl elders langharige bluesgitaristen hun licks uitproberen en in de cafetaria een moeder ongeduldig wacht tot haar minderjarige zoon is uitgedrumd. Waarom is zoiets in Hasselt mogelijk? Wat maakt dat veel van wat in Vlaanderen aan creatiefs gebeurt uit Limburg afkomstig is? Vanduffel, die zelf niet politiek gelieerd is, ziet een parallel tussen de Muziek-o-Droom en Steve. "In andere delen van het land ziet men dat er problemen zijn, en begint men dan te zeuren. Hier zien we dat er problemen zijn en vragen we ons af hoe we de dingen beter kunnen maken. Je kent dat initiatief van Steve om bouwondernemers te belonen als ze voortijdig klaar zijn, liever dan ze te beboeten als ze te laat gereed geraken. Hoeveel positiever klinkt dat niet? Beloning." Simpele ingreep, heel ander gevoel.

Nog zoiets. Het gemeentebestuur reikt jaarlijks voor duizend frank Sound-Cheques (twintig keer vijftig frank) uit aan Hasselaars die in de Droom willen komen repeteren. Per repetitie kan een Hasselts groepslid vijftig frank korting krijgen op de huur van een lokaal (het lokaal kost zeshonderd frank voor een avond). Als een groep met vier Hasseltse leden repeteert, halen die samen tweehonderd frank korting per keer. "Dat kost eigenlijk heel weinig. Misschien honderd mensen maken daar gebruik van. Maar voor die honderd jongeren is dat alsof de stad hen duizend frank cadeau doet. Alsof de stad er voor hen is." En zo werkt het systeem-Stevaert wel vaker: kleine financiële inspanningen met grote impact.

Hasselaars, of Limburgers, zijn ook koppig met hun zaakjes bezig, die laten zich niet van de wijs brengen. De Muziek-o-Droom is gevestigd in een gewezen vleesfabriek, en tijdens de verbouwing "heb ik ongeveer elke steen in handen gehad. De oorspronkelijke verbouwing en inrichting heeft ongeveer zes miljoen gekost. Ik kreeg toen bezoek uit Antwerpen, waar men iets gelijkaardigs wou doen. Daar beschikte men over een budget van 45 miljoen." Het Antwerps centrum werkt nog altijd niet, de Muziek-o-Droom is al ruim twee jaar bezig. "Misschien is het niet zo gemakkelijk om met 45 miljoen te werken." Misschien moet met zoveel geld meer vergaderd worden, moeten geldschieters tevreden gesteld worden, moeten de plannen concreter en dus starder zijn.

Schone straten, dure winkels, blije bewoners, en gratis bussen die volgens sommigen zelfs de werkgelegenheid stimuleren (want jongeren kunnen steeds minder inbrengen dat transport een beletsel is). Hasselaars zeggen er zelf bij dat hun successtory niet zomaar overplaatsbaar is. Hasselt is een middelkleine stad, met 67.000 inwoners, waarvan amper 3,5 procent buitenlanders. Het is een welvarende stad, zonder bedelaars en met een hoge tewerkstellingsgraad.

Maar het positivisme, als het dan niet overplaatsbaar is, werkt toch nogal aanstekelijk. Waar hoor je bijvoorbeeld een werkgever de lof zingen van zijn Turkse werknemers? Als de vader een zoon meebrengt naar de fabriek, heeft die twee kwaaie bazen: de eigenaar van de fabriek, en zijn eigen vader, die niet wil dat zoonlief de patroon teleurstelt.

Waar hoor je gepensioneerde vrouwen vertellen dat het met de jeugd de goede kant op gaat? "Zo gaat dat: als ze de indruk hebben dat de stad iets voor hen overheeft, dan hebben zij iets voor de stad over. Ik heb de indruk dat steeds minder jongeren zomaar vuil op straat gooien. Zo werkt dat voor de ouderen, zo werkt dat voor de jongeren."

Door de luidsprekers weerklinkt, terwijl lokale ouderejaars de eerstejaars aan de gebruikelijke vernederingen onderwerpen, een muzakversie van 'Congratulations'.

En dan moeten de jeneverfeesten nog beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234