Zondag 18/08/2019

De glossy jaren van Cees Nooteboom

Liefst drie gelegenheidsuitgaven omlijsten de tachtigste verjaardag van Cees Nooteboom. Blikvanger is het somptueuze 'Avenue Literair', waarin Nootebooms poëzierubrieken uit het glossy magazine van weleer zijn verzameld.

Weinig Nederlandse schrijvers worden tegenwoordig door hun uitgever zo in de watten gelegd als Cees Nooteboom. Tot voor kort durfde Nooteboom nog weleens te sakkeren over het gebrek aan eerbiedige respons in eigen land. Maar sinds zijn overstap naar De Bezige Bij verschijnen er heruitgaven bij de vleet, onder meer van Nootebooms reizen en klassieke romans als Rituelen, telkens aangevuld met nieuwe verhalen en reportages. Nootebooms tachtigste verjaardag op 31 juli was het signaal voor een vers offensief, meteen de voorbode van zijn huldiging in het Amsterdamse Rijksmuseum komende zaterdag.

Paradepaardje is ongetwijfeld de luxueuze facsimile-uitgave Avenue Literair. Als literair redacteur van het destijds baanbrekende Nederlandse glossy magazine Avenue selecteerde Cees Nooteboom tussen 1976 en 1990 bekende en onbekende stemmen uit de wereldpoëzie voor het blad, waarin hij sinds 1967 ook zijn fameuze reisreportages met fotograaf Eddy Posthuma de Boer kwijt kon. Nootebooms rol als literair ontdekkingsreiziger en pleitbezorger is aanzienlijk, zo toont dit rijk geïllustreerde boek. De 180 edities van de poëzierubrieken zijn in hun oorspronkelijke staat afgedrukt.

Avenue verscheen tussen 1965 en 1994 en gold als een cultureel fenomeen, want destijds kon je met glossy's nog lang niet de straten plaveien. "Een voor Nederland ongekende mix van woord en beeld op glimmend papier", luidde het motto van founding father Joop Swart. "Het blad wordt herinnerd om de spectaculaire avant-gardistische modefoto's, kleurrijke reisreportages, provocerende onderwerpen en exotische culinaire recepten", schrijft Esther Op de Beek in haar goed gedocumenteerde inleiding. Ook schrijvers als Harry Mulisch, Renate Rubinstein of W.F. Hermans konden er hun (goedbetaalde) ei kwijt. De oplagecijfers piekten tot 150.000 exemplaren.

Springplank

Aanvankelijk moest Nooteboom nogal wat kritiek incasseren op zijn overstap naar Avenue. Een serieuze schrijver en journalist van de Volkskrant die verkaste naar een glamoureus magazine? Dat stuitte op verontwaardiging. "Hoe kun je nou schrijven voor een blad waar op de achterkant van je stukken advertenties voor dameslingerie staan?", zo slingerde een NRC-redactrice Nooteboom naar het hoofd. Toch kreeg hij carte blanche bij Avenue. Niemand die hem op de vingers tikte als hij weer eens een obscure buitenlandse dichter opduikelde.

Deze uitgave toont het brede spectrum dat Nooteboom bestreek. Avenue fungeerde ook als springplank voor onbekende Nederlandse schrijvers: zelfs de gedichten van Joost Zwagerman en Patrizia Canaponi (schuilnaam van de jonge A.F.Th. van der Heijden) kregen er een forum. Het is indrukwekkend wie er zoal aan bod kwam en soms ook door Nooteboom zelf werd vertaald: onder meer Hans Magnus Enzensberger, Fernando Pessoa, Randall Jarrell, César Vallejo, Eugenio Montale, Nâzim Hikmet, Octavio Paz, Jorge Luis Borges maar ook (latere) Nobelprijswinnaars Tomas Tranströmer of Czeslaw Milosz. Nooteboom speelde welbewust in op "het effect van toevalligheid: dat poëzie ineens in handen zou vallen van mensen die daar niet verdacht op waren, dat was, denk ik, de motor." Hij wilde tonen "dat het huis van de poëzie vele woningen heeft" en die huizen werden betrokken door "literaire gekken, nauwkeurige anekdotisten, bevlogen lyrici en alles daartussenin."

Avenue hield zich overigens ver weg van de felle poëziestromingenstrijd in de literaire tijdschriften. Een bewuste keuze, aldus Nooteboom, beschermd als hij was "door de natuurlijke neiging tot afwezigheid". Let trouwens ook even op de inbreng van grafisch vormgevers Hans van Blommestein en Paul Röben en fotograaf Toon Michiels, die moeiteloos de tand des tijds doorstaan.

Toch hield het Avenue-avontuur voor Nooteboom in 1990 op. Zijn beschermengel Marè van der Velde had het blad verlaten, er kwam een koerswijziging. Nootebooms reisverhalen werden plots 'te lang' bevonden. "Ik heb toen gezegd dat het met het blad slecht zou aflopen, en mij beter zou gaan." Wat geschiedde. Avenue hield er twee jaar later mee op, genekt door stevige concurrentie en de onkunde van 'bladendokters', met geen jota besef van de toekomst van dit "instituut van de goede smaak".

Globetrotter

Nog twee kleinere uitgaven brengen hulde aan de eeuwig globetrottende schrijver en bieden in de gauwte ook een aangename introductie tot leven en werk van 'de filosoof zonder ogen'. Er is een gloedvolle verjaardagsbrief van vriend-bibliofiel Alberto Manguel, met geestige karakteriseringen ("Geduld is net zomin als bescheidenheid een van je deugden") en haarfijne analyses. Manguel merkt ook op hoe gelaten Nooteboom omgaat met ouder worden: "Jij lijkt nauwelijks enige woede te voelen jegens dat voortschrijdende verlies."

Een echo daarvan tref je in het interview van Piet Piryns met Nooteboom, nu in boekvorm gegoten als Met lopen nooit meer opgehouden. "Op mijn leeftijd moet je natuurlijk een beetje opschieten, maar vreemd genoeg heb ik dat gevoel meer met lezen dan met schrijven." Om vervolgens te verzinken in lucide berusting, ja zelfs fatalisme, na de vraag of er nog iets ontbreekt aan zijn oeuvre: "Ik ben vastbesloten daar niet onder te lijden. (...) Iedereen heeft zijn geworpen dobbelstenen, waarmee hij het moet doen. Wat er is, is er."

Maar dat er nog iets komt, lijdt geen twijfel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden