Dinsdag 02/03/2021

De GIRL POWER van een design pionier

Vijftien jaar na haar dood komen er nog steeds 'nieuwe' meubelstukken van Charlotte Perriand op de markt. Dochter Pernette heeft immers nog honderden ontwerpen van Charlotte in haar bezit. En die erfenis blijkt een goudmijn, zegt ze.

Charlotte Perriand was amper tien toen ze tot de conclusie kwam dat minder ook meer kan zijn. Vlak voor het uitbreken van WO I werd ze met een blindedarmontsteking opgenomen in een kliniek. De sobere, bijna lege ziekenhuiskamer contrasteerde enorm met de rommel in de ouderlijke woning. Perriand verkoos de ziekenhuiskamer. "Leegte," schreef ze later, "kan alles bevatten."

Na haar studie aan de Ecole de l'Union Centrale des Arts Décoratifs trouwde ze op haar 23ste. Ze ontdekte de boeken van Le Corbusier en solliciteerde bij de architect. "We borduren hier geen kussens", zou die hebben gezegd.

Maar nadat Le Corbusier Perriands project Bar sous le toit zag op het Salon d'Automne van 1927, wierf hij haar alsnog aan, als interieurarchitect en meubelontwerper. Amper een jaar later tekende ze met Le Corbusier en Pierre Jeanneret drie iconisch geworden stoelen: de LC2 Grand Confort, de B301 en de B306.

Haar huwelijk liep op de klippen en in 1937 stopte ze ook bij Le Corbusier. In 1940 werd ze door het Japanse ministerie van Handel en Industrie als consultant op de archipel uitgenodigd. Ze bezocht ateliers, fabrieken en scholen, stelde een tentoonstelling samen en geraakte bevriend met Sori Yanagi, de belangrijkste Japanse designer van de vorige eeuw. Toen de oorlog escaleerde, trok Perriand naar Vietnam, waar ze voor de tweede keer trouwde, en moeder werd.

In 1946 keerde ze terug naar Parijs. Ze pikte de draad op met Le Corbusier, en werkte met de Braziliaanse architect Lucio Costa en de Brit Erno Goldfinger. Ze was ook betrokken bij prestigeprojecten van de Kortrijkse fabrikant De Coene, waaronder de herinrichting van het Paleis van de Verenigde Naties in Genève (1959) en de residentie van de Japanse ambassadeur in Parijs (1968). Ze bleef reizen en werkte aan een aantal grote immobiliënprojecten in de Alpen (Méribel, Les Arcs).

Perriand overleed vijftien jaar geleden, een jaar na het verschijnen van haar autobiografie, Vie de création.

Contract met Cassina

Het erfgoed van Perriand wordt sindsdien beheerd door dochter Pernette en diens echtgenoot, Jacques Barsac. Met arendsogen beschermen ze Perriands rechten. Ze waken over haar atelier en archieven (een onschatbare bron van tekeningen, ontwerpen, maquettes en foto's), organiseren tentoonstellingen, en publiceren naslagwerken.

Tien jaar geleden tekende het koppel een exclusiviteitscontract met de Italiaanse meubelfabrikant Cassina, en sindsdien wordt de markt elk jaar gevoed met 'nieuwe' stukken van Perriand.

"Een designer verliest relevantie als zijn of haar meubelen niet langer gebruikt worden", zegt Pernette Perriand, wanneer we haar ontmoeten op de meubelbeurs van Milaan. Ze zit naast haar man op een stoel van haar moeder, aan een tafel van haar moeder, in een hoek van de stand van Cassina. De Perriand-cataloog van Cassina telt intussen een twintigtal meubels, en strikt genomen zijn dat niet allemaal heruitgaves. Van sommige ontwerpen bestond bijvoorbeeld alleen een prototype.

"Mijn moeder heeft zeventig jaar lang gewerkt", zegt Pernette Perriand. "In de archieven zitten meer dan driehonderd meubelontwerpen. We kunnen dus nog even verder."

Bij de oogst van 2014: de Mexique-tafeltjes, die Perriand in 1953 ontwierp voor de studentenkamers van het Mexicaans huis in de Cité Universitaire van Parijs, en de bureaustoel Indochine. "Dat stoeltje heeft ze in 1943 in Vietnam ontworpen", weet de dochter. "Er is toen één prototype van gemaakt, met drie poten.

Terug in Frankrijk heeft ze een tweede prototype gemaakt, met vier poten dit keer, en die versie hebben we heruitgebracht. Om de eenvoudige reden dat een stoel met vier poten nu eenmaal veel stabieler is."

Hotter dan ooit

"We beleven een geweldig avontuur", vervolgt Pernette Perriand. "En na jaren hard werken plukken we eindelijk de vruchten van ons werk. Er wordt nu meer over Charlotte gesproken dan ooit tevoren. En daar doen we het uiteindelijk toch voor."

Eind vorig jaar spanden Perriand en Barsac samen met een nieuwe partner. Luxemerk Louis Vuitton wijdde twee capsulecollecties aan Perriand, versierde de vitrines van zijn flagshipstores met meubels en foto's van de designer én financierde de productie van een door Perriand ontworpen, nooit eerder gebouwd prefab strandhuis uit uit 1934.

Het koppel vindt niet dat er te weinig affiniteit is tussen Perriand, een modernist in hart en nieren, en het vooral op praal en status gerichte luxemerk.

"Het was echt geen marketingstunt", zegt Perriand. "Ik ben ervan overtuigd dat Charlotte het hele project met Vuitton fantastisch zou hebben gevonden. Ook omdat er een zekere poëzie mee gemoeid was."

"Kunst en mode zijn in de geschiedenis van de 20ste eeuw altijd hand in hand gegaan", vult de schoonzoon aan. "Dat geldt zeker ook voor Charlotte. Haar ouders maakten kleren, ze was van jongs af aan ondergedompeld in mode. Jeanne Lanvin (Frans modeontwerpster, red.) was in 1926 een van haar eerste klanten, en in de staart van haar carrière heeft ze nog geposeerd voor Issey Miyake (door fotograaf Lord Snowdon, in 1989, red.). Charlotte vond de kleren van Miyake fantastisch omdat ze die tijdens haar reizen uit haar koffers kon halen en onmiddellijk dragen, zonder te strijken."

Volgens Barsac liet Perriand zich circa 1928 inspireren door de koffers van Vuitton voor haar boekenrek Nuages. "In de archieven hebben we folders gevonden van reiskoffers, met aantekeningen van Charlotte.

"Voor ons is het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen Charlotte Perriand leren kennen. En dan niet alleen de designer, maar ook de fotograaf, de pionier. In de winkels van Louis Vuitton in Beijing en Moskou hebben we mensen ontmoet die nog nooit van Charlotte hadden gehoord, en die gefascineerd waren door haar foto's uit de jaren 30. Tegenwoordig zijn vrouwelijke designers of architecten heel gewoon, maar negentig jaar geleden waren vrouwen als Charlotte of Eileen Gray uitzonderingen. Ze waren voorlopers, zeldzame vrije vrouwen."

Pernette en haar man kiezen zelf welke meubels een nieuw leven krijgen, weliswaar met inspraak van Cassina. "Jacques en ik maken elk jaar een selectie van zeven à tien stukken, en daar wordt dan over gediscussieerd", zegt Pernette. "Dit jaar was de keuze al op voorhand gemaakt. De originelen van de Mexique-tafels en de Indochine-stoel waren vorig jaar te zien op een grote tentoonstelling in Saint-Etienne, en Cassina wilde ze graag in de cataloog."

De tafels dateren van 1953; ze waren bedoeld als bureaus voor studentenkamers. Pernette: "Maar eigenlijk kunnen ze in elke ruimte worden gebruikt. Ze zijn driehoekig, wat betekent dat je ze gemakkelijk in een hoek kunt plaatsen. In de context van vandaag vond ik dat interessant. We hebben steeds minder plaats om te leven."

Op de stand op de meubelbeurs van Milaan, waar designzaken hun bestellingen plaatsen, vlogen de tafels dit voorjaar de deur uit. "Houten meubilair is op dit moment erg populair", zegt Pernette. "Toen we in 2004 de eerste stukken heruitbrachten, was dat nog niet zo. Smaken veranderen, ook als het over heruitgaves gaat. Onze eerste tafel was van staal en die deed het tien jaar geleden bijzonder goed. Nu veel minder. Als we die houten bureautafels destijds hadden uitgebracht, zouden ze allicht minder succes hebben gehad. In het archief hebben we prachtige meubels in staalbuis, van voor de oorlog. Die zouden we maar al te graag in productie brengen, maar volgens Cassina is daar nu geen vraag naar. Erg is dat niet, we hebben zoals gezegd een brede waaier van ontwerpen. Charlotte heeft met staal gewerkt, met hout, met bamboe. Ze combineerde ook vaak materialen. Alles was mogelijk."

De Perriands volgen met de nodige interesse wat er reilt en zeilt in de designsector. "We lezen de woonbladen, we lopen rond op beurzen", zegt Barsac. "En we zien dat veel ontwerpers zich laten inspireren door Charlotte. Bij Vitra zagen we een nieuw boekenrek dat misschien geen kopie is, zover wil ik niet gaan, maar wel totaal geïnspireerd door Charlotte Perriand (van het Britse duo Barber Osgerby; JB). In 2002 hadden we al iets gelijkaardigs gezien met de hommage aan Charlotte van de broers Bouroullec, een plastic boekenkast, pff."

Hij kijkt verbouwereerd, bijna geërgerd.

"Ik heb niets tegen hommages aan Charlotte", zegt de dochter. "Maar dan alleen als zo'n meubel echt niets te maken heeft met wat zij zelf heeft gedaan. Kleine, sobere meubels zonder bling bling - fijn. Maar als de naam van Charlotte wordt misbruikt voor een meubel dat niet meer is dan een afgeleide van een van haar ontwerpen, nee, dan ga ik niet akkoord."

Het lot van de grootsten

"Kijk," zegt Jacques Barsac, "we weten allemaal hoe de meubelsector werkt. Fabrikanten zoeken naar producten die ze nog niet in hun gamma hebben, en dan zoeken ze een designer die zo'n meubel voor hen wil maken. Ze laten zich vaak leiden door bestaande klassiekers. Soms heb je de indruk dat er een advocaat bij staat om te zien hoever ze precies kunnen gaan om niet van plagiaat beschuldigd te worden. Hier op de beurs hebben we een aantal tuinstoelen gevonden die duidelijk kopies zijn van werk van Perriand, zij het een paar centimeter breder. Daar sturen wij dan een advocaat op af.

"Je kunt zo veel doen, er staat geen limiet op creativiteit. Natuurlijk kun je je klassiekers herbekijken, maar om dan iets te maken dat minder goed is? Anderzijds: imitatie is het lot van de allergrootsten. Die inspireren de anderen. Als je niemand inspireert, ben je misschien toch niet zo goed."

Naar aanleiding van het London Design Festival toont Cassina de installatie 'Charlotte Perriand, an icon of modernity'. Van 13 tot 22 september bij Cassina, 238-242 Brompton Road, Londen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234