Dinsdag 24/11/2020

De gipsy's vieren samen feest van Roemenië tot Indië

De enorme muzikale diversiteit van de zigeuners

Sinds het succes van Latcho Drom, de film die de odyssee van de zigeuners vanuit het verre Rajasthan doorheen Turkije, de Balkan, Frankrijk en Spanje tot het uiteinde van Andalusië in beeld bracht, wil men de zigeuners nog meer dan vroeger als één geheel zien, één volk. Daarbij maakt men abstractie van de enorme muzikale diversiteit, ontstaan door het assimilatievermogen van de zigeuners, die door de eeuwen heen de plaatselijke culturen absorbeerden en tegelijk een echte metamorfose lieten ondergaan. Ritmisch, melodisch en harmonisch zijn de verschillen tussen bijvoorbeeld de muziek in Rajasthan en die in Andalusië onvoorstelbaar groot. Toch wou Couleur Café al die richtingen doen samenvallen tot één lichtbundel, onder de algemene titel Time of the Gypsies. Het is een feit dat zigeuners makkelijk met elkaar verbroederen en samen feestvieren. Dat zeiden ons zowel onze nationale Amparo Cortés als het Russische zigeunertrio Loyko. Maar hoe zou het concreet vorm krijgen in die reuzentent?

De Indiërs - ex-Musafir, nu herdoopt tot Maharaja - openden de avond met een repetitieve zang op simpele ritmen. Ideaal om het publiek mee te krijgen. Dat klapte geestdriftig mee en herhaalde zelfs de gezongen frasen. Na een kwartiertje ruimden ze de plaats voor de Roemeense Taraf de Haïdouks, die op gejuich werden onthaald. Zij gaven niet één maar twee nummers: een meeslepend trieste song en een virtuoos violenduet.

Waren Taraf en Maharaja al vaker in ons land te zien, de flamencogroep Gitanos de Jerez kwam hier voor het eerst. De leider, gitarist Antonio Jero, had hier enkele jaren geleden zangers Rancapino en Mariana Cornejo op een korte tournee begeleid. Maar nu trad hij op aan het hoofd van een zelf samengestelde cuadro, voor het grootste deel eigen familieleden. Zijn neef Antonio begon veelbelovend aan een soleá, in een authentieke stijl die aan de grote Jerezaan Agujetas deed denken. Maar het publiek had er geen oren naar en het geroezemoes werd gejoel toen een danseres opkwam. Het onbereikbaar hoge podium belette je het voetenwerk te zien, maar niet getreurd: ondanks het complexe ritme van de soleá klapte de zaal enthousiast mee alsof ze voor een fanfare stond. Omdat een soleá in ritmische cycli verdeeld wordt, stopt een danser soms bruusk om het einde van zo'n onderdeel te onderstrepen. Zo deed ook danseres Cristina. Tot haar verbazing kreeg die eerste parada (stilstand) een oorverdovend applaus: men dacht dat het gedaan was. Nou, succes is succes, en de leider lachte gelukkig. Zijn percussionist zette de mensen zelfs aan om voorts in marsritme te klappen.

Onmiddellijk daarop zou de Roemeense brassband Ciocarlia de tent helemaal plat krijgen met haar vlugge tempo's en rijke klankkleur. Elf muzikanten die erop los bliezen en ook een danseres meehadden, dat kon niet stuk. De dans hierbij bestond vrijwel uitsluitend uit heupwiegen, wel prettig maar louter decoratief. Uit buurland Macedonië trad de fameuze Esma Redzepova aan, eerst in vol rood ornaat omhangen door glinsterende juwelen, daarna het hele hoofd bedekt met een zwarte doek, voor een treurlied dat even door merg en been ging. Even, want ook haar deelname duurde geen twintig minuten.

Maar alle groepen zouden nog eens aan bod komen. Maharaja eerst, nu met twee spectaculaire danseressen erbij: veel snel draaiende bewegingen, op zeker ogenblik ook op de knieën zodat ze over de vloer leken te zweven. De danseressen van de daaropvolgende flamenco-cuadro hadden zich wat feestelijker uitgedost, want ze leken grijze vogels naast de toiletten van Redzepova en de Indiase artiesten. Vanaf dan werd het een fusie tussen de verschillende groepen. Mogelijk gemaakt door veel ritmische simplificatie, veel aangehouden zangtonen, algemeen geldende dansbewegingen: iedereen kan toch heupwiegen, langzaam draaien met de armen in de lucht, je ritmisch voortbewegen. Vooral de flamenco moest inleveren. Er was geen concurrentie mogelijk met de volumineuze stem van Redzepova, met de vederlichtheid van de Indiase danseressen, met het klankvolume van de brassband: de akoestische flamencogitaar bleef wijselijk weg. En ook de zanger had niets meer in de pap te brokken. Het overwicht van de Balkan-artiesten bleek dan ook te overweldigend. De Roemeense brassband had geen moeite met landgenoten van Taraf de Haïdouks en buurland Macedonië. Wat iedereen samensmeedde, was het enthousiasme van de zaal en het talent dat elke zigeuner inderdaad bezit, waar hij ook vandaan komt: de gave om feest te vieren. (AF)

Wat iedereen samensmeedde, was het enthousiasme van het publiek

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234