Zaterdag 15/08/2020

De gezondste kranten ter wereld

The Wall Street JournalOpgericht: 1889Land: VSGemiddelde verkochte oplage: 2,08 miljoen per dag

Om begrijpelijke redenen zijn Jo Lernout en Pol Hauspie géén fan van The Wall Street Journal (de krant ontdekte wat L&H aan valse vennootschappen in Zuid-Korea had opgericht, wat uiteindelijk tot het faillissement zou leiden). Onterecht. De krant, opgericht in 1889 door de vennootschap Dow Jones, is inderdaad een dinosauriër, maar als geen ander heeft hij zijn weg weten te vinden in het huidige mediaklimaat. Nog altijd is The Journal, goed voor meer dan twee miljoen verkochte kranten per dag, het op één na grootste dagblad van de Verenigde Staten. Maar daarnaast heeft de bijhorende website, waarop tal van grote stukken staan, 900.000 abonnees. In tegenstelling tot bij alle andere nieuwssites betalen zij om de berichten te mogen lezen. Ze betalen véél zelfs, want wie geen krantenabonnement heeft, mag 115 dollar (86 euro) per jaar overschrijven. Maak de optelsom van inkomsten uit de lezersmarkt van zowel off- als online en je weet dat je goud in handen hebt als je beide aan je portefeuille kan toevoegen. Dat wist ook mediamogul Rupert Murdoch, die in de zomer van 2007 maar liefst vijf miljard dollar overschreef op de rekening van de familie Bancroft om eigenaar te worden van Dow Jones. Veel te veel geld, vinden heel wat mediabonzen, maar ze mogen niet vergeten dat 1) Murdoch en zijn bedrijf News Corp. het geld hadden en hij zichzelf dus niet tot over zijn oren in de schulden moest stoppen en 2) we toen in tempore non suspecto leefden.Gisteren maakte Murdoch de financiële resultaten voor het eerste kwartaal van dit jaar van News Corp. bekend. In alle takken van zijn bedrijf daalde de winst fors. Vanzelfsprekend. Maar Murdoch liet ook weten dat het ergste van de crisis op de advertentiemarkt volgens hem achter ons lag en dat hij duidelijk de eerste tekenen van beterschap merkt. Verder maakte hij bekend dat alle websites van alle kranten van News Corp. - en daarbij zitten ook The Times en The Sun in Groot-Brittanië - betalend worden, naar het voorbeeld van The Wall Street Journal. Of hoe een zogenaamde dinosauriër van exact 120 jaar oud de jonkies de weg op het internet moet tonen. En o ja, The Journal is ook nog eens een fantastische krant, die op elke pagina plaats reserveert voor headcuts, ofte getekende portretten van de mensen die in de stukken aan bod komen. Omdat tradities dienen om in leven gehouden te worden.

De op één na oudste krant uit dit rijtje is tevens de best verkochte. Meer dan 2,4 miljoen mensen, verspreid over verschillende landen in de wereld, kopen elke dag een krant die werd opgericht in 1838. Al heette ze toen nog The Bombay Times and Journal of Commerce. De huidige naam stamt uit 1861. De geschiedenis van de krant zegt bijna evenveel over de geschiedenis van het land waar ze heer en meester is, want bij de oprichting was ze bedoeld voor Britse kolonisten en vandaag staat ze symbool voor het moderne India, na China de snelst groeiende economie ter wereld. Twintig jaar geleden verkocht de krant nog een vierde van de huidige oplage, nu geeft ze werk aan Amerikaanse journalisten die in eigen land niet langer aan een goed betaalde job raken en in India, waar kranten booming business zijn, aan een tweede carrière beginnen. Meer zelfs, in 1996 verkocht The Times of India voor het eerst één miljoen exemplaren per dag. Vier jaar later, in 2000, was die oplage alweer verdubbeld tot twee miljoen. Je kunt je dus afvragen wat de limiet is, in een land met 1,14 miljard inwoners. Een reden van de bloei van de Indische kranten, waarvan The Times of India de verpersoonlijking, is dat steeds meer Indiërs leren lezen en Engels spreken. Bovendien is een internetverbinding in dat land lang niet wat het bij ons is. Earl Wilkinson, CEO van de International Newsmedia Marketing Association (INMA), zegt dan ook dat kranten in India zich geen zorgen hoeven te maken over moderne businessmodellen. Gewoon goede kranten maken, zo luidt de boodschap. Iets waar ze bij The Times of India in gespecialiseerd zijn.

Op zogenaamd hippe internetcongressen hoor je wel eens iemand de volgende flauwekul vertellen (of twitteren): kranten zijn dinosauriërs uit een verdwenen tijdperk. Dat soort mensen moet dringend via en of andere website het goedkoopste vliegtuigticket naar om het even welke Amerikaanse stad boeken. Zodra je daar bent aangekomen moet je de eerste de beste Starbucks binnenstappen en samen met een heerlijke groene thee een exemplaar van USA Today kopen. Vervolgens geniet je niet alleen van een weliswaar behoorlijk dunne en populaire maar tevens steengoede krant, maar ook van een piepjong fenomeen. USA Today werd in 1982 - het worldwide web bestond nog niet, maar radio en tv al wel - door Allen H. Neuharth, toen werknemer bij Gannett Company, gelanceerd. Zevenentwintig jaar later is Gannett Company het grootste krantenbedrijf en USA Today de meest verkochte krant van de Verenigde Staten. Op The Times of India na is het de meest verkochte Engelstalige krant ter wereld. Ten tijde van de lancering was het de eerste Amerikaanse krant die hoofdzakelijk in kleur gedrukt werd en die zich op het volledige land richtte.Nog altijd kun je ze voor één dollar op elke straathoek op de kop tikken, in een blauwe bus die de vorm van een tv heeft. In geen tijd slaagde USA Today erin The Wall Street Journal en The New York Times als grootste krant van het land voorbij te steken. De oplagecijfers van USA Today staan in de verste verte nog niet onder druk, al krijgt ook Gannett Company, zoals elk Amerikaans bedrijf, klappen van de crisis. De meest ingrijpende beslissing die het bedrijf echter tot dusver moest nemen was alle best betaalde werknemers twee weken op onbepaald verlof sturen. Als het dat maar is.

“Als kranten in de Verenigde Staten momenteel moeten vechten om te overleven, dan komt dat door een financieel probleem, niet door een probleem van de volledige sector.” Het zijn de woorden van John Cruickshank, uitgever van The Toronto Star. Dat is de grootste krant van Canada, waar het momenteel de wereld op zijn kop is. CTVGlobeMedia, een indrukwekkend media- imperium, verkocht onlangs nog twee tv-zenders voor welgeteld één dollar. Omdat het bedrijf ze anders toch zou sluiten. Nergens ter wereld lijken tv-zenders zo’n harde klappen te krijgen van de crisis als in Canada. Adverteerders laten hen momenteel massaal links liggen, terwijl ze nog altijd geloven in de kracht van kranten, die in combinatie met hun nieuwssites vaak een groter en bijna altijd een interessanter doelpubliek aanspreken. Daarom mogen ze zich bij CTVGlobeMedia in hun handen wrijven dat ze tevens eigenaar zijn van The Globe & Mail, een wondermooie krant die in 1936 is ontstaan uit een overname van The Mail and Empire door The Globe. De eerste had toen een oplage van 118.000 exemplaren, de tweede van 78.000 exemplaren. In Canada, waar ze wel iets weten over visvangst, werd die fusie toen omschreven als ‘de witvis eet de walvis op’. Drieënzeventig jaar en de komst van internet en tal van lokale concurrenten later verkoopt de krant uit Toronto ruim honderdduizend exemplaren meer dan ten tijde van de fusie. En terwijl de totale oplage van alle kranten in Canada met vijf procent daalde, bleef die van The Globe & Mail, na The Toronto Star de nummer twee, de voorbije jaren status quo.

In Vlaanderen is het vaak bon ton om neer te kijken op Het Laatste Nieuws, terwijl men vanuit de rest van de wereld, althans binnen de krantensector, vol bewondering het fenomeen komt bestuderen. Logisch ook. Op zogoed als elke krantenmarkt duiken de oplagecijfers van populaire titels de dieperik in. Vraag maar na in de hoofdkantoren van The Sun en Bild, waar ze al lang niet meer dezelfde cijfers halen als halfweg de jaren negentig. Bij Het Laatste Nieuws ging het net andersom. In 1989 kreeg Christian Van Thillo de leiding over het familiebedrijf De Persgroep. Hij benoemde Jaak Smeets en Paul Daenen tot hoofdredacteur. Zij sloegen niet de weg in van de Duitse of Britse populaire titels, maar kozen ervoor om het bloed van de voorpagina’s te vegen en uit te pakken met - hoofdzakelijk - relevant maatschappelijk, politiek, economisch, sportief en entertainmentnieuws, geschreven door journalisten die weten hoe ze dingen op een voor iedereen toegankelijke manier moeten uitleggen. Vanaf dat moment zouden de verkoops- en lezerscijfers jaar na jaar stijgen, met uiteindelijk een verkochte oplage van tegen de 290.000 en één miljoen lezers (vergelijk die cijfers eens met de rest uit dit lijstje, en vergelijk dan ook eens de grootte van de thuismarkt). In die periode kende ook De Standaard een flinke groei. Nadien volgde De Morgen. De andere Vlaamse kranten kregen het moeilijker, maar de stijgers, met Het Laatste Nieuws op kop, zorgen er tot op vandaag voor dat de totale krantenmarkt in Vlaanderen maar zeer lichtjes achteruitgaat en nog altijd ongeveer even groot is als eind jaren tachtig, toen het internet nog niets meer was dan speelgoed van het Amerikaanse leger. Bij Het Laatste Nieuws heeft men zeer lang dat internet gelaten voor wat het was. Toen de kat genoeg uit de boom gekeken was, lanceerde Van Thillo een website waarop niet de hele krant wordt gezwierd, maar die wél een eigen smoel heeft en in geen tijd uitgroeide tot marktleider. Bovendien was die vorig jaar al op weg om winst te maken, tot eerst Lehman Brothers en daarna alle andere banken ter wereld daar een stokje voor staken.De Vlaamse kranten behouden in deze crisis hun lezersaantallen, maar de tegenvallende inkomsten uit advertenties en merchandising zorgen toch voor een storm in de sector. De Morgen, De Standaard en Het Nieuwsblad hebben zware herstructureringen achter de rug of zitten er nog altijd middenin. Bij Concentra, uitgever van Het Belang van Limburg en Gazet van Antwerpen, ligt een plan voor vijf procent loonsverlaging op tafel en zijn in alle stilte een paar ontslagen doorgevoerd. En bij Het Laatste Nieuws? Geen probleem, zo lijkt het. Een aantal tijdelijke contracten zijn niet verlengd, maar verder lijkt er weinig onrust bij de grootste krant van het land.

Wie Washington Post zegt, zegt Watergate, de reeks artikelen waarmee journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein een schandaal binnen de Republikeinse partij konden blootleggen en daarmee president Richard Nixon ten val brachten. Maar wie Washington Post zegt, zou ook Katharine Graham moeten denken. Toen haar echtgenoot Philip Graham, uitgever van de krant, in 1963 zelfmoord pleegde, nam zij het van hem over en werd ze niet alleen de eerste vrouwelijke krantenuitgever ter wereld, maar ook een van de beste ever. Dat ze samen met de legendarische en toenmalige hoofdredacteur Benjamin Bradlee de reeks over Watergate toeliet, toen van alle kanten enorme druk op haar werd uitgeoefend, is een bijna even grote verdienste op zich als het werk dat de twee journalisten verricht hebben. Het heeft ervoor gezorgd dat de Washington Post een naam als een klok werd en in de loop der jaren tal van toptalenten kon aantrekken die dan ook verschillende Pulitzerprijzen gewonnen hebben. Een van hen is huidig hoofdredacteur Marcus Brauchli.Vandaag is de situatie van de Washington Post te vergelijken met die van de Vlaamse kwaliteitskranten. Het dagblad uit de Amerikaanse hoofdstad roeit met de middelen die het heeft om het moeilijke crisisjaar heelhuids door te komen. De Washington Post Company, het bedrijf achter de krant die ook het tijdschrift Newsweek uitgeeft, meldde voor het eerste kwartaal van dit jaar een verlies van 19 miljoen dollar. Dat was hoofdzakelijk te wijten aan de advertentie- inkomsten, die met dertig procent gedaald zijn. Een jaar eerder maakte het bedrijf nog 39 miljoen dollar winst, en het is niet zo dat de Post of Newsweek in een jaar tijd zoveel slechter zijn geworden. Veel belangrijker op langere termijn is dat de oplage van de Washington Post de voorbije jaren nauwelijks nog gedaald is. En dat kunnen niet veel Amerikaanse collega’s zeggen.

Tachtigduizend verkochte exemplaren, zoveel moest nrc.next na twee jaar dagelijks halen, toen de hippe ochtendkrant in maart 2006 voor het eerst van de drukpersen rolde. Die ambitie is niet verwezenlijkt, maar dat neemt niet weg dat de kleine zusterkrant van NRC Handelsblad nog altijd wereldwijd geroemd wordt als dé krant van de toekomst. Want wat wel lukte is dat nrc.next recht in de doelgroep schoot die ze voor ogen hield: jongvolwassenen, waarvan velen zeiden dat ze niet meer in kranten geïnteresseerd zouden zijn. Het blijft moeilijk om nrc.next in Vlaanderen op de kop te tikken, maar wie daar wel in slaagt, zal vooral een krant zien die moeilijke onderwerpen verpakt in verschillende stukken en ze presenteert in een fantastisch mooie vormgeving. Voor je geld krijg je geen dikke krant waarbij je na een treinrit van een halfuur nog altijd amper aan pagina vijf gekomen bent, maar wel een krant die het mogelijk maakt om in dat tijdsbestek op de hoogte te zijn van het belangrijkste nieuws van die ochtend. “Wij zijn een krant die tijd bespaart”, zei voormalig redactiechef Hans Nijenhuis daarover anderhalf jaar geleden in De Morgen.We kozen nrc.next in dit lijstje, maar net zo goed hadden we alle andere titels van de Nederlandse uitgeverij PCM kunnen nemen. Behalve eentje: het Algemeen Dagblad. Bij die krant wordt momenteel door de nieuwe, Belgische eigenaar De Persgroep, uitgedokterd hoe ze opnieuw rendabel gemaakt kan worden. Elk moment kan daar dan ook een grote schoonmaak-operatie worden aangekondigd. Maar alle andere titels die door Christian Van Thillo werden gekocht - de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw - zijn voorbeelden van ukerngezonde kranten die eigendom waren van een bedrijf dat dat niet meer was. Dat kwam omdat PCM zichzelf door verschillende overnames vol schulden had gestoken en daarna nog eens in zee ging met een Brits durfkapitaalfonds dat de put nog dieper maakte. De titels van PCM bewijzen dat ze zichzelf in dergelijke omstandigheden weinig zorgen moeten maken, zolang ze zelf maar een mooi publiek en een gezonde structuur hebben. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de Amerikaanse kranten The Los Angeles Times en The Chicago Tribune. Op zichzelf genereren ze winst, maar het moederbedrijf Tribune Company vroeg ondertussen wel bescherming tegen een bankroet aan, omdat investeerder Sam Zell het opkocht voor acht miljard dollar, dat hij vervolgens ging gaan lenen.

Vraag maar raak bij elke journalist die graag in buitenlandse dagbladen grasduint en zowat allemaal zullen ze The Guardian vernoemen in hun top drie van favoriete kranten wereldwijd. De Britse krant introduceerde in navolging van Die Tageszeitung en Le Monde het Berliner-formaat, dat vandaag ook wordt gebruikt door De Morgen en Het Laatste Nieuws, en vult zijn kolommen met prachtig geschreven stukken. Vooral liefhebbers van wervelende literatuur en voetbal kunnen elke dag hun hart ophalen als ze in The Guardian het reilen en zeilen van de Premier League volgen. Dat betekent niet dat het de krant, die in 1821 als The Manchester Guardian opgestart werd, voor de wind gaat. In januari van dit jaar verkocht ze vijf procent minder exemplaren dan een jaar eerder en eigenlijk is de krant al zijn leven lang verlieslatend. Normaliter hoort ze dan ook niet in dit lijstje thuis, maar in het licht van de crisis mag het, want The Guardian komt nu niet meer of minder in zwaar water terecht. Dat kan zijn voornaamste concurrent The Independent niet zeggen. Die kampt met een schuldenberg van 200 miljoen euro en kan de rekening niet vereffenen. En vooral: The Guardian heeft een fantastische website met een interessant businessmodel. Alle stukken uit de krant - en zelfs nog een pak meer - zijn er gratis op te lezen. Je kunt ze doorsturen via alle kanalen die je kunt bedenken, van Facebook tot Twitter, of op je eigen site overnemen, maar altijd verhuizen de advertenties die eraan vasthangen mee. Dat betekent dat de krant - of beter: de site - zijn adverteerders veel meer bereik kan geven dan op zijn site alleen.

In november vorig jaar werden in Frankrijk twee sportkranten gelanceerd: Le 10 Sport en Aujourd’hui Sport. Wie ons kan uitleggen waarom dat is gebeurd als kranten met uitsterven zijn bedreigd, mag altijd langskomen. De enige reden waarom beide sporttitels in de markt zijn gezet, is omdat tal van uitgevers in Frankrijk stikjaloers zijn op het succes van L’Equipe, de meest verkochte krant van het land.Toen Frankrijk in 1998 wereldkampioen werd, verkocht L’Equipe de volgende dag zelfs 1,6 miljoen exemplaren.Mogelijk verklaart dat laatste meer nog dan de komst van het internet of die van nieuwe concurrenten de tegenvallende cijfers van L’Equipe de jongste jaren. De oplage zakte in 2007 met 7,8 procent en vorig jaar met 3,6 procent, maar de krant is dan ook in eerste instantie bedoeld voor liefhebbers van voetbal, wielrennen en rugby. Ze doet het goed als de Franse nationale ploeg en het Franse voetbal het goed doen, ze doet het slecht als het omgekeerde het geval is. Sinds de Europese titel in 2000 hebben Les Bleus op geen enkel tornooi nog een platte prijs gewonnen en met het pensioen van Zidane is de grootste Franse voetballer aller tijden niet langer op de velden te bespeuren. Sylvain Chavanel is een verdienstelijk wielrenner, maar de nieuwe Bernard Hinault is nog lang niet in zicht.De daling van de cijfers zorgt ervoor dat voor het eerst sinds de jaren zestig Marie-Odile Amaury, eigenares van het bedrijf achter de krant, zich begint te bemoeien met de redactievloer, nadat vorig jaar le directeur général, le directeur des rédactions en le directeur de la rédaction bijna gelijktijdig opstapten. Vorige week nog werd een nieuwe hoofdredacteur benoemd. Reden genoeg voor Le Monde om prompt een groot verhaal over de problemen bij L’Equipe te publiceren. Over slechte financiële resultaten werd echter met geen woord gerept, omdat daarover ook niets te vertellen vertelt. Nog een geluk voor Le Monde dat L’Equipe enkel over sport schrijft, en niet over kranten. Want als de rollen omgedraaid waren, had het verhaal er nog een pak donkerder uit gezien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234