Vrijdag 18/06/2021

GetuigenissenCovidpatiënten

De gezichten van de derde golf: ‘Plots lig je kortademig op de Covidafdeling en hoest je de longen uit je lijf’

De gezichten van de derde golf. Van links naar rechts Ilse Degreef, Francis De Donder, Jean-Pierre Van Damme en Koen Ottevaere.  Beeld Joel Hoylaerts / Photo News / Geert De Rycke
De gezichten van de derde golf. Van links naar rechts Ilse Degreef, Francis De Donder, Jean-Pierre Van Damme en Koen Ottevaere.Beeld Joel Hoylaerts / Photo News / Geert De Rycke

Wie de beelden zag van de spontane carnavalsstoet door Brussel, zou zweren dat het coronavirus in ons land bezworen is. Tuurlijk is niets minder waar. Cijfers liegen niet, in onze ziekenhuizen staan de knipperlichten opnieuw op rood. En de Covidpatiënten van vandaag hebben duidelijk een ander profiel dan tijdens de eerste en tweede coronagolf.

De patiënten vandaag zijn jonger, lijken veel zieker te zijn en velen waren kerngezond, voordat de razendsnelle mutanten kwamen aankloppen. “Ik sport elke dag. En plots lig je dan kortademig op de Co­vidafdeling en hoest je de longen uit je lijf.”

Ilse Degreef (48) uit Boutersem, handchirurg: “Ik stond op het punt om mijn tweede prik te krijgen, toen ik besmet raakte”

Ilse Degreef (48) Beeld Joel Hoylaerts / Photo News
Ilse Degreef (48)Beeld Joel Hoylaerts / Photo News

Dat de Britse virusvariant als een razende ­tekeergaat én ook jongere mensen treft, daar kan handchirurg Ilse Degreef — ooit nog te zien in de tv-serie ‘Topdokters’ — van mee­spreken. “In een dag tijd waren onze drie ­tienerkinderen en ikzelf besmet, alleen mijn oudere echtgenoot bleef gespaard.” En zeggen dat Ilse Degreef drie weken voor ze ziek werd al voor een eerste keer was ingeënt.

“De 9de maart testte mijn 15-jarige zoon positief — naar alle waarschijnlijkheid liep hij het virus op op school — en diezelfde dag bleken ook ikzelf en onze twee andere kinderen van 13 en 18 besmet”, vertelt professor Ilse Degreef, verbonden aan het UZ Leuven. “Het rare is: ik ben altijd het meest bang geweest voor mijn echtgenoot, die 64 is, wat gezondheidsproblemen heeft en dus tot de risicogroep behoort. De kinderen en ik hebben hem thuis al heel de crisis door zo goed mogelijk beschermd, want ‘papa mag absoluut niet ziek worden’. En net hij is nu de enige van ons gezin die negatief is gebleven. Gelukkig maar. Want je weet niet of hij een coronabesmetting zou overleven.”

“Ik weet nog dat mensen zeiden: ‘Oh, maar jij zal er wel niet ziek van worden, want je bent al een eerste keer gevaccineerd.’ Niet dus. Vier ­dagen na mijn positieve test ben ik er écht goed ziek van geworden: spierpijnen, koorts, veel hoofdpijn, diarree, gevoelsverlies in mijn hand, smaakverlies, enorme hoestbuien, neus en oren die potdicht zaten. Ook de kinderen hadden al heel snel hoofdpijn en bij hen deed het hoesten ook echt pijn, wat bij mij niet het geval was. Maar ik heb van dat felle hoesten nog geen enkele nacht kunnen slapen. Wat me écht heeft verbaasd, is dat ik een week na de diagnose een enorm verlies aan kracht voelde. Terwijl ik geloofde dat ik al out of the woods was. Toen heb ik wel even gedacht: ‘En wat als het hier fout ­afloopt met mij?’ Ik wilde per se blijven telewerken, maar er waren dagen dat ik mij zo moe voelde dat ik mijn bed niet uit kon. Die vermoeidheid is pas sinds zaterdag een béétje verbeterd, maar ik heb dat nog al gezegd en dan lag ik ’s anderendaags alweer helemaal plat. Dit blijft, vrees ik, nog een hele tijd in de kleren ­zitten.”

Patiënten wachten

Haar eerste Pfizer-vaccinatie kon duidelijk niet voorkomen dat ze ziek werd: is ze daar niet van geschrokken? “Ik denk dat er daarover nog te weinig studies bekend zijn”, zegt ze. “Ik stond net op het punt om mijn tweede prik te krijgen, toen ik besmet raakte. Ergens las ik dat de eerste Pfizer-vaccinatie voor 50% bescherming biedt, dus dan is het erop of eronder, hé. Ik weet ook niet of ik nog zieker zou zijn geweest, mocht ik dat eerste vaccin niet hebben gehad. Ik weet één ding: ik ben er serieus ziek van geweest. De kinderen zijn intussen goed genezen. En al voel ik mij nog slap, ik hoop vandaag weer aan het werk te kunnen in het ziekenhuis. Mijn patiënten wachten, hé.”

Escaleren

De professor, die nog nasaal klinkt, ervaart de Britse mutant als een serieuze aanval op het lichaam. En als enorm besmettelijk. “Ineens ken ik precies wel véél mensen die besmet zijn en met wie we niet in contact zijn geweest”, zegt ze. “Mijn broer van 49 — ook kerngezond voorheen — is ziek, mensen van een paar straten verder hebben het te pakken, net als jonge ­collega’s en assistenten in opleiding. Waarom rapen nu zoveel mensen op hetzelfde moment dat virus op? Omdat die enorme besmettelijkheid van de Britse variant niet te ontkennen valt. In het UZ Leuven moeten we nu ook alweer een deel van de reguliere zorg uitstellen om plaats te ruimen voor Covidpatiënten. We zijn erg bezorgd, ja. Want het kan nu heel snel ­escaleren, zoals we dat ook bij de eerste en tweede golf zagen. Ik kan dus niet genoeg ­benadrukken hoe belangrijk het blijft om de afstandsregels te volgen, mondmaskers te dragen, je te laten testen bij symptomen en om nog even vol te houden. Doen we dat niet zolang er nog geen immuniteit is onder de bevolking, dan crashen we compleet en komen ziekenhuizen voor ethische beslissingen te staan. Met overheidsmaatregelen zoals in de trein uitsluitend nog aan het raam te gaan zitten, helpen we deze nieuwe opstoot niet de wereld uit.”

Veertiger Francis De Donder uit Zele, sportschepen: “Als sinds tienerjaren eet ik gezond, en toch werd ik geveld”

Francis De Donder, schepen van Sport in Zele. Beeld Photo News
Francis De Donder, schepen van Sport in Zele.Beeld Photo News

“Ik dacht dat ik wel één van de laatsten zou zijn die corona konden krijgen. Ik leef al sinds mijn tiener­jaren volgens de leuze ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’. En toch heeft dat virus mij geveld.” Aan het woord is Francis De Donder, een veertiger en sportschepen in Zele.

Hij testte vorige week maandag positief op corona en kan letterlijk geen zin uitspreken zonder fel te moeten hoesten. “Al een paar dagen daarvoor voelde ik over heel mijn ­lichaam pijnen”, vertelt Francis, die alleenstaand is en zijn 15-jarige zoon Nicolaï week om week bij zich heeft. “Ik voelde mij toen ook al enorm krachteloos, alsof ik niet ­stabiel op mijn benen kon staan en letterlijk zou kunnen omvallen, als iemand mij een duwtje zou geven. Ik dacht dat het wel voorbij zou gaan. Maar vorige maandag, ik zat op het gemeentehuis, voelde ik mijn hart ineens enorm hard tekeergaan. Ik bleek een hartslag van liefst 172 te hebben. Zeer alarmerend, want ik zat gewoon neer, was helemaal niks van inspanning aan het doen. Ik ken mijn hart supergoed: in rust heb ik normaal een hartslag van ongeveer 55, één van 170 enkel wanneer ik tien ­kilometer hardloop met bijna 14 km/uur. De huisarts verwees me direct door naar de spoed, ik mocht al niet meer zelf naar het ziekenhuis rijden, maar moest me laten brengen. Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘Ga ik dit wel overleven?’”

“Het verdict van Covid kwam als een regelrechte mokerslag”, vervolgt de schepen. “Al van in mijn tienerjaren leef ik gezond. Elke dag veel fruit en groentjes, ik drink weinig alcohol, heb nog nooit een sigaret gerookt. En ik sport enorm veel. Ik boks twee à drie keer per week, doe drie tot vier keer per week aan hardlopen en één keer per week speel ik tennis. En plots lig je dan kortademig op de ­Covidafdeling en hoest je de longen uit je lijf. Na drie dagen ben ik uit het ziekenhuis ontslagen, sinds donderdag ben ik terug thuis. En zoals je kan horen, ben ik nog altijd heel zwak. Dat hoesten — bij het minste wat ik zeg — is het meest irritante. Heel pijnlijk aan de longen ook. Wanneer ik mij in bed verleg en ik voel het hoesten opkomen, durf ik soms zelfs geen millimeter te bewegen om die hoestbui te proberen onderdrukken. De vermoeidheid vind ik ook vreselijk. Ik kon voorheen uren aan een stuk lezen, nu val ik na amper een kwartier al boenk in slaap. Een paar passen in huis en ik moet al gaan zitten of zelfs liggen. Ik doe niks anders. Oersaai. En enorm confronterend voor ­iemand als ik.”

Maanden revalideren

“Mijn zoon is ook positief getest, gelukkig heeft hij er nul komma nul last van. Hij kookt elke dag voor ons en helpt mee waar hij kan. Ik moet ook zeggen dat men in nood zijn vrienden leert kennen. Ik krijg enorm veel hulp aangeboden, zelfs van mensen van wie ik het niet had verwacht. De ene gaat naar de bakker, de andere naar de supermarkt of de apotheek: hartverwarmend. Mijn arts heeft gezegd dat mijn ­revalidatie weleens maanden zou kunnen duren. Ik mag nog van geluk spreken dát ik zo gezond was. Want hoe was het anders afgelopen?”

Koen Ottevaere (53) uit Deerlijk, sales-verantwoordelijke: “Zelfs geen kracht om m’n tanden te poetsen”

Koen Ottevaere (53) uit Deerlijk. Beeld Photo News
Koen Ottevaere (53) uit Deerlijk.Beeld Photo News

Drie weken nadat Koen Ottevaere uit Deerlijk besmet raakte met de Braziliaanse variant en vier dagen in het Kortrijkse AZ Groeninge lag met ademnood, hangt hij nog altijd in de touwen. “Het meest verschietachtige? Dat je zelfs de kracht niet hebt om je tanden te poetsen.”

“Ook mijn 53-jarige echtgenote en onze dochter van 16 zijn besmet geraakt”, vertelt Koen, sales-verantwoordelijke voor een schoenenmerk, met hese stem aan de telefoon. “Alle drie kerngezond en supervoorzichtig geweest. Onze dochter heeft er gelukkig het minst last van gehad. Maar mijn vrouw en ik voelen ons tot op vandaag ontzettend moe. We hebben zaterdag voor het eerst in die drie weken een wandeling van vijf minuten gemaakt, ­langer mocht het echt niet duren. We ­hebben er gewoon de kracht niet voor. Diep ademhalen blijft lastig.”

Als een dweil

“Mijn vrouw en ik hebben het al een paar keer tegen elkaar gezegd, dat we in ons leven nog nooit zo ziek zijn geweest. Het is alsof dat virus je omverblaast. Nu gaat het al wat beter, al moeten we nog veel rusten. Maar die eerste twee weken stroomde alle energie weg bij het minste wat we deden. Ik had zelfs de kracht niet om mijn tanden te poetsen of te douchen. Je voelt je een dweil, sleept jezelf van de zetel naar het bed. Op den duur was ik zo verzwakt dat ik vier dagen in het ziekenhuis heb moeten liggen om extra zuurstof te krijgen. Schrikken, ja. Al mag ik van geluk spreken dat mijn situatie nooit levensbedreigend is geweest. En al is de zin om te eten teruggekomen, mijn vrouw en ik kunnen nog altijd niets smaken of ruiken. Of ik nu een peer eet, een komkommer of een stuk vlees: het smaakt hetzelfde. Ik snap nog altijd niet dat dat virus je zo lang in de greep kan houden.”

Jean-Pierre Van Damme (58) uit Zele, bakker: “Als mijn zoon er niet was geweest, was ik doodgegaan”

Jean-Pierre Van Damme (58) uit Zele. Beeld Geert De Rycke
Jean-Pierre Van Damme (58) uit Zele.Beeld Geert De Rycke

In 35 jaar tijd had hij zijn winkel nog geen dag moeten sluiten ­wegens ziekte, tot de Britse variant hem begin februari bezocht. “Had mijn zoon mij niet gevonden in bed, dan was ik dood geweest”, zegt ­bakker Jean-Pierre Van Damme, die twaalf dagen in coma lag en vandaag nog altijd de gevolgen draagt.

“Al die jaren als zelfstandige veertien tot zestien uur per dag gewerkt, nooit eerder ziek geweest, op hier en daar een verkoudheidje na”, vertelt Jean-Pierre, zo gelukkig dat hij het nog kan vertellen. “Ik was kern­gezond, echt. Ik kon wel niet zeggen dat ik mager was, maar als dik — ik woog 94 kilo en ben 1m74 — zou ik mij nu toch ook niet hebben bestempeld. De eerste dagen met Covid, de Britse variant, heb ik thuis nog uitgeziekt. Al was ik erg grieperig, ik had niet het gevoel dat ik op sterven lag. Maar ik mag van veel geluk ­spreken dat mijn 29-jarige zoon Jorn, die naast mij woont, in de ochtend van 12 februari op mijn kamer poolshoogte is komen nemen. Hij was gealarmeerd omdat ik nog niet was opgestaan. En daar lag ik, al half bewusteloos. Ik heb nog juist tegen hem kunnen zeggen: ‘Bel de 100.’ Zonder hem was ik nu dood.”

Doel: open met Pasen

De bakker werd in het UZ Gent meteen in een kunstmatige coma ­gebracht, zijn overlevingskansen waren klein. “Ik heb twaalf dagen in een coma gelegen”, gaat hij verder. “Toen ik ontwaakte, overviel mij een enorme angst. Ik dacht dat het fout zou aflopen met mij. Ik kon niets meer, ik wist niet waar ik was, ik wist niet meer wie ik was. Volgens de dokters heb ik het doorstaan omdat ik gezond was en omdat ik met die taaie job van mij altijd veel door­zettingsvermogen heb gekweekt. Ik heb nog een week in het ziekenhuis gelegen, vervolgens twee weken gerevalideerd en sinds vorige week donderdag ben ik eindelijk thuis.”

Hij loopt nog op krukken, omdat het virus de spieren van het zwakste onderdeel van zijn lichaam — zijn knie — hard heeft aangetast. “Als ik nog maar een fles probeer open te draaien, bibberen mijn handen”, zegt Jean-Pierre, die in drie weken tijd 15 kilo verloor en nog erg vermoeid is. “Maar hoe moeilijk het ook zal gaan, ik wil mijn winkel tegen Pasen heel graag weer opendoen. Mijn zoon zal me daar zoveel mogelijk bij helpen. Het moét lukken. Ik zit al twee maanden zonder inkomen en ook: mijn bakkerij is mijn levenswerk.” De tranen staan hem in de ogen. “Ja, ik ben veel gevoeliger geworden, ik ween sneller. Omdat ik zo bang ben geweest en ik zo enorm veel dankbaarheid voel dat ik deze nachtmerrie heb kunnen overleven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234