Zondag 14/08/2022

GetuigenissenZorgsector

De gezichten achter de personeelsuitval in de zorg: ‘We zorgen voor onszelf, want het ziekenhuis doet het niet’

null Beeld Wouter Maeckelberghe
Beeld Wouter Maeckelberghe

De vijfde coronagolf is achter de rug, maar in de zorgsector is de rust nog niet teruggekeerd. Steeds vaker laten huisartsenposten en ziekenhuizen weten dat ze met personeelstekorten kampen. Vier zorgmedewerkers vertellen waarom ze een ander pad kozen.

Paul Notelteirs

Verpleegkundige Julie Vanaudenaerde (31): ‘We zorgen voor onszelf, want het ziekenhuis doet het niet’

“Aan het begin van mijn carrière was dit werk leefbaar, maar de sector is de afgelopen jaren sterk veranderd.” Tot eind vorig jaar werkte Vanaudenaerde als verpleegkundige op de afdeling locomotorische revalidatie in het AZ Damiaan. Mensen die protheses kregen, botten braken of van wie ledematen geamputeerd werden, kunnen er terecht om fysiek op krachten te komen. Vanaudenaerde stond ze tien jaar lang zo goed mogelijk bij, al kostte dat steeds meer moeite. De werkdruk in het ziekenhuis werd de laatste jaren steeds hoger.

Julie Vanaudenaerde verliet de zorg voor de horeca. “Er is een last van mijn schouders gevallen.” Beeld Wouter Maeckelberghe
Julie Vanaudenaerde verliet de zorg voor de horeca. “Er is een last van mijn schouders gevallen.”Beeld Wouter Maeckelberghe

“Patiënten moesten steeds sneller verzorgd worden. Dat maakte dat je minder tijd had om hen in de watten te leggen of om bijvoorbeeld een praatje te maken. Terwijl ze daar op psychologisch vlak vaak nood aan hadden.”

Voorts merkte Vanaudenaerde op dat ze naast haar reguliere takenpakket steeds meer tijd voor administratie moest vrijmaken en ondervond ze fysieke problemen door de werkdruk. “Vroeger werkten we vaak met twee verpleegkundigen in eenzelfde kamer, waardoor we bijvoorbeeld samen een patiënt uit bed konden tillen. De laatste jaren deden we dat vaker alleen, maar daar betaalden we op lichamelijk vlak een prijs voor. Toen ik een hernia in mijn nek kreeg, wist ik al dat ik deze job niet tot aan mijn pensioen zou volhouden.”

De pandemie woog zwaar op Vanaudenaerde en haar collega’s van de dienst locomotorische revalidatie. Ze gingen namelijk in op de vraag van de ziekenhuisdirectie om samen naar de corona-afdeling over te stappen. “We hebben daar veel meegemaakt en op mentaal vlak was het niet altijd even eenvoudig. Bij het begin van de crisis voelde het bijvoorbeeld alsof we aan ons lot werden overgelaten. Niet alle artsen durfden naar de afdeling af te zakken omdat ze bang waren om zelf besmet te raken.”

Naarmate er meer tijd verstreek, maakte de angst bij een deel van het zorgpersoneel plaats voor vermoeidheid. De verschillende coronagolven leidden in combinatie met de toegenomen werkdruk door de uitgestelde zorg tot heel wat personeelsuitval. “Als verpleegkundigen beseften we zo dat we voor onszelf moesten zorgen omdat onze werkgever het niet in onze plaats zou doen.”

Voor Vanaudenaerde was de coronacrisis de druppel die de emmer deed overlopen. In de herfst van vorig jaar besliste ze om uit de sector te stappen. Sinds januari verzorgt ze de administratieve taken voor het restaurant dat haar partner uitbaat. “Er is een last van mijn schouders gevallen. Ik hoef geen nachtdiensten meer te draaien en ben ook tijdens de weekends vrij zijn. Zo kunnen mijn vriend en ik de zorg voor onze kinderen makkelijker organiseren.”

Vanaudenaerde houdt een slag om de arm, maar verwacht niet dat ze nog naar de zorgsector zal terugkeren. “De druk ligt er simpelweg te hoog. Als de overheid de job voor jonge talenten aantrekkelijker wil maken, moet er meer geld vrijgemaakt worden om personeel aan te werven.”

Huisarts Herwig Van Asch (67): ‘Het werd te gevaarlijk om als zestiger nog te werken’

Als huisarts in de Vlaams-Brabantse gemeente Steenokkerzeel werkte Van Asch veertig jaar lang zestig à zeventig uur per week. Een hels tempo dat hij uit liefde voor de stiel wilde aanhouden toen hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. “Ik nam mezelf voor dat ik zou blijven werken zolang ik er plezier uit haalde, maar tijdens de coronacrisis was dat niet langer het geval.”

Herwig Van Asch: “We krijgen geen extra verloning om die administratieve taken uit te voeren.” Beeld Wouter Maeckelberghe
Herwig Van Asch: “We krijgen geen extra verloning om die administratieve taken uit te voeren.”Beeld Wouter Maeckelberghe

Zo maakte Van Asch de afgelopen decennia bewust mee hoe de digitalisering zijn job grondig veranderde, maar sloeg de slinger tijdens de eerste coronagolf in maart 2020 volgens hem wel erg ver door. “Het was bijna onmogelijk om patiënten in levenden lijve te ontvangen, en voorschriften moesten digitaal naar assistenten of apothekers doorgestuurd worden. Toen we even later ook de administratie rond coronatesten moesten regelen, had ik het gevoel dat ik bijna de hele dag voor mijn computer zat.” Het gebrek aan contact met zijn patiënten zorgde er mee voor dat Van Asch in 2020 zijn doktersjas definitief aan de haak hing.

Meer dan een jaar later blikt Van Asch tevreden terug op zijn carrière. Hij mist de vele sociale contacten die bij zijn functie hoorden, maar is ook opgelucht dat hij zijn eigen gezondheid niet langer op het spel hoeft te zetten om voor anderen te zorgen. Het inzicht dat hij zelf gevaar liep kwam pas toen longarts Eva Van Braeckel (UZ Gent) op televisie vertelde dat ze bezorgd was dat haar vader als huisarts besmet zou raken. In zijn praktijk beschikte hij namelijk niet over de beschermende infrastructuur die zij in het ziekenhuis wel kreeg.

“Ik besefte toen dat ik in hetzelfde schuitje zat als haar vader, want tijdens de eerste maanden was het gevaarlijk om te werken. Als zestiger liep ik een hoger risico om na een coronabesmetting in het ziekenhuis te belanden of te sterven.” Op die manier werd ook de acute dreiging van het virus een element binnen zijn job waar Van Asch zich steeds minder comfortabel bij voelde.

Van Asch is niet de enige huisarts die de laatste jaren besloot om zijn job op te geven. Het Agentschap Zorg en Gezondheid geeft aan dat drie op de vier Vlaamse gemeenten huisartsarm zijn. Dat betekent dat er minder dan 9 huisartsen zijn per 10.000 inwoners.

Van Asch is niet verbaasd dat veel medisch geschoolde jongeren voor een ander beroep kiezen. Wie niet in een groepspraktijk werkt, heeft het volgens hem bijzonder moeilijk om tijd vrij te maken voor een gezin. Daarnaast wijst hij op een standaardisering van de stiel waarbij er binnen de praktijken steeds meer inmenging is van de overheid. Zij zien bijvoorbeeld sterker toe op de administratie en welke voorschriften patiënten meekrijgen.

“We krijgen geen extra verloning om die administratieve taken uit te voeren en het gaat vaak om werk dat eigenlijk overbodig is. Zo is het nodig om elk jaar een terugbetaling voor medicatie tegen diabetes aan te vragen bij het ziekenfonds, terwijl dat een chronische aandoening is. Zulke taken sterken me in de overtuiging dat huisartsen te veel op de vingers gekeken worden.”

Verpleegkundige Bianca Vanderveken (34): ‘Voortdurend puzzelen om mijn kinderen bij anderen onder te brengen’

Als jonge twintiger was Vanderveken overtuigd dat ze haar job als verpleegkundige op de kinderafdeling van het UZ Leuven altijd zou volhouden. Veranderingen binnen de sector en in haar persoonlijk leven maakten echter dat ze het steeds moeilijker kreeg om haar taken nog uit te voeren. In de eerste plaats steeg de werkdruk en kregen Vanderveken en haar collega’s plots veel meer administratieve opdrachten.

Bianca Vanderveken staat nu voor de klas. “Ik moest een deel van mijn loon afstaan, maar dat is het waard.” Beeld Wouter Maeckelberghe
Bianca Vanderveken staat nu voor de klas. “Ik moest een deel van mijn loon afstaan, maar dat is het waard.”Beeld Wouter Maeckelberghe

“Dat leidde ertoe dat het moeilijker werd om voldoende tijd voor de concrete zorg voor patiënten vrij te maken.” Door die praktische problemen ontstond een systeem waar Vanderveken zich niet comfortabel bij voelde. Bovendien merkte ze tijdens iedere shift de gevolgen van het aanslepende personeelstekort binnen de zorg. “Wanneer we invielen op de afdeling voor volwassenen moesten we soms met twee verpleegkundigen voor een hele gang met patiënten zorgen. Dat was bijna onhaalbaar.”

Vanderveken stelt dat een job in de zorgsector niet altijd eenvoudig te combineren is met een gezinsleven. Zo werd alle medewerkers op haar dienst gevraagd om iedere maand acht opeenvolgende nachtshifts te draaien. Oorspronkelijk werden die nachtdiensten door een aparte ploeg uitgevoerd, maar het ziekenhuis stapte ervan af omdat die medewerkers zo te weinig kansen kregen om kennis op te doen bij operaties die overdag plaatsvonden. Als moeder van drie jonge kinderen werd Vanderveken zo met organisatorische uitdagingen geconfronteerd.

“Op een bepaald moment merkte ik dat ik voortdurend aan het puzzelen was hoe ik mijn kinderen bij anderen kon onderbrengen, terwijl ik eigenlijk zelf voor ze wilde zorgen. Toen heb ik besloten om mijn leven over een andere boeg te gooien.”

In eerste instantie probeerde Vanderveken een job binnen de zorgsector te zoeken waarbij ze een stabieler uurrooster kon krijgen, maar dat bleek onmogelijk te zijn. Daarom volgde ze een verkorte opleiding tot kleuterleider. Sinds september staat ze ook effectief voor de klas. “Ik voel me bijzonder goed bij mijn nieuwe functie en heb meer vrije tijd. In ruil daarvoor moest ik wel een flink deel van mijn loon afstaan omdat ik mijn anciënniteit niet kon overdragen, maar dat is het waard.”

Vanderveken vindt dat er binnen medische opleidingen meer ruimte moet komen voor de persoonlijke tol die mensen binnen de sector vaak betalen om hun job uit te oefenen. “Als iemand me als achttienjarige verteld had dat ik er zoveel voor moest opofferen, zou ik waarschijnlijk toen al voor de opleiding tot kleuterleider gekozen hebben.”

De tevredenheid over haar positie binnen het onderwijs verklaart ook waarom ze het UZ Leuven niet mist. “Ik dacht dat ik het moeilijk zou hebben om de sector achter me te laten, maar dat valt goed mee. Zeker nu de coronacrisis problemen blijft veroorzaken, hebben mijn voormalige collega’s het zwaar. Ik ben blij dat dat verdere leed me bespaard blijft.”

Huisarts Ingeborg Hofman (42): ‘Steeds meer artsen vinden het moeilijk om hun grenzen te bewaken’

De coronacrisis dreef misschien heel wat werknemers weg uit de zorg, maar Hofman uit het Oost-Vlaamse Haaltert ging door de pandemie net inzien dat ze haar job als huisarts niet volledig wilde opgeven. De afgelopen jaren had ze daar namelijk sterk over getwijfeld. Een ongeval had negatieve gevolgen voor haar gezondheid en het was niet altijd eenvoudig om een gezonde balans met haar privéleven te garanderen. “Ik was daarom al een tijdje op zoek naar mogelijkheden om een andere job uit te oefenen, maar tijdens de crisis merkte ik weer hoe belangrijk de eerstelijnszorg is.”

Ingeborg Hofman: “Ik krijg veel waardering van mijn patiënten.” Beeld Wouter Maeckelberghe
Ingeborg Hofman: “Ik krijg veel waardering van mijn patiënten.”Beeld Wouter Maeckelberghe

Hofman waardeert daarbij vooral hoe ze het eerste aanspreekpunt is voor patiënten en de druk op de medische professionals uit de tweede lijn kan verlichten. Toch is ze sinds kort niet meer uitsluitend huisarts: de helft van haar tijd spendeert ze momenteel aan een job bij een vzw die ziekenhuisopleidingen voor huisartsen organiseert. Het is niet toevallig dat ze net voor die functie koos.

“Je ziet steeds vaker huisartsen die er vroegtijdig de brui aan geven of die het moeilijk hebben om hun grenzen te bewaken. Daar proberen we met de opleiding huisartsengeneeskunde iets aan te doen.” De opleiding komt niet ongelegen: een enquête van de Artsenkrant gaf vorige week nog aan dat één op de drie artsen overweegt om te stoppen.

Hofman begeleidt ziekenhuisstages en wil op die manier de samenwerking tussen zorgmedewerkers uit de eerste en tweede lijn verbeteren. Als huisartsen bijvoorbeeld op een efficiënte manier met specialisten uit ziekenhuizen over patiënten overleggen, hebben alle partijen daar volgens haar baat bij. Zulke structurele ingrepen zijn volgens haar nodig om ervoor te zorgen dat huisartsenposten de komende jaren verder kunnen werken.

“De coronacrisis maakt dat ze door patiënten overspoeld worden. Dat is enkel vol te houden als we ernaar streven om de juiste zorg op de juiste plaats te krijgen.” Hofman gelooft verder dat verpleegkundigen ook een rol binnen de huisartsenpraktijken kunnen spelen. Zij kunnen bepaalde taken overnemen en op die manier de druk op artsen verlichten.

De job bij de vzw geeft Hofman het gevoel dat ze een verschil kan maken en dat ze mee bepaalt hoe de zorgsector er later zal uitzien. “Er zullen morgen niet plots meer huisartsen zijn, maar ik geloof dat er de afgelopen jaren al stappen in de juiste richting werden gezet. De pandemie kan nu voor een stroomversnelling zorgen.”

Een volledige terugkeer naar haar oorspronkelijke functie als huisarts vindt Hofman echter geen goed idee. “Ik krijg veel waardering van mijn patiënten en geloof dat ik als arts iets kan betekenen voor de maatschappij. Het is een mooi beroep en ik leer er zelf ook veel uit, maar ik wil er nu voor zorgen dat jonge mensen de job in de toekomst makkelijker kunnen volhouden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234