Zondag 13/06/2021

De gevaren van positieve discriminatie

Ofwel ben je een vrouw, ofwel ben je goed. Vrouwen die in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam een job kregen, werden met een scheef oog bekeken. Niet omdat er geen vrouwvriendelijk beleid was, maar omdat er te sterk aan positieve discriminatie werd gedaan. Vrouwen konden een job krijgen als ze voldoende kwalificaties hadden, mannen moesten voldoen aan de vereiste kwalificaties. Met als gevolg dat de vrouwen niet meer serieus werden genomen. 'Feminisme is in de praktijk een problematisch begrip', stelde prof. Londa Schiebinger, historica werkzaam aan het Max Planck Instituut en de Pennsylvania State University, maandag in haar lezing 'Women and Science: Why does it matter?' op het gelijknamige congres in het Europees Parlement in Brussel. Aula was erbij.

Vrouwen noemen zich niet langer feministe, maar ze gedragen zich wel zo, zegt Londa Schiebinger. "Wie vandaag een job wil en een gelijke verdeling van de huishoudelijke taken, brengt feministische ideeën in praktijk. Alleen zijn die ideeën zo ingeburgerd dat niemand ze nog feministisch noemt. Wat nu als feministisch wordt beschouwd, zijn radicale ideeën over discriminatie, als je vrouwen moreel superieur aan mannen vindt of zo. Maar een feminist is iemand die pleit voor sociale en politieke gelijkheid tussen de seksen, voor vrouw én man." Maar gelijkheid is in de discussie over vrouwen en wetenschap vaak een problematisch begrip. Vrouwelijke wetenschappers moeten dezelfde legale positie hebben als hun mannelijke collega's, maar betekent dat ook dat ze op dezelfde manier denken, praten en samenwerken?

"Het liberale feminisme ging er van uit dat vrouwen dezelfde rechten hadden als mannen, maar ook dezelfde prioriteiten en werkwijze. Het was gelijkheid op mannentermen. Als tegenreactie is het differentiërende feminisme ontstaan, dat niet alleen terecht aandacht vroeg voor zwangerschap en gezinsleven, maar een te romantisch en geïdealiseerd beeld ophing van de vrouwelijke waarden zoals creativiteit en coöperatie. Want dat vrouwen per definitie creatiever en communicatiever zijn en beter kunnen samenwerken, is een fabeltje. En dat vrouwen op een andere manier aan wetenschap doen dan mannen, is maar zeer de vraag. Wie de vraag stelt naar het belang van vrouwen in de wetenschap, moet zich niet afvragen of vrouwen op een andere manier aan wetenschap doen. De vraag is: heeft het feminisme de wetenschap in positieve zin veranderd?" Het antwoord op die vraag is positief, en dat is maar goed ook, zegt Schiebinger. "Niet alleen was het aantal vrouwelijke wetenschappers erg klein, ook als proefpersoon was hun aandeel beperkt, of het ontbrak gewoon. Bij het testen van aspirine als preventief middel tegen hartaanvallen werden 22.000 mannen getest, maar geen enkele vrouw. Helpt het dan ook bij vrouwen? Want het is bewezen dat de medicatie die je bij een hartaanval in het ziekenhuis krijgt toegediend, beter werkt bij mannen dan bij vrouwen. Bij sommige vrouwen heeft ze zelfs een negatief effect. Waarom? Omdat die medicatie op mannen is getest, niet op vrouwen." Daarom pleit Schiebinger niet alleen voor wetenschap door vrouwen, maar ook voor en over vrouwen. "Eigenlijk moet bij elk onderzoeksproject niet alleen verantwoording afgelegd worden als het aantal mannelijke en vrouwelijke onderzoekers niet gelijk is, maar moet er ook een vrouwenparagraaf komen. Wat is het nut van dit project of voorstel voor vrouwen? Daar werd in het verleden, en nu soms nog, weinig rekening mee gehouden." Het zijn maar enkele van de aanbevelingen die Schiebinger in het Europese rapport tegen discriminatie doet aan de Europese Commissie. Ze pleit ook voor onderzoek over vrouwen, vrouwenstudies dus. Maar hebben deze centra niet te vaak interesse voor hun eigen problematiek, en zijn ze niet een beetje een anachronisme aan het worden? Schiebinger geeft toe dat er in Amerika momenteel misschien wel te veel vrouwenstudiecentra zijn. "Dat neemt niet weg dat er nog te weinig aandacht voor vrouwen is in vele andere onderzoeksgebieden, zodat je die eigenlijk mannenstudies kan noemen. Zorgen dat gender een vanzelfsprekend aandachtspunt wordt in alle takken van de wetenschap en aanbevelingen formuleren over hoe je dat kunt bereiken, dat is de taak van vrouwenstudies vandaag. Vrouwenstudies moeten de aandacht voor gender volgen en waar nodig stimuleren: het is een fundamenteel vak, zoals filosofie." Teresa Rees, rapporteur voor de Europese Commissie, wijst ook op de ongelijkheidsmechanismen die vrouwenstudies blootleggen: "De uitsluitingsmechanismen die we door vrouwenstudies ontdekken, zijn dezelfde mechanismen die ook voor migranten en arbeiders werkzaam zijn. Managing Differences, zo worden vrouwenstudies in Amerika wel eens genoemd, en misschien is dat een betere benaming. Want het gaat hier niet om het welzijn van vrouwen alleen, maar gelijkheid in het algemeen." Maar kunnen we niet beter wachten tot vrouwen natuurlijk doorstromen, in plaats van discriminerende initiatieven te nemen? "Dat wachten helpt, is een misverstand", zegt Schiebinger. "In het geval van België, waar nu 5 procent van de wetenschappers vrouwen zijn, duurt het dan nog tot 2040 tot dat de helft wordt. Als de stijging zich tenminste voortzet, want in Engeland, waar er in de jaren tachtig veel vrouwelijke informatici waren, is hun aantal nu flink gedaald. Als je niet toekijkt op de doorstroming en actief blijft stimuleren waar nodig, dan bereik je niets." Willen vrouwen eigenlijk wel doorstoten tot de top of hechten ze meer belang aan hun gezinsleven? "Er zijn vrouwen die een gezonder evenwicht tussen werk en leven willen, maar mannen willen dat vaak ook. Het zou een goede zaak zijn, ook voor de generatie kinderen die nu opgroeit, als daar rekening mee wordt gehouden. Waarom kan dat in bedrijven wel, en in zogenaamd progressieve universitaire milieus niet? Maar er zijn ook vrouwen die er wel alles voor over hebben. En zij worden vaak gehinderd door onbewuste mechanismen, door mannen die er te vaak van uit gaan dat ze toch niet bereid zijn extra inspanning te doen. Dat begint al in het onderwijs, waar leraars zich er niet van bewust zijn dat ze meisjes anders behandelen dan jongens. Als een meisje hun vraagt om hulp met een wiskundeprobleem, geven ze meteen de oplossing. Jongens die om hulp vragen worden gestimuleerd om nog even verder te zoeken zodat ze het zelf vinden. Zeggen dat er geen genderproblemen meer zijn, of dat discriminatie verleden tijd is, is de beste manier om discriminatie en seksisme in de hand te werken. Want vaak zijn we er ons zelf niet van bewust." Londa Schiebinger, Has Feminism Changed Science, Harvard University Press, 1999, 256 pagina's.'De uitsluitingsmechanismen die we door vrouwenstudies ontdekken, zijn dezelfde mechanismen die ook voor migranten en arbeiders werkzaam zijn.' (Foto Jan de Meue)

In België zijn nu 5 procent van de wetenschappers vrouwen; het duurt nog tot 2040 tot dat de helft wordt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234