Woensdag 21/04/2021

De geur van wraak

Het literaire landschap van italie

en bloeiende citroenen

Ondanks zijn rijke kunstzinnige verleden is het moderne Italië een culturele woestijn. Toch hebben nogal wat Italiaanse schrijvers zich de laatste jaren internationaal in de kijker gewerkt. Eén ding hebben ze gemeen: een sterke verknochtheid aan hun geboortestreek.

Schrijvers als Boccaccio, Petrarca en Dante Alighieri, al eeuwenlang Italiës trotse coryfeeën op het podium van de wereldliteratuur, moeten zich wel omdraaien in hun graf. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat een aanzienlijk percentage van de Italiaanse volwassenen niet één boek per jaar leest. Het culturele imago dat Italië aankleeft, is natuurlijk op de eerste plaats gebaseerd op het erfgoed van vijfhonderd jaar geleden, dat nog in volle glorie te bewonderen valt in de talloze musea die het land rijk is en in de indrukwekkende architectuur, die tot op de dag van vandaag bepalend is voor het stadsbeeld in de voormalige centra van de renaissancecultuur.

Maar kritische stemmen wijzen erop dat die nadrukkelijke aanwezigheid van het rijke verleden de aandacht afleidt van het feit dat het moderne Italië eigenlijk een culturele woestijn is. Het land dat zo is ingesteld op visuele schoonheid en terecht vermaard is om zijn elegante design, wordt tegenwoordig geterroriseerd door commerciële televisiestations die dag in dag uit een onvoorstelbare hoeveelheid pulp over de mensen uitstorten. Geen land in de wereld heeft zoveel lokale zenders, laat staan een politieke leider die met drie televisiestations, diverse productiemaatschappijen, videotheken, tientallen tijdschriften en een landelijk dagblad de publieke opinie naar hartenlust kan manipuleren.

Hoewel de voorwaarden voor de ontwikkeling van een literair klimaat dus niet bepaald gunstig lijken, zijn er de afgelopen jaren nogal wat Italiaanse auteurs geweest die internationaal de aandacht hebben getrokken en ook in Nederlandse vertaling op de markt zijn gekomen. Schrijvers als Niccolo Ammaniti (Ik ben niet bang), Carmine Abate (Tussen twee zeeën), Giovanni Chiara (De valstrik), Erri de Luca (Montedidio), Alessandro Baricco (Zonder bloed) en Gianni Riotta (Prins van de wolken) verschenen recent bij evenzoveel uitgeverijen. Dat is misschien wel karakteristiek voor de koudwatervrees die er kennelijk nog bestaat ten aanzien van de eigentijdse Italiaanse literatuur. Van de betrokken uitgeverijen durft nog niemand het aan om in te zetten op een eigen Italiaans fonds: voorlopig plukt men voorzichtig wat krenten uit de pap om het publiek aan deze nieuwe namen te laten wennen. Een begrijpelijke strategie: in Italië zal het met de introductie van moderne Nederlandse schrijvers die dankzij een actief vertaalbeleid de grenzen oversteken, niet anders zijn.

Daar komt bij dat eigentijdse schrijvers niet zo makkelijk te etiketteren zijn. Dat heeft niet alleen te maken met het ontbreken van voldoende distantie in de tijd om met terugwerkende kracht een gemeenschappelijke drijfveer of methode in het werk van een aantal schrijvers te kunnen herkennen, maar vooral met het gegeven dat in ons postmoderne tijdperk dit soort duidelijk te onderscheiden tendensen of stromingen nauwelijks meer aan de orde zijn.

Nu is Italiaanse literatuur als concept al twijfelachtig: het veronderstelt een gevoel van nationale verbondenheid, dat er in de praktijk niet is. Dat heeft natuurlijk alles met de geschiedenis te maken: pas in 1861 werd Italië zoals wij dat nu kennen verenigd. Van oudsher lag de macht niet bij een centrale regering, maar bij de stadstaten, die in hoge mate autonoom waren. De verknochtheid aan de streek waar men geboren en getogen is, is in Italië veel sterker ontwikkeld dan het gevoel deel uit te maken van zoiets abstracts als 'de Italiaanse staat'. Volgens veel politieke analisten staat men daar nog steeds enigszins wantrouwig tegenover, temeer daar het Italiaanse grondgebied eeuwenlang een speelbal is geweest in de strijd om het Europese machtsevenwicht.

Die sterke verbondenheid met de geboortestreek is terug te vinden in het werk van veel Italiaanse schrijvers. Zo ademt de onlangs in ver-taling gepubliceerde roman van Carmine Abate Tussen twee zeeën op bijna iedere pagina de sfeer van Calabrië met zijn ruige landschap, de geur van bloeiende citroen- en sinaasappelbomen en het dagelijks terugkerende gevecht om het hoofd boven water te kunnen houden. Giorgio Bellusci, de hoofdpersoon van het verhaal, heeft zich als levenstaak gesteld om de verwoeste familieherberg, de Fondaco del fico, in oude luister te herstellen. Wanneer hij echter weigert om 'bescherming' te betalen voor de realisatie van dit project, wordt hij keihard geconfronteerd met de ongeschreven, maar meedogenloze wetten van de 'ndrangheta', de Calabrese variant van de maffia. Abate slaagt erin om de overweldigende schoonheid van het landschap te verweven met de maffiose doem die over deze streek hangt en die op een moedeloos makende manier de ontwikkeling van dit prachtige gebied frustreert. Een vergelijkbare thematiek vinden we in De Valstrik, de veelvuldig bekroonde roman waarmee Giovanni Chiara buiten de landsgrenzen doorbrak. Het verhaal speelt zich af op Sicilië, de bakermat van de maffia en door zijn betrekkelijk geïsoleerde ligging door Noord-Italianen neerbuigend betiteld als 'een stuk Afrika'. Wanneer de zelfverzekerde, maar ook wat naïeve Liddo Munafo een stuk grond koopt om er een sinaasappelboomgaard te exploiteren, negeert hij de ongeschreven codes. Hij reageert onverschillig op onheilspellende voortekens: zijn auto wordt in brand gestoken, daarna moeten zijn schuren met alle landbouwmachines eraan geloven. Maar hij weigert door de knieën te gaan. "Dus had hij op een ochtend niet één sinaasappelboom meer overeind gevonden; het was ongetwijfeld een zwaar karwei geweest om ze allemaal binnen een paar uur op twee handbreedten boven de grond om te hakken." De roman gaat op de eerste plaats over emigratie en de zuigkracht van de geboortestreek, verstoorde illusies en het keurslijf van vastgeroeste sociale verhoudingen. Chiara is een meester in het schrijven 'tussen de regels door'. Zo wordt de maffia nergens expliciet genoemd, terwijl ze door het verhaal heen bijna tastbaar aanwezig is. Chiara verwoordt de tragiek van mensen die niet gewend zijn zich met veel omhaal van woorden uit te drukken: "Sicilianen spreken met hun ogen."

Een grootmeester op het gebied van zuinig taalgebruik is zonder twijfel de Napolitaanse auteur Erri de Luca. Drie jaar geleden publiceerde Meulenhoff zijn roman Jij, de mijne, een loepzuiver verhaal over een opgroeiende jongen die worstelt met onbeantwoorde vragen over de oorlog, de periode waarin hij werd geboren. De geleidelijke onthulling van wat er heeft plaatsgevonden, markeert ook zijn introductie in de wereld van de volwassenen. De Luca slaagt erin om zonder enige overbodige opsmuk het gevoelsleven van het zwijgzame jongetje weer te geven. Dat 'coming-of-age' thema beheerst ook zijn jongste roman Montedidio, die onlangs bij Van Gennep verscheen. In korte, afgemeten hoofdstukjes ontvouwt zich het verhaal van een dertienjarig jongetje dat opgroeit in de verpauperde volkswijk Montedidio, op de hoogste heuvel van Napels. Vanaf het terras van het huizencomplex waar hij woont, ziet hij de stad beneden zich liggen en dwalen zijn gedachten af naar de sterrenhemel boven hem. Net zoals zijn leermeester, de gebochelde schoenmaker Don Rafaniello, droomt hij ervan om ooit uit de benauwde werkplaats te kunnen ontsnappen en zijn vleugels uit te kunnen slaan. Zijn vroegrijpe buurmeisje Maria leert hem de liefde kennen en samen weten ze op die manier uit te stijgen boven de deprimerende omstandigheden van hun armoedig bestaan. De Luca, zelf Napolitaan van geboorte, verloochent zijn wortels niet: het verhaal is doorspekt met Napolitaanse uitdrukkingen. De betekenis daarvan gaat overigens verder dan de toevoeging van wat couleur locale, het onderstreept ook de afstand die er nog steeds bestaat tussen het officiële Italiaans en de stads- of streektaal: "Ik hoor schreeuwen en praten in het Napolitaans, ik spreek Napolitaans, maar ik schrijf Italiaans." "We zijn in Italië, zegt pappa, maar we zijn geen Italianen. Om de taal te spreken moeten we hem leren, net als in het buitenland, in Amerika, maar dan zonder weg te gaan."

Dat gevoel min of meer vreemdeling in eigen land te zijn, is natuurlijk het sterkst ontwikkeld in 'il mezzogiorno', het zuiden van het land. Het economische centrum, en dus de welvaart, bevindt zich in het noorden, waar politieke partijen als de Liga van het Noorden hun minachting voor het achtergebleven zuiden niet onder stoelen of banken steken en openlijk pleiten voor volledige afscheiding. Het is ook het toneel van de hevige politieke tegenstellingen, die het land al jaren teisteren en van een reeks bloedige bomaanslagen waarvan de verantwoordelijken tot op de dag van vandaag niet in de kraag zijn gegrepen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het recente werk van auteurs als Alessandro Baricco en Sandro Veronesi, respectievelijk afkomstig uit Turijn en Florence, onderhuids verwijst naar de politieke paranoia die het gevolg is van een onverwerkt oorlogsverleden. De burgeroorlog tussen de fascisten en de partizanen/communisten, die Italië vanaf 1943 teisterde, woedt volgens veel analisten nog steeds door en zou de achtergrond vormen van de periodieke geweldsexplosies van extreem-rechts en extreem-links. Feit is in ieder geval wel dat het naoorlogse Italië de grootste communistische partij van Europa in zijn politieke scala had naast een partij die openlijk sympathiseerde met de fascistische ideologie.

In de van de zomer verschenen novelle van Alessandro Baricco Zonder bloed, wordt na afloop van de oorlog een oude rekening vereffend. Vier mannen bezoeken een afgelegen boerderij om wraak te nemen op Manuel Roca, een arts die tijdens de oorlog berucht was om zijn folterpraktijken. Wanhopig probeert hij Salinas, een van de wrekers, op andere gedachten te brengen: "Je bent gek. De oorlog is voorbij." "Wat zei je daar?" "De oorlog is voorbij." Salinas boog zich over Manuel Roca heen. "Degene die wint beslist wanneer een oorlog voorbij is."

Hoe het persoonlijke en het politieke met elkaar verstrengeld kunnen raken, blijkt ook uit de roman van Sandro Veronesi In de ban van mijn vader. Na de dood van zijn vader komt de hoofdpersoon van het verhaal, een succesvolle kinderboekenschrijver, er stukje bij beetje achter dat het beeld dat hij van zijn vader had totaal niet overeenkomt met de realiteit. De man die zich voordeed als een keurige christen-democraat blijkt in werkelijkheid jarenlang een Russische spion te zijn geweest in dienst van de KGB. Naarmate de bewijzen zich opstapelen, begint ook het beeld dat hij van zichzelf had af te brokkelen en komt hij in een regelrechte identiteitscrisis terecht. De thematiek die in deze boeken aan de orde komt, is natuurlijk niet bepalend voor de kwaliteit ervan. Het taalgebruik en de vormgeving wel. Baricco weet met zijn strakke dialogen en geserreerde zinnen in een kort bestek krachtige emoties op te roepen, terwijl Veronesi eerder een vloeiende, muzikale stijl heeft, die zich uitstekend leent om de toenemende innerlijke verwarring van de hoofdpersoon inleefbaar te maken. Sinds Italië enkele jaren geleden centraal stond op de Buchmesse in Frankfurt, is de belangstelling voor de Italiaanse literatuur, gemeten aan het aantal vertalingen in de omringende Europese landen, behoorlijk toegenomen. In eigen land moeten de genoemde auteurs het qua populariteit voorlopig nog afleggen tegen de flamboyante Silvio Berlusconi, geestelijke vader van Una Storia Italiana, een boekwerkje over het succesvolle leven van de ondernemer/politicus, dat hij in het kader van zijn verkiezingscampagne op eigen kosten liet drukken en bij twaalf miljoen huishoudens in de bus liet stoppen. Een marketingtechniek waar natuurlijk niet tegen te concurreren valt. Maar er is nog hoop: de Nobelprijs voor literatuur is nog steeds niet te koop.

Gertjan Vincent

Ammaniti verscheen bij De Wereldbibliotheek, Abate en Veronesi bij Bert Bakker, Chiara bij Prometheus, De Luca bij Meulenhoff en Van Gennep, Baricco bij De Geus en Riotta bij Atlas.

Boekenbeurs: themadag Italië op

zaterdag 8 november .

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234