Zaterdag 25/01/2020

De geur van de dood kun je de acteurs moeilijk

Op bezoek op de set van 'Vermist', de film van Jan Verheyen

uitleggen'

Annick Van Uytsel vermist na een fuif. Evi De Schrijver spoorloos na een avondje discotheek. Een pak gedregd uit het kanaal. Een lichaam gevonden in een riool. Annick. Evi. Pijnlijk gelijkend was wat zich de voorbije anderhalve week in de werkelijkheid en op de set van de Jan Verheyenfilm Vermist afspeelde. Eén groot verschil: bij Evi hoorden we 'En... cut!' zeggen.

Door Marijke Libert / Foto's STEPHAN Vanfleteren

De bekende witte tent, een partytent lijkt het wel, maar dan met de zijflappen naar beneden: ze stond vorige week weer naast het kanaal opgesteld, op de plek waar, zo bleek later, het vermiste meisje Annick Van Uytsel uit het water was gedregd. Een zelfde tent staat nu in een vervallen loods aan de Brusselse Akenkaai.

"En nu mét lijk", roept de regisseur. Binnen oefenen twee acteurs-onderzoekers de vraag "Wij willen weten of dit Evi De Schrijver is." De plastic bodybag wordt binnen gebracht, opengeritst. De acteur-patholoog doet en herdoet, take na take. Met schaar en pincet pulkt hij in de toegetakelde mond van een gehavend, (rubberen!) meisjesgezicht. Tot die bevrijdende "En... cut".

Jan Verheyen voegt "Prima, jongens en meisjes, dankjewel" toe en vraagt voor een volgende opname de tent helemaal te sluiten. "Lijfgeuren bijeen, doe maar, dan komen we dicht bij de stinkende realiteit." Wat zwarte humor, het maakt de zaak draaglijker, en ze kunnen er weer tegen op de set. Vorige week was het even anders. Omdat de feiten die zij daar naspeelden het gewoon aflegden tegen die verrekte realiteit.

Zegt een assistent: "Vorige week haalden we in Mechelen een wagen uit het water, amper een paar uur nadat wat verderop in het land uit datzelfde grauwe prut een meisje was gevist. Bij ons op de onderzoekstafel ligt nu een in alle details getrouw gekopieerde mensenromp. Je zult maar eens de echte voor je hebben liggen."

Politiecommissaris Guido Van Rillaer, samen met Alain Remue al twaalf jaar dé autoriteit binnen de Cel Vermiste Personen, treedt ineens uit de donkerte van de loods naar voren en neemt Jan Verheyen terzijde. "De patholoog doet het best rubberen handschoenen aan", horen we zeggen. "En ik stel voor dat de onderzoekers een zakdoek tegen de neus houden. De geur die uit die bodybags opstijgt, zeker in het geval van een drenkeling, daar hang je niet zomaar boven."

Regisseur Jan Verheyen knikt, geeft instructies aan de acteurs. De opnames voor de film Vermist, een eerste fictieproject van productiehuis Eyeworks en VT4, zitten op schema. Na de film, eind dit jaar in de bioscoop, komt er ook een negendelige tv-serie. Vermist zocht en vond inspiratie bij de werking van de Cel Vermiste Personen van de federale politie. De cast bestaat uit Koen De Bouw, Joke Devynck, Stan Van Samang, Kevin Janssens en Cathérine Kools. De proeffilm vertelt het verhaal van de zestienjarige Evi, die verdwijnt na een avondje stappen. De link met de realiteit kon niet ingrijpender zijn.

Voor de mensen van de Cel Vermiste Personen, die Verheyen met advies bijstaan, was het af en toe 'zappen' van echt terrein naar fictieplatform. Met eind vorige week hét bewijs van de boutade dat fictie soms zwaar achterhinkt op de realiteit.

Van Rillaer: "Enerzijds is deze film razend snel, flitsend en modern gemaakt, wat even anders oogt dan hoe het bij ons loopt. Ook van de inhoud van ons werk is er een aanpassing gebeurd. De echte Cel is slechts zo lang in het spel als de verdwijning duurt. Als de vermiste gevonden is, levend of niet, laten we de zaak over aan de eerste lijn in het onderzoek. In de film lossen de onderzoekers van de Cel de zaak zelf op."

Vermist werd grondig voorbereid, in de kantoren van de Cel, met de archieven erbij. Scenaristen Bas Adriaensen en Philippe De Schepper trokken mee op het terrein. Toch zijn de gruwelijkste dingen niet op tv te brengen, weet Van Rillaer. "Zaken die de realiteit danig overtreffen dat ze, als fictie gebracht, door bijna niemand geloofd zouden worden. U kunt zich niet voorstellen tot welke daden mensen in staat zijn. Niveau Quentin Tarantino. Dan is het soms vreemd hoe de media reageren, alsof er een onwilligheid is om te geloven. Ik herinner me een zaak waarbij we uit een kanaal stoffelijke resten haalden, dertien stukken mens. Dat kreeg een verslagje ergens in een hoekje in de krant."

Van Rillaer was net voor ons gesprek tussenbeide gekomen om de stank van een lijk te benadrukken. Een lugubere maar wellicht relevante opmerking, vragen we. Van Rillaer: "Zeer relevant. Helaas, de geur van de dood kun je de acteurs moeilijk uitleggen. Ik ben nogal gefocust op die geur. Ik kan er na al die jaren nog altijd niet tegen. Ik heb naast massagraven in Kosovo gestaan. De blik is vreselijk, maar de geur die eruit opstijgt, vergeet je nooit. Geur blijft het langste bij, het kleeft aan je, het herinnert je. Je draagt het mee in je kleren, in je wagen, je spoelt het er moeilijk af thuis."

En die dosis gruwelijkheid waarmee hij en zijn collega's dagelijks worden geconfronteerd, krijgen ze die ooit weggespoeld? "Je wordt het uiteraard nooit gewoon, maar omdat je er middenin zit, is het anders. Bij een verdwijning ben je er altijd van in het begin bij, van eerste tot hopelijk laatste stap. Ik zeg hopelijk omdat elk terugvinden hoe dan ook een verlossing is. Soms vind je na vier uur het verdwenen kind slapend onder bed, soms steekt het in een rioolput. In het eerste geval is het juichen, in het tweede afzien, maar in beide gevallen hebben we iets van 'yes'. Terugvinden is wat telt."

Er moeten ook zaken zijn die blijven spoken in de geest van de echte onderzoekers. Bij Alain Remue is dat de zaak-Liam Vanden Branden. Van Rillaer: "Niet alleen de blijvend vermisten spoken in je hoofd, ook zij die worden teruggevonden of ineens opduiken. Zo hebben we ooit de zaak gehad van een zestigplusser die op een dag verdween op zijn training met de fiets. Omgeving in rep en roer, de Cel zette meteen een speurtocht in. Onrustwekkende verdwijning. We vonden weinig sporen. Zes maand later dook de man weer op, hij had in Spanje gezeten. Dat intrigeerde me. Ik voel nog steeds de aandrang om naar die man toe te gaan en hem een paar vragen te stellen."

Er zijn maar vier vrouwen op de in totaal veertien vaste medewerkers van de Cel. Actrice Cathérine Kools, die in Vermist een vrouwelijke onderzoekster speelt, is dus een beetje atypisch. Kools, als actrice ooit begonnen in de rubriek 'Vaneigens' van Man bijt hond, later in de films Vergeten straat en Firmin te zien en bij het grotere publiek bekend als Lotte van Wittekerke, toont zich 'gretig' tijdens de opnames. Ze is razend benieuwd naar elke ontwikkeling, elke fractie informatie, inhoudelijk én technisch. De politiediensten zijn haar overigens niet vreemd. Kools heeft een tijdlang mee cursussen 'verhoortechnieken' begeleid. Ze was een soort 'stand-in verdachte'. Tegenover zich kreeg ze gevestigde onderzoeksrechters die bijscholing volgden.

Kools: "Zeer aangrijpend. Je moet je inleven in de rol van die verdachte die moeilijk te pakken is. De echte onderzoeksrechters halen al hun ervaring en middeltjes naar boven om achter de waarheid te komen. Ik werd dan echt in het nauw gedreven, haalde al mijn trucjes boven, verstrikte soms in de leugens en kraakte. Dat improviseren en inleven ging ver, ik zat zo overtuigd die persoon te zijn dat ik bepaalde grenzen bereikte. Af en toe barstte ik ook in huilen uit. Deze rol in Vermist is natuurlijk nog anders en nog aangrijpender, zeker wanneer de realiteit zo blaast in je nek."

Acteur Kevin Janssens, een andere collega binnen de fictieve Cel Verdwijningen, vindt het ambigu, wat hij tijdens Vermist meemaakt. "Je kunt je voorstellen dat het voor ons iets jongensachtigs heeft. Zo van: we krijgen een kogelvrij vest aan, een revolver in de riem, wat bloed in de mondhoek geschminkt. Koen en ik zijn in de pauze eens aan de poort van de loods gaan staan, om te kijken hoe op ons voorkomen gereageerd werd. Werkelijk waar: de mensen die langsreden, keken hun ogen uit. Dat is dan de cowboy die bij ons naar boven komt.

"Belangrijker is vast te stellen dat ons bewustzijn scherper wordt rond deze thematiek van verdwijningen. Koen en ik zijn nu in de werkelijkheid ook met profielschetsen bezig, als we nieuws horen over de recente moordzaak gaan we mee analyses maken. Toen het meisje pas verdwenen was, vroegen we tussen de opnames door de aanwezige politiemensen of er al nieuws was. Het was slikken hoor, toen we vorige week de afwikkeling vernamen."

Jan Verheyen: "Het feit dat de realiteit alles schijnt te overschrijden, zelfs de strafst denkbare fictie, is interessant. Mijn favoriete vakterm is: suspension of disbelief (letterlijk: de vrijwillige opheffing van het ongeloof, ML). Dat is de stilzwijgende afspraak tussen de maker en het publiek: kijk, ik neem u mee naar een andere realiteit, ik vraag u me daarin te vertrouwen en uw ongeloof op te heffen. Iets eigenaardigs gebeurt als blijkt dat de realiteit vaak de fictie overtreft. Stel dat vijftien jaar geleden in België een thriller werd gemaakt over een sjoemelende garagist die in zijn kelder een ruimte bouwt waar hij minderjarige meisjes vasthield en misbruikte. Men had je uitgelachen.

"Anderzijds, ik moet nu ook niet gewichtig doen over de thematiek: wat we hier maken is een genrefilm, een policier. Alleen, hier laat de premisse een grotere emotionele investering toe. Je begint niet met een misdrijf, maar met een verdwijning waarvan je niet weet of het een misdrijf wordt. Je gaat op zoek naar een persoon en dat is altijd iemands kind, vrouw of geliefde.

"Een tweede verschil met de gebruikelijke whodunits is dat je vanuit een realistische arena vertrekt, met name een politiedienst die bestaat, die goed functioneert en dagelijks in het nieuws zit. Urenlang hebben we met die mensen gepraat. We hebben bundels foto's gezien. Gruwelijkheid valt soms moeilijk te vatten. Mij schokte ook de marginaliteit waarin die mensen van de Cel terechtkomen.

"Een verhaal dat me bijbleef, was een verdwijning van een kind uit een groot gezin. De onderzoekers kwamen thuis om DNA-materiaal te vragen, de tandenborstel van het kind bijvoorbeeld. De ouders hadden verbaasd opgekeken: 'Zo, gaan jullie onze tandenborstel meenemen?' Het is een detail, maar het illustreert dat je als onderzoeker ook een duik neemt in een wereld die je soms moeilijk vat. Ik denk dat je niet wilt weten wat voor miserie er achter de sanseveria's verscholen gaat. En daar kijken zij dus achter.

"Inderdaad, de dag na de vondst van Annick Van Uytsel zaten we redelijk op ons tandvlees. We moesten toen een auto uit een kanaal trekken. Ik dacht: jawadde, die gasten van de echte Cel, die leven wel in een emotionele rollercoaster. Het ene moment loopt dat slecht af en de volgende dag kun je zoals een brandweerman met een gered kind in de armen binnenkomen.

"Wat me vooral fascineert, is het gegeven dat de onderzoekers 'closure' noemen: het geheel afsluiten, zeg maar. Bij Annick Van Uytsel bijvoorbeeld: het is absoluut gruwelijk, maar de mensen hebben ten minste een lijk om te begraven. Wat maar niet lukt in de affaire-Nathalie Geijsbregts, die de voorbije weken andermaal in de aandacht was. Probeer je dat weer voor te stellen: zestien jaar na datum is dat er ineens weer met alle gegevens, verwachtingen en decepties. Zolang er geen lichaam is dat je in de grond kunt steken, blijft dat duren. Het is van een ongelooflijke, bijna shakespeareaanse tragiek, maar tegelijk de gruwelijkste van alle gruwel: vermist zijn, voorgoed. Nooit worden teruggevonden."

De film Vermist komt eind dit jaar in de bioscoop, daarna komt er ook een negendelige tv-serie op VT4.

Guido Van Rillaer (Cel Vermiste Personen):

De gruwelijkste zaken zijn niet op tv te brengen. Ze overtreffen de realiteit zozeer dat niemand ze zou geloven

Acteur Kevin Janssens:

We zijn nu in de werkelijkheid ook met profielschetsen bezig. Als we nieuws horen over de recente moordzaak gaan we mee analyses maken

Op de set van 'Vermist'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234