Maandag 06/12/2021

De geschiedenis als schoonheidsvlekje

Opera l robert carsen ensceneert 'Capriccio' in Parijs HHHH

Stephan Moens

Kon Capriccio van Richard Strauss op een ander ogenblik ontstaan dan in 1942 en op een andere plek dan München? Is het werkelijk de escapistische lichtflits in duistere tijden die men ervan heeft gemaakt? Of is het net een wangeboorte, negen maanden na de Wannsee-conferentie en op enkele kilometers van Dachau? Geen enkele ernstige opvoering van Capriccio kan om die vragen heen. In die van Robert Carsen in de Parijse opera is de historische achtergrond stil aanwezig, als een schoonheidsvlekje.

Geen zulk vlekje is te bespeuren op het stralende gelaat van Renée Fleming, die in een adembenemende avondjurk en onder de spotlights tussen het publiek zit, terwijl op het schijnbaar lege podium zes strijkers de ouverture spelen. De componist Flamand werpt haar smachtende blikken toe.

Het is ongetwijfeld de bedoeling dat je je opgenomen voelt in de jaren-veertigsfeer. Achter Michael Levines decor, prachtig belicht door de Belg Peter Van Praet, blijkt later een prachtige, neobarokke coulissenzaal verborgen. Musici en dienstboden nemen een onzekere houding aan. De luxe is als het ware verborgen. En later in het stuk duikt een figurant in nazi-uniform op. Dat alles moet je het dubbelzinnige van de situatie doen aanvoelen.

Daarenboven is Carsen niet ongevoelig voor de parodie die Capriccio is. Hij voert dan ook de theaterdirecteur La Roche op als een karikatuur van Max Reinhardt, de actrice Clairon als een van Zarah Leander. Vele elementen lijken ook parodieën van de ietwat chargerende acteerkunst van die tijd. Dat houdt natuurlijk gevaren in: hoe onderscheid je precies de parodie van slechte smaak van de slechte smaak zelf?

Meer dan eens, bijvoorbeeld in de figuur van de balletmeester of in de typering van de graaf als dilettant, is dat niet meer duidelijk. Misschien, zo denk je, flirt Carsen wel graag met dat soort camp. Ook bij verschillende ensceneringen voor de Vlaamse Opera had je dat vermoeden al. Carsen houdt van stars, Hollywood, schone schijn. Hier wordt dat zijn onderwerp - maar in een veel gevaarlijker setting.

In Parijs kan hij ook echt beschikken over de stars. Renée Fleming, die voor het eerst de gravin speelt, mag meteen plaatsnemen in het korte rijtje van zangeressen die de rol op het lijf geschreven lijkt. Op dit ogenblik doet niemand dat beter. De rest van de bezetting moet daar nauwelijks voor onderdoen. Franz Hawlata is een zekerheid als La Roche maar weet die rol toch met nieuwe aspecten te vullen. Jongeren als Rainer Trost (Flamand) en Dietrich Henschel (de graaf) zijn niet minder knap. De fijnzinnigste van allemaal is Gerald Finley, die de dichter Olivier met Angelsaksisch understatement speelt. Minder overtuigend is Anne Sofie von Otter als Clairon. Ze moet een iets te kleine stem compenseren met veel charge. Als geheel is dit nochtans een schitterende bezetting, die je er nogmaals aan herinnert dat zelfs de meest 'theatermatige' opera - en dat is Capriccio ongetwijfeld - wint bij grandioze stemmen. Datzelfde niveau is niet in de orkestbak te horen. Günter Neuhold, jaren geleden nog chef-dirigent van wat nu deFilharmonie is, vervangt Christian Thielemann, die "om gezondheidsredenen" vlak voor de repetities afzegde. Hij brengt een zeker vakmanschap maar weinig glans. Zo kunnen de moeilijke ensembles (het 'lach'- en het 'ruzie'-octet) zeker fijnzinniger en preciezer. De oplossing die Carsen voor het slot heeft gevonden, mag je niet verraden. Ze bevestigt de zelfverliefdheid van de gravin, van Strauss én van Carsen maar geeft wel een perspectief en een nieuw begin. En ze betrekt ons nogmaals bij het gebeuren: niets was wat het leek.

Het Parijse publiek bejubelt Carsen. Het weet wellicht ook dat het zijn 'decoratieve' voorstellingen onder Mortier niet meer te zien zal krijgen. Dat is niet noodzakelijk een slechte zaak. In Parijs mag zeker eens een nieuwe wind waaien. Nochtans heeft ook dit soort perfect gemaakte, intelligente maar in wezen conservatieve opera bestaansrecht - Richard Strauss zou de eerste geweest zijn om het te beamen. Waar (bij ons misschien?), dat is een andere kwestie.

Wat Capriccio van Richard Strauss Wie solisten, orkest van de Opéra National de Paris Waar en wanneer Palais Garnier, 19 juni. Nog voorstellingen op 2, 6 en 8 juli.

Carsen houdt van stars, Hollywood, schone schijn. In 'Capriccio' wordt die voorliefde zijn onderwerp

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234