Dinsdag 15/10/2019

Taal

De Gentse 'g' is nu een 'h': hoe West-Vlamingen het Gents overnemen

Jongeren kiezen, mede door sociale media en de invloed van chattaal, steeds vaker voor hun eigen (tussen)taal in plaats van voor dialect. Beeld thinkstock

Dat de West-Vlamingen Gent aan het inpalmen zijn, wisten we al. Maar nu drukken ze ook hun stempel op het Gentse dialect, zo blijkt uit onderzoek van de UGent. Ook in andere steden, zoals Antwerpen en Ieper, zijn de dialecten snel aan het evolueren.  

Gent klinkt nu steeds meer als 'Hent', heeft de onderzoeker Anne-Sophie Ghyselen ontdekt. Zeker bij jonge mensen wordt de Gentse 'g' alsmaar zachter uitgesproken, zodat ze bijna een 'h' wordt. En dat komt vooral door de instroom van de West-Vlamingen in de Arteveldestad, waar nu meer dan 10 procent van de inwoners West-Vlaamse roots heeft. 

"Gent is qua taal altijd nogal een eiland geweest", zegt Ghyselen, zelf een West-Vlaamse die na haar studies in Gent is blijven plakken. "Maar omdat er steeds meer mensen van buiten de stad in Gent komen wonen, begint het dialect toch te veranderen. De g/h-wissel heeft ook te maken met de dialecten van rond de stad die het Gents stilaan beïnvloeden. Dat is speciaal, want vroeger wilden de Gentenaars niets weten van invloeden van het platteland." 

Ghyselen kwam tot haar bevindingen door dertig hoogopgeleide vrouwen uit drie steden te volgen voor haar doctoraat. Vooral de jonge Gentse vrouwen, tussen de 25 en de 35, beginnen meer en meer hun g te verliezen, stelde ze vast. Anderzijds nemen de kinderen van West-Vlaamse ouders in Gent de huig-r over en vinden ze leuke dingen 'vree wijs', wat hun ouders dan weer vreselijk vinden. 

Omgangstaal

Dat het Gents nu verandert past in een ruimere trend, waarbij niet alleen de plattelandsbewoners naar de stad trekken, maar ook de stedelingen vaker in een fermette op het platteland willen wonen. "Hoe mobieler we allemaal worden, hoe meer de typische lokale dialecten gaan verdwijnen", zegt Ghyselen. "En hoe meer we allemaal tussentaal gaan spreken om met elkaar om te gaan." De afkomst van iemand kun je dan enkel nog uit bepaalde klanken afleiden. West-Vlamingen, bijvoorbeeld, zullen niet snel een 'g' uitspreken.

De belangrijkste reden waarom elke West-Vlaming vandaag nog steeds zijn eigen dialect spreekt, is dan ook omdat veel minder mensen naar West-Vlaanderen verhuizen dan dat er wegtrekken. En als West-Vlamingen dan tussentaal beginnen te spreken, is dat meestal omdat ze aan het praten zijn met iemand die niet uit de provincie komt. "In Ieper hoor je nu ook 'ge' of 'gij' als de Ieperlingen met mensen van buitenaf praten", zegt Ghyselen. "Terwijl je in het Iepers normaal gezien enkel 'je' zegt, en als je een klemtoon wil leggen 'gie'."

Opmerkelijk is dat terwijl het Gents vreemde woorden en klanken begint op te nemen, het er in Antwerpen volgens Ghyselen heel anders aan toegegaan is. Daar is het niet de stad die onder de invloed van het platteland is geraakt, maar andersom. Het Antwerps, dat historisch gezien in enkele wijken van de stad is ontstaan, is van daaruit "als een olievlek" over de hele provincie gelopen, omdat het als prestigieus werd gezien.  

"Uitdrukkingen zoals 'Wa is dees?' vind je zelfs in Vlaams-Brabant en in het oosten van Oost-Vlaanderen", zegt Reinhild Vandekerckhove van de Universiteit Antwerpen, die onderzoek doet naar de chattaal van jongeren. "Ook woorden als 'dieje' ga je daar horen. En ook al verdwijnt het echte, platte Antwerps, die uitdrukkingen blijven heel hardnekkig bestaan." 

Drarries 

Door de influx van de grote migratiegolven uit het buitenland, komen ten slotte nog woorden uit zuiderse landen naar hier overgewaaid. Zeker jongeren in grote steden gooien er af en toe een woord als 'drarrie' (Arabisch voor 'vriend') tussen. In Genk en in andere Limburgse steden heeft de mix van Limburgs met Arabisch, Turks en Italiaans ook de typische citétaal teweeggebracht. 'Wa make?' is daar de letterlijke vertaling van het Italiaanse 'che fai?'.

"Het zijn nu vooral de jongeren die de citétaal gebruiken als een uitdrukking van hun identiteit", zegt professor Stefania Marzo (KU Leuven). "We zien ook dat die jongerentaal zich door sociale media en vloggers razendsnel verspreidt." 

Omdat jongeren de oude dialecten links laten liggen ten voordele van hun eigen taal, zijn die dialecten zeker bedreigd, denkt Marzo. 
Maar of de jongerentaal in de toekomst ook haar stempel zal drukken op het Nederlands dat we allemaal spreken, is vooralsnog onduidelijk. Want even snel als de jongerentaal zich verspreidt, raken woorden uit de mode. "Of we ooit allemaal 'wollah' gaan zeggen, durf ik niet te beweren", zegt Ghyselen. "Jongeren laten dat taalgebruik ook achterwege eenmaal ze een job gaan zoeken." 

Voorbeelden uit de citétaal

De invloeden uit de andere talen in de Genkse citétaal zijn het duidelijkst in de woordenschat, stelt Stefania Marzo. "Jongeren beweren dat de eerste Italiaanse mijnwerkersgeneratie, die toen weinig of geen Nederlands sprak, al 'wa make' gebruikte", zegt ze. "Een veel geciteerde uitdrukking is ook 'ik zweer u', die letterlijk vertaald is uit het Italiaanse 'ti giuro'. Sommige jongeren gebruiken hiervoor ook de uitdrukking 'wollah', uit het Arabisch Wa Allah (letterlijk 'Ik zweer bij Allah'). Ook in andere landen komt 'wollah' voor."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234