Woensdag 17/07/2019

Zuid-Afrika Plaasmoorde

De genocide op de witte bevolking van Zuid-Afrika is niet te staven. Maar de mythe wordt druk verspreid

Valerie Bylieveldt, leider van de organisatie Swart Maandag, demonstreert in Pretoria. Beeld Bram Lammers

Dat er een genocide zou plaatsvinden op de witte bevolking van Zuid-Afrika is met geen statistiek te staven. Toch is het een hardnekkige mythe, die vooral in de westerse wereld aanslaat.

Het is negen uur ’s ochtends, maar de Zuid-Afrikaanse lucht ruikt al vettig naar speklappen, steak en boerewors. Valerie Bylieveldt (45) staat achter een braai (Afrikaans voor barbecue) op de stoep voor de Amerikaanse ambassade in Pretoria. Ze draagt een zwart T-shirt met in wit de tekst: Swart Maandag. Haar zwarte petje is bedrukt met slechts één wit woord: heldin.

Ze verwacht minstens honderd mensen bij de door haar georganiseerde protestactie, die aandacht moet genereren voor de moorden op boeren in Zuid-Afrika. ‘Zwarte maandag’ is de rouwdag voor die zogeheten plaasmoorde. Tussen 1 april 2017 en 31 maart 2018 (de recentste cijfers) telde de politie er 62. Een grove onderschatting, meent Bylieveldt.

Ze kijkt zenuwachtig om zich heen. Waar blijft iedereen toch? Alleen al haar Swart Maandag-groep op sociaal medium Telegram telde 184 leden. Er zijn pas twintig man.

Vijf schoten

Bylieveldt was in 2005 zelf slachtoffer van een aanval op haar boerderij, dicht bij het plaatsje Steelpoort. Haar man hoorde iets buiten en ging kijken of alles in orde was. Er volgden vijf schoten. Bylieveldt rende het huis uit. “Mijn man zat onder het bloed. Hij was in zijn gezicht geraakt. Ik schreeuwde om hulp. De buren belden de politie, maar de zwarte agenten waren niet onder de indruk. Ik heb mijn man zelf naar het ziekenhuis moeten rijden. Er is nooit iemand opgepakt.”

Vier jaar later overleefde Bylieveldts broer een aanval op zijn boerderij niet. Ze wijst op het meisje naast de braai. “Ik heb zijn dochter geadopteerd.” Bylieveldt woont inmiddels met haar gezin in het plattelandsstadje Potgietersrus. “Mijn man en ik waren getraumatiseerd na de aanval op onze boerderij. We wilden er niet meer wonen.” Haar stemt trilt van woede. “Ze moorden ons witte Zuid-Afrikanen uit. Het is een genocide. De regering verzwijgt dat, maar kijk maar naar de cijfers.”

Valerie Bylieveldt neemt een hap van een stuk vlees achter een braai op de stoep voor de Amerikaanse ambassade in Pretoria. Beeld Bram Lammers

Precies dat deed Nigel Branken (47). En uitvoerig. Toch kan hij niet anders dan concluderen dat de claim van Bylieveldt onjuist is. Geen enkele statistiek wijst op een zogenoemde ‘witte genocide’. Branken drinkt een colaatje in een koffietent in het centrum van Johannesburg. Natuurlijk, ook hij vindt elke moord op een boer er één te veel. Maar er wordt gegoocheld met cijfers. Hij wil dat mensen zich bij de ­feiten houden. “Boeren in Zuid-Afrika hebben helemaal geen grotere kans om te worden ­vermoord dan de gemiddelde Zuid-Afrikaan”, zegt hij. “Juist een veel kleinere.”

Reusachtig

Branken is een reusachtige man, zoals veel Afrikaners reusachtig zijn – de witte afstammelingen van Nederlandse kolonisten: bijna twee meter, grote buik, een baard, lang haar. Hij is sociaal werker en antiracisme­activist en legt op sociale media regelmatig uit dat de vermeende genocide op witte boeren in Zuid-Afrika een mythe is. Cynisch genoeg ontvangt hijzelf daarom frequent doodsbedreigingen.

Branken legt uit dat aanhangers van de wittegenocidemythe vaak simpelweg het aantal boerderijmoorden delen door het aantal bij de belasting geregistreerde boerenbedrijven. Op basis daarvan kwam de Afrikaner lobbygroep AfriForum in 2017 bijvoorbeeld nog uit op een extreem hoog cijfer van 156 moorden per 100.000 boeren. Dat is misleidend, want op een boerderij woont praktisch nooit slechts één persoon. De boer heeft meestal een gezin. Ook zijn werknemers wonen doorgaans op het erf.

Branken komt met zijn nauwkeuriger berekening op een boerenmoordcijfer dat lager is dan 2 op 100.000. Dat is nog altijd twee keer zo hoog als het landelijke moordcijfer in Nederland, maar achttien keer lager dan dat van de extreem gewelddadige Zuid-Afrikaanse maatschappij als geheel. Zuid-Afrika telde tussen 1 april 2017 en 31 maart 2018 niet minder dan 20.336 moorden. De 62 boerderijmoorden in dit administratieve jaar vormden slechts 0,3 procent van dat totaal.

Protestborden van de organisatie Swart Maandag die in Pretoria voor de Amerikaanse en Australische ambassade protesteert. Beeld Bram Lammers

Van een witte genocide, het stelselmatig en opzettelijk uitroeien van witte Zuid-Afrikanen, kan dus geen sprake zijn. Met 46 moorden op witte boeren (de overige 16 slachtoffers in 2017-2018 waren zwart) zou het zo’n 100.000 jaar duren totdat alle 4,5 miljoen witte Zuid-Afrikanen zouden zijn uitgemoord. Het aantal witte inwoners in Zuid-Afrika neemt bovendien al deze hele eeuw toe. Dat is exact het tegenovergestelde van wat een ­genocide beoogt.

Kill the Boer

Het wil er bij Bylieveldt niet in. “Kijk naar Julius Malema, die zingt ‘Kill the Boer’ op partijbijeenkomsten”, zegt ze boos. De term ‘Boer’ is in Zuid-Afrika synoniem met witte Afrikaner. “Een politicus die oproept ons ­blanken uit te moorden, dat is toch keihard ­bewijs?”

Malema, leider van oppositiepartij Economic Freedom Fighters (EFF), mag dat lied van de vroegere antiapartheidstrijd van de rechter in werkelijkheid al enige tijd niet meer zingen. Wel verbasterde hij het tot ‘Kiss the Boer’. De Zuid-Afrikaanse Mensenrechtencommissie oordeelde onlangs dat die verbastering niet kan worden geclassificeerd als haatzaaierij. Dat mensen als Bylieveldt het lied (en andere omstreden uitlatingen van Malema) als bedreigend en kwetsend ervaren, is te begrijpen, ­zeker als die door hen uit hun (historische) context worden gehaald. Maar volgens de ­commissie maakt dat nog niet dat de teksten ook echt bedreigend en haatdragend zijn.

Als rond tien uur het geroosterde vlees van de braai wordt uitgedeeld, komt er een ambtenaar van de Amerikaanse ambassade naar buiten. Hij heeft iemand gevonden die Bylieveldt kort te woord kan staan. Ze glundert. Ze heeft haar hoop gevestigd op de Amerikaanse president Donald Trump. Die schreef in augustus vorig jaar op Twitter dat hij een ­onderzoek zou laten instellen naar de plaasmoorde. Bylieveldt: “Trump neemt ons tenminste serieus.”

Clown en boze geest

Toch staat ze na een paar minuten alweer buiten. “We hebben al twee keer eerder een memorandum ingeleverd”, moppert ze, “maar nooit antwoord gekregen.” Opnieuw kijkt ze zoekend om zich heen. Nog steeds zijn er slechts dertig in rouwzwart geklede demonstranten aanwezig. Plus twee demonstranten die zijn verkleed als clown en boze geest, om de stupiditeit van de zwarte ANC-regering te verbeelden. Bylieveldt zucht: “Ik ben bang dat er niet veel meer mensen zullen komen.”

Francois Mostert (44) is wel van de partij. Hij twijfelt er niet aan dat de moorden op boeren in Zuid-Afrika politiek gemotiveerd zijn. Op de achtergrond klinkt ‘De la Rey’ uit een speaker, het lijflied van rechtse Afrikaners. “Witte boeren worden vermoord om ze te verjagen van hun land.” Dat 16 van de 62 boerenslachtoffers vorig jaar zwart waren, doet daar volgens hem niets aan af. “Zwarte medewerkers wonen vaak aan de randen van het erf”, legt hij uit. “Als je een witte boer wilt aanvallen, moet je eerst de zwarte werknemers vermoorden. Zij fungeren als menselijk alarmsysteem.”

Het klinkt vergezocht. Branken denkt dan ook dat de term ‘witte genocide’ in realiteit vooral wordt gebruikt om onevenredig veel aandacht voor de 62 boerderijmoorden te ­genereren. Ook internationaal. Vooral bij extreemrechtse groepen in Noord-Amerika, Australië en Europa slaat de term aan. Een witte genocide past bij hun idee dat het witte ­Westen wordt overspoeld door ‘niet-witte’ immigranten. Zodra die asielzoekers in de meerderheid zijn, zullen zij witte Europeanen gaan onderdrukken en wellicht zelfs uitmoorden. Kijk maar naar Zuid-Afrika, is dan hun argument.

Een voorbijganger werpt een blik op het protest van de organisatie Swart Maandag. Beeld Bram Lammers

Leden van de Zuid-Afrikaanse organisatie Busting the Myth ergeren zich mateloos aan die verdraaiing van de werkelijkheid. Zij ope­reren anoniem vanwege de bedreigingen die zij anders ontvangen, maar gaan online de discussie aan met mensen die de mythe van de witte genocide verspreiden. “Het idee dat witte mensen in Zuid-Afrika worden onderdrukt, achtergesteld of uitgemoord is volstrekt onjuist”, legt de witte woordvoerder van de multiraciale organisatie uit. “Het is een nieuwe versie van de aloude racistische mythe van het swart gevaar, die aan de basis lag van de apartheid.”

Zelfbescherming

Deze angst voor geweld van de zwarte meerderheid in Zuid-Afrika verschafte de witte apartheidsregering een excuus om haar racistische politiek van segregatie te verdedigen met het argument dat zij dat wel móést doen uit zelfbescherming. Zij hamerde voortdurend op de gevaren die anders zouden ontstaan voor de witte en in haar ogen superieure minderheid, terwijl zij ondertussen juist zelf de zwarte meerderheid met geweld onderdrukte en economisch uitbuitte.

Dezelfde dynamiek is nu opnieuw zichtbaar bij de mythe van de witte genocide, meent Busting the Myth. Zwarte Zuid-Afrikaanse huishoudens zijn na de afschaffing van de apartheid gemiddeld vijf keer zo arm gebleven als witte. Maar de mythe van de witte genocide positioneert uitgerekend de geprivilegieerde witte Zuid-Afrikanen in de slachtofferrol. De mythe heeft zich vervlochten met hun verzet tegen de versnelde teruggave van land dat het apartheidsregime met racistische wetten afpakte van de zwarte bevolking. Ze roept op de zogenaamd kwetsbare witte bevolking te beschermen: hun levens én hun economische belangen. Zo dient de mythe uiteindelijk vooral ook om de tijdens de apartheid onrechtmatig verkregen witte economische belangen blijvend veilig te stellen.

Die vervlechting blijkt eveneens voor de Amerikaanse ambassade in Pretoria. Er hangen spandoeken met teksten als: ‘Stop communisme!’ en ‘Land? Werk er maar voor!’ Ook Mostert legt de economische link. “Door de discussie over een grondwetswijziging die het gemakkelijker moet maken om witte boeren te onteigenen, denken zwarte Zuid-Afrikanen nu opeens dat al het land van hen is”, legt hij uit. “Ze eisen dat land op met boerderijaanvallen. Daarom zie je nu een toename in het aantal plaasmoorde.” Statistisch klopt dat overigens niet. De cijfers over de afgelopen twintig jaar laten juist een dalende trend zien.

Rond twaalf uur steekt Bylieveldt de straat over naar de ambassade van Australië. Ze mag er niet in. Dus pakt ze haar megafoon. “We zullen nooit zwijgen over de slachtpartij op de witte minderheid in Zuid-Afrika”, roept ze, kennelijk in de hoop dat de ambassadeur haar zo alsnog kan horen.

Ook haar laatste medestanders druipen intussen af. Van een mislukte protestactie wil Bylieveldt echter niets weten. ’s Avonds stuurt ze aan de 184 leden van haar Telegram-groep een bericht: “Swart maandag was een groot succes!”

De naam van de woordvoerder van Busting the Myth is bekend bij de hoofdredactie.

Protestborden in de straten van Pretoria. Beeld Bram Lammers

Aantal ‘plaasmoorde’ moeilijk te achterhalen

De Zuid-Afrikaanse politie defi­nieert een plaasmoord als: een moord op iemand die op een boerderij woont of werkt, of die een boerderij bezoekt. Volgens Africa Check, een onafhankelijke factcheckorganisatie, is het belangrijk te onthouden dat het daarbij niet alleen gaat om commerciële boerenbedrijven, maar ook om zogenaamde ‘smallholdings’. Dat zijn afgelegen huizen waar op kleine schaal gewassen worden verbouwd of dieren worden gehouden.

Bij het vaststellen van het moordcijfer op boeren in Zuid-Afrika moet dus eerst worden vastgesteld hoeveel mensen er precies wonen en werken op een boerderij. Op basis van een volkstelling in 2007 komt Africa Check op ruim 800.000 mensen. Dat zou, met 62 boerderijmoorden in 2017-2018, een moordcijfer van bijna 8 per 100.000 opleveren. Maar boerderijbezoekers en de bewoners van smallholdings zijn daarbij niet meegerekend. Vandaar dat Nigel Branken op een cijfer “lager dan 2 per 100.000" uitkomt. Dat van Zuid-Afrika als geheel is 36 per 100.000.

Aan de andere kant erkennen misdaadexperts dat het aantal plaasmoorde een stuk hoger kan liggen dan het politiecijfer, omdat in de politieadministratie geen afzonderlijke categorie voor boerderijmoord bestaat. Niet elke plaasmoord hoeft als zodanig te worden gerapporteerd. Toch wijken cijfers van private organisaties weinig af. Boerenorganisatie Transvaal Landbou-unie telde in het administratieve jaar 2017-2018 70 boerderijmoorden. Afrikaner lobbygroep AfriForum kwam uit op 72 van zulke moorden in kalenderjaar 2017 en 54 in 2018: gemiddeld dus 63 boerderijmoorden per jaar.

In alle gevallen is overigens een sterke daling van het aantal dodelijke slachtoffers te zien in vergelijking met begin deze eeuw. In 2001-2002 waren er nog 140 boerderijmoorden. Wel ligt het aantal gewelddadige boerderijberovingen, waarbij het afgelopen jaar 62 doden vielen, nog altijd schrikbarend hoog in Zuid-Afrika: 564 in 2017-2018 volgens de politie. Al halveerde ook dat aantal boerderijberovingen in de loop van deze eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden