Zaterdag 17/04/2021

De generaal en het tweede kanaal

Werd generaal Jacques Lefebvre, de gewezen stafchef van de luchtmacht, door Agusta ingeschakeld in een parallel smeergeldkanaal? Het onderzoek van raadsheer Francis Fischer van het Hof van Cassatie verschaft geen duidelijk antwoord op die vraag. Agusta-lobbyman Georges Cywie liet er tijdens zijn verhoren alvast geen twijfel over bestaan dat hij zich gepasseerd voelde en wees impliciet in de richting van Lefebvre.

Georges Timmerman / Walter De Bock

De absolute grootmeester op het gebied van aangebrande legerbestellingen, fiscale offshoreconstructies en geheime commissies bij wapentransacties was zonder enige twijfel Paul Vanden Boeynants, de bejaarde politicus-zakenman die in de jaren zeventig als minister van Defensie zijn vrienden heeft overladen met contracten. Onderzoeksrechter Véronique Ancia ondervroeg Vanden Boeynants in het kader van de moord op PS-leider André Cools, zo kon de redactie vernemen. Deze ondervraging vond plaats op 24 november 1992, anderhalf jaar na de moord op Cools, maar nog voor het losbarsten van de corruptiezaak rond Agusta in het begin van 1993. De verklaringen van de oude PSC-politicus waren zoals gebruikelijk onderhoudend tot amusant. Of ze het onderzoek vooruit hebben geholpen is twijfelachtig.

Paul Vanden Boeynants vertelde Ancia: "Op een dag heb ik aan generaal Lefebvre, die mijn kabinetschef is geweest (op het kabinet van Defensie, nvdr), gevraagd hoe het nu zat met de helikopters. Hij heeft me geantwoord: 'Cela, c'est un roman'. De militairen zijn eveneens betrokken bij de economische compensaties, want ze zijn aanwezig bij de discussies (...), ze zijn dus zeer goed op de hoogte. Wat mij betreft, ik zou nooit zaken gedaan hebben met Agusta. In het algemeen vermijdt men best contracten met Italianen, want met die mannen mag men zich aan alles verwachten. Ik was zeer verbaasd dat men Italiaanse toestellen had gekocht, want ze hebben geen enkele reputatie op de markt, dit in tegenstelling tot de Fransen, Duitsers, Engelsen en Amerikanen."

De naam van Jacques 'Jack' Lefebvre, de luchtmachtgeneraal die in maart 1995 zelfmoord pleegde nadat de media zijn naam in verband hadden gebracht met de Agusta/Dassault-affaire, duikt herhaaldelijk op in het dossier van raadsheer Fischer. Agusta-lobbyman Georges Cywie beschouwde Lefebvre als zijn geheimzinnige concurrent: volgens hem had de generaal iets te maken met het fameuze tweede kanaal waarlangs Agusta andere, niet-SP-politici met smeergeld zou hebben bedacht. Maar de bewijzen voor die stelling ontbreken vooralsnog.

Op 27 september 1988 tekende Cywie een consultancy-contract met Agusta waarin oorspronkelijk een commissie van één procent op het factuurbedrag was voorzien. Cywie werkte al sinds het begin van de jaren tachtig als de officiële vertegenwoordiger van de Italiaanse constructeur in ons land. In de aanloop naar het helikoptercontract, dat op 19 december 1988 werd ondertekend, bouwde de lobbyist intensieve relaties op met toppolitici van diverse regeringspartijen die invloed konden uitoefenen op de aankoopbeslissing. Parallel met de inspanningen van Cywie ontplooide Agusta evenwel ook zélf initiatieven om invloed te verwerven in het Belgische politieke milieu.

Zo hadden de toenmalige Agusta-voorzitter Rafaello Teti en zijn nummer twee, senior vice-president Enrico Guerra, op 8 juli 1988 een discrete ontmoeting met zakenadvocaat Fons Puelinckx en met generaal Lefebvre. Lefebvre was op dat moment nog stafchef van de luchtmacht. De ontmoeting vond plaats in het advocatenkantoor van Puelinckx in de Brusselse Koningsstraat. Een en ander werd duidelijk tijdens een door onderzoeksrechter Ancia georganiseerde confrontatie tussen Teti en Puelinckx. "Ik ken mijnheer Teti", verklaarde Puelinckx. "Want ik heb hem eenmaal ontmoet, samen met Guerra. Eveneens aanwezig was generaal Lefebvre, die op het einde van zijn carrière stond en overwoog om zich te recycleren. Lefebvre werd bij mij geïntroduceerd door Bachi."

De onlangs overleden Syriër Mohammad Mamoun Arabi Kassab Bachi had begin jaren tachtig de zaken overgenomen van de Nederlandse wapenhandelaar en wheeler and dealer Dirk Ykelenstam, een vroeger kaderlid van Sheraton-ITT International met uitstekende connecties in het Midden-Oosten. Ykelenstam was in 1981 al opgetreden als lobbyist voor Agusta in het kader van de levering van zes Agusta-helikopters aan Soedan via Abu Dhabi. Hij beheerde een netwerk van contactpersonen en een reeks Zwitserse, Liechtensteinse en Panamese schermvennootschappen, die enkel in het leven werden geroepen om commissies op te strijken en te versassen. Puelinckx opereerde in het kader van dit netwerk als juridische raadgever voor Europa, aanvankelijk voor Ykelenstam en later voor Bachi. Ykelenstam had in de jaren zeventig ook intense contacten met zowel Lefebvre als Vanden Boeynants. Als kabinetschef van de minister van Defensie was het Lefebvre die de echte beslissingen nam inzake grote legeraankopen, zoals bijvoorbeeld de aankoop van F16-vliegtuigen bij General Dynamics in 1975.

Bij een huiszoeking in het hoofdkwartier van Agusta in Milaan vond het gerecht een lijst van consultants waarmee de Italiaanse constructeur had samengewerkt. Op de lijst staan onder meer MCA Tronix in Luik en Downhole Technology Consultants in Jersey, twee firma's van Cywie. Broederlijk naast elkaar staan op dezelfde lijst ook Kasma Overseas en Darmaki-Ykelenstam Joint Venture. Via deze laatste firma werd 10 procent commissie betaald op een contract van het Brusselse bouwbedrijf Maurice Delens voor de bouw van een bunker voor Mirage II-vliegtuigen in Abu Dhabi. Dezelfde joint venture ontving ook een commissie van 1,6 miljoen dollar voor de eerder genoemde levering van Agusta-helikopters aan Soedan. Een gelijkaardige rol speelde de vennootschap bij de verkoop van zes Mirage-toestellen van Dassault aan de Verenigde Arabische Emiraten. Overigens pikte Bachi ook zijn graantje mee van het Agusta-contract voor het Belgische leger. Hij kreeg welgeteld 905.261 frank van de ruim 51 miljoen Agusta-commissies die Kasma ontving. Het geld was hoofdzakelijk voor de SP bestemd en werd verdeeld door Puelinckx, die en passant 201.000 frank voor zichzelf reserveerde.

In de Belgische vennootschap Middle East Development and Investment Corporation (Medico), ondertussen omgedoopt tot Mercantile Engineering Development & Investment, werkte Ykelenstam dan weer samen met Philippe Chauveau, de schoonzoon van Vanden Boeynants, en met Celestin Van Acker, een accountant uit Boechout. Medico was zogenaamd gespecialiseerd in de handel met het Midden-Oosten, maar was in feite een zoveelste doorgeefluik voor geheime commissies. In de jaren zeventig speelde Medico een duistere bijrol in het Eurosystems-schandaal, een project voor de bouw van militaire ziekenhuizen in Saoedi-Arabië, waarbij overvloedig met smeergeld en luxecallgirls werd gewerkt.

Een andere brievenbusfirma die op de in beslag genomen Agusta-lijst voorkomt, is Mannu Business Corporation. Deze nepvennootschap werd opgericht in Panama op 2 november 1988, aan de vooravond van een bezoek van Agusta-baas Teti aan België. Die dag had Teti ontmoetingen met achtereenvolgens minister van Defensie Guy Coëme, Johan Delanghe (kabinetschef van minister van Economische Zaken Willy Claes), vice-eerste minister en minister van Verkeer Jean-Luc Dehaene en André Cools. Mannu werd opgericht op vraag van enkele Zwitserse advocaten, onder wie Philippe Meyer, een zakenvriend van Teti in Genève, en leek voorbestemd om te dienen als alternatief smeergeldkanaal.

Nauwelijks veertien dagen later had Cywie al lont geroken. Hij protesteerde met een faxbericht, gericht aan Riccardo Baldini van Agusta-Zaventem, tegen "een manipulatie op een niveau dat buiten mijn controle valt". Cywie stelde "meerdere aanwijzingen" te hebben gekregen dat "Agusta contacten onderhoudt in België via een ander kanaal". Hij noemde dat storend en nodeloos verwarring scheppend. "Als Agusta geen vertrouwen heeft in de organisatie die ik op poten heb gezet", schreef Cywie, "zou ik dat graag vernemen en verzoek ik u een keuze te maken tussen de mogelijkheden die u hebt."

Teti verklaarde aan het Belgische gerecht dat hij Puelinckx misschien een keer had ontmoet in diens kabinet. "In dat geval heb ik vanzelfsprekend gepraat over Kasma Overseas", verklaarde hij. Het bestaan van Kasma, de Panamese brievenbusfirma die uitsluitend diende om het geld van Agusta naar de SP te versluizen, kon Teti niet meer ontkennen. Het gerecht beschikte over het door Teti en Puelinckx ondertekende consultancy-contract tussen Agusta en Kasma, afgesloten op 18 november 1988, de dag waarop de laatste voorstellen van Agusta voor economische compensaties werden afgerond op het ministerie van Economische Zaken.

Volgens Teti had hij tijdens die ontmoeting op het kabinet van Puelinckx met geen woord gerept over Mannu Business Corporation. "Ik twijfel nochtans", voegde hij er bij nader inzien aan toe. "Het is mogelijk dat ik met Puelinckx heb gesproken, en dit in het bijzijn van generaal Lefebvre, over een consultancy-opdracht. De generaal deed zelf dit voorstel, omdat hij het einde van zijn militaire carrière naderde. Indien het gesprek bij Puelinckx heeft plaatsgehad in aanwezigheid van generaal Lefebvre, dan is het onwaarschijnlijk dat de conversatie over Kasma is gegaan."

Voor Cywie is het duidelijk: hij werd in de wielen gereden door Lefebvre, die gefungeerd zou hebben als het tweede kanaal van Agusta: "Achteraf bekeken lijkt het me nu evident dat generaal Lefebvre inderdaad een rol heeft gespeeld in de uitvoering van het helikopterdossier. In oktober 1988 al had Guerra, via zijn kantoor in Brussel, me met veel aandrang onder meer een foto van de generaal gevraagd. Die moest in die periode naar Rome reizen voor een vergadering van de Navo."

Het gerecht vermoedt dat de gevraagde foto van Lefebvre aan Cywie werd bezorgd door kolonel Roger Van den Bosch, de chef van de dienst budgetcontrole van de aankoopdienst van het leger, wiens echtgenote actief was in de verzekeringsbranche (zie eerste aflevering van deze serie, DM 20/6/'98). De speurders vonden een fax van november 1988, gericht aan Martine Bailleul, de secretaresse van Cywie. In de rechterbovenhoek van deze fax noteerde Bailleul: "VDB... tel 9/11... VDB va envoyer... remise le 14.11.88".

Volgens de verklaringen van de secretaresse telefoneerde ze op 9 november naar Van den Bosch, die beloofde dat hij haar de foto op 14 november zou bezorgen. Van den Bosch herinnerde zich echter niets meer en beweerde formeel dat hij nooit een foto van Lefebvre aan wie dan ook had bezorgd.

Als gevolg van het Kasma-contract werd de commissie van Cywie verminderd van 1 naar 0,75 procent. Op 28 november 1988, kort na de beslissing van het sociaal-economisch kernkabinet om de bestelling bij Agusta te plaatsen (maar nog voor de officiële ondertekening van het contract), tekende de Italiaanse firma bovendien een consultancy-overeenkomst met Mannu, waarin voorzien werd dat Mannu een commissie van 0,5 procent van het factuurbedrag zou krijgen. Raadsheer Fischer hield eerst rekening met de mogelijkheid dat dit bedrag bestemd was voor de Parti Socialiste. Of wou Teti, die kort daarna met pensioen zou gaan, misschien voor zichzelf een appeltje voor de dorst opzij leggen, zoals Cywie herhaaldelijk insinueerde?

De meest plausibele uitleg is echter dat MCA Tronix, Cywie dus, de aan Mannu beloofde commissie heeft opgestreken. Het gerecht onderschepte brieven van Mannu aan Agusta, waarin werd aangedrongen op onmiddellijke betaling van het beloofde bedrag, omdat Mannu zelf "bepaalde verplichtingen" te vervullen had. Het gerecht ontdekte voorts dat Agusta aan de Italiaanse ministeries van Buitenlandse Zaken en Financiën de toelating had gevraagd en gekregen om 20 tot 30 miljoen frank commissies te betalen aan Mannu. De brievenbusfirma opende ook een rekening bij de Paribas Bank in Genève, met als volmachthouder advocaat Philippe Meyer, maar er werd geen enkel spoor gevonden van enige transactie op die rekening.

In de boekhouding van MCA Tronix daarentegen vond het gerecht een post 'plus-value Agusta' ter waarde van 27.266.117 frank, of exact 5 procent van het factuurbedrag voor de helikopters. En er is meer: op 11 maart 1994 werd een algemene vergadering van de aandeelhouders van Mannu gehouden in Genève. De vergadering besloot de vennootschap om te dopen tot Tofut Trading & Investments Corporation. Toeval of niet: Cywie verbleef die dag in hotel Richemond in Genève.

"Het verbaast u dat ik niet geprobeerd heb om te achterhalen welke bijkomende hulp Agusta had ingeschakeld", verklaarde Cywie aan commissaris Raymond Brose van de cel-Cools. "Dat interesseerde me niet. Het enige wat ik hierover kan zeggen is dat Guerra me op de luchthaven, in januari of februari 1989, heeft gezegd dat hij 'me later zou uitleggen' welke de rol was die generaal Lefebvre heeft gespeeld. Maar dat is er nooit van gekomen."

Morgen: De stafchef en zijn broer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234