Dinsdag 02/03/2021

'De gemeenschapszin is totaal verloren gegaan'

De 26-jarige Amerikaan Matthew McIntosh schreef een opmerkelijk debuut. Met zijn caleidoscopisch portret van een reeks mainstream mensen in een doordeweekse voorstad zet hij een schokkend beeld neer van de gedesoriënteerde wereld van vandaag. 'Wanneer je thuis overal is, heb je geen thuis meer. Geen wonder dat het grootste deel van de Amerikanen zich tegenwoordig verlaten voelt. Daarover wou ik dus een boek schrijven, over die verlatenheid.'

Matthew McIntosh

Well

Oorspronkelijke titel: Well Vertaald door Dirk-Jan Arensman Vassallucci, Amsterdam, 271 p., 19,95 euro.

'Misschien dat het niet altijd gebeurt, maar wel vaak", zegt de vertelster uit het eerste hoofdstuk van Well. "Het maakt niet uit waar ik ben. Ik kan bijvoorbeeld naar de brievenbus lopen of naar mijn werk rijden en dan krijg ik 't - geen beeld, maar een soort idee, een soort gevoel, zoals je je de vorm van de muren en de meubels voorstelt als je door een bekende, donkere kamer loopt, zo is het - en ik word altijd overvallen door het gevóél dat het om mij gaat, dat ik onder in een put lig. En ik kan me niet eens herinneren dat ik ooit een waterput heb gezíén, behalve dan op tv en in films, maar ik heb altijd dat gevoel gehad." Over wat het betekent om onder in die put - een well in het Engels - te liggen en je er desondanks toch nog redelijk goed - aha, alweer die well - bij te voelen, gaat deze roman die volgens schrijver Matthew McIntosh de lezer zelf tot hoofdpersonage wil maken: "Niet zoals Italo Calvino dat bijvoorbeeld doet door de lezer constant aan te spreken", zegt hij, "maar eerder door hem het boek in te trekken, hem getuige te laten zijn van wat er gebeurt. Ik hou niet van afstandelijke boeken waarin je een paar personages volgt op hun weg door het leven en die je voor de rest koud laten. Je volgt hier niet de reis van een personage, je gaat zelf op reis." En wat voor een reis. Well geeft een beeld van een hele reeks mainstream mensen zoals we die in een doordeweekse Amerikaanse voorstad aantreffen. Ieder heeft zijn verhaal en niemand lijkt iets met een ander gemeen te hebben. Aanvankelijk denk je dan ook eerder met een verhalenbundel dan met een roman van doen te hebben, tot je een lijn door de verhalen begint te ontwaren, of meer bepaald een neerwaartse spiraal die recht naar de bodem van de put leidt. Met ieder verhaal neemt de wanhoop toe en blijkt het geweld onontkoombaarder, met als dieptepunt het verslag van een man die op de bus zit en net op het moment dat die over een brug rijdt opspringt, de chauffeur een kogel door het hoofd jaagt en het stuur een zwieper geeft zodat het voertuig door de railing gaat en zeventien meter naar beneden valt. Het was een doodgewone man, zoals er elke dag op de bus zitten. Na dit verhaal gaat het weer bergop en schijnt er af en toe een hoopvol zonnetje door de wolken, maar helemaal opklaren doet het echter nooit in McIntosh' literaire wereld. "Nee", zegt hij, "je raakt nooit helemaal uit de put. Ik wil niet dat je na het dichtslaan van mijn boek het idee hebt dat het gedaan is. Boeken die alles afronden zijn niet interessant. Wanneer ze uit zijn, kun je ze opzij leggen. Je bent ermee klaar. Well is anders. Wanneer je dit boek uit hebt, zit je er nog middenin, waardoor je de wereld om je heen anders gaat bekijken."

Wou u breken met de traditionele romanvorm of wou u hem juist een stapje vooruit helpen?

"Een stapje vooruit, denk ik, zonder daarbij te willen impliceren dat ik daarmee de grote romanschrijvers uit de literatuurgeschiedenis wou overtroeven. Ik wou gewoon tonen dat er een andere manier is om een roman te schrijven, meer hedendaags, en dat dit ook een goed boek kan opleveren. De wereld is vandaag veel gefragmenteerder en als mens voel je je veel gedesoriënteerder dan een eeuw geleden. Waarom zouden we dan nog boeken schrijven alsof we in 1904 leven? Volgens mij moet de vorm van de roman een weerspiegeling zijn van de tijd waarin hij geschreven is. Zoals Joyce al benadrukte: vorm en betekenis zijn niet los te denken van elkaar. Ik stapte af van de klassieke romanvorm omdat ik zo veel meer kon doen, meer personages ter beschikking had, meer diepgang in mijn onderwerp kon steken en op meerdere manieren de diversiteit van het leven kon tonen. Ik had al wat geschreven voor dit boek er kwam. Er zijn een paar mislukte en ongepubliceerde romans aan voorafgegaan, onder meer die met een hoofdpersonage dat van de eerste tot de laatste pagina de actie draagt. Ik heb dat gedaan en vond het bijzonder beperkend. Dit was iets anders, iets spannends en uitdagends. Ik heb geprobeerd ieder personage een eigen stijl en ieder hoofdstuk een specifieke vorm te geven. Het maakte het schrijven opwindend."

Het boek speelt in Federal Way, een voorstad van Seattle, maar doet dat er eigenlijk wel iets toe? Pakt het niet eerder een condition humaine aan dan een specifieke, aan een plaats en personen gebonden gebeurtenis ?

"Federal Way bestaat in het echt, maar speelt in feite geen rol. Ik heb veel door de VS gereisd en ik heb dus al heel wat voorsteden gezien. Ze zijn allemaal hetzelfde. De tijd van de voorsteden met een eigen gezicht en een eigen gemeenschapsleven is voorbij. Er zijn geen lokale winkels of videotheken meer. De voorbije twintig jaar zijn de meeste voorsteden trouwens afgebroken en vervangen door kolossale grootwarenhuizen omringd door parkeervlaktes. Waar je ook gaat, je ziet hetzelfde Wal-Mart-landschap. Ik heb reacties gekregen van mensen uit Boston en Los Angeles die dachten dat Federal Way een pseudoniem was voor hun eigen voorstad. Met het verdwijnen van die kleine winkeltjes is ook de gemeenschapszin verloren gegaan. Onlangs deed ik een signeertournee langs de Westkust waarbij ik zowat alle Barnes and Noble-boekenwinkels bezocht. Het viel me na een tijd op dat ik die winkels praktisch blindelings kon vinden, ook al was ik er nog nooit geweest. In iedere stad stonden ze immers op dezelfde plaats: aan de grote invalsweg, rechtover het grootwarenhuis. Enerzijds is dat wel makkelijk als je op zoek bent naar een boek natuurlijk, maar anderzijds verlies je zo ook iedere notie van waar je vandaan komt. Wanneer je thuis overal is, heb je geen thuis meer. Geen wonder dat het grootste deel van de Amerikanen zich tegenwoordig verlaten voelt. Daarover wou ik dus een boek schrijven, over die verlatenheid, niet over de grote bedrijven die stilaan het hele land in hun macht krijgen, maar wel over wat dit voor consequenties heeft voor de man en vrouw die iedere ochtend in hun auto stappen en naar die bedrijven rijden om er te werken."

In Well is er één publieke plaats die nog wel bijdraagt tot het gemeenschapsleven en niet alleen mensen, maar ook uw boek bijeenhoudt: het café, de Trolley genoemd.

"Ja, ook al ben ik ervan overtuigd dat plaatsen als de Trolley het niet lang meer zullen rekken. De originele Trolley was in noord-Seattle, ik was er klant aan huis. Een paar jaar geleden ging hij tegen de grond om plaats te maken voor een Super Target, een gigantische winkel die pretendeert alles in huis te hebben en dit tegen de laagste prijs. We gaan ten onder aan steeds goedkopere rommel. In Federal Way is er een café waarop ik de Trolley in het boek gebaseerd heb, recht tegenover de nieuwste hypermarkt. Over vijf jaar is het verdwenen, daar ben ik zeker van, en dat is zonde. Het café is er al meer dan dertig jaar, wat naar Amerikaanse normen een eeuwigheid is. Mensen ontmoeten er elkaar, vertellen er hun verhaal, verdrinken er hun tegenslagen, beginnen er tegen wildvreemden hun leven uit de doeken te doen en gaan er na een begrafenis naartoe. Een goed café is als een kerk, het begeleidt je van de wieg tot de doodskist. Oké, er hangt te veel rook en het is niet goed voor de gezondheid, maar de sociale rol ervan is niet te onderschatten. Eens het café weg, blijven de mensen thuis, staren ze tv en vereenzamen ze nog meer."

Wou u een realistisch beeld geven van de Amerikaanse voorstad?

"Ja, want dat vind je praktisch nooit meer tegenwoordig. Wat mij aan de geschiedenis interesseert is niet wat er in de boeken staat, over de grote significante gebeurtenissen en zo. Ik wil weten wat het betekende om in het verleden te leven, hoe het aanvoelde om toen over straat te lopen. Dat vind ik opwindend aan het verleden, omdat het aantoont dat de tijden en de grenzen misschien wel veranderen, maar de mensen altijd hetzelfde blijven. Een van de grote pluspunten van literatuur is dat ze dit duidelijk kan maken, dat ze bruggen slaat tussen generaties, tussen levenden en doden en tussen allerhande verschillende karakters. Beseffen dat je niet alleen staat met je gevoelens en dat er al miljoenen mensen voor je geweest zijn die dezelfde problemen hadden, kan een grote troost zijn."

Is dat ook de reden waarom er in uw boek nooit eens een succesrijke advocaat uit zijn Lexus stapt met een bundeltje golfclubs over de schouder?

"Vorig jaar woonde de broer van mijn vrouw een tijdje bij ons in. Hij was 21, werkte als hulpkelner in een restaurant en volgde van tijd tot tijd les aan allerhande scholen. Zijn vader was een mecanicien, zijn moeder huisvrouw, typisch doorsnee Amerikaans gezin dus, iedere dag schrapen en rekenen om rond te komen. Hij had beslist dat hij meer wou gaan lezen en daarom had hij een van zijn vrienden die filologie studeerde gevraagd hem een paar ideeën aan de hand te doen. Op een dag kom ik thuis en zie ik hem met een boek op de bank zitten. 'Wat lees je?', vraag ik, waarop hij antwoordt: 'De verzamelde verhalen van John Cheever.' Voor de filologie-student waren ze van belang, maar wat kon mijn schoonbroer ermee, vroeg ik me af. Wat hadden ze voor hem te betekenen, in zijn persoonlijke leven? Hij vond dat hij ze moest lezen omdat dit een grote naam was, om nadien te kunnen zeggen dat hij die verhalen gelezen had. Had ik in mijn boek een succesrijke advocaat opgevoerd, dan had ik een dergelijk Cheever-effect veroorzaakt bij mijn lezers. Ik vind het belangrijk te tonen dat ook het leven van een doorsnee man of vrouw rijk genoeg is om boeiende literatuur op te leveren. We gaan er immers nogal makkelijk van uit dat iemand met weinig geld of status het vermelden niet waard is, maar wees nu eens eerlijk, wie wil er nu iets lezen over landbaronnen of royalty-figuren?"

Mensen die lezen om te ontsnappen aan de dagelijkse sleur misschien?

"Oké, die zijn er, en die lezen boekjes over chirurgen die het met hele reeksen stewardessen doen, maar dat noem ik niet echt literatuur. Literatuur heeft voor mij de pretentie op zoek te willen gaan naar de waarheid. Ze wil iets zeggen over de realiteit, en die vind je niet in doktersromannetjes."

Wat me opviel is dat uw personages bijna allemaal fysiek of mentaal beschadigd zijn.

"Dat is in de realiteit toch ook zo, alleen praten we er liever niet over. Als schrijver kun je in het hoofd van je personages duiken en tonen wat ongezegd blijft. Neem nu die kerel die net te horen kreeg dat hij kanker heeft. Hij gaat een bar binnen, drinkt een paar glazen, zit een beetje voor zich uit te murmelen en valt iemand lastig. Uiteindelijk stapt hij op, gaat naar de deur, maar beslist op het allerlaatste moment er toch nog eentje te bestellen. Dit is wat je ziet. Wat je leest is wat er in de man zijn hoofd gebeurt en daar hoor je meer over zijn beweegredenen. Mensen lopen toch niet de godganse dag met hun misère te koop? Hetzelfde geldt trouwens voor het geweld in het boek. Ik krijg weleens de opmerking dat het vol psychopaten loopt die zonder enige reden anderen kwetsen. Hé, ik kom uit een bijzonder gewelddadig land. Het meeste geweld is kleinschalig en men vindt het zo gewoon dat er zelfs niet over gesproken wordt. Een man draait zich om en stampt met zijn elleboog in het gezicht van zijn vriendin. Dat gebeurt iedere dag, daar maken wij geen woorden aan vuil. Het komt en gaat en we staan er niet meer bij stil. Het vormt een organisch deel van onze samenleving."

In uw boek lijkt iedereen ook te wachten. Waar wachten ze op? Verlossing?

"Zij wachten en zoeken. Het boek begint niet toevallig met een bijbelcitaat: 'En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleindiging der wereld.' Dat zijn in het evangelie van Mattheüs Jezus' laatste woorden voor hij in de hemel opgenomen wordt. Wat hij hier in wezen zegt is: maak je geen zorgen, ik ben altijd bij jou, en weg is ie. Van dat moment af is de geschiedenis van het christendom een onophoudelijk wachten geweest. De rest van het Nieuwe Testament is Paulus die een nieuw stel wetten invoert in afwachting van Jezus' grote terugkeer. Vandaag wachten we nog steeds, niet meer op de terugkeer van Christus natuurlijk, maar wel op datgene waar die terugkeer voor staat: een einde aan het lijden. Het is trouwens opvallend dat het vooral Amerikanen zijn die het nodig vinden anderen eraan te herinneren dat Jezus binnenkort zijn herintrede zal maken waardoor er een einde zal komen aan het lijden. Hier in Europa geloofde geen kat dat op 1 januari 2000 God uit de hemel neer zou dalen, in Amerika rekende bijna de helft van de bevolking het tot de mogelijkheden. Ons leven lijkt wel een eindeloze zoektocht naar verlossing. Sommigen vinden die in de overwinning van hun basketbalteam, anderen in drank of drugs."

Maar wat als je niet langer wacht?

"Dan ben je verloren. Op een bepaald moment vergeet je waarop je wacht, wat ertoe kan leiden dat je er finaal de brui aan geeft, en dan heb je alle hoop opgegeven. Dan ga je ervan uit dat wat is ook zo moet zijn en dan heb je je bij de gang van de wereld neergelegd. Gelukkig gebeurt dat maar zelden. Om een of andere reden hebben mensen een grote overlevingsdrang en blijven ze wachten. En terwijl ze wachten op een eind van hun lijden, ontdekken ze andere positieve zaken, liefde bijvoorbeeld of geluk. En die bieden de echte verlossing."

Marnix Verplancke

'Een goed café is als een kerk, het begeleidt je van de wieg tot de doodskist. Oké, er hangt te veel rook, maar de sociale rol ervan is niet te onderschatten'

'Ik krijg weleens de opmerking dat mijn boek vol psychopaten loopt. Hé, ik kom uit een bijzonder gewelddadig land. Geweld daar maken wij geen woorden aan vuil'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234