Vrijdag 03/07/2020

De gelaagdheid van een ajuin

Walter Vilain wil in recent werk complex discours voeren

Vorig jaar bracht het centrum 't Elzenveld in Antwerpen een retrospectief overzicht van het schilderwerk van Walter Vilain (°1938). Het Centrum voor Beeldende Kunsten in Hasselt doet dat niet nog eens over maar legt de nadruk op Vilains recentste werk, waarin schilderkunst gesitueerd wordt in een breder filosofisch kader. Een ambitieus opzet, dat enkele boeiende installaties oplevert omtrent de verbeelding, het afbeelden en vooral het waarnemen. Observatorium is dan ook de vlag die de lading moet dekken.

Een ensemble van een tiental doeken, collages en assemblages, als een beknopt overzicht van de ontwikkeling van zijn werk vanaf 1960, vormt een introductie op de eigenlijke tentoonstelling. Die oudere werken zijn in hoofdzaak afkomstig uit privé-verzamelingen en openbare verzamelingen (zoals die van de Vlaamse Gemeenschap en van het S.M.A.K. in Gent).

Walter Vilain studeerde nog bij Octave Landuyt aan de normaalschool in Gent, waar hij ook Jan Hoet leerde kennen. Later werd hij leerling van Paul Delvaux aan het Hoger Instituut Ter Kameren in Brussel. Hij assisteerde Delvaux ook voor enkele grote opdrachten. Toch trad hij niet in de voetsporen van zijn leermeester, maar ging hij de weg op van de zogenaamde lyrische abstractie. Jarenlang drukte Vilain zich uit via klassieke lyrische schilderkunst met veel gevoel voor de materie en subtiele kleurverhoudingen. Soms lijkt hij echter wat vast te zitten in een klassieke decoratieve picturaliteit. De spanning tussen figuratie en abstractie blijft overigens in heel zijn werk aanwezig. Meer dan eens blijft een zekere figuratie zichtbaar in de abstractie.

Vanaf de tweede helft van de jaren '50 nam de erg jonge artiest deel aan de bekende prijs Jeune Peinture Belge, waar hij in 1962 een vermelding kreeg. In de jaren '60 experimenteerde Walter Vilain met collage- en assemblagetechnieken. Vilain was vooral ook een goed lesgever, een loopbaan die hij in 1994 beëindigde als directeur van de Academie van Antwerpen.

Het frisse aan de tentoonstelling in Hasselt is dat ze focust op recent werk, dat komaf maakt met de decoratieve en picturale waarde van het oudere werk, door de wijze waarop de doeken zijn opgehangen. De recente reeks giornata is meters boven ooghoogte bevestigd tegen de zaalwanden. In de vloer, die anderhalve meter is verhoogd, is een smal parcours vrijgemaakt waar de toeschouwer doorheen kan lopen. Het bestuderen van de werken wordt nagenoeg onmogelijk gemaakt door de barrière van de verhoogde vloer. Het directe, fysieke contact met de werken is daardoor onmogelijk. Tegelijk wordt de toeschouwer zich bewust van het feit dat begrippen als waarneming en observatie hier concreet in vraag gesteld worden. Kansen voor een gewone verzamelaar heet de installatie niet zonder enige ironie.

De zichtbare betekenislagen zijn in de recente werken opgebouwd zoals een ui. De installatie je l'ai embrassé Molly avec tous ce que j'avais encore dans la carcasse verwijst naar het boek Reis naar het einde van de nacht van Louis-Ferdinand Céline, en schuwt diens getormenteerde taal ook niet. Ingescande foto's van videobeelden van een bankgebouw, van de straatstenen waarop een politicus werd vermoord, en van het kamp van Breendonk worden groot opgeblazen en omgekeerd bevestigd tegen de wanden. Ertussen bevinden zich een aantal met plastic afgedekte strobalen vergezeld van een aantal sterrenkijkers.

Met de oorspronkelijke schilderkunst van Walter Vilain heeft dat niet meer zoveel te maken. Herkenbare beelden en de sporen daarvan in afgeleide beelden, worden tegen elkaar uitgespeeld. In dat kader wordt driftig verwezen naar semiotiek, structuralisme en postmoderne filosofen. Op zich levert dat een boeiend verhaal op, hoewel de zwaarte ervan soms diametraal staat tegenover de frisse helderheid van enkele schilderijen die deel uitmaken van het discours. Ter gelegenheid van de tentoonstelling verschijnt een bescheiden catalogus in twee delen. Het eerste deel is uit. Het tweede deel doet verslag van het verloop van de tentoonstelling en wordt voorgesteld op 29 januari 1999.Anne Milkers

Walter Vilain, Observatorium, in Provinciaal Centrum voor Beeldende Kunsten, Begijnhof, Zuivelmarkt 33 Hasselt, tel. 011/29.59.60. Tot en met 31 januari 1999, open van dinsdag t.e.m. zaterdag van 10 tot 17 uur, zondag van 14 tot 17 uur. Finissage vrijdag 29 januari vanaf 20 uur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234