Woensdag 21/04/2021

De geheimen van Auxerre

Seriemoordenaar Michel Fourniret woonde in 1987 en 1988 in een dorpje ten zuiden van Auxerre. De Franse stad was in die tijd om meer dan één reden te mijden voor meiden. Er liepen naast de houthakker nog twee maniakken rond. Er werd een sm-kasteel ontdekt waar meisjes werden opgesloten en gefolterd. Drie moorden die in de stad jarenlang de wildste speculaties voedden, worden nu toegeschreven aan Fourniret. Maar hij bekent er maar één. De geheimen van Auxerre.

Douglas De Coninck

De naam Claude Dunand zegt u vast niets en daar zal na de uitzending van de aan hem gewijde documentaire Auxerre: la justice bafouée, donderdag op de Franse betaalzender Canal+, niet meteen verandering in komen. De zender is hier niet te ontvangen.

Er is geen reden tot zelfreflectie. Ook Luc Balleux, de advocaat van Michel Fourniret, moet na enig gepijnig van zijn geheugen bekennen dat de naam hem niets zegt. Het gerucht doet de ronde onder families van vermiste kinderen in Auxerre. Fourniret zou zich onlangs tijdens een verhoor hebben laten ontvallen dat hij Claude Dunand "nog gekend" heeft. "Dunand, zegt u?", piekert Balleux. "Zegt me niks. Ik lees de processen-verbaal van zijn verhoren aandachtig en heb een goed geheugen. Ik ga het volgende week nog eens verifiëren, maar volgens mij staat daarover niets in het dossier." Waarvan akte.

Net als bij Marc Dutroux heb je na kennisname van de kerngegevens in de zaak-Fourniret de neiging om te denken dat zo'n man zijn hele leven lang met weinig anders bezig kan zijn geweest dan meisjes ontvoeren. Het probleem met Michel Fourniret is dat die impressie niet ver van de realiteit lijkt te zitten. "Hij zei me dat hij nood had aan twee maagden per jaar", zei echtgenote Monique Olivier aan haar ondervragers. Een maand na de ontdekking van de stoffelijke resten van Elizabeth Brichet en Jeanne-Marie Desramault is de opsomming van feiten waarvan hij wordt verdacht hallucinant.

Fourniret bekende zeven meisjesmoorden. Naast die op Elizabeth en Jeanne-Marie gaat het om Isabelle Laville (17 jaar, Auxerre, 1987), Fabienne Leroy (20, Mourmelon, 1988), Natacha Danais (13, Nantes, 1990), Céline Saison (18, Charleville-Mézières, 2000) en Mananya Thumpong (13, Sedan, 2001). Alle lichamen zijn teruggevonden, behalve dat van Isabelle Laville. Over haar weten de speurders niet meer dan dat ze, dixit Olivier, "in een put" is gegooid. Waar, dat weet ze niet precies meer.

Toch is dat meer informatie dan andere families hebben. Justitie in Bergen denkt aan Fourniret voor de moord op Gwenaëlle Philippart de Foy (21) in 1990. Namen ziet een verband met de moord op Vinciane Closset (21) in 1991. Leuven met die op Nathalie Geijsbregts (11), datzelfde jaar, en Ilse Stockmans (19) in 1987. Verder is er nog het volgens Olivier in 1993 vermoorde au-pairmeisje in Sart-Custinne waar justitie in 2003 al naar begon te graven, maar van wie men nog niets eens de naam kent.

Verder nog: een poging tot aanranding van een meisje in Jette in 1994, een ooit aan Dutroux toegeschreven verkrachting in Obaix in 1995 en één in Jambes. Het Oostenrijkse gerecht ziet Fourniret als mogelijke ontvoerder van Natascha Kampusch (10) in 1998. In Duitsland brengt men hem in verband met de moord op een elfjarig meisje in Bonn in 1996. Uit Denemarken kwam een verzoek om dna-stalen in verband met de verkrachting en moordpoging op een meisje van elf in Falter in 1999.

En dat is allemaal nog klein bier vergeleken met de lijst waarvoor de Franse justitie Fourniret graag uitgeleverd wil zien. Fourniret bekende de moorden op gangsterliefje Farida Hamiche - ter wille van 50 kilo goud - en die op een zakenman langs een Franse autosnelweg in 1998. En een wapenroof op het douanekantoor in Givet in 1993.

Daarnaast is de houthakker uitgeroepen tot hoofdverdachte in een dertigtal moorddossiers, waaronder die over de in 1996 in Agen verdwenen Marion Wagon (10). Veertien jaar na de feiten hoopt men in Suèvres (Loir-et-Cher) eindelijk een naam te kunnen zetten op dat grafzerkje met opschrift: 'La petite inconnue de l'A10'. Het langs de autoweg gevonden kinderlijk kon nooit worden geïdentificeerd. In Seine-et-Marne ziet men in Fourniret de ontvoerder van Estelle Mouzin (9) in 2003. Vanuit Auxerre, waar Fourniret Isabelle Laville ontvoerde, is een rogatoire commissie op komst in verband met de in 1987 verdwenen Marie-Angèle Domece (19), een licht gehandicapt meisje. En ook voor de moord op de Britse studente Joanna Parrish in 1990, in de buurt van Auxerre. Haar lijk werd in 1992 opgevist uit het meer van Yonne.

Logisch dat men in Auxerre voor beide feiten aan Fourniret denkt. Na zijn vrijlating uit de gevangenis van Fleury-Mérogis - na een veroordeling voor zedenfeiten - woonde hij van 1987 tot eind 1988 in het dorpje Saint-Cyr-les-Colons in het departement Yonne, zo'n 20 kilometer ten zuidoosten van Auxerre. En daar begint het probleem.

We schrijven 20 januari 1984. In het centrum van Auxerre treft een voorbijganger op straat een halfnaakt tienermeisje vol brand- en andere wonden aan. Ze is volkomen in shock en er gaan drie dagen van moeizaam communiceren overheen voor de politie er wat van begint te snappen. Ze heet Huguette, is negentien jaar oud en is drie maanden eerder verdwenen uit een naburige DDASS, een instelling voor licht mentaal gehandicapten. Het meisje zegt te zijn ontsnapt uit een "kasteel", waar ze als slavin opgesloten zat. Vastgeketend aan een kruis, de hele dag door geblinddoekt, gefolterd en misbruikt. Hondenbrokken als voedsel.

Op aanwijzing van het meisje - dat blijft roepen dat haar vriendin "daar nog zit" - gaat de politie met enig ongeloof eens kijken in een kasteeltje in Appoigny, een dorpje iets ten noorden van Auxerre. In het kasteel wordt heel precies aangetroffen wat Huguette beschreef: een sm-kelder. En, vastgeketend aan de muur: Michaëla (18).

Claude Dunand, eigenaar van het kasteel, en zijn vrouw worden gearresteerd. Hij bekent: dit was een hobby'tje, zegt hij. Na een uiterst chaotisch vooronderzoek, dat zeven jaar aansleept, wordt Dunand op 31 oktober 1991 door het assisenhof van Yonne veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Zijn vrouw krijgt vijf jaar en die ene gearresteerde "klant" twee, merendeels met uitstel. Het gaat om een man die zich weleens kwam vermaken in de sm-kelder, medelijden kreeg met de meisjes en Huguette hielp te ontsnappen. Verder zaten er geen beklaagden in de box, tot grote verwondering - zovele jaren later nog - van Jean-Yves Liénard, de toenmalige advocaat van Dunand.

"In die kelder stond een schoolbord", blikte hij eind 2000 terug in Le Monde. "Met krijt stond daarop het menu van de dag beschreven, zoals de prijs voor het verbranden van borsten. We hadden allemaal het gevoel dat er een verdoken kant zat aan dat dossier. Gezien de toestand van die twee meisjes, op de rand van de dood, is het totaal onmogelijk dat er geen andere zijn geweest."

Thierry Fournet is een van de makers van de Canal+-documentaire en neemt geen blad voor de mond: "Alles wijst erop dat Dunand bescherming genoot." In zijn reportage wordt een lijst opgesomd van verdachte overlijdens: te beginnen met die van gendarme Christian Jambert. Er is de klantenlijst van Dunand, die in de kelders van het justitiepaleis van Auxerre spoorloos verdween. "Op het proces zei Dunand doodleuk dat dat maar normaal was, gezien de vele namen van hooggeplaatsten die erop voorkwamen."

Claude Dunand is sinds 1 juni 2002 alweer - vervroegd - vrij en geeft luidens Fournet nauwelijks gehoor aan oproepingen voor de obligate psycho-sociale check-up. Dat hij nog leeft, is volgens de journalist een bewijs dat zwijgen loont. "Hij heeft nooit één naam genoemd, terwijl iedereen zo zag dat hij die kelder niet louter voor eigen plezier kon hebben ingericht. Het is gek dat zo'n zaak, als je erop terugblikt, ten tijde van de feiten en het proces amper werd gevolgd door de media. Alleen de lokale pers berichtte erover."

Wie de veronderstelde 'klanten' waren, dat weet niemand. Aan speculaties over de lotgenotes van Huguette en Michaëla is in Auxerre geen gebrek. En aan discussies over geïsoleerde perverten en netwerken helemaal niet.

In november begint voor het assisenhof van Yonne het proces tegen Emile Louis. Deze 69-jarige oorlogsheld, ex-buschauffeur en ex-welzijnswerker staat terecht voor zeven meisjesmoorden, gepleegd tussen 1977 en 1979. Het ging telkens om licht gehandicapte meisjes uit DDASS-instellingen in Yonne, waar Louis in die tijd zelf werkte. Het gerechtelijke parcours van Louis is er één waar de Franse justitie zich net zo goed over mag schamen als bij Fourniret. De man werd in 1981 al eens opgepakt voor de moord op een meisje - terecht, bleek achteraf - maar zag zich na drie jaar bij gebrek aan bewijzen vrijgelaten. Dat ondanks het speurwerk van gendarme Christian Jambert, die in 1984 al eens een pakket vol bewijzen tegen Louis afleverde bij het parket in Auxerre, en nul op het rekest kreeg.

Het duurde tot 2000, nadat justitie in Auxerre jarenlang was bestookt met acties van boze families van verdwenen kinderen, dat Louis eindelijk werd gearresteerd en verrassend vlug tot bekentenissen overging. Die trok hij nadien weer in. Vandaag doet de grijsaard een beetje denken aan Marc Dutroux tijdens zijn proces. Verward, zinspelend op een groter geheel, soms 'a' zeggend, nooit 'b'. Alle dna-sporen op de resten van de zeven slachtoffers verwijzen naar hem. Volgens de laatste berichten is Louis van plan om tijdens zijn proces onschuldig te pleiten.

Jambert mocht het dan over Emile Louis al in 1984 bij het rechte eind hebben gehad, ook hij zag een groter geheel. Het leek hem iets te toevallig dat én Dunand én Louis meisjes ontvoerden uit DDASS-centra. Volgens hem was de één simpelweg de "leverancier" van de ander. Jambert meende dat het lijstje met slachtoffers trouwens langer was. Hij legde dossiers aan over nog een tiental andere eind jaren zeventig of begin jaren tachtig verdwenen meisjes.

Wat Jambert maar niet kon snappen, was dat zijn regio tussen 1987 en 1990 werd getroffen door een 'tweede golf' van verdwijningen. Raar, want Dunand zat achter slot en grendel en Louis kon het niet zijn. Dat wist de gendarme toevallig, want hij ging zo erg op in zijn werk dat hij Louis soms dagen aan een stuk achtervolgde, waardoor die het op zijn heupen kreeg en verkaste naar Zuid-Frankrijk. Toch waren er weer meisjes verdwenen. Hun namen? Isabelle Laville, Marie-Angèle Domece en Joanna Parrish. Jambert vermoedde dat het 'netwerk' een nieuwe vorm had aangenomen. Maar waar? Wie?

Het vraagstuk hield de speurder dag en nacht bezig tot aan zijn dood, op 4 augustus 1997. Zelfmoord met dienstwapen, oordeelde het parket in Auxerre nadat zijn lijk werd aangetroffen in zijn woonst. Die conclusie is inmiddels bijgesteld, want naarmate jaren verstreken, begonnen de families van de verdwenen meisjes zich te verenigen. Ze vonden steun bij de Parijse advocaat Didier Seban en zijn medewerkster Corinne Herrmann. Zij wist in 2002 de familie van Jambert ertoe te bewegen juridische stappen te zetten om het lijk te laten opgraven voor een nieuwe autopsie. Resultaat: in het hoofd van de gendarme zaten niet één maar twee kogels. Geen zelfmoord dus.

Corinne Herrmann kreeg toegang tot de dossiers van Jambert en publiceerde in 2001 het boek Les Disparus de l'Yonne. Daarin overdondert ze de lezer met feiten waaruit moet blijken dat al die meisjes niet in handen vielen van één geïsoleerde pervert, maar van een groter geheel. Niet zeven, maar zestien meisjes. Drie namen uit haar lijst: Marie-Angèle Domece, Isabelle Laville, Joanna Parrish.

De moord op Isabelle Laville is nu opgeëist door Fourniret. Wat met de andere twee? "Volgens mij is hij daarover nog niet eens ondervraagd", zegt advocaat Luc Balleux, toegevend dat het niet simpel is om het aantal buitenlandse verzoeken om rechtsbijstand bij te houden. "Mijn cliënt is 62 jaar oud en weet maar al te goed dat hij nooit meer vrijkomt. Hij is niet als Dutroux, die voor de lol speurders voor de gek hield. Hij houdt vol dat hij alles heeft bekend wat er te bekennen valt. 'Ik kan toch geen bekentenissen afleggen over wat ik niet deed, enkel om de speurders te plezieren?', zei hij me laatst."

Het laat zich raden dat er in Auxerre meer dan één magistraat rondloopt die een champagnefles zal ontkurken als zou blijken dat Fourniret Marie-Angèle en Joanna vermoordde. Het gerechtelijke apparaat gaat na al die jaren nog steeds gebukt onder de affaires. Het vertrouwen van veel burgers in de lokale justitie is nihil. Tegen tien magistraten werden in 2002 tuchtdossiers geopend voor geknoei in de zaak-Dunand of na de 'zelfmoord' van Jambert.

Maar Fourniret werkt niet mee. "Als hij zegt dat hij alles heeft bekend, ga ik er niet van uit dat hij morgen twee andere moorden bekent", stelt Balleux.

Een Franse politieman die Fourniret in België kwam ondervragen, liet in de krant Le Figaro al verstaan dat hij de verdachte helemaal niet zo voorbeeldig vindt: "Hij leidt ons naar echte en foute pistes. Hem ondervragen is een complexe en uitputtende onderneming. Volgens onze cursussen zoekt een seriemoordenaar vaak publiciteit voor zijn daden. Fourniret lijkt daar geen behoefte aan te hebben."

Dat is ook de impressie in de gevangenis in Nijvel, waar cipiers te horen kregen dat ze hem geen kranten hoeven te brengen - "ik lees die onzin toch niet" - en hij het ontberen van televisie niet echt als een gemis ervaart.

Als het zou kloppen dat Fourniret tijdens een verhoor zou hebben gesproken over Dunand, kan dat meerdere dingen betekenen. Ook dat hij als inwoner van Saint-Cyr-les-Colons eind jaren tachtig in de café tabac nu en dan wél eens de lokale krant meegriste. Het Franse onderdeel van het Fourniret-onderzoek belooft hoe dan ook spannender te worden dan het Belgische.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234