Woensdag 28/07/2021

De geest van Leopold

Koen Vidal

Illustratie Jan Vanriet

Drie weken geleden daagde een veertigtal westerse concerns de Zuid-Afrikaanse overheid voor de rechter omdat die goedkope aids-medicijnen uit Brazilië, India en Thailand wil invoeren. Een domme zet, vindt De Morgen- correspondent Koen Vidal. Want nooit eerder werd in de internationale media zoveel over dure aids-medicijnen gesproken als de voorbije dagen. In een wereld waar imago's belangrijker zijn dan ooit, zijn grote ondernemingen kwetsbaarder dan ooit. Een bedrijf met een slecht imago is een slecht bedrijf: op lange termijn niet aantrekkelijk voor aandeelhouders en ook niet voor consumenten.

Koning Leopold II stuurde de Kongolezen met geweld het oerwoud in om rubber af te tappen en werd zo multimiljonair. Met het geld bouwde hij het Jubelpark en kon zijn zestienjarige maîtresse de Parijse couturierzaken leegkopen. Tien miljoen Kongolezen zouden Leopolds terreurbewind niet overleven. Meer dan een eeuw later veroorzaken westerse oliemaatschappijen een gewelddadige volksverhuizing in Soedan en weigeren farmaceutische bedrijven de levens van miljoenen mensen te redden. Er is niet veel veranderd in Afrika.

Ik weet niet of u ooit King Leopold's ghost van de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild hebt gelezen. Een boek over hoe koning Leopold II privé-eigenaar werd van de Kongo Vrijstaat en vervolgens de bevolking met brute hand het oerwoud instuurde om rubber af te tappen. Om zeker te zijn dat de mannen met volle emmers terugkwamen, werden hun vrouwen en kinderen gegijzeld, mishandeld en verkracht door leden van de Force Publique.

Leopolds agenten in Kongo hadden nog tal van andere manieren om de productie te stimuleren. Het uitdelen van zweepslagen en afkappen van handen, bijvoorbeeld. De rubberexploitatie maakte van Leopold een multimiljonair die het geld liet rollen. Hij breidde het paleis van Laken uit met de koninklijke serres, bouwde het Jubelpark en enkele kilometers buiten Brussel het paleis van Tervuren. Zijn zestienjarige maîtresse Caroline, een partouzesterretje, mocht in Parijs zoveel hoeden en jurken kopen als ze wilde en kreeg van de vijfenzestigjarige Leopold een villa aan de Rivièra: de Villa des Cèdres. De Kongolezen hadden minder geluk dan Caroline. Tijdens de heerschappij van Leopold stierf de helft van de bevolking, tien miljoen mensen: vermoord, uitgehongerd, gestorven aan een Europese ziekte. Dat verhaal werd voor het eerst naar buiten gebracht door de Brit Edmund Morel, een weinig bemiddelde functionaris bij een rederij. Aan de kade van Antwerpen zag Morel hoe de Kongo-boten met tonnen rubber en ivoor aanmeerden, en met tonnen wapens en munitie weer vertrokken. Wat zijn collega's niet deden, deed Morel wel. Hij stelde zich vragen. Hier klopt iets niet, moet Morel gedacht hebben. Hij bood zijn ontslag aan bij de rederij en ging op zoek naar meer informatie over wat er in Kongo aan de hand was. Wat volgde, was een van de eerste mondiale mensenrechtenacties. Morel schreef drie boeken, honderden artikelen voor Britse, Franse en Belgische kranten, tientallen pamfletten, brieven naar journalisten, parlementsleden en andere medestanders in Engeland, Frankrijk, Amerika, Kongo en België. Hij begon ook met een eigen tijdschrift: de West African Mail.

Morel was niet alleen een van de eerste onderzoeksjournalisten, de beweging die hij op gang bracht en die uiteindelijk een einde maakte aan de terreur in Kongo was een combinatie van Human Rights Watch en Artsen zonder Grenzen avant la lettre. Want eigenlijk is er nog niet zoveel veranderd. De hebzucht die Leopold II kenmerkte, is nog steeds van deze wereld en hetzelfde geldt gelukkig voor de verontwaardiging waarmee de geestelijke kinderen van Morel zich tegen mensenrechtenschendingen verzetten.

Wat zich momenteel in Soedan afspeelt, is daarvan een mooi voorbeeld. Twee weken geleden publiceerde de Britse ngo Christian Aid een rapport waaruit bleek dat de Soedanese regering in het zuiden van het land tienduizenden mensen uit hun dorpen aan het verjagen is opdat westerse petroleummaatschappijen ongehinderd olie zouden kunnen boren. Dat gaat gepaard met extreem geweld: oude Antonov-vliegtuigen voeren eerst tapijtbombardementen uit, dan worden de dorpsbewoners vanuit gevechtshelikopters beschoten en daarna maken regeringssoldaten het dorp met de grond gelijk. Mensen die niet op tijd kunnen vluchten, worden mishandeld en vermoord. Internationale hulpverleners vertelden aan Christian Aid hoe in de buurt van de olievelden "alle dorpen met de grond gelijk zijn gemaakt. Het enige wat je ziet, zijn vrachtwagens die met een hoge snelheid van en naar de olievelden rijden". Dankzij de olieontginning verdubbelde het defensiebudget van Soedan. De regering bouwde twee grote wapenfabrieken waar kalasjnikovs, munitie, mortieren, tanks en antitankgranaten worden gemaakt. Iedereen verwacht dat de oorlog tegen de rebellen van de Sudan Peoples' Liberation Army (SPLA) de komende maanden opnieuw zal escaleren. De Zweedse en Canadese oliemaatschappijen die in Soedan actief zijn, veinzen onwetendheid en beweren dat hun aanwezigheid de levenskwaliteit van de Soedanezen verbetert. Tegelijkertijd bekoren zij hun aandeelhouders met rapporten over succesvolle proefboringen. "Beste aandeelhouders", leest het jongste financiële rapport van de Zweedse oliemaatschappij Lundin, "uw bedrijf heeft dit kwartaal afgesloten met een recordwinst van 18,8 miljoen dollar." Ook het Frans-Belgische TotalFina heeft een concessie in Soedan. Het gaat om een gebied van 120.000 vierkante kilometer nabij de Ethiopische grens. Verwacht wordt dat ook die regio binnenkort van menselijk leven gezuiverd zal worden.

Nog een sector die steeds meer aan Leopold II doet denken, is die van de farmaceutische bedrijven. Drie weken geleden daagde een veertigtal westerse concerns de Zuid-Afrikaanse overheid voor de rechter omdat die goedkope aids-medicijnen uit Brazilië, India en Thailand wil invoeren. Het gaat onder meer om het product Nevirapine, dat de kans op doorgeven van de aids-besmetting van zwangere vrouwen aan hun baby's met bijna 70 procent vermindert. De westerse bedrijven, waaronder de nummer één in de wereld, GlaxoSmithKline, en het Belgisch-Zwitserse Janssens-Cilag, beweren dat de invoer van goedkope Nevirapine in strijd is met het internationaal patentrecht. Het feit dat in Zuid-Afrika 4,3 miljoen mensen seropositief zijn, is voor een bedrijf als Glaxo blijkbaar geen doorslaggevend argument om zijn monopolie op bepaalde aids-medicijnen af te zwakken. In het jaar 2000 stierven in Zuid-Afrika 250.000 mensen aan aids. Tegen 2010 zal de Zuid-Afrikaanse economie met 20 procent krimpen. Een ander onderzoek toonde aan dat indien alle Zuid-Afrikaanse moeders gratis aids-medicijnen krijgen, in vijf jaar tijd 110.000 babylevens gered kunnen worden.

Ook in Brazilië vechten overheid en enkele internationale ngo's momenteel een aids-oorlog uit met de farmaceutische industrie. Onder druk van enkele grote Amerikaanse concerns heeft de Bush-administratie Brazilië voor de geschillencommissie van de Wereldhandelsorganisatie gedaagd. Aanleiding van het dispuut: vier jaar geleden besliste de Braziliaanse overheid om eigen aids-medicijnen te produceren en die gratis te verspreiden. Bovenop de bestaande gezondheidsstructuur bouwde de Braziliaanse overheid een netwerk van aids-klinieken uit waar seropositieven terechtkunnen voor verzorging en begeleiding. Momenteel krijgen 90.000 patiënten een gratis behandeling, met als resultaat 50 procent minder aids-doden dan voorspeld. In absolute cijfers is dat 600.000 mensen. Omdat de virale lading van de behandelde seropositieven veel lager is, werd ook de verspreiding van het aids-virus beperkt. De epidemie is gestabiliseerd op 20.000 nieuwe gevallen per jaar. Bovendien trekt de gratis behandeling veel seropositieven aan die zich anders nooit zouden laten testen. Het programma kost 444 miljoen dollar, maar het terugwineffect dat ontstaat door de daling van het aantal ziekenhuisopnames bedraagt 422 miljoen. Netto kost het programma met andere woorden ongeveer 1 miljard frank: 1.760 frank per gered mensenleven. Maar president Bush jr. wil dat Braziliaanse programma laten verbieden, zodat Amerikaanse bedrijven als Pfizer hun aids-medicijnen opnieuw tegen hoge monopolieprijzen kunnen verkopen. Farmaceutische ondernemingen zijn heel invloedrijk in Washington. Tijdens de jongste presidentsverkiezingen ontving de Bush-campagne 760 miljoen frank van de sector, die bovendien 3,6 miljard frank per jaar aan politiek lobbywerk uitgeeft.

Om hun stugge houding te verantwoorden, zeggen de farmaceutische bedrijven dat ze langlopende patenten nodig hebben om hun onderzoekskosten terug te winnen. Per medicijn zouden zij 1 miljard dollar aan onderzoek en ontwikkeling uitgeven. En het duurt gemiddeld twaalf jaar voordat een nieuw geneesmiddel op de markt komt. Dat klopt. Maar wat er zelden bij verteld wordt, is dat het merendeel van de 27 miljard dollar die de farmaceutische sector jaarlijks aan onderzoek uitgeeft, gebruikt wordt voor de ontwikkeling van geneesmiddelen tegen westerse kwalen: haaruitval, impotentie, zwaarlijvigheid, te hoge cholesterol...

De echte verklaring waarom de farma-industrie haar prijs niet wil verlagen, hoor je echter nooit. Misschien wel omdat de betrokkenen er zich een beetje voor schamen. Zo blijkt uit een geheim rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie dat de meeste producenten een geneesmiddel pas op de markt brengen als het minimum 200 miljoen dollar per jaar oplevert. De grote bedrijven mikken zelfs op een jaarlijkse opbrengst van 1 miljard dollar. Dat uitgangspunt laat weinig ruimte voor humanitaire prijsverlagingen en leidt meteen tot de vraag wat voor de industrie de belangrijkste drijfveer is om een nieuw middel te ontwikkelen: het genezen van zoveel mogelijk mensen, of het maximaliseren van de winst? GlaxoSmithKline boekte in 2000 een recordwinst van 362 miljard frank. Opnieuw doemt het beeld van Leopold II op.

Zijn de directeurs van farmaceutische bedrijven en oliemaatschappijen dan echt even grote schurken als de tweede koning der Belgen? Het kan bijna niet anders. Sommigen toch. Wat moeten we anders denken van Ian Lundin, directeur-generaal van het gelijknamige Zweedse oliebedrijf, die zijn ogen sluit voor wat hij in Soedan aanricht en met een smile aankondigt dat zijn ingenieurs nog meer olie hebben gevonden in dat land: "Het is een belangrijke en opwindende dag voor mij." Of van de woordvoerder van een groot farmaceutisch bedrijf die vorig jaar verklaarde dat kaalhoofdigheid voor zijn bedrijf even belangrijk is als aids, "zolang onze aandeelhouders maar tevreden zijn". Andere managers lijken dan weer te lijden aan het Enola Gay-syndroom: u weet wel, het vliegtuig waaruit de bom op Hiroshima werd gedropt door een piloot die enkel op een knopje hoefde te drukken en dus nooit heeft gezien wat voor leed hij achter zich liet. Het zou best kunnen dat de marketingmanager van GlaxoSmithKline 's morgens zijn kinderen naar school brengt en 's avonds diepgaande gesprekken voert met vrouwlief zonder te beseffen wat voor kwaad hij overdag heeft aangericht.

Een beetje zoals de Amerikaanse afgevaardigde van het ministerie van Handel die aan de Zuid-Afrikaanse regering kwam zeggen dat ze geen goedkope aids-medicijnen uit India en Thailand mocht aankopen. Maar tijdens zijn bezoek aan Zuid-Afrika draaide de man helemaal bij. "Niemand had mij verteld dat het zo erg was", verklaarde hij aan de New York Times. "Dit is een gigantische gezondheidscrisis." Misschien moeten alle kaderleden van farmaceutische bedrijven eens op bezoek gaan in een Afrikaanse ziekenhuis. Bij de eerste stervende aids-patiënt zullen ze een prijsverlaging overwegen, bij de tweede zullen ze niet meer aan de prijs denken.

Maar dat laatste is natuurlijk een cynisch-utopische overweging. Wat niet betekent dat we al te pessimistisch moeten zijn over het morele wangedrag van bepaalde multinationals. Vroeg of laat zullen ze moeten bijdraaien. Kijk maar naar Lundin in Zweden. Een week na het rapport over zijn praktijken in Soedan, belegt de raad van bestuur een crisisberaad om zich te bezinnen over zijn toekomst in dat land. Het is duidelijk dat de Zweedse regering, o zo trots omdat ze veel geld aan ontwikkelingssamenwerking uitgeeft, Lundin zo snel mogelijk uit Soedan weg wil. De controverse werd nog intenser toen bekend raakte dat Carl Bildt in de bestuursraad van Lundin zetelt. Bildt, een voormalige Zweedse premier, is speciale VN-gezant voor de Balkan en momenteel drukdoende om de vrede in Macedonië te bewaren. Als Lundin zich niet uit Soedan terugtrekt, kan Bildt niet anders dan uit de bestuursraad stappen. Zijn functie van vredesbrenger in de Balkan is niet verenigbaar met een bedrijf dat in Soedan oorlog en dood veroorzaakt. En hier stoten we opnieuw op een parallel met Leopolds tijd. Na een tijdje kon de Belgische regering de rapporten van Edmund Morel niet meer negeren. Ze waren bijzonder schadelijk voor het imago van België. Ook de vele cartoons van Leopold te midden van een stapel skeletten brachten ons land steeds meer in verlegenheid. De regering voerde in Kongo hervormingen door, waardoor er een einde kwam aan de ergste praktijken: geen ontvoeringen en ook geen afgekapte handen meer.

Zo zal het ook de grote farmaceutische bedrijven vergaan. In een wereld waar imago's belangrijker zijn dan ooit en waar de Edmund Morels zijn uitgegroeid tot mondiale ngo's en mediaconcerns, zijn grote ondernemingen kwetsbaarder dan ooit. Een bedrijf met een slecht imago is een slecht bedrijf: op lange termijn niet aantrekkelijk voor aandeelhouders en ook niet voor consumenten. Sommige bedrijven hebben dat al begrepen. Zo laat de keten Marks & Spencer de kleren die ze verkoopt niet door een spotgoedkope sweatshop in China of Bangladesh maken, maar door een modern textielfabriekje in Sri Lanka waar arbeiders acht uur per dag werken in ruil voor een degelijk loon. Marks & Spencer laat haar klanten via kwaliteitslabels weten dat de kleren in aanvaardbare arbeidsomstandigheden worden gemaakt.

Eigenlijk is het proces in Zuid-Afrika het domste wat de farmaceutische industrie kon doen. Nog nooit werd in de internationale media zoveel over dure aids-medicijnen gesproken. Ngo's als Oxfam en Artsen zonder Grenzen kregen een forum om aan de hele wereld uit te leggen hoeveel mensen zullen sterven omdat ze geen toegang hebben tot essentiële geneesmiddelen. De woordvoerster van de farmaceutische industrie mocht zich verdedigen, maar ze kwam niet verder dan een theoretische uitleg over patenten en het terugwinnen van onderzoekskosten. Het interview met die mevrouw werd afgewisseld met beelden van stervende aids-kinderen. Het was aan de televisiekijker om uit te maken door welk beeld hij of zij zich het meest liet overtuigen.

'Het feit dat in Zuid-Afrika 4,3 miljoen mensen seropositief zijn, is voor een bedrijf als Glaxo blijkbaar geen doorslaggevend argument om zijn monopolie op bepaalde aids-medicijnen af te zwakken''Uit een geheim rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat de meeste producenten een geneesmiddel pas op de markt brengen als het minimum 200 miljoen dollar per jaar oplevert'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234