Dinsdag 12/11/2019

De geëngageerde kunstvorm bij uitstek

Documentair filmfestival 'Vue sur les docs' in Marseille is al aan negende editie toe

Een korte wandeling door de catalogus van een documentair filmfestival is al even voorspelbaar als een bezoek aan een typische Hollywood-formulefilm. Thema's als het racisme, de holocaust, de seksuele identiteit, de verdrukking van etnische minderheden, het kind, de daklozen, de oorlog, de natuur en het dier lijken het genre met de moedermelk te zijn ingegeven. Toch blijft de documentaire, samen met de fotografie, de geëngageerde kunstvorm bij uitstek als spiegel van onze maatschappij. Het documentaire filmfestival Vue sur les docs van Marseille is, samen met IDFA-Amsterdam, een van de belangrijkste evenementen op dat vlak in Europa.

Een meer passende titel dan Vue sur les docs hadden de organisatoren niet kunnen bedenken. Havenstad Marseille en omgeving hebben trouwens nooit de ogen voor de sociale werkelijkheid kunnen sluiten, er met de neus op gedrukt als ze zijn door de voortdurende stroom van mediterrane immigranten. Met cineasten Robert Guédiguian, René Allio en Paul Carpita vertaalde dat engagement zich ook op de filmrol. Vue sur les docs - het hart van het festival is het door Louvre-architect Lefuel ontworpen Palais du Pharo waarvan je een schitterend zicht hebt op Marseille en de haven - wil daarbij ook een baken zijn voor de auteursfilm (een bedreigd label, aldus artistiek coördinator Bernard Favier).

In de competitie viel het Franse overwicht op. En de Franse documentaires of coproducties waren zeker niet de oninteressantste. Zowel Manuel Poirier als Denis Gheerbrant trokken met hun camera op zoek naar de ziel, de gedachten van kinderen en adolescenten. In D'un enfant à l'autre interviewt de maker van Western een vijftiental kinderen, meestal van eenvoudige komaf, tussen negen en veertien jaar. Met vragen als 'Wat zou je later willen worden' of 'Ga je graag naar school' scoort Manuel Poirier niet bijzonder origineel, maar toch stelt hij in zijn eerste, voor France 3 gedraaide documentaire, ook relevante 'volwassen' vragen omtrent het kapitalisme, het racisme, de uitsluiting, enzovoort.

Denis Gheerbrant gaat in Grands comme le monde veel directer te werk. In tegenstelling tot Poirier troont hij de kinderen niet mee naar hun favoriete plekje, maar interpelleert hij hen tijdens en na de lesuren in een school van een typische Parijse HLM-wijk. "Ik wil slapen, slapen, pizza's eten en de hele nacht lang video's bekijken," zegt een vroegrijp vechtersbaasje dat bedreigd is met uitsluiting. Regisseur Gheerbrant neemt geen blad voor de mond en dialogeert met de jongeren, zwevend tussen kind en adolescent, in hun eigen taal. Dat maakt van Grands comme le monde een scherp portret van een door geweld gekwelde banlieuegeneratie zonder veel illusies of hoop.

Gewezen Cahiers du cinéma-hoofdredacteur Jean-Louis Comolli, eveneens een specialist van het politieke leven van Marseille, levert met Jeux de rôles à Carpentras een staaltje van onderzoeksjournalistiek af. De schending in mei 1990 van het joodse kerkhof van Carpentras, in de buurt van Marseille, hield Frankrijk jarenlang in de ban. Gedurende meer dan zes jaar zocht de justitie naar de daders. Oorspronkelijk wees alles in de richting van het antisemitisme en bijgevolg het Front National, maar het gerecht kon de bewijzen niet hardmaken. Bijgevolg keerde Le Pen de rollen om en beschuldigde hij, met de hulp van bepaalde media, de Franse justitie en politieke wereld van een klopjacht op het FN. Tot in augustus 1996 een ex-skinhead van een neonazigroep tot bekentenissen overging. Comolli onderzoekt in zijn documentaire vooral de rol van de media en de manipulerende kracht van het medium. Aan de hand van interviews met journalisten, een politoloog, onderzoeksrechter Sylvia Mottes (door het FN beticht), tv-fragmenten en krantenartikels reconstrueert Comolli sereen en objectief de feiten en ontrafelt hij dit mediapolitieke circus van bedrog en samenzwering.

Documentaires nodigen uit tot reizen en voeren je naar plaatsen waar je niet altijd kunt komen. In Divorce Iranian Style werpen Kim Longinotto en Ziba Mir-Hosseini een blik achter de schermen van het tribunaal voor familierechten in Teheran. Hier kunnen de bij ons als monddood beschouwde Iraanse vrouwen terecht die uit de echt willen scheiden. De film focust op een drietal eigengereide vrouwen die volgens de traditie van de islam op jonge leeftijd werden uitgehuwelijkt, maar die nu de buik vol hebben van hun man. Een vrouw kan in Iran scheiden met de goedkeuring van de echtgenoot. In geval van toestemming moet de man de beloofde bruidschat uitbetalen (om en bij de 350.000 frank). Om hun vrijheid te herwinnen zien de vrouwen vaak van die claim af, omdat de man zelden bereid is te betalen. Prangend zijn de beelden rond een pas gescheiden jonge moeder. Ze is inmiddels opnieuw getrouwd, maar daardoor heeft ze het hoederecht over haar twee kinderen verloren. Toch probeert ze via het gerecht haar kinderen terug te winnen. Tevergeefs. Het openbarende Divorce Iranian Style, hoe ambigu het ook klinkt, heeft ook zijn grappige momenten. Zo lacht een vrouw speels en ondeugend wanneer haar overspelige echtgenoot door de rechter op zijn plichten wordt gewezen. De mooiste scènes zijn weggelegd voor het dochtertje van de griffier. Wanneer de rechter het tribunaal heeft verlaten, kruipt zij in de stoel en in de huid van de rechter en velt een keihard verdict over die brutale mannen die zo weinig feeling hebben voor het leven en de gevoelens van de vrouwen.

Falkens öga (Prijs van het documentaire tv-station Planète) is een opmerkelijke dierenfilm van Mikael Kristersson. De Zweed omschrijft zijn documentaire als een tegendraadse, provocerende wildlife-film. Gedurende vier seizoenen volgt hij het leven van een valkenfamilie, genesteld in de nok van een dorpskerk. In feite richt Kristersson, zonder een woord commentaar, de camera evenzeer op het leven rond het kerkje, geobserveerd vanuit het standpunt van de roofvogels.

Met Public Housing tekent monument Frederick Wiseman voor zijn dertigste film. Dit jaar viel zijn drie uur lange documentaire nog in de prijzen op het Brusselse Filmvondsten. In Marseille won hij zowel de Grand Prix Vue sur les docs, ter waarde van 180.000 frank, als de Prix des Cinémas de Recherche. Chicago mag dan nog de wereldhoofdstad zijn op het vlak van de architectuur, in Public Housing zet Wiseman zijn onderzoek naar de Amerikaanse instituten voort en volgt hij het dagelijkse leven in Ida B. Wells, een grauwe, sociale woonwijk in een zwart ghetto van de Amerikaanse metropool. Drugs, armoede, eenzaamheid, misdaad, werkloosheid en analfabetisme tieren er welig. Wiseman distilleerde uit naar verluidt meer dan 80 uur film een soort van sociodramatische kroniek waarbij hij het leven en de werkelijkheid voor zich laat spreken. Zoals gebruikelijk doet hij geen beroep op commentaar of muziek. Zo registreert zijn camera een ontmoeting tussen bewoners en een gewezen basketbalster, nu door de stad ingeschakeld om nieuwe economische perspectieven te ontwikkelen, volgt ze een antidrugspoppenkast voor de allerjongsten of blijft ze stilstaan bij een afwezig en arm oudje dat het bezoek krijgt van een loodgieter. Public Housing is een nuchter en waarheidsgetrouw verslag van de problemen en de positieve strijd van deze Afro-Amerikaanse gemeenschap, die in de media en Hollywood maar al te vaak clichématig wordt afgeschilderd.

Het documentaire treffen van Marseille beperkt zich niet alleen tot een competitie van korte en lange films (op magneetband en pellicule). Behalve een special rond de Libanese documentaire, een competitief onderdeel rond debuutfilms en een overzicht van de kunstfilms geproduceerd door het Louvre, was er ook een retrospectief Amos Gitaï. Het belangrijkste festivalonderdeel was misschien wel Sunny Side of the Doc, de aanpalende festivalmarkt. Door de 245 stands en de aanwezigheid van 233 potentiële kopers gonsde het er van de bedrijvigheid. In vier dagen tijd werden er in de videotheek bijvoorbeeld meer dan 2200 films bekeken. In navolging van het IDFA organiseerde Sunny Side of the Doc voor het eerst ook Side by Side, een coproductie-ontmoeting waar producenten en regisseurs, voor verantwoordelijken van tv-zenders, hun nieuw project in twintig minuten mogen komen aansmeren. Want al beleeft de documentaire een zekere comeback in de bioscoop (zie het succes van Viewpoint in Gent of Ecran Total in Brussel), zonder de participatie van een of meerdere tv-zenders blijft het een onbegonnen werk.

Sunny Side of the Doc profileerde zich niet alleen als een economisch rendez-vous, via ettelijke forums werd er eveneens gediscussieerd of nagedacht over bepaalde nieuwe tendensen binnen het genre. Zo stonden er dit jaar reflecties op touw rond de historische documentaire en het gebruik van archiefbeeldmateriaal. Meer en meer documentaire filmmakers doen - volgens de organisatoren onder de invloed van de millenniumwende - immers een beroep op al bestaand beeldmateriaal. Het festival illustreerde dit passend met het erg interessante programma 'Histoires/Mémoires'. Hierin werden onder meer het uit Super 8 mm-films van een joodse familie opgebouwde De maalstroom - Een familiekroniek (Péter Forgàcs) en East Side Story (Dana Ranga) vertoond. Deze laatste, een geanimeerde terugblik op de Oost-Europese musical, won overigens de Prix Images de la Culture en loopt van 24 september tot 18 oktober in de Brusselse Nova.

Voorts omvatte het Forum rondetafelgesprekken met als thema het nieuwe fenomeen van de docu-soap (kijk maar naar de VRT-serie Camping) en ging men er in op de gevolgen van het werken met de nieuwe generatie DV camera's, de lichtgewicht numerieke camera die ook Johan van der Keuken gebruikte voor Laatste woorden - Mijn zusje Joke, een intiem portret van zijn aan kanker overleden zus.

In het off-circuit vond in L'Estaque, in de noordelijke wijken van de stad (op enkele kilometers van Vitrolles), nog de voorstelling plaats van L'Image, le Monde, een nieuw tijdschrift en cinéma dat in de lente van 1999 het daglicht zou moeten zien. Bezieler is de Belg Patrick Leboutte, auteur van onder meer het voortreffelijke Une encyclopédie des cinémas de Belgique. Het doel van het tijdschrift is om cineasten, fotografen en schrijvers rondom de wereld op reis te sturen met als taak ons op een andere manier te leren kijken. Hoofddoelstelling is een grondige analyse van de weerslag van het 'gestandardiseerde' beeld op het sociale en politieke leven, een taak die volgens Patrick Leboutte nog nauwelijks wordt verricht door de gevestigde maar ook voorbijgestreefde filmtijdschriften. Eminente documentaire filmmakers zoals Nicolas Philibert of Robert Kramer verleenden inmiddels hun steun aan dit project (Info: Les Amis de L'Image, le Monde, 40, rue Saint-Paul, 4000 Liège).

Tot slot, Vue sur les docs en Sunny Side of the Doc vonden dit jaar wegens de Mundial - Zidane is Made in Marseille, zoals een groot sportmerk het hier uitriep - uitzonderlijk plaats in september. Volgend jaar verhuist het festival, voor zijn tiende editie al, opnieuw naar juni.

Luc Joris

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234