Zaterdag 07/12/2019

De gebeten hond

Daar waar goede voornemens vroeger vooral sloegen op minder eten, drinken, werken en neuten, wordt er dit jaar - volgens mij voor het eerst - "minder internetten" aan toegevoegd. De vloek van Zuckerberg.

Tot daar de mythe van de vrije wil: een simpel algoritme kan ons een verslavingsgevoel bezorgen waarover we ons klokslag 12 op 31 december collectief schuldig voelden. Het is ver gekomen.

We zijn ons hele leven op zoek naar liefde en erkenning en status, en het web is daar een geweldige emanatie van. Zie mij graag! Keur mij goed! Bevestig mij! Vind mij nen toffe! Vuistje!

Niets abnormaals dus, maar wel asociaal. We voelen ons uitgesloten, miskend en misdeeld omdat surfen een hoogstpersoonlijke handeling is, waarbij geen pottenkijkers gewenst zijn.

Mijn browsegeschiedenis is als het adresboekje van een Wetstraat-journalist: van mij en niet of nooit van een ander.

De irritatie over de digi-junks aan huis wordt steeds luidkeelser vertolkt door zij die hen omringen. "Vroeger lag hij met zijn lui gat voor de televisie, nu bevingert hij de hele dag zijn mobiel."

Het pruilen over dat prul dat opgetrokken is uit onderdelen waar bij de ontginning ervan elke dag jonge Congoleesjes sneuvelen en waar bij de bouw ervan talloze Chinezen zelfmoord plegen van pure uitputting, drijft een ideologische wig in vele Vlaamse gezinnen. iHate.

Ons welbevinden wordt bedreigd door de nerds uit Silicon Valley, daarbij graag geholpen door graaigrage internetproviders. Naar de duivel met hen!

Ik hield mijn geheime voornemen om te minderen drie héle minuten lang vol. Toen merkte ik dat ik uit verveling weer de zijkanten van de melkkartons en luciferdoosjes en in arren moede zelfs oude brochures van de Aldi uit het oud papier ging halen om toch maar iets te lezen te hebben.

Nog meer dan aan de digitale rattenvangers ben ik blijkbaar verhangen aan lezen: die 26 letters van het alfabet zijn verslavender dan de duurste drugs en de verleidelijkste YouTube-filmpjes.

Dat mag dan weer wél: ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat ik moest stoppen met lezen. Of het moest mijn vrouw zijn om 3 uur 's nachts, een moment waarop ik haar geen ongelijk meer durf te geven.

Lezen geeft status: een citaat van Sartre is veel meer waard dan een flard uit een tekst - groot woord - van Boef.

Als je een boek koopt, dan koop je ook het gevoel dat je de tijd koopt om dat te lezen, zei Warren Zevon, muzikant en statutaire bibliofiel, ooit. Dat is helemaal juist. Maar het is zo veel meer.

Je koopt boeken voor de heb. Voor wat er in staat. Voor de verzameling, voor de geur, voor het zicht.

Hoe kun je anders uitleggen dat Gerrit Komrij een bibliotheek van zestigduizend boeken had? Recent onderzoek wees uit dat een mens in zijn leven niet meer dan vijfduizend boeken kan lezen. En dan moet je doorhengsten, want dat wil zeggen dat je twee boeken per week moet lezen. Per week!

Aan alle boeken die ik koop, begin ik met frisse moed, maar zeldzamer dan de grauwe specht zijn de boeken die ik helemaal uitlees. Net zoals op het wereldwijde web zap ik van het ene naar het andere.

Ik mis de tijd waarin ik helemaal ondergedompeld kon zijn in de leeservaring, een roes waaruit je na de laatste bladzijde met tegenzin ontwaakte. Met een blos op de wangen. Alleen op de wereld.

Karl May, Willy van der Heide, Tonke Dragt, Gangreen van Geeraerts op mijn zestien, alles van Jeroen Brouwers, De lenige liefde, Turks fruit, Reve: schitterende zonnen aan de oneindige hemel van de literatuur, die mijn leven hebben vermooid en verfraaid.

Op naar de 5.000!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234