Donderdag 12/12/2019

Interview

De gangster naar wie het stockholmsyndroom is genoemd: "Ik ben altijd aardig, zelfs bij een overval"

Clark Olofsson Beeld Saskia Vanderstichele

Hij is net ontslagen uit de gevangenis van Vorst en op het vliegtuig naar Zweden gezet, maar daar zijn ze niet blij dat de notoire gangster Clark Olofsson weer op vrije voeten is. Als jonge boef schreef hij in 1973 geschiedenis met een bankroof in Stockholm, gevolgd door een zesdaagse gijzeling. De gijzelaars kregen sympathie voor hem en keerden zich tegen de politie, wat criminologen later het 'stockholmsyndroom' gingen noemen. Humo had een exclusief gesprek met de Schrik van Scandinavië. "Ik ben altijd aardig, zelfs als ik banken overval."

We ontmoeten de inmiddels 71-jarige Clark Olofsson in Hasselt, waar hij op bezoek is bij zijn kinderen.

Olofsson: "Het is absurd. Drie weken geleden kwam ik vrij uit de gevangenis van Vorst, op voorwaarde dat ik de komende vijf jaar niet naar België zou terugkeren. Ik werd op het vliegtuig naar Zweden gezet en geëscorteerd door twee Belgische politieagenten. Maar toen bleek bij de Dienst Vreemdelingenzaken dat ze me niets konden maken als ik op eigen houtje naar België terugkeerde. De twee politieagenten die me begeleidden, zeiden dat het wel vaker gebeurt dat veroordeelden die ze naar het buitenland brengen sneller terug in België zijn dan zijzelf. 'Waarom doen jullie het dan, zoiets kost toch veel geld?' vroeg ik. "O,' antwoordden ze, 'het is de procedure. En we zijn nog nooit in Göteborg geweest."

En dus is Olofsson drie weken na zijn vrijlating al terug in België om zijn zoons te bezoeken. Het zijn intussen flukse twintigers, die destijds opgroeiden bij hun Belgische moeder terwijl hun Zweedse vader overal in Europa banken en postkantoren overviel en verschillende veroordelingen opliep als drugstrafikant. "Ik vertelde mijn vrouw nooit iets over mijn activiteiten. Ze dacht dat ik beneden in de kelder geld drukte, omdat ik haar altijd zakken vol cash gaf."

België maakte al in 1975 kennis met de Zweedse gangster, toen hij onderdook in Leuven na een bankroof in Denemarken en een bekende figuur werd in het plaatselijke nachtleven. Hij trouwde in 1977 met Marijke Demuynck, een Limburgse schone uit een bekende tennisfamilie. In 1991 verruilde Olofsson zijn Zweedse nationaliteit voor de Belgische, en veranderde hij zijn naam in Daniel Demuynck. "Voor mijn kinderen, zodat ze met een propere lei konden beginnen. Zelf luister ik nooit als iemand me Daniel noemt."

In de jaren 90 woonde hij jarenlang met zijn gezin in een kasteeltje in het Limburgse Wellen, dat hij liet restaureren. De buren omschreven hem als een sympathieke man, die zich uitgaf voor een schrijver. Intussen bleef hij één van de meest gezochte gangsters van Europa, die de politie vaak te slim af was. "Maar in België heb ik nooit iets mispeuterd, omdat ik mijn gezin overal buiten wou houden. De Belgische politie heeft me vaak geobserveerd, maar ze hebben me nooit op iets kunnen betrappen."

Rauwe look

De 26-jarige Olofsson wordt in augustus 1973 een wereldwijde beroemdheid wegens de Norrmalmstorg-overval op de Kreditbanken in Stockholm, gevolgd door een zesdaagse gijzeling van vier jonge bankbedienden. Zijn kompaan Janne Olsson wandelt op 23 augustus 1973 de bank binnen met een machinegeweer en dynamiet, schiet een paar keer in het plafond en gijzelt de werknemers. Hij eist een vluchtwagen, 3 miljoen Zweedse kronen (nu 400.000 euro) en wilt dat Clark Olofsson, die op dat moment in de gevangenis zit, naar de bank wordt gebracht om te bemiddelen. 

Na zes dagen eindigt de gijzeling zonder bloedvergieten, onder het oog van de toegestroomde wereldpers. Het voorval krijgt internationale weerklank omdat de gijzelaars op een merkwaardige manier sympathie krijgen voor hun gijzelnemers en zich tegen de politie en de Zweedse regering keren. Olofsson begint achteraf zelfs een romance met één van de vrouwelijke bankbedienden, de 23-jarige Kristin Enmark. Sindsdien gebruiken criminologen de term 'stockholmsyndroom' om de speciale band te benoemen die soms tussen gijzelaars en hun gijzelnemers ontstaat.

De gegijzelde werknemers. Beeld Getty Images

Het verhaal achter het stockholmsyndroom is inmiddels nationaal erfgoed geworden in Zweden en talloze keren verteld in boeken en films. "Maar dat is de officiële versie", aldus Olofsson. "Iedereen die erbij was, vertelt zijn eigen versie, maar ik ben de enige die het volledige verhaal kent. Ik was diegene die het overzicht had en de pionnen plaatste. Ik zette iedereen op tegen iedereen: de gijzelaars tegen de politie, de politie tegen de politici. En ik zorgde ervoor dat de pers onze kant koos. Het was een meesterlijk psychologisch spel, en ik heb me geweldig geamuseerd."

Voor hij ons zijn versie van de feiten vertelt in een Hasseltse brasserie, bestelt hij een schotel scampi's in lookroom. "Ik ben dol op knoflook. Toen ik zes jaar in isolatie zat in een Deense gevangenis, leefde ik bijna uitsluitend op rauwe look. Het was een uitstekend middel om de bewakers uit mijn cel te houden: die dachten dat ik een dode hond onder mijn bed bewaarde! Je hebt nergens last van, het houdt de beestjes weg. En alles smaakt beter (lacht)."

De gijzeling duurde meer dan vijf dagen. Beeld BELGAIMAGE

Party in Stockholm

Het verhaal van de Norrmalmstorg-overval begint in de gevangenis van Kalmar, in 1973, waar de jonge Clark Olofsson op een plan zit te broeden om te ontsnappen. Hij leert er Janne Olsson kennen, een kleine crimineel die bijna vrijkomt.

"Hij was als een hondje. Hij kwam me altijd opzoeken en bedelde als een klein kind om verhalen over hoe je een overval en een gijzeling moest aanpakken. Het was er de tijdgeest voor, in het begin van de jaren 70. Overal in de wereld waren er vliegtuigkapingen en gijzelingen."

Waren jullie vrienden?

"Nee. Hij was een idioot. Ik had ook geen idee dat hij écht een bankoverval zou plegen. In de gevangenis lachten we met hem en noemden we hem 'de kippendief', kun je nagaan. Toen Olsson vrijkwam, wilde hij me helpen ontsnappen. Ik deed een poging om een gevangenismuur op te blazen met dynamiet, maar de lading ontplofte niet helemaal. Olsson stond buiten op straat te wachten en was erg verdrietig. Hij wilde per se dat ik vrijkwam, zodat we samen een slag konden slaan."

De vluchtgevaarlijke Olofsson wordt opgesloten in de streng beveiligde gevangenis van Norrköping. De 26-jarige Zweedse crimineel is dan al berucht en beroemd. Op zijn 19de wordt hij betrapt bij een inbraak in een fietsenwinkel. Zijn kompaan schiet een politieman dood, Olofsson krijgt acht jaar wegens medeplichtigheid. Hij kan een jaar later ontsnappen, rijgt tijdens zijn vlucht de overvallen aan elkaar en geeft vanop zijn onderduikadres een live-interview aan een nationale tv-zender. De Zweedse pers is dol op de charismatische bankrover met de allures van een popster, omdat hij de politie keer op keer voor schut zet en - meestal - geen geweld gebruikt. 'Mister Nice Guy' wordt zijn bijnaam.

Op 23 augustus 1973 omstreeks de middag is er telefoon voor Olofsson in de gevangenis van Norrköping.

"Ik herkende de stem van Janne Olsson, die in het Engels zei: 'Ik hou een party in Stockholm, zin om te komen?' Ik had geen flauw idee waarmee hij bezig was en dacht dat hij belde om me uit te lachen. 'Natuurlijk,' zei ik, en ik hing op. Toen vertelden de bewakers me wat Olsson aan het uitvreten was, en dat de minister van Justitie mijn hulp vroeg om te onderhandelen, in ruil voor strafvermindering. Natuurlijk wilde ik meedoen (lacht). En dus kreeg ik een razendsnelle escorte naar Stockholm, 150 kilometer verderop. Toen ik daar aankwam, was het plein overspoeld met honderden politieagenten en scherpschutters, maar ook met verslaggevers uit alle mogelijke landen. De politie kreeg het ervan op haar heupen, maar kon ze niet wegjagen. Het hele gijzeldrama is gefilmd en live uitgezonden op tv, dag en nacht. Mensen namen vrijaf om het te volgen. De hele wereld keek toe."

Hoe kwam dat?

"Die internationale journalisten waren in Stockholm omdat de koning van Zweden, Gustaf VI Adolf, op sterven lag. Bovendien waren we drie weken voor de verkiezingen, die voor een aardverschuiving zouden zorgen. De socialistische regering van premier Olof Palme stond voor zware verliezen. Nu kregen de journalisten er gratis nog een spannende liveshow bovenop.

"Ik wist dat ik het slim moest spelen. Als het van de politie afhing, zouden ze ons laten gaan: zo konden ze de gijzelaars redden. Ons zouden ze later dan wel pakken. Maar dat was buiten de politici gerekend. Drie weken voor de verkiezingen was elke toegeving aan een bankovervaller politieke zelfmoord.

"Op weg naar de bank had ik de politie de stuipen op het lijf gejaagd met verhalen over Janne Olsson. Dat het een onberekenbare gek was, een drugsverslaafde die tot het uiterste ging. Ik moest niet veel moeite doen om hen te overtuigen. Janne zag er wild uit, met een pruik en donkere schmink: hij had zich vermomd en wilde eruitzien als een Palestijnse terrorist. Toen hij de bank binnenliep, had hij een politieagent beschoten. Hij bond een andere agent vast op een stoel en dwong hem om een liedje te zingen. Die arme kerel zong 'I'm a poor lonesome cowboy'."

Wanneer Clark Olofsson enkele uren later de bank binnenkomt, heeft Janne Olsson drie gijzelaars gekneveld. Het zijn stenografe Kristin Enmark (23) en loketbedienden Birgitta Lundblad (31) en Elisabeth Oldgren (21). De gijzelaars zijn doodsbang, maar door de komst van Olofsson wordt de sfeer meteen relaxter. Hij praat ontspannen met de nerveuze Janne en maakt de touwen van de gegijzelden los.

Beeld BELGAIMAGE

"Toen ik binnenkwam, zag ik direct wat voor vlees ik in de kuip had. Kristin en Elisabeth waren aardige vrouwen, maar voor Birgitta moest ik uitkijken. Ik voelde dat ze tot alles in staat was om daar weg te raken en dat ik haar niet kon vertrouwen. Daarom heb ik haar tijdens de gijzeling overal buiten gehouden, en zorgde ik ervoor dat ik de twee andere vrouwen aan mijn kant kreeg. Ik nam ze onder mijn vleugels en beloofde dat er hen niets zou overkomen. Zij werden mijn vertrouwelingen. Birgitta begon op Janne Olsson in te praten, dat ze een moeder was van twee jonge kinderen. Dus wat deed ik? Ik liet haar en de andere gijzelaars naar hun familie bellen. Zo begonnen ze me als een vriend te beschouwen.

"Janne had de situatie niet in de hand, ik moest controle over de groep krijgen en mijn autoriteit vestigen. Ik zei tegen de politie dat de situatie heel explosief bleef, omdat Janne gek was. 'De meisjes weten niet wat ze mogen zeggen en wat niet, hij reageert heel onvoorspelbaar. Het is voor de meisjes van het grootste belang dat ze niet met jullie praten. Als ze dat proberen, moeten jullie hen wegsturen, voor hun eigen veiligheid.'

"Vervolgens zei ik tegen Kristin: 'Ga naar beneden en probeer te praten met de politie.' Maar de agenten deden precies wat ik hen had opgedragen en stuurden haar weg: 'We praten niet met jou, alleen met Clark.' Ze was razend op de politie, en zo kreeg ik haar in mijn kamp. Nu is ze wel een beetje kwaad op mij, want ze heeft sinds kort door dat het opgezet spel was (lacht)."

Kristin Enmark ziet door de ramen hoe honderden politieagenten het kantoorgebouw hebben omsingeld. Hoe ze in het park zitten, op de daken, en hoe ze op hen mikken. Het geeft haar 'een heel slecht gevoel'. Het doet haar vertrouwen in de politie nog afnemen en drijft haar richting gijzelnemers.

"De meisjes waren zo bang van de politie dat ze die eerste nacht mee op wacht stonden. Als ze hadden gewild, hadden ze kunnen wegrennen als ze naar het toilet gingen, maar ik wist dat ze zouden terugkomen.

"Intussen belde ik alle kranten en televisiestations op. Ik gaf voortdurend interviews, zodat de politie niet durfde aan te vallen. Ze hadden de vluchtwagen intussen voor de bank geparkeerd. Buiten stond iedereen in spanning te wachten, maar er gebeurde niets. Van een journalist van Aftonbladet kreeg ik het privénummer van de premier, Olof Palme. Ik belde het nummer. 'Het is Clark van de bank.' Niemand vroeg om uitleg, ze wisten direct waarover het ging. 'Olof, we hebben een probleem,' zei ik. Ik wilde dat ze ons lieten vertrekken met twee gijzelaars. Kristin en Elisabeth waren bereid om met ons mee te gaan. Maar Olof gaf niet toe."

De vierde keer belde Kristin. 'Hallo, dit is Kristin Enmark, ik ben gijzelaar in de bank. We zitten in de penarie.' Het wordt een dovemansgesprek van drie kwartier.

"Kiki (Kristin, red.) zei dat ze met mij en Janne wilde meegaan en dat de premier ons de miljoenen moest geven. Maar Olof bleef maar zeuren over de politieman die bij het begin van de overval gewond was geraakt. 'Wat is erger,' vroeg Kiki. 'Een politieman die gewond is aan zijn hand, of zes mensen die sterven in de bank? Laat mij en Elisabeth toch gaan met die twee! Als u niet akkoord gaat, kom dan zelf naar hier. Komt ú hier maar eens zitten!' En zo ging de discussie door. Olof zei toen iets verschrikkelijk stoms. Hij vroeg aan Kristin of het niet mooi voor haar zou zijn om te sterven op haar werkplek. Daar werd ze pisnijdig van. Dat trok Kiki en Elisabeth helemaal naar onze kant. Het gesprek met de premier duurde drie kwartier, maar op het proces bleek dat er 20 minuten waren uitgeknipt. De uitspraak over 'sterven op je werk' zat er niet meer in."

Die avond zegt Kristin Enmark in een live interview op de radio dat ze niet bang is van de gijzelnemers, maar wel angst heeft voor de politie. 'Ik zou met Clark en Janne naar het andere eind van de wereld kunnen gaan. Ik vertrouw ze volkomen. We babbelen veel en we spelen zelfs oxo. Het enige wat we vrezen, is een aanval van de politie, want dan komt niemand hier ongedeerd buiten. Dan sterven we allemaal.'

Speelden jullie echt spelletjes?

"Nee. Hey, er is al genoeg opwinding als je weet dat het buiten krioelt van de sneaky bastards die je proberen te doden. Ik heb zelfs het leven van Janne Olsson gered. Toen een scherpschutter hem in zijn vizier had, heb ik hem gewaarschuwd door in de muur te schieten"

Op de opgenomen telefoongesprekken tussen de gijzelaars en de media hoor je jou de hele tijd het liedje 'Killing Me Softly' van Roberta Flack neuriën. Was dat geen subtiele manier om de gegijzelden te terroriseren?

"O, ik neuriede de hele tijd omdat ik gelukkig was. 'Killing Me Softly' was toen net een hit. Kristin werd er gek van. 'Stop met zingen, please!' Maar ik kon het niet helpen, ik amuseerde me kostelijk. Ik was er zeker van dat we zouden vrijkomen."

De beste tijd van je leven?

"Dat nu ook weer niet. Ik ben een beetje ziek, ik vind alles leuk. Ik zag het als een groot spel.

"Janne bleef altijd op dezelfde plek zitten, ik liep rond, op zoek naar geld. Eén van de meisjes vertelde me dat er een kluis was waar een half miljoen in lag. Het was een stalen brandkast die ik niet open kreeg, dus stapte ik naar de politie om hen te waarschuwen: 'Jullie denken dat Janne Olsson het zal opgeven, maar daar is hij al lang voorbij. Hij zit in kamikazemodus. Vanavond zal hij tijdens het avondnieuws een demonstratie geven, om de regering duidelijk te maken dat het hem menens is.'

"Die avond hoorden ze buiten boem! Dat was de kluis die ik opblies om het geld te nemen (lacht). Massa's briefjes van 1.000 en 10.000 kronen. Ik stak ze in enveloppen, adresseerde ze aan mijn vrienden en legde ze bij de uitgaande post. Janne Olsson wist niks van het geld. Ik had hem gezegd dat we iets moesten laten ontploffen 'om een statement te maken.' Hij geloofde het, de idioot.

"Het kostte de politie daarna nog drie maanden om erachter te komen wat ik met al dat geld had gedaan. Ik had een paar bankbiljetten verbrand om te verdoezelen dat er grote bedragen uit de kluis waren verdwenen. Een politieman die me ondervroeg, brak er zich het hoofd over: 'Waarom zou je al dat geld opstoken? Dat doe je toch niet voor je plezier?' En toen hij het drie maanden later doorhad, kwam hij kwaad de verhoorkamer binnen: 'You bastard! Ik weet wat je met het geld hebt gedaan!'"

In de loop van de tweede avond kwam er nog een vierde gijzelaar bij.

"Ja, een jonge bankbediende van 25, Sven Säfström, die zich al die tijd had verborgen. Hij vormde geen bedreiging en sloot gewoon aan bij de groep. Die nacht hielden we ons met z'n zessen schuil in de kluizenzaal. Door een stom toeval slaagde de politie erin om de zware deur langs buiten te sluiten, zodat we opgesloten zaten, in een ruimte van 14 meter bij 3. Toen begonnen ze een gat te boren in de dikke betonnen zoldering van de kluizenzaal. Ze wilden langs boven binnen raken. Het was een hels lawaai, maar ik sliep er gewoon doorheen, met Kiki naast mij. Zolang ze boorden, zou ons niks anders gebeuren, wist ik.

"Ook de volgende dag bleven ze maar boren. De politie raakte een elektriciteitskabel, waardoor we in het donker zaten. Ze brachten ons ook geen voedsel of water meer. Kiki werd er gek van en gilde: 'Stop, stop met boren!' Door het helse lawaai kon je haar nauwelijks verstaan. De politieagenten dachten dat ze verkracht werd en konden niet wachten om dat nieuws te verspreiden. Want dan zou de publieke opinie zich tegen ons keren en hadden zij vrij spel."

Kranten schreven dat Janne Olsson in de kluis naast Birgitta Lundblad lag en dat ze lagen te flikflooien. Was dat echt zo?

"Ja, ze hadden zelfs seks. De politie heeft het sperma achteraf op de vloer gevonden. Ik wist van niks, want het was pikdonker. Ik heb Birgitta nog gevraagd of Janne haar had bedreigd, maar ze zei dat ze had toegestemd. Ze deed het om de spanning uit zijn lijf te krijgen, zei ze. Ik raadde haar aan om er nooit meer over te praten, want dat het haar gezin geen goed zou doen. Maar die domme gans heeft het een paar weken na de gijzeling toch aan de politie verteld, zogenaamd 'in vertrouwen.' Bij de Zweedse politie is niets in vertrouwen! Haar verklaring werd letterlijk afgedrukt in de roddelblaadjes."

Had jij iets met Kristin Enmark?

"Nee, nee. Ze stelde het wél voor. 'Clark, als je wil...' Het was toch pikdonker. 'Nee, we doen het later,' zei ik haar. 'Ik kom je opzoeken.'"

Wilde je werk en privé gescheiden houden?

(fronst) "Je moet een beetje stijl hebben. We hebben het later wel goedgemaakt."

Was je verliefd op haar?

"Nee, maar ze was heel aardig. Ze was 23, weet je. Zij was wel verliefd op mij. Ze werd zelfs zwanger van me, maar het was een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, dus heeft ze de vrucht laten wegnemen. We schieten nog altijd goed met elkaar op. Vorige week hebben we nog met elkaar gebeld. Dat doen we elk jaar op 23 augustus, de eerste dag van de gijzeling. Normaal gaan we die dag samen eten, maar dat kon dit jaar niet omdat ik in België ben."

De onderhandelingen met de politie verliepen steeds stroever. Op dag vijf dreigden ze met een gasaanval.

"Dat was ongezien hardvochtig. Als ze het gas naar binnen spoten, zouden we allemaal sterven, ook de gijzelaars. Het was K62-gas, dat het Amerikaanse leger in Vietnam gebruikte om de Vietcong uit zijn tunnels te jagen. Janne kon de situatie niet meer de baas en dreigde ermee om iedereen dood te schieten, en daarna zichzelf van kant te maken. Ik had een beter plan. Ik riep de gijzelaars bij elkaar en begon touwen te snijden. Daar knoopte ik lussen van, die ik aan de kluiswand hing. De gijzelaars moesten met hun hoofd in de lussen gaan staan. Als de politie gas binnenspoot, zouden ze flauwvallen en zich verhangen. Hun dood zou dan de schuld zijn van de politie. Het was pure blufpoker, om de politie te intimideren. Ik had een mes waarmee ik hen zou lossnijden als ze het gas toch gebruikten. De gijzelaars begrepen dat het bluf was en deden mee met het plan. Daarna legde ik het uit aan Janne Olsson - al fluisterend, omdat de politie afluisterapparatuur door het gat in het plafond had neergelaten. Maar hij had niet door dat we alleen zouden doen alsof en riep uit: 'Ga je ze ophangen?!'

"Birgitta was de enige die het zaakje niet vertrouwde en die stiekem aan haar touw zat te prutsen, zodat het niet te strak rond haar hals zat. Janne zag het en werd kwaad. Hij trok de knoop harder aan rond haar hals, en net op dat moment liet de politie een camera door het gat naar beneden om foto's te maken. Dat heeft later op het proces tegen hem gespeeld. Iedereen dacht dat híj die touwen rond de nek van de gijzelaars had geknoopt. Ook de gijzelaars herinnerden het zich achteraf zo, heel vreemd. Ik denk dat het kwam omdat in hun ogen al het slechte van Janne kwam, en al het goeie van mij. Het was in hun ogen onmogelijk dat ik het had gedaan. Ik heb het er jaren later nog met Kiki over gehad. Ook zij was ervan overtuigd dat Janne die knopen had gelegd, ook toen ik haar vertelde dat ik het was."

De politie spoot het gas toch binnen en hoorde jou roepen dat jullie je overgaven. Was je bang?

"Maar nee! Het was Janne die lag te trillen en wilde dat we ons overgaven. Hij hield me onder schot met een machinegeweer. Ik wilde me helemaal niet overgeven, ik had een plan B. Ik wilde dynamiet naar buiten gooien. Ik wist: als we één keer onze tanden laten zien en terugvechten, zal de politie haar aanval staken en zeggen dat ze niet anders kan dan ons te laten gaan - voor de veiligheid van de gijzelaars. Zweden was in die tijd een heel zachtaardig land. De mensen schrokken ervan als gangsters iets ondernamen, politieagenten waren geen bikkelharde jongens. Die kreeg je zo plat.

"Maar Janne hoorde mijn plan zelfs niet, zo doodsbang was hij. 'Nee, nee, ik moet aan de meisjes denken!'"

De mythe Olofsson

Op 28 augustus 1973 om twintig voor tien 's avonds werd Janne Olsson geboeid uit de kluis naar de politiewagen begeleid. De Norrmalmstorg-overval was afgelopen. De ongewone band tussen de gijzelaars en de gijzelnemers werd jarenlang gespreksstof onder psychiaters en in de media, zeker toen ook op het proces bleek dat de gijzelaars weigerden om tegen hun gijzelnemers te getuigen. Eén psychiater maakte gewag van het norrmalmstorgsyndroom, maar omdat dat buiten Zweden niet zo vlot bekte, werd het stockholmsyndroom een mythisch begrip, dat later ook wereldwijd in andere gijzelingen werd herkend. Het bekendste voorbeeld is Patty Hearst, kleindochter van een Amerikaanse miljonair die in 1974 door een extreemlinkse groepering, The Symbionese Liberation Army, werd ontvoerd en gegijzeld, en zodanig sympathiseerde met haar ontvoerders dat ze deelnam aan een bankoverval van de groep. Recenter was er ook de Oostenrijkse Natascha Kampusch, die in 2006 kon ontsnappen bij haar ontvoerder Wolfgang Priklopil na acht jaar gevangenschap, maar toch ongewoon bekommerd bleek om haar ontvoerder.

Clark lofsson. Beeld Saskia Vanderstichele

Heb je Janne Olsson na de gijzeling nog gezien?

"Als ik hem zie, sla ik hem. Hij was zo stom! Hij schreef een boek over het stockholmsyndroom waarin hij alles verkeerd uitlegde. Hij heeft nooit begrepen dat de gijzelaars hem echt haatten. Hij dacht dat het stockholmsyndroom over hém ging, dat ze hém graag hadden, terwijl ze hem allemaal achter zijn rug uitlachten. Het stockholmsyndroom, dat was ík.

"Ik heb Olsson nog één keer gezien, op het proces. Hij had intussen door dat ik er met het geld vandoor was. Het eerste wat hij zei toen hij me zag was: (houdt zijn hand voor zijn mond en fluistert nijdig) 'Het geld! Ik wil mijn deel!' Ik antwoordde: 'Hou je mond over alles, dan krijg je de helft.' Dat werkte wonderwel: hij nam de schuld voor zowat alles op zich. Ik werd in beroep volledig vrijgesproken, omdat ik alleen maar had meegedaan om de gijzelaars te redden. En de meisjes juichten."

Wat is er van de gijzelaars geworden?

"Birgitta - die harde tante - en Sven zijn in de bank blijven werken, Elisabeth niet. Kristin heeft zich omgeschoold tot psychotherapeut."

Waarom kwam jij in 1975 - twee jaar na het gijzeldrama - in godsnaam naar België?

"Een maat en ik hadden een paar banken in Denemarken overvallen en hadden het leger en de politie achter ons aan. We vluchtten in een motorbootje naar Duitsland, maar de boot ontplofte omdat mijn kompaan knoeide met de benzine. We zonken in drie minuten en hij verbrandde zijn gezicht, zijn neus was helemaal weggeschroeid. In Hamburg zochten we een dokter op. We moesten even in de wachtkamer plaatsnemen, maar toen hoorde ik haar in haar kabinet naar de politie bellen, dus maakten we ons uit de voeten. Heel vreemd, want niemand wist dat wij die banken in Denemarken hadden overvallen. Later las ik in de krant wat er was gebeurd: drie kerels hadden in Hamburg een bank overvallen en waren met hun vluchtauto gecrasht. Die auto was in brand gevlogen. De politie in Hamburg was dus op zoek naar mannen met een verbrand gezicht (lacht).

"Hamburg was te gevaarlijk. We namen de trein naar Brussel, omdat ik daar een auto wilde kopen. In Brussel zeiden ze me dat de beste auto's in Libanon te koop waren. Maar daar was het heel onrustig; er begon net een burgeroorlog. Ik zag het op het nieuws en zei tegen mijn vriend: 'We blijven twee, drie weken in België en wachten tot de heisa ginder is overgewaaid.' Uiteindelijk heeft de oorlog in Libanon veertien jaar geduurd. Dus ben ik wat langer in België gebleven."

Een jaar later, in 1976, zette je ons land op stelten toen tijdens een politieachtervolging bijna een agent werd gedood door een verdwaalde politiekogel.

"We waren verraden door een meisje in Leuven, tegen wie mijn kompaan had zitten opscheppen dat we gevaarlijke bankovervallers waren. Ik vergeet haar naam nooit meer: Maria Vanden Bossche. Fuck her! Een uur later hadden we vijf politiekorpsen achter ons aan. Mijn maat werd onmiddellijk gepakt, ik kon ontsnappen en reed naar Wemmel, waar ik toen een villa had. Ik verschool me in een bosje en zag een hoofd verschijnen achter een muur. Ik schoot onmiddellijk en begon te rennen. Ik liep 20 meter ver, ze vuurden 49 kogels op me af. Allemaal ernaast. Ik liep een steegje in, ze kwamen me achterna, ik schoot in de lucht en ze durfden me niet meer te achtervolgen. Even later verstopte ik me in het struikgewas en zag ik twee politieagenten met getrokken wapens aan weerszijden van de villa dichterbij sluipen. Toen ze aan de hoek kwamen en elkaar zagen, schrokken ze zo erg dat ze op elkaar vuurden. Eén van hen raakte zwaargewond. 'Wegwezen!' dacht ik. Ik wist dat ik de schuld zou krijgen. Ik ben beginnen rennen en had een kogel in mijn billen verwacht, maar iedereen was met de gewonde politieman bezig. Zo ben ik weggekomen. Op de Belgische televisie werd ik gesignaleerd als gevaarlijke gangster. Elk uur werd een foto van mij getoond. Iedereen geloofde dat ík die politieman had beschoten. Na drie dagen gaf de minister van Justitie op televisie toe dat de agent was geraakt door een verdwaalde politiekogel. Toen stopte de heksenjacht."

Heb je ooit iemand gedood?

"Nooit. Ik overval banken zelfs op een aardige manier. Ik doe altijd hetzelfde: ik wandel met mijn wapen naar de kassa. Ik praat met niemand, kijk naar niemand, bedreig niemand. Ik neem het geld, wandel weer buiten. En iedereen staat onbeweeglijk stil. Ik wéét hoe mensen denken: 'Als hij me maar niet ziet!' Je kunt nooit op tegen hun eigen verbeelding. Soms hoor ik achteraf in de rechtbank wat er door hun hoofd ging, dat ik 'de muren zou kleuren met hun bloed' en dat soort onzin. Zulke dingen zei ik nooit. In hun verbeelding was het altijd erger dan wat ik zelf ooit zou kunnen verzinnen.

"Ik heb wel ooit een politieman in de schouder geschoten tijdens een achtervolging, maar hij was erg blij toen hij me zag op het proces. 'Dank je wel om me neer te schieten,' zei hij. 'Ik werd politieman van het jaar en ik heb promotie gekregen.' Zijn collega stootte hem aan: 'Je kunt hem toch niet bedanken om je neer te schieten!'"

Ik sprak afgelopen zomer een gangster die de grootste geldroof ooit in Zweden had gepleegd, met een helikopter. Hij zei dat hij alles van jou had geleerd.

"O ja, Goran, hij was een hele goeie leerling. Ik heb veel jonge mannen opgeleid. Nu doe ik dat niet meer, ik moet ermee stoppen."

Wat maakt dat iemand geschikt is voor de job of niet?

"Het belangrijkste is dat ze niet liegen, dat ik ze kan vertrouwen. Met de meesten zou ik nooit op restaurant gaan, want ze kunnen niet eens netjes eten. Maar ik kan mijn leven wel in hun handen leggen."

Je laatste gevangenisstraf kreeg je wegens drugsfeiten in Zweden en Denemarken. Waarom zat je die uit in België? Dacht je dat je hier gemakkelijker zou vrijkomen?

"Ik had geen keuze. Ze gooiden me eruit in Zweden, omdat ik een Belgisch staatsburger ben. Ze waren blij dat ze van me af waren, want ik organiseerde overal stakingen in de gevangenissen.

"In België kon ik normaal gezien al een jaar eerder voorwaardelijk vrij komen, maar mijn dossier raakte niet in orde. Het werd van hogerhand tegengehouden. Mijn advocaat Bert Partoens heeft toen geregeld dat ik zonder al die paperassen voorwaardelijk vrij kon komen als ik naar Zweden zou terugkeren, en geen voet meer op Belgische bodem zou zetten. Ook dat heeft nog een tijd aangesleept, want in Zweden zagen ze me niet graag terugkomen, en deden ze moeilijk over mijn paspoort. Nu blijkt dat ze me niks kunnen maken in België, zolang ik hier maar geen domicilie neem (lacht). Rare jongens hoor, die Belgen."

 Hoeveel jaren van je leven heb je in de gevangenis gezeten?

"Ik ben langer op de vlucht geweest dan dat ik achter de tralies heb gezeten. De langste periode was de zes jaar isolatie in Denemarken, wegens een drugszaak waarmee ik niks te maken had."

Werd je niet gek, zes jaar zonder een mens te zien, zonder radio of televisie, alleen in je cel?

"Ach nee. Ik was niet opgesloten met de bewakers, zíj waren opgesloten met míj! Als ze mijn cel binnenkwamen, hadden ze het gevoel alsof ze op audiëntie kwamen. Ze hadden 10 seconden om hun punt te maken - in correct Zweeds, daar stond ik op - en dan stuurde ik ze weg. Ik behandelde hen als ratten. Ik las en ik schreef. Ik vermaakte me kostelijk.

"Het gekke is: mensen nemen me niet voor wat ik heb gedaan, ze nemen me voor wat ze dénken dat ik heb gedaan. In Denemarken kreeg ik in 1998 veertien jaar cel voor een drugszaak - de zwaarste straf die daar ooit was uitgesproken wegens drugsfeiten. Daar had ik werkelijk níéts mee te maken. Maar als ze zouden weten wat ik wél allemaal in mijn leven heb uitgespookt, had ik zeker tien keer levenslang gekregen."

Wat zijn je plannen?

"De Zweedse televisie wil een reeks documentaires over mijn leven maken. En ik ga een nieuw boek schrijven over het stockholmsyndroom."

Heb je nog veel geld?

"Ik kan niet klagen. De voorbije drie weken, sinds ik vrij ben, heb ik 17.000 euro verdiend. Nee, ik ga je niet vertellen hoe."

Ben je gevaarlijk?

(snel) "Nee. (Denkt even na) Tenzij ze me uitdagen."

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234