Zaterdag 28/03/2020

De G van Humo

Marijke Libert/Foto's Stephan Vanfleteren

De G van Humo. Uit zijn koker pers je geen betoog. Mortier is een man die luid zwijgt terwijl hij schor en stil spreekt. Een oordeel over zichzelf geeft hij node. Zijn entourage heeft het, bij wijze van eerbetoon voor zijn drieduizendste verjaardag, dan maar voor hem gedaan. Wie is Humo en wie is Guy, vroeg men zich af, maar waarom slaagde niemand erin tussen beide een onderscheid te maken?

"Mortier als hoofdredacteur... Hij is geen bladenmaker maar een perfecte éénbladman. Geobsedeerd, controlefreak, de man van de globale aanpak, de specifieke invalshoek, de kleur op de cover tot en met het laatste foto-onderschrift. Hij is Humo en onmogelijk opvolgbaar. God weet wat er met het blad gebeurt als hij tegen een boom rijdt. Hij is over die vaststelling zelf tegelijk heel blij en heel gefrustreerd. Blijft desondanks een fijn mens." (Yves Desmet, ex-Humo, algemeen hoofdredacteur De Morgen)

Bent u inderdaad een fijn mens?

"Dat is een understatement. Maar goed, Yves' vaststelling over dat dubbele gevoel klopt, al neemt de frustratie stilletjes de bovenhand. Ik weet al jaren dat ik mijn tijd slecht verdeel. Ik doe te veel dingen achter mijn bureau, ben steeds bezig met teksten, met details. Ik wil te veel dit blaadje goed zitten maken. Ik zou die tijd beter kunnen benutten door mensen te ontmoeten, aan te trekken, gewoon te praten."

Heeft een hoofdredacteur een functie naar buiten? Hoger citerende wordt soms schamper 'het geweten van Vlaanderen' genoemd. Geen zin dat geweten bij te staan?

"Humo is ook een tijdlang het geweten van Vlaanderen genoemd. Daar heb ik geen heimwee naar. Als ik een rol heb naar buiten, dan is dat steeds in het kader van Humo. Ik doe een aantal dingen in andere media omdat ik ze graag doe en omdat het nodig is voor het blad. Neem de radiospots. Die maken is vermoeiend, frustrerend als het niet helemaal lukt en er gaat heel veel van je vrije tijd in verloren. Maar het moet. Het geeft een imago aan Humo. Een tv-programma zoals Alles kan beter doe ik voor mijn eigen geestelijke heil. Het is mezelf dwingen om te zien of ik nog in staat ben grappen te bedenken en ervoor te zorgen dat de hersenspier waaruit die kolder spruit, niet verslapt. Tenslotte doe ik zo'n programma vooral ook weer om met Uytterhoeven te kunnen werken. Ik vind hem zo belangrijk, misschien nog meer om de aardige persoon dan om het ongelooflijke talent."

U hebt Uytterhoeven niet zelf ontdekt. Jammer?

"Paul Jacobs heeft ons samengebracht op de radio. Ik had tevoren amper van de jongen gehoord, ik wist dat hij sportjournalist was op de tv. Nee, ik vind het niet spijtig dat ik hem niet ontdekt heb, wat zou ik. Kamagurka heb ik ook niet ontdekt, hij is me aangeduid door Eddy Vermeulen. Het belangrijkste is dat ik ze héb. Hoera, meer heb ik niet nodig."

"Humo is inhoudelijk sterk, één grote improvisatie. Het enige punt waar ik Mortier steeds op aanval is de vormgeving van zijn blad. Humo is een vod. Het blad ziet er niet goed uit, het heeft er eigenlijk ook nooit goed uitgezien. En Guy weet dat. We hebben er nochtans aan gewerkt, wij en een pak Nederlandse vormgevers. In het midden van de jaren tachtig werd uiteindelijk een nieuwe stijl geïntroduceerd, waaronder die aanpak van de tv-pagina's. Maar die is dan onder druk van het publiek paniekerig teruggefloten." (Ever Meulen, vormgever en illustrator)

"Ik ben het op een aantal punten eens met Eddy. Eén ding wens ik echter duidelijker te stellen: die nieuwe vormgeving tien jaar geleden is een flater geweest, een grote stommiteit. Dat had ik nooit mogen doen. En ik heb het toch toegelaten, ook omdat Eddy Vermeulen, die ik er steeds bijhaal voor de vormgeving, er zijn goedkeuring aan gaf. Ik was daar om diverse redenen een stuk minder van overtuigd. Het was met mij echter zoals met de Trojanen in de Ilias, 'wij hoorden het gerinkel van de speren in de buik van het houten paard, maar de goden zorgden dat wij doof waren'. Nu ben ik vooral blij dat we de klok zo snel hebben teruggedraaid."

Onder massale druk van de lezers.

"Welnee, het was mijn eigen overtuiging dat die nieuwe lay-out snel weer weg moest. Maar de reactie van het publiek, dat duizenden brieven bijeenschreef, dat was fantastisch. Niet te geloven. En de mensen hadden gelijk. Groot gelijk. Het probleem blijft echter dat Humo aan vernieuwing toe is. Het is waar, het blad is rommelig, maar het is ook een beetje een onderdeel van onze stijl. Ik kan en wil daar niet de nieuwe The Face van maken, maar nieuwe spijs lijkt me onontbeerlijk."

"Het was interessant voor het Mortier-kind om een mensenkenner als vader te hebben, iemand met een neus voor dingen, met een druk leven ook, maar een vader die niettemin tijd voor je maakte. Privé en Humo bleven gescheiden, al waren de tics van zijn job op het thuisfront soms overdraagbaar. Hij stond ons bij met vakken als Nederlands en, alhoewel wij de opstellen zelf maakten, schrappen deed papa daarin met evenveel plezier als hij dat deed en doet in de stukken van zijn medewerkers. Nadelen heb ik nooit ondervonden als dochter-van, al geef ik toe dat ik toch, uit een soort angst voor herkenning, vaak mijn familienaam verzwijg. Heeft mijn vader een problematische driehoeksverhouding? Ik geloof het niet. Ik heb mijn moeder nooit horen roepen van: Guy, het is ik of Humo. Nooit." (Martine Mortier, dochter van Humo)

"Scheiding van privé en werk, dat is altijd de bedoeling geweest. Maar het was soms moeilijk. Het was veel 's avonds thuis met mijn papieren op schoot tv zitten kijken, lezen, schrappen, noteren, en ondertussen toch aanwezig zijn. Het is normaal dat ik me daar mijn leven lang altijd schuldig over heb gevoeld. Maar mijn kinderen zeggen: bah nee, wij herinneren ons toch nog dat je verhaaltjes vertelde voor het slapengaan. Terwijl ik me helaas de keren herinner dat ik heb gezegd: nu even niet. Eigenlijk hebben ze altijd heel veel geduld met mij gehad. Misschien wel te veel. Maar anders had ik dit nooit volgehouden."

Behalve privé-gezin heb je natuurlijk ook nog privé-privé, tijd maken voor jezelf.

"Radio luisteren, tv kijken en lezen, jeezes... lezen. Kranten lees ik bijna niet meer, bladen nauwelijks, boeken, ach zwijg. Als ik op de Boekenbeurs kom, al durf ik daar bijna niet meer te komen, voel ik me bijna aangevallen door de boeken. Vroeger nam ik ze en las ik ze, nu kan het niet meer en ik voel me daar zo schuldig om. Ik heb er zoveel plezier aan gehad. Ik vind dat mijn leven anders geleid zou moeten worden. Alleen, ik kan maar niet accepteren dat tachtig procent inzet ook wel genoeg zou zijn."

Het moet honderdtwintig zijn.

"Minstens, ofwel ineens vijftig. In het laatste geval zou ik moeten leren zeggen: oké jongens, voortaan ga ik een redelijk leven leiden en ik forceer me dan maar, ik laat in mijn omgeving een aantal banen invullen en dan laat ik een aantal normen zakken en ik zal ermee leren leven dat in dit of dat artikel een paragraaf staat die de tekst vertraagt."

Doet het pijn om slechte paragrafen te lezen eens Humo gedrukt is?

"Ik lees het blad zelden als het gedrukt is, ik heb het tenslotte allemaal al gelezen. Slechte paragrafen zal je er om dezelfde reden dan ook niet of nauwelijks in vinden."

Verlangt u ook honderdtwintig procent inzet van uw medewerkers?

"Nee, slechts honderd procent. Hoe moeilijk het soms ook is, dat is het strikte minimum. Dit is de Humo-inzet. Ofwel zakken we weg en worden we een gewoon blad, ofwel blijven we dat betere ding op de markt brengen en dat doe je vooral door dat ietsje meer aandacht. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat het succes van een blad ook in de behandeling van de kleinste details ligt, en die ken ik onderhand. Als je ergens verzwakt, dan is dat op zich natuurlijk geen ramp. Wat zijn tienduizend lezers, zou je kunnen zeggen, op dat miljoen? Je zou het blad ook nog commerciëler kunnen samenstellen, wat minder risico's nemen hier en daar, al die schrijvers er uitwippen, maar dan denk ik: ik doe het al zo lang op die manier, waarom zou ik minder kwaliteit accepteren en mijn fierheid verliezen?"

"Het belangrijkste wat Humo voor de literatuur doet, zijn niet de artikelen over literatuur, maar het algemene peil van de Humo-kopij. Guy leerde zijn schrijversvolk schrappen. Wat is goede Humo-kopij? Guy hanteert, naar eigen zeggen, deze stelregel: een lezer die koppijn heeft moet het kunnen begrijpen. Dat maakte dat ik nogal eens koppijn had als ik een interview met een 'moeilijke' schrijver in mensen-met-koppijn-taal zat te vertalen. Maar Guy heeft natuurlijk gelijk: het is beter dat de redacteur koppijn heeft dan de lezer." (Mark Schaevers, ex-boekenredacteur bij Humo, nu chef-boeken voor De Standaard)

Wat heet een goede schrijver?

"Voor een blad is goed schrijven teksten maken waar enige zwier inzit en nu en dan een fonkeling. Dat is zo buitengewoon zeldzaam in de pers, dat wanneer je zo iemand leest, je de indruk krijgt dat je een cadeau hebt gekregen. Ik kan zo verrukt zijn als ik ergens in een tekst een regel tegenkom die ik niet had verwacht. Een ander belangrijk aspect bij goed schrijven is helderheid. Ik moet elke zin kunnen begrijpen, elke paragraaf, elk woord en elk verband."

"Ik mis literatuur in Humo. Er zijn de columns natuurlijk, maar dat is zo beperkt in ruimte. Literatuur is al zo onderschat in Vlaanderen en het wordt overal ook zo ernstig behandeld. Neem de boekenbijlage in De Morgen... Ook in Humo zijn het steevast de ernstigen die de literatuur onder hun hoede nemen. Nee, die literatuur zit een beetje vast in Humo. Oké, er is 'Boekenbal', Vers voor Humo, de toptien, de kaderstukjes errond, maar dat is plakwerk. Er wordt verdomme geen literatuur gepubliceerd, er zijn geen voorpublicaties, tenzij van non-fictie, dat mis ik echt. Er zou wekelijks best een katerntje gewijd kunnen worden aan dingen als voorpublicaties en ik zou daarvan gerust de supervisor kunnen zijn." (Herman Brusselmans, schrijver en Humo-columnist)

"O, een sollicitant. Ik zal hem bellen... (lacht) Kijk, een mens, een blad kan niet alles doen. Ik heb zeer weinig pagina's. In 1988 hebben wij pakken literatuur gepubliceerd, echte klassiekers die we in drie, vier afleveringen gaven; omdat we toen heel dikke Humo's maakten. Dat is zo gegaan tot 1 februari 1989, de start van VTM. VTM pakte de reclame weg en dus slonk ons pakket advertentieruimte in het blad en meteen ook het aantal redactionele pagina's. Anderzijds mag ik niet klagen, ik krijg wekelijks nog een aanzienlijk pak papier ter vulling. En als ik vind dat ik echt op meer pagina's moet en ik heb daar goede argumenten voor, dan krijg ik die meestal ook."

Humo zit nu bij de Nederlandse VNU-dochter Mediaxis, een grote uitgever met vele kinderen (van Story, over Libelle, via TV Ekspress, Elga tot Humo...) De grote baas, Jan Van den Wijngaerden, geeft toe dat u een gepantserd bestaan leidt in zijn bedrijf. Men spreekt van de heilige tweevuldigheid Humo en Mortier, en dat zet kwaad bloed bij de collega's-hoofdredacteurs van de groep.

"Men moet ook eens durven kijken naar de druk die dat meebrengt en de immense verantwoordelijkheid. Waarom laat men mij zogenaamd vrij? Omdat Humo wekelijks zo ontzettend veel lezers aantrekt, tiens. Dat is helemaal geen ideale situatie. Wij hebben met ons succes al vaker de lancering of de mislukking van een aantal bladen helpen betalen. Het is dan toch normaal dat ze van boven af zeggen: die Humo, dat loopt allemaal zeer goed, daar komen veel advertenties op binnen, we laten Mortier dus maar doen. Welk voordeel zou het opleveren om mij in de wielen te rijden en te demotiveren? Men weet ook dat ik alleen zo kan blijven werken omdat ik gemotiveerd blijf. Het zou stom zijn om mij op te sluiten.

"Pas op, die bazen zitten me ook niet over het bolletje te aaien, vergeet het. Ze zeggen echt wel waar het op aan komt. Maar ze laten mij niet te veel directievergaderingen bijwonen, dat is juist. Ze kennen mijn verzuchting: laat me mijn kostbare tijd. Ze vallen me niet meer lastig met veel cijfers. Ze laten mij mijn letters."

"Ik heb er maar weinig gevoel bij; eigenlijk maakt het niet meer zoveel los in mij, die stukjes elke 27ste januari. Al lees ik die herinneringen van Guy altijd wel en voel ik hoe diep dat gevoel van hem gaat. Ik ken Guy niet goed. Ik bel met hem zo één keer per jaar en verder zie ik hier eind januari zijn ruiker bloemen toekomen, voor op het graf. Ik weet niet waarom Guy dat blijft doen, zo obstinaat. Mijn grootmoeder zegt dat mijn pa zijn witte raaf was. Guy Mortier vond het spijtig dat mijn pa zo vroeg moest sterven en dat hij eigenlijk zoveel ongeschreven dingen nimmer heeft kunnen lezen."

"Ben ik Humo en Guy dankbaar voor zoveel blijvende interesse? Ik moet eerlijk zeggen: ik voel wel een druk op mij, ook ik moet het goed doen. Het valt mee dat ik goed ben in de dingen waarin mijn pa zo goed was (talen, ik doe Germaanse) en slecht in de dingen die hij haatte (wiskunde en wetenschappen)." "Zou ik later graag schrijven? Voor Humo? Nee, ja... Ja. Alhoewel, die Mijlemans, ik wil geen voetsporen volgen. Ik blijf wel ontroerd als ik het stuk lees van mijn vader op de trein, nadat hij vernomen had dat hij aangeworven was als recensent bij Humo. Dat 'ik hoor bij het A-team'. Zo mooi. Ik zal ook nooit een slecht woord over het blad zeggen. Het is een stuk van mij. Ik ben ermee opgevoed. Al moet ik toegeven: tot voor een paar jaar was het onontbeerlijk. Nu heb ik het idee dat ik zonder zou kunnen." "Guy Mortier, hij heeft er mee voor gezorgd dat ik tot de rest van mijn dagen met een mythe moet leven. Ik heb een vader waarover nooit een slecht woord wordt gezegd, een verleden badend in drama en romantiek. Ik weet niet altijd wat ik daarvan moet denken." (Marijke Mijlemans, dochter van Marc, 'de Mijlpaal' in Humo)

"(na een stilte) Ik zie Marijke nog als kleine snotaap thuis in de zetel springen, zingend van 'J'aime, j'aime la vie' van Sandra Kim, en Marc die zich zogezegd schaamde omdat mijn zoon van vijf toen al nummers van The Coasters zong."

Hebt u van haar vader een mythe gemaakt?

"Dat heeft hij zelf gedaan. Dat laatste jaar van zijn leven heeft Marc dingen geschreven. Er zat zoveel ellende en verdriet in de beschrijving van de dood van zijn vrouw. Het maakte op mij en op heel veel lezers een geweldige indruk. Dat was niet iets wat kunstmatig gecreëerd werd."

Is dat eerbetoon die 27ste, de enige keer in een rond jaar dat u een eigen stukje pleegt in Humo, vooral niet een stijf vastklampen aan een ideaal?

"Ik weet ook dat er ongetwijfeld mensen zijn die zeggen: zèg, daar is hij weer, moet hij daar nu zo mee koketteren? Ik ben nu Humo 3000 aan het maken (hij grabbelt in een hoop papieren) en hier ligt het stuk weer, Het Enge Bos, van Marc. Ik weet echt niet of ik het ga publiceren (kijkt lang naar de kopij). Ik weet het echt niet (legt het terug). Zo wreed, en er komt zoveel naar boven als ik de zaken opnieuw lees. Hij heeft verdraaid straffe dingen geschreven."

Blijft u op zoek naar nieuwe Marc Mijlemansen?

"Ik zou niet twijfelen als ik er een tegenkwam! Ik zou hem nogal bij zijn nekvel pakken. Maar ik snap wel wat zijn dochter zegt: als dat van haar verwacht zou worden, dat ze zomaar het talent zou hebben van haar vader. Het moet een enorme druk zijn. Als ze kan schrijven, des te beter, maar iedereen zal naar die familienaam zitten kijken. Ik begrijp dat je daar last van kunt hebben."

Hebt u Marc ooit gezegd dat u in hem zijn opvolger zag?

"Ik was toen nog te jong om aan opvolging te denken, maar ik weet dat ik hem dat inderdaad één enkele keer gezegd heb. Hij schreef zo'n goed Nederlands, hij was zo buitengewoon briljant in zijn 'Mijl op Zeven', maar ook in zijn andere stukken. Daar moest ik voor zwichten. "

Sommige hoofdredacteurs kunnen het echt niet laten een van hun pupillen extreem te koesteren. Hoe ontstaat zoiets als een 'poulain'?

"Ik vraag altijd het uiterste van mijn mensen. Sommigen geven dan nog meer en dat beroert je. Maar een poulain, mijn God, ik vond het gewoon plezierig om die jongen bezig te zien en te lezen. Nee, extra gekoesterd heb ik hem niet. Ik heb hem aangemoedigd, dat wel, in moeilijke tijden, maar ik heb ook geschrapt in zijn stukken. Wat moet, moet. Altijd." "Guy is voor mij een van de weinige Belgen die in de bewonderenswaardige zin van het woord humor bedrijven. Droog, kurk, eigenlijk, en soms met van die zeer flauwe woordspelingen, maar zo bedacht en gebracht dat ze iets onweerstaanbaars hebben. Hij heeft een breed spectrum in de humor: van zeer grof tot extreem subtiel. Het is die variatie die hem zo ongenaakbaar grappig maakt. Ik tekenaar en beroepshumorist moet daarnaar opkijken. Zo scherp, zo ongemeen grappig gaat hij ook met tekst en tekening om. Ten slotte nog dit: als hij weggaat bij Humo, weet ik niet of ik blijf." (Kamagurka, huistekenaar Humo)

Moet een blad, moeten artikels steeds gelardeerd zijn in die humorsaus?

"Jawel. Humor is iets buitengewoon belangrijks. Ik heb dat van jongsaf aan een van de elementairste zaken gevonden. Dat is begonnen met de ontdekking van Godfried Bomans. Hoe die erin slaagde om niet zomaar lollig te zijn, maar om de taal danig te construeren dat het plots geestig werd, fijnmazig. Daar was ik ondersteboven was. Zodra ik dan zelf begon te schrijven, wou ik dat ook proberen. Dat was verschrikkelijk slecht, maar door die periode moet je nu eenmaal heen. Ik besefte toen al één ding: goede humor is onweerstaanbaar, daar kun je mensen mee naar je toetrekken. Dus toen ik achttien was en de kans kreeg om op de radio een rock'n'roll-programma te maken, was het voor mij essentieel dat die bindteksten humor waren, bomansiaans als je wil. Dat is sindsdien zo gebleven, dat werd het soort humor dat je later in Humo zou vinden of in mijn bindteksten voor Jazz Bilzen of Torhout Werchter. De mensen moesten nu en dan kunnen lachen. Zo voorkwam je agressie, gedonder en gezeik om die natte regen, om de files, het wachten. Humor maakte alles altijd weer in orde."

Vindt u zichzelf grappig?

"Ik vind mezelf helemaal geen groot humorist, laten we wel wezen, maar op sommige momenten heb ik wel eens een fatsoenlijke grap gemaakt, bijvoorbeeld in de situatie van De Taalstrijd. Iets leuks bedenken heeft vooral met de omgeving te maken. Je moet ontspannen zijn, in de juiste mood en bij de juiste mensen in de buurt. Humor bant de ellende. Toen wij ons bij Humo onledig hielden met het verbeteren van de wereld, in de jaren zeventig, dan kon dat niet anders dan met die knipoog, het larderen van de door ons ervaren wreedheid met een grap. Hadden we dat niet gedaan, dan waren we allicht in de slogans van Amada vervallen."

"Mortier zei in discussies met als uitgangsvraag 'zouden we niet eens...' steeds: ik weet wat de lezer wil. Het is zo dat hij kennelijk een vermogen heeft om dat aan te voelen. Dus staat hij ook permanent met de natte vinger in de lucht. Dat kan positief en negatief zijn."

"Een van de evoluties die ik Humo node zie volgen is die van wat ik de toenemende commercialisering noem. Het opiniëren is nooit helemaal weg, maar de felheid taant, er is een accentverschuiving. Alles lijkt gedoseerd, het onderwerp wordt meer en meer afgemeten aan de marktwaarde ervan. Oké, een blad moét commercieel zijn en het is merkbaar dat de publieke opinie - behalve op momenten zoals de zaak Dutroux - minder behoefte heeft aan duiding. Op die golf deint Humo dan maar mee. Ik betreur in Humo ook een beetje het einde van de grote verhalen, de dossiers. Ze zijn niet weg, maar anders en misschien sneller gemaakt, ik mis de coherentie zoals in de milieudossiers van Coenen vroeger." "De ideologie van Humo? Progressief. Vroeger en nu nog krijgt Humo dat etiket links. Ik, links zijnde, heb nooit het idee gehad dat Humo links was. Het was heel vroeg progressief in de zin van humanitair, door zaken als het verdedigen van homoseksualiteit op een moment dat niemand daarover durfde te praten." (Willy Courteaux, ex-Humoman )

Volgt u de kritiek op de commercialisering van Humo, in de zin van vervlakking van de opinie?

"Ik moet de verantwoordelijkheid voor het blad opnemen. Ik mag het niet vol dossiers stoppen, want ja, het moet natuurlijk verkopen. Verder moet er veel gelachen worden en af en toe moet je ook populaire mensen ontmoeten en interviewen. Toch vind ik dat wij nog steeds heel veel risico's nemen, dat wij zeer ver van dat vedettencircus blijven. Onderzoeksjournalistiek blijft een van de belangrijkste pijlers. Dat de dossiers nu sneller worden gemaakt, klopt niet. Het tegendeel is waar. Vroeger hadden we heel weinig mensen en weinig tijd en moest het dus snel gebeuren."

Humo-adepten van het eerste uur ergeren zich weleens aan de stijl, men spreekt van de cowboys van Humo.

"Dat zullen dan de indianen zeggen, zeker? Nee, dat is een onterechte discussie. Er wordt hard gewerkt aan de dossiers en ik geef toe dat er weer meer moeten komen en dat we er nog meer mensen mee moeten belasten. Maar we hebben al ingrijpende dossiers gemaakt. We blijken problematieken snel te signaleren en er wordt gevolg aan gegeven. Ons dossier over de partijfinanciering heeft veel in beweging gezet, dat over de Russische maffia was totaal nieuw. Natuurlijk, alles evolueert: de aanpak, de journalistiek, de tijd. Als wij nu Humo's zouden maken zoals we dat in de jaren zeventig deden, zo met het gevoel van 'we weten het allemaal wel', dan zouden we snel weggekegeld worden. Nu de grote ideologieën zijn weggevallen, is de nuancering zoveel moeilijker.

"Ach, hoe ging dat vroeger? We zaten aan tafel, sloegen erop, riepen 'nu pakken we die wantoestand of die klootzak eens aan' en weg waren we... We werkten zo bevlogen, we waren een noodzakelijke beweging toen: tegen het conservatisme, tegen de veramerikanisering, tegen rechtse sferen. Ik sta daar nog steeds achter, ook al hebben wij ons op een aantal punten vergaloppeerd. Maar dat we opkeken naar het sovjet- of China-model, dat gebeurde allemaal te goeder trouw, nooit vanuit een partijstandpunt. Wij waren idealisten. Voor een betere wereld en steeds aan de zijde van de underdog.

"Dat verzet is wel gebleven, vind ik, maar los van de ideologie. Ken jij nog een sluitende ideologie? Ik niet, al lang niet meer. Nu er geen ideologieën meer zijn, moet je zelf veel meer gaan zoeken en tasten en afwegen en nuanceren. Er zijn geen goeden en geen slechten, maar wel heel veel grijzen. Dat is soms moeilijk, als je zo lang met de trom door de straten bent getrokken."

"Humo is belangrijk geweest voor mij, zodra ik een jaar of tien werd en mijn eerste plaatjes beluisterde. Humo was de uitgesproken mening, geventileerd door een indrukwekkende biotoop aan schrijvers. Zij gaven iets pikants aan de pikante muziek mee, soms sloegen ze de bal er compleet naast, ik herinner mij bijvoorbeeld de bespreking van de eerste plaat van TC Matic: 'zwart, rond en een gat in het midden', schreef Humo. Zo'n fantastische stijl, zo'n fantastische blunder ook, maar vooral leuk dat het kon. Grappig vond ik ook dat over Deep Purple één lange onomatopee verscheen, alleen medeklinkers als commentaar. Je kon daar eens goed kwaad van worden. Die stijl wordt nu krampachtig gehandhaafd, maar eigenlijk is hij verwaterd. Jongens, komaan, zoek iets nieuws, denk ik soms. Er stelt zich wellicht een groot probleem qua muziekkeuze. Ikzelf hecht steeds minder belang aan de mening van de muziekgasten van Humo. Het zal wel met mij te maken hebben. Ik vraag me ook af: Humo, is dat een blad dat iemand ontgroeit of groeide Humo zelf een beetje weg van ons?" (Pieter-Jan De Smet, zanger)

"Ik geef toe: dat ligt moeilijk voor mij. Ik heb die muziekscène jarenlang heel intens gevolgd en jarenlang heb ik samen met de popredacteur met dienst bepaald wat er precies in het blad kwam, tot in het kleinste detail. Tot ik het op een bepaald moment niet meer kon of wou volgen, omdat ik de muziek niet meer interessant vond. Ik ben me beginnen terugtrekken. Die wereld is zo versplinterd, zo onoverzichtelijk. Vroeger had je het gevoel dat je kon duiden: dat is goed, dit is geniaal. Als je nu zegt 'dat is goed', dan zegt een ander meteen 'dat méén je niet' of 'nooit van gehoord'. Muziek is een heel ingewikkelde materie geworden om over te schrijven, het is ook moeilijk geworden om festivals te organiseren die een beetje coherent zijn. Je kunt onmogelijk nog 30.000 man bijeenbrengen die over een groep of stijl min of meer hetzelfde denken. Daar ligt mijn probleem. Ik kan niet een pagina drum 'n'bass hebben en dan een pagina gabber, flopper... Ik zal maar zwijgen, want ik ken het allemaal niet meer. Op het gevaar af voor ouwe zak te worden versleten: ik vind dat er minder kwaliteit is."

Maar waar schrijft Humo intussen over, gegeven deze vaststelling?

"Je zoekt en wroet en schrijft over de zaken waar je zelf het meest van afweet en het meest van overtuigd bent, met het besef dat je daarmee een niet al te breed publiek bereikt. Ik probeer te vermijden dat de muziek op Humo een ouwezakkencultuur wordt. Ik heb nu redacteurs kunnen aantrekken die het hele gebied beheersen, mensen met een zeer brede interesse. Verder zal ik erop letten dat we niet een taaltje gaan uitkramen dat niemand meer begrijpt."

"Ik denk dat Guy bij die muziektoestand met een algemener probleem zit, hij vindt de nieuwe generatie niet, denk ik. Net zoals hij de nieuwe generatie schrijvers niet vindt en de nieuwe generatie journalisten maar mondjesmaat retraceert. De vraag is of die nieuwe generatie zich inderdaad aandient. Opvolging komt niet uit de lucht vallen, noch voor muziek noch voor literatuur, maar moet je die misschien niet zelf gaan maken?" (Herman Brusselmans, nog steeds geen ex-schrijver bij Humo)

"Herman heeft gelijk. Ik vind te weinig talent. Ik zoek nieuw bloed."

"Zowel vormelijk als inhoudelijk is de kwaliteit van Humo de voorbije jaren erg toegenomen. Vergelijk de toen als geniaal ervaren interviews (en dat waren ze ook) van Piet en Herman met de interviews van nu, dan zie je het verschil tussen meligheid en kwaliteit. Zulke interviews zouden er vandaag meteen uitgebonjourd worden. Toen was dat echter nieuw. Humo heeft het interview zowat uitgevonden. Intussen zwemmen we in de interviews en is de vraag: blijft Humo de norm in dit 'genre'? Ik vind niet dat het Humo-interview er echt nog zo uitvalt, de rest van de pers heeft Humo gewoon bijgebeend. Je zou kunnen stellen dat de hele pers 'ver-humo-iseerd' is, zowel stilistisch als wat de koppen betreft als de aanpak, het zogenaamde harde interview."

"Kon Mortier zelf schrijven? Wat is schrijven? Hij is de man van de vierkante centimeter. Hij produceert een goede gag, hij schrijft een prachtige inleiding van een boek, hij heeft in het verleden legendarische stukjes geschreven, maar verder dan tien pagina's houdt hij het niet vol. Hij was zelf ook geen goede interviewer, in die zin dat de feiten hem meer hinderden en hij zijn stukken voor de helft op fictie entte." (Leo De Haes, ex-Humo-redacteur, uitgever)

"Klopt helemaal. Wij zijn jarenlang de enigen geweest die zo gespecialiseerd waren in het interview. Wat Pirijns en De Coninck in die tijd deden, of Jan Wauters, dat was grote klasse. Ik vind dat nog steeds eerbiedwaardige stukken hoor. En de manier waarop die ontstonden. Het moest zo snel gebeuren, en week na week. Amaai, dat was titanenwerk! De tijden veranderen, oké, maar de inleidingen die zij schreven zou ik direct opnieuw willen. Maar het klopt dat wat we nu doen, al is het zeer hoog van kwaliteit, tegelijk minder opvalt dan vroeger. Heel veel jonge mensen in de media zijn immers groot geworden met Humo, hebben daar goede interviews gelezen en ervan geleerd."

Schrijft u zelf nog graag?

"Vroeger wel, maar toen ik hoofdredacteur werd heb ik dat opzij gezet en eigenlijk nooit meer opgepakt. In het begin schreef ikzelf veel inleidingen voor teksten, daarna zijn mijn zogenaamde koppen een eigen leven gaan leiden. Wat ik nog steeds doe, zijn de onderschriften."

"(Cynisch) Guy is een juweel van een baas, een talent qua organisatie en onevenaarbaar begiftigd met de kunst van het delegeren. Nee, het is bekend. Guy is een ramp, de vleesgeworden chaos. Met de jas aan, één been buiten, roept hij: 'Zeg, hé, ik ga met vakantie hoor.' Ik krijg het altijd in mijn nek gekletst. En niets blijkt te zijn zoals het werd voorgesteld: bestelde stukken komen niet, niet bestelde dienen zich aan. En als hij met vakantie is en een kaartje stuurt naar de redactie, dan lees je daarop 'genoeg gelezen, nu weer aan het werk'. Mortier is een workaholic. Ik vrees met het jaar meer voor een hartaanval. Het wordt steeds erger. En hij lijkt zo bang, hij wil aanwezig blijven, zijn aantal gebruikte vakantiedagen nemen de laatste jaren meer af dan toe." (Ingrid De Bie, Humo-redacteur)

Zo bang om de touwen te laten vieren?

"Er klopt iets van. We pakken steeds vaker delicate thema's aan, die een zware controle en afweging vergen."

Hebt u minder vertrouwen in de mensen die voor u werken?

"Het heeft minder met vertrouwen dan met het delicate van de onderwerpen te maken, en met verantwoordelijkheid. Het is ook niet de druk van buitenaf die me bang maakt. Kijk, als je investigatiestukken binnenkrijgt waarin mensen aangeklaagd worden, waar zeer gewichtige dingen in staan, over leven en dood bij wijze van spreken, dan moet je dat bijzonder goed bekijken en er mee over nadenken. Dan is het goed om ervaring te hebben, desnoods in te grijpen. Ik weet niet hoelang ik dit nog doe. Maar zolang ik het doe, zal ik het doen zoals ik denk dat het moet."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234