Vrijdag 24/01/2020

De Ford T, na 90 jaar getest

De Ford Model T was in het begin van de vorige eeuw dé auto. Maar dat was toen. Anno 2003 kan het tengere oudje het moderne ritme niet meer volgen. Onze man hobbelde in een exemplaar uit 1914 een paar kilometer mee in het verkeer van nu: 'Pas op, een bocht!'

Brussel

Van onze medewerker

Bart Lenaerts

Starten? Na drie stevige rukken aan de slinger voorop schudt de vierpitter sputterend wakker. Het autootje beeft en rilt op zijn smalle wieltjes, net zoals in de komedies van Buster Keaton.

De oudste Ford Model T in België staat bij garage Feyaerts in Aarschot. Hij is, dat spreekt voor zich, zwart en werd gebouwd in 1914. Het is een van van de eerste T's die op de fameuze lopende band werd geboren. Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan mag het iele ding de Centennial Parade aanvoeren, die op 29 juni de Ford-fabriek in Genk zal aandoen. Hoofdtechnicus André Valkenaers heeft de automobiel daarnet voor De Morgen aangezwengeld.

Tot op de dag van vandaag wordt Ford tegen wil en dank vooral geassocieerd met de Model T, alle Escorts en Mustangs ten spijt. En hoewel het Ford behoorlijk dwars zit dat zijn moderne iconen er nooit in gelukt zijn om de naam en faam van 'Tin Lizzy' te overtreffen, sluit Amerika's nummer twee het kwetsbare karretje maar wat graag liefdevol in de armen ter ere van de eeuwfeestviering.

Nochtans was de T niet zo'n goede wagen. Onder het motto 'simpel is al moeilijk genoeg' had de sluwe Henry Ford technisch geen enkel risico genomen. De auto had enkel remmen op de achterwielen, geen schokdempers, geen verwarming, nauwelijks verlichting en amper twee versnellingen. In een periode dat auto's minder betrouwbaar waren dan een hongerige hond bij de slager had Ford daar een simpele reden voor: het was goedkoop, licht en hoe minder franjes eraan zaten, hoe minder er stuk kon.

Die tactiek werkte. Het eerste jaar bracht Ford al 10.000 T's aan de man en in het topjaar 1916 werden dat er zelfs 600.000.

Wanneer de motor draait, waarschuwt Valkenaers dat het snel moet gaan. Het rudimentaire koelsysteem heeft geen waterpomp of thermostaat, waardoor het Fordje snel oververhit geraakt. Alleen de rijwind brengt verkoeling. Boven op de glimmende koperen radiator prijkt een klassieke thermometer die als een IJslandse geiser zijn kokend water omhoog spuwt telkens als hij in het rood gaat.

Valkenaers vertelt dat er zelfs bij gewoon rijden elke 100 kilometer al vlug 5 liter water wordt verteerd. "Daar wil je 's ochtends niet mee in Groot-Bijgaarden staan", grinnikt hij. Voorin mag dan al een dikke drieliter-vierpitter liggen, hij haalt tochmaar 20 - betrouwbare - pk's.

Het verduidelijkt de filosofie van Ford: Bugatti kneep in diezelfde periode al 40 spectaculaire pk's uit nauwelijks 1,5 liter, maar de puntige mannetjesputters hadden veel goede zorgen nodig. Het Fordje draaide tergend langzaam, maar bleef wel draaien. Zuinig is de auto helaas niet. De kleine tempelier verbruikt elke honderd kilometer dik 25 liter super 95 met additief. De kleine benzinetank van 40 liter maakt lange ritten onmogelijk.

Het enkele bankje, dat nog het meest lijkt op een klassieke chesterfield, zit prima. Er is ruimte zat. Toch voelt het een beetje vreemd, alsof je de bok van een paardentram bestijgt. Je zit niet in maar op de auto. Naar onze normen is een verplaatsing met de Model T een marteling van lichaam en geest. Iedere rit is een strijd tegen de elementen omdat er geen verwarming is en de linnen kap nauwelijks bescherming biedt. De kap dient uitsluitend om slagregen weg te houden van het houtwerk.

De Ford Model T was de eerste wereldauto in de zin dat hij in identieke vorm over heel de wereld aan de man werd gebracht. Het concept legde Ford geen windeieren want de productiekosten werden zo tot een minimum beperkt terwijl de winstmarges hoog bleven. Op het hoogtepunt van zijn roem kon zelfs niet meer aan de vraag kon worden voldaan.

Om het productieproces nog te versnellen, werd de Model T nog maar in één kleur geleverd. Logistiek was het een verademing en bovendien droogde zwarte lak vlugger dan andere kleuren. Toen lanceerde Henry Ford zijn onsterfelijk geworden oneliner: 'De auto is beschikbaar in elke kleur, als het maar zwart is.' Uiteindelijk werden er 16 miljoen gebouwd. Enkel de Kever, samen met de Mini een van de weinige andere wereldauto's, deed beter maar die had er zestig jaar voor nodig.

Uit de vloer van de T Ford uit Aarschot priemen drie ogenschijnlijk klassieke pedalen. Maar niets is wat het lijkt bij de T. Links zit het versnellingspedaal, in het midden de achteruitversnelling en rechts de rem. Een gaspedaal is er niet. Versnellen doe je met een schuifhendel aan het stuur. "Het heeft niets meer te maken met autorijden zoals wij het kennen. Eigenlijk moet je alles vergeten wat je weet", zegt Valkenaers terwijl hij aanzet om te vertrekken. Hij trapt de auto in versnelling en geeft gas.

Het kranige oudje knarst bij het starten alsof een draaiende cirkelzaag in een bak spijkers wordt gegooid, maar zet zich dan toch hortend en stotend in beweging. Wisselen naar tweede versnelling is van hetzelfde laken een pak maar daarna gaat het vlotter. Er is enige drang naar snelheid en het comfort verbetert. André Valkenaers: "De tweede is een rechtstreekse verbinding met de motor. In feite wordt de versnellingsbak uitgeschakeld. De auto rijdt soepeler en er is bijna geen slijtage."

De auto is niet snel. Hij accelereert tergend traag. De top ligt rond de 65 kilometer per uur, maar dat vergt heldenmoed. Als je hem tot 45 kilometer per uur durft te trappen, ben je al een hele vent. De auto vertraagt als een stuk zeep op een bobsleebaan. De andere automobilisten in het verkeer staan sneller stil dan de Ford, waardoor je altijd alert moet zijn. Al gauw wordt duidelijk waarom Warren Beatty in Bonnie and Clyde zo heftig met het stuur aan de gang ging. Het karretje stuurt minder precies dan een bolderwagen op een Alpenpas.

De ophanging is nochtans verrassend goed. De Ford is op zijn tengere koetswielen in staat tot bloedstollende bochtsnelheden. "Aangepast aan het Amerikaanse platteland en diepe karrensporen", weet André Valkenaers. Maar snelheid, remmen en banden laten niet toe om zonder gevaar aan het moderne verkeer deel te nemen. In principe mag hij zelfs niet zonder begeleiding op weg omdat de wettelijke verlichting ontbreekt. Bij gebrek aan knipperlichten moet een richtingsverandering op de ouderwetse manier met uitgestoken arm aangekondigd worden. Stoplichten schitteren eveneens door afwezigheid, maar gezien de beperkte remkracht van de Ford, vormt dat amper een probleem.

Mistlampen zijn er evenmin. Achterop en langszij zitten slechts eenvoudige olielampen. De schitterend fel koperen koplampen voorop zijn carbidlampen. Door de chemische reactie van carbidkorrels en water komt er een brandbaar gas vrij dat een fel wit licht verspreidt wanneer het ontbrandt.

Ter ere van het honderdjarig bestaan heeft Ford zes fonkelnieuwe Model T's laten bouwen die op het chassisnummer na identiek zijn aan hun voorgangers. Deze zes vormen een eerbetoon aan de auto die het merk groot gemaakt heeft en zijn een blijk dat Ford hem zelf ook niet kan en wil vergeten.

Maandag deel 3: Ford anno 2003,

een reus op lemen voeten

'Dit karretje stuurt nog minder precies dan een bolderwagen op een Alpenpas'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234