Donderdag 02/12/2021

'De flamenco laat me voelen dat ik niets ben zonder hem'

Ze danst de flamenco met ongeëvenaard talent. Regisseur Carlos Saura liet haar in zijn film Flamenco aantreden, waar ze haar historische soleá ten beste gaf. In Sevilla sprak De Morgen met Manuela Carrasco, morgenavond op de bühne van Bozar.

DOOR LODE DELPUTTE

SEVILLA l In de dansvoorstelling Romalí gaat Manuela Carrasco samen met de Indische danseres Maha Akhtar en een ensemble van zestien dansers en muzikanten op zoek naar de wortels van de flamenco.

De avond valt over Triana, de stadswijk op de rechteroever van de Guadalquivir, de rivier die als een levensader door het oeuvre van de Andaloesische auteur Federico García Lorca stroomt. Aan Triana zijn sinds jaar en dag de beste flamencomusici en torero's ontsproten, en wonen nog steeds de meest vakkundige ambachtslui: kleermakers die barok uitwaaierende flamencojurken ontwerpen, instrumentenbouwers die de Spaanse gitaren vervaardigen en noem maar op.

Net als alle Sevillanen heeft ook Manuela Carrasco de hete middag geweerd. Onder haar avondwandeling is het dat ze - bij glas en sigaret, en terwijl ze om de haverklap door stadsgenoten begroet wordt - RomalÍ uit de doeken doet, de voorstelling die haar eerder naar Madrid, Londen, Miami en andere wereldsteden bracht, en volgende week in Brussel te zien is.

"Er wordt ontzettend veel over de oorsprong van de flamenco verteld," zegt Carrasco. "Voor ons gitanos (zigeuners, LD) is het zonneklaar dat hij, net als wijzelf, uit India stamt. Voor de diepste wortels van het genre moet je bijgevolg bij de Indische dans terecht: eigenlijk doen Indische dansers net hetzelfde als wij. Goed, pakweg in onze soleá (een van de bekendste en diepste van de vele tientallen palos of flamencogenres, LD) tellen we tien maten plus twee, bij hen zijn het er in totaal dertien. Toen de Indische Maha Akhtar me opzocht voor wat later Romalí zou worden, was het van meet af aan duidelijk dat de verschillen die er zijn, gerespecteerd moesten worden. Noch ikzelf noch zij willen de zuiverheid van onze wortels verraden. We werken samen om de diepe verwantschap van onze dans te laten zien, niet om tot een soort fusie te komen. In dat geval zou je noch flamenco noch Indische dans overhouden, maar een menggenre. Het soort dingen dat zoveel mensen vandaag maken maar dat voor mij, hoe verdienstelijk ook, geen flamenco is."

Manuela Carrasco is samen met haar echtgenoot-gitarist Joaquín Amador en flamenco dansende dochter naar de afspraak gekomen. Van oudsher is de flamenco immers een familie-aangelegenheid, hij heeft haast iets dynastiek. Bij Carrasco, een autodidacte, is dat niet anders.

"Zowel mijn vader als moeder, erg bescheiden mensen, waren flamenco-artiesten. Andere familieleden van me (met name haar broer José Carrasco, een percussionist, LD) evenzeer. In de zigeunerfamilies van Andaloesië word je met de flamenco geboren, je hebt het genre in je bloed. Zo komt het dat ik op mijn negende al in een tablao (drinkgelag met flamencozaal) in Málaga stond. Op mijn dertiende nam ik aan wedstrijden deel. Het jeugdgala in het Teatro San Fernando, de Concurso Vélez, de Tablao Canasteros, de Concurso Nacional de Córdoba en noem maar op."

Toch worden niet alle gitanos zomaar bailaor (danser), cantaor (zanger) of gitarist. "Binnen in jezelf moet je de kunst natuurlijk aanvoelen", legt Carrasco uit. "Het belangrijkste is dat je aandachtig observeert, tot je de details van ritme en beweging verinwendigd hebt. Daar gaan jaren over en daar moet je alleen door. Pas daarna kun je met het echte werk beginnen: het creëren van je eigen stijl."

De afwezigheid van de traditionele overlevering en het daartoe zo vitale behoud van de familie- of clanstructuur, maakt dat payos, zoals niet-zigeuners door die laatsten genoemd worden, doorgaans moeite hebben om de flamenco te vertolken, zo stelt Carrasco.

"Ik zeg niet dat ze het niet kunnen, sommige payos behoren heus wel tot de grootste artiesten in het genre. Neem gitarist Paco de Lucía... Maar ze hebben het (denkt na)... moeilijker. Dat zie ik als ik dansles geef. Dat de besten gitano zijn. Het neemt natuurlijk niet weg dat veel payos heel wat voor ons gedaan hebben. Voor de gitanos is de dichter Federico García Lorca, die in 1927 het eerste flamencoconcours opzette en onze wereld zo treffend bezong, een held."

Hoezeer de flamenco ook in een lange traditie en sterke stijlcodes vervat zit, originaliteit en eigen inbreng zijn cruciaal. "De schepping van een sterk moment, de improvisatie, het aanvoelen van de duende (een soort dionysische betovering die intrinsiek is aan de flamenco, LD), dat blijft altijd iets volstrekt individueels. Ook het genre waarvoor je opteert: bij mij is dat en zal dat tot mijn laatste snik de soleá blijven (een palo die sterk aan de tragiek van de eenzaamheid refereert, LD)."

Manuela Carrasco beheerst niet alleen de flamenco, zegt ze, het omgekeerde geldt ook. "Als ik door omstandigheden een paar dagen niet heb kunnen dansen, dan laat de flamenco zich gelden. Dan maakt hij me nerveus, laat hij me voelen dat ik niets ben zonder hem. Ik hang van de flamenco af en van mij hangen de instrumentalisten af. Alles vangt aan bij de dans."

Niet-aficionados zullen vooral onder de indruk zijn van het stevige voetenwerk, de taconeo. Toch is dat volgens Manuela Carrasco niet het meest complexe onderdeel van haar kunst. "Het voetenwerk heeft iets bezwerends, natuurlijk, maar geloof me vrij, het armen- en rompwerk is het moeilijkst. Ook de gezichtsuitdrukking is niet makkelijk om aan te leren. Het is een kwestie van gecontroleerde kracht. Wie slecht in zijn vel zit, komt er niet."

De flamenco is strak gecodeerd, zit boordevol jargon en ademt de mysterieuze leefwereld van de zigeuners. Hoeveel moet je van flamenco afweten om hem te appreciëren? Carrasco is formeel: "Voor mijn part niets. Eén beeld is sterker dan duizend woorden. Tijdens mijn optredens, of het nu New York, Tokyo of Madrid betreft, zie ik dat mensen die niets met de flamenco hebben het genre perfect aanvoelen. Dat maakt me natuurlijk erg blij. Het is als een ontlading na een moment van spanning. Geloof me of niet: voor ik het podium op moet en mijn publiek tegemoet treed, ben ik altijd erg nerveus. Gelukkig maar, want anders zou ik mezelf niet kunnen overstijgen. Terwijl net die zelfoverstijging de essentie van het kunstenaarschap uitmaakt."

De flamencoavond Son del Sur vindt op dinsdag 20 november in Bozar plaats, in samenwerking met het Instituto Cervantes (www.bruselas.cervantes.es) en La Barraca (www.la-barraca.be). Naast Manuela Carrasco en haar ensemble treden ook de gitarist Manolo Franco en de cantaor Antonio Pitingo op. Tickets: www.bozar.be en 02/507.82.00.

Manuela Carrasco:

Het gaat om gecontroleerde kracht. Wie slecht in zijn vel zit, komt er niet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234