Donderdag 20/02/2020

De filosofie van blijvende dingen

Peter-Paul Verbeek

De daadkracht der dingen. Over techniek, filosofie en vormgeving

Boom, Amsterdam, 302 p., 930 frank.

In de loop van februari nam ik deel aan een congres over filosofie en media in het Californische La Jolla. In mijn eigen tekst poogde ik te schetsen hoe de nieuwste technologie nieuwe kansen biedt om anders om te gaan met elkaar en met de dingen. Tot mijn grote verbazing bleek dat de aanwezige Amerikaanse collega's, meestal Californiërs, in tegenstelling tot mezelf een heel negatief beeld schetsten van onze hypertechnologische samenleving. Twee collega's van de plaatselijke universiteit presteerden het zelfs om te gewagen van een prerevolutionaire periode. Een hernieuwde marxistische klassenstrijd zou ons dra verlossen van al dat vervreemdende technologische gedoe. Nieuw is dat niet, maar ik dacht wel dat filosofen allang genezen waren van dit soort heilloze melancholie.

Een van de boeken die ik in mijn reiskoffer had, was De daadkracht der dingen, van de Nederlander Peter-Paul Verbeek. Het boek is de commerciële versie van 's mans doctoraat, geschreven onder leiding van Hans Achterhuis, toch zowat Nederlands toonaangevende stem als het over filosofie en techniek gaat. En kijk, Verbeeks hele vertoog is gericht op het afkomen van het waanidee dat techniek de mens zou vervreemden van iets als zijn wezen. Whatever that may be.

De filosofie van de techniek werd tijdens een groot deel van de twintigste eeuw beheerst door denkers als Martin Heidegger, en ook de Franse auteur Jacques Ellul. Hun visie komt er, ruw geschetst, op neer dat techniek een soortement kolossale pletwals vormt, die ons hele denken en handelen vormt volgens de eigen imperatieven. Bijvoorbeeld: wat efficiënt is, is goed. Het individu verschijnt er als een tamelijk hulpeloos wezentje, er valt immers niet te ontkomen aan de Machine, of het Systeem.

Kleine schuldbekentenis: ik heb zelf met mijn Kritiek van de technische rede uit 1995 bijna gelijksoortige wegen bewandeld. Hans Achterhuis recenseerde mijn boek toen in Filosofie Magazine, vond het best een aardig werkstuk, maar dacht dat ik hiermee nu toch wel een hele periode van een bepaald soort denken over techniek had afgesloten. In het begin zag ik dat zelf helemaal niet zo, nadien een beetje, en sedert Californië en Peter-Paul Verbeek weet ik zeker dat Achterhuis gelijk had.

Verbeek begint zijn boek met een omstandige analyse van het denken over techniek bij Martin Heidegger en Karl Jaspers. Ik ga dat vertoog hier niet samenvatten, maar volsta met de opmerking dat Verbeek die grijze heren zeer grondig gelezen en begrepen heeft. Wie dus op zoek is naar een inleiding in de filosofie van de techniek zoals-we-die-nu-niet-meer-moeten-beoefenen, vindt hier wol om garen van te spinnen.

Verbeek gaat in op een drietal auteurs, waarvan minstens de eerste twee hier nog onvoldoende bekend zijn: Don Ihde, Albert Borgmann en Bruno Latour. Zelf vind ik Ihde en Borgmann uitermate boeiende figuren. Ze zijn dat omdat ze de klassieke heideggeriaanse school hebben doorlopen, maar toch niet bij het spellen van het daar aangeleerde lesje zijn blijven steken. Zowel Ihde als Borgmann zet meer dan één stap verder. Het tweetal kan niet zonder meer naast elkaar worden gezet, maar de les die we van hen te leren hebben, lijkt me goed samengevat in volgend citaat uit Verbeeks boek: "Als technologieën alleen maar objecten zouden zijn, totaal gescheiden van menselijk handelen, dan zouden ze niet meer dan rondslingerende rommel zijn. Als ze eenmaal in een praxis opgenomen zijn, kan men niet meer spreken van technologieën 'in zichzelf' maar alleen van het actieve, relationele paar mens-technologie."

Dit gaat wel over Don Ihde, maar de boodschap aan traditionele techniekfilosofen is duidelijk. De mens staat niet machteloos tegenover die kolos, hij geeft er mee vorm aan. We worden door het gebruik van techniek niet vervreemd van onze essentie, we verliezen onze authenticiteit niet daardoor. Wie het heeft over het wezen van de mens, over vervreemding, over authenticiteit, gaat impliciet altijd uit van een star, vastgeroest beeld. Of nog erger: wil terug naar de natuur. De hierboven genoemde Ellul schreef ooit dat wij niet in een biotoop leven, maar in een technotoop. Hij trok daarbij een pruillipje. Wij zullen nu die uitspraak beamen en nagaan hoe we die technotoop vorm kunnen geven. In een samenspel van natuur en cultuur, een tweetal dat nooit los van elkaar kan worden gezien, ook al hebben filosofen dat vaak gedaan.

Groene geesten onder u - groen wil hier zeggen: nog niet rijp - zullen nu gaan jammeren dat de door nieuwe technologietjes ingevulde consumptiemaatschappij vrije baan krijgt. Dat is dus niet zo. Precies omdat de mens niet is overgeleverd aan het technische apparaat, kan hij zijn betrokkenheid erbij intenser gaan cultiveren. Verbeeks boek eindigt dan ook met een pleidooi voor die betrokkenheid. Hij verwijst naar de Nederlandse groepering Eternally Yours, waarin ernaar gestreefd wordt de dingen een langer leven beschoren te laten zijn. Filosofen en designers slaan hier de handen in elkaar. Producten zouden dusdanig ontworpen moeten zijn dat de gebruiker zich erbij engageert. Dat ligt voor de hand bij een 'apparaat' als een piano. We kunnen onmogelijk piano spelen en die niet als engagerend beschouwen.

Die houding wil Verbeek doortrekken naar andere producten. De cover van zijn boek toont het beeld van een verwarmingstoestel. Het ding gooit alle conventies over hoe wij ons huis verwarmen overboord. Gedaan dus met die simpele draai aan de knop van de thermostaat. Verbeek beschrijft die elektrische kachel als volgt: "Hij bestaat uit verscheidene keramische platen, die gebogen zijn tot taps toelopende cilinders van verschillende doorsnede. Iedere cilinder afzonderlijk behoudt in de lengterichting een opening. De kokers zijn concentrisch gerangschikt. Met een hulpstuk kunnen de diverse elementen in een andere positie gezet worden, zodat de warmte telkens een andere kant op straalt."

Dit ding vereist dus engagement. Je moffelt het niet weg onder de vensterbank. We consumeren hier niet, nee, we engageren ons bij het gebruik van iets. Dit, in combinatie met het streven van de ontwerpers van Eternally Yours om de levensduur van producten te verlengen, zou ons tot een minder nonchalante omgang met de dingen moeten verleiden. Wat vindt u bijvoorbeeld van een ander voorbeeld van Verbeek: een stoel die er steeds mooier gaat uitzien naargelang hij langer gebruikt wordt?

Toch begrijp ik mijn Californische collega's, al moeten ze misschien niet van een revolutie dromen, maar van een knutselen aan heel alledaagse praktijken. Op een dag kocht ik in een supermarkt aldaar vier producten: een pak vruchtensap, een fles wijn, een kurkentrekker en vier sinaasappelen, die al meteen in een plastic zakje gingen. De caissière stopte het zakje sinaasappelen samen met het vruchtensap in een ander plastic zakje, dat op zijn beurt in nog een ander zakje ging. De wijn en de kurkentrekker gingen op hun beurt ook in een zakje en nog een zakje. Ik tel: vier producten, vijf zakjes. Twee dagen later werd ik wat eigenaardig bekeken aan de kassa, toen ik een opgespaard zakje uit mijn jaszak haalde. Maar ik heb niets gezegd over mijn authenticiteit.

Marc Van den Bossche

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234