Woensdag 23/10/2019

De Filmsubsidie Breakdown

Zes Vlamingen draaien de komende maanden hun debuutfilm. En nog voor het einde van het jaar komen nog eens vijf langspeelfilms van debutanten uit. Kortom: het is drummen aan de deur van het Vlaams Audiovisueel Fonds, dat de subsidies uitdeelt. Gaat het niet té goed met de Vlaamse film?

Wat Saoedi-Arabië voor de olie is, lijkt Vlaanderen voor de film: het talent schiet hier uit de grond. Mede door de goede opleidingen is er zo'n stroom aan nieuw talent dat de gevestigde waarden alsmaar harder lijken te moeten knokken om nog aan de bak te komen.

Volgens Dominique Deruddere heeft Vlaanderen het hoogste aantal filmscholen ter wereld. En die scholen blijven talent afleveren dat staat te popelen om films te maken. De jongeren hebben tegenwoordig ook voorbeelden naar wie ze kunnen opkijken. Ze willen ook wat Michaël Roskam, Erik Van Looy en Felix Van Groeningen doen.

De komende weken en maanden komen er vijf Vlaamse debuutfilms uit - Labyrinthus van Douglas Boswell, Plan Bart van Roel Mondelaers, Image van Adil el Arbi en Bilall Fallah, Violet van Bas Devos en Welp van Jonas Govaerts - en draaien Raf Reyntjens, Lukas Bossuyt, Stany Crets, Lenny Van Wesemael, Wim Vandekeybus, Kevin Meul en Robin Pront hun eerste langspeelfilm. En we kunnen zonder moeite nog twintig mensen noemen van wie binnen afzienbare tijd de eerste langspeelfilm mag verwacht worden.

Oud zeer

Pierre Drouot, de intendant van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF), ziet ook die evolutie: "De filmscholen hebben elk jaar een output. De budgetten van die filmscholen hangen af van het aantal leerlingen. Ik heb vroeger les gegeven aan het INSAS, de Franstalige filmschool. Daar werden er elk jaar maximaal slechts vijftien mensen aanvaard in de richting regie. En de helft van die vijftien mocht uit het buitenland komen. De buitenlanders hadden meestal al andere studies achter de rug in eigen land en waren rijper. Ze tilden het niveau op. Uiteindelijk waren er tien die het vierde jaar bereikten.

"Als ik hoor hoeveel mensen er nu worden toegelaten in het eerste jaar... Tegenwoordig zijn er vijf of zes filmscholen in Vlaanderen alleen al. En het talent dat uit die scholen komt, is onwaarschijnlijk. De kwaliteit neemt almaar toe. Want meer en meer mensen die succes hebben in de filmsector, geven les aan die scholen. Dus dat wil zeggen dat ze hun talent doorgeven aan de volgende generatie."

Op die manier zetten de gevestigde waarden zichzelf misschien een beetje buitenspel. Ze leiden hun eigen concurrenten op. Ze kunnen ook niet anders, volgens Erik Lamens, regisseur van SM Rechter: "Waarom denk je dat er zoveel filmscholen zijn? Dat is om al die werkloze regisseurs een job te geven. Buiten Jan Verheyen en Felix Van Groeningen zijn er in Vlaanderen weinig filmmakers die van hun films kunnen leven. Financieel en fiscaal gezien is Erik Van Looy een quizmaster die in zijn vrije tijd af en toe een film maakt. Hoewel, voor The Loft, dat hij in Amerika draaide, zal hij wel dik betaald geweest zijn. Dat is geen Vlaamse film meer. Ander voorbeeld: Fien Troch is een docente aan Sint-Lukas die om de x aantal jaar een film regisseert. Net zoals Patrice Toye en tal van anderen."

"Dit probleem is niet nieuw", zegt Frank Van Passel, maker van Manneke Pis en Het varken van Madonna, die nu tegen de klok zijn serie Amateurs aan het afwerken is: "Al van bij het ontstaan van het VAF ging de prioritaire steun naar debuten. Op zich erg logisch, want in debuterend talent schuilt de grote potentiële verrassing van de toekomst. Debuutfilms als Adem, Rundskop en Ben X bewijzen dat. Maar de oudere generatie is de hele VAF-periode niet of nauwelijks nog aan bod gekomen. Mensen als Robbe De Hert, Guido Henderickx en Harry Kümel. Een volwassen filmindustrie is pas die naam waardig als ze de ongedurigheid van het aanstormend talent weet te verzoenen met de merites van gevestigde waarden, en vooralsnog is de Vlaamse filmindustrie daar niet toe in staat. Wat op zich ook weer geen probleem hoeft te zijn, want we zijn een jonge industrie en de huidige situatie is enerzijds prangend maar anderzijds terecht: als je móét kiezen tussen oud en nieuw moet je voor nieuw kiezen."

Twee films en basta

Er zijn heel veel regisseurs die een eerste film kunnen maken. Maar na die eerste of tweede film komen nogal wat mensen tot de conclusie dat het maken van langspeelfilms niet de meest lucratieve bezigheid is. Of ze krijgen gewoonweg nog moeilijk een project van de grond. Een Lieven Debrauwer hield het bij twee films voor bekeken, ondanks prijzen en selecties voor Cannes en Venetië. Christophe Van Rompaey trok naar Nederland om na zijn bejubelde Aanrijding in Moscou met Lena een tweede film te draaien. En Koen Mortier heeft na Ex Drummer en 22 mei ook niets meer gedraaid. Dorothée Van den Berghe blijft eveneens op twee films steken. En Pieter Van Hees is 44 en heeft heel veel geduld moeten oefenen om zijn derde film Waste Land te kunnen draaien. Je hebt geen twee handen nodig om de nog werkende regisseurs op te sommen die al vijf films hebben kunnen maken: Jan Verheyen, Geoffrey Enthoven, Hans Herbots, Stijn Coninx en Dominique Deruddere. Een oeuvre is hier niet makkelijk op te bouwen. En films maken wanneer je wijs en grijs bent, zoals Jean-Luc Godard, Woody Allen of Ridley Scott, daar moet je in Vlaanderen niet van dromen. Misschien omdat het bejaarde talent er niet is.

Bij de jongeren wel. Maar doordat er almaar meer gegadigden zijn, wordt de rij wachtenden ook langer. Hans Van Nuffel draaide in 2010 zijn Adem, een film die tijdens de Europese filmprijzen bekroond werd als het beste debuut. Variety riep hem toen ook uit als een van de 10 Euro Directors to Watch. In afwachting van zijn tweede film, Equator, draaide hij de voorbije maanden enkele afleveringen van het tweede seizoen van De Ridder en hij heeft twee scenario's helpen schrijven. Een ervan is dat van Plan Bart, de debuutfilm van Roel Mondelaers. Ook hij merkt dat de concurrentie groot is: "Er zijn gewoon te veel projecten. Projecten die een paar jaar geleden zouden goedgekeurd worden, worden nu afgekeurd omdat er gewoon te weinig geld is. Het aantal regisseurs is de laatste jaren verdubbeld of verdriedubbeld, maar de middelen zijn niet gevolgd. Screen Flanders is wel een bijkomende subsidie, maar die gaat vooral naar mensen die sowieso al steun krijgen van het VAF. Omdat het een puur economische ondersteuning is, die vooral projecten ondersteunt die wat ambitieuzer zijn. Geld dat nodig is ook, want veel budgetten blijven hier immers steken rond de 2 miljoen. Er zijn verhalen die je met dat bedrag niet ingeblikt krijgt."

Draaien met riante middelen zit er voor de Vlamingen sowieso niet in. Budgetten waar de gebroeders Dardenne of Jaco Van Dormael mee draaien, rond de 8 miljoen, zijn hier ondenkbaar. En Hollywoodbudgetten van 200 miljoen dollar behoren helemaal tot het sprookjesdomein. "The Broken Circle Breakdown werd gedraaid met een budget van 3,2 miljoen", zegt Pierre Drouot. "Als je dat aan filmmensen in het buitenland vertelt, denken ze dat je liegt. Onze mensen zijn onwaarschijnlijk spaarzaam met het geld dat ze ter beschikking krijgen. Wat het kost ten opzichte van de kwaliteit die afgeleverd wordt: je ziet dat in weinig landen ter wereld."

Afgewezen

Zelfs het kleingeld waarmee we het moeten doen, is hier moeilijk te vergaren. Drie of zelfs twee miljoen euro is een fortuin. Met de steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds alleen red je het niet. De reden waarom Erik Lamens niet aan zijn volgende film kon beginnen. "Ik had 550.000. euro subsidie gekregen voor een film over Sylvain Tack, de man achter de Suzywafels, maar het project zit vast op coproductieniveau. Als je een groter budget nodig hebt, dan zoek je een coproducent in Wallonië en/of Nederland en die bieden je project ook nog eens bij hun fondsen aan. Ik heb coproducenten gevonden, maar die zijn van mening dat mijn script nog niet klaar is om het in te dienen voor subsidieaanvraag.

"Het is een dure film omdat hij in de jaren 70 speelt. Bij ons spreek je dan al vlug over 3 miljoen. Maar omdat de financiering van dat project nog een hele tijd dreigt te zullen aanslepen, heb ik een voorstel voor een kleinere film ingediend, die makkelijker te financieren is, om intussen te draaien. Dat project hebben ze bij het VAF heel nipt afgewezen, en een van de redenen was dat ik al geld had gehad voor dat andere project. Ik heb pas met Bavo Defurne gesproken, en die heeft twee jaar geleden een productiepremie gekregen voor Souvenir. Maar zijn financiering is nog niet rond. Hilde Van Mieghem heeft een hele tijd geleden ook productiesteun gekregen voor Sprakeloos - ze is ook nog niet aan het draaien.

"Als je geen coproductiesteun vindt, dan zit je eigenlijk met een soort van doodgeboren kind. Dan heb je 650.000. euro waarmee je niets kunt aanvangen. Ja, je kunt met dat geld een langspeelfilm draaien, maar het kan toch niet de bedoeling zijn om weer twee stappen achteruit te zetten en met stagiaires te gaan draaien? Dat is wat we in feite al twintig jaar doen. Ik moet dus geduld oefenen. En gaan stempelen. In het ergste geval duurt het nog drie, vier jaar voor het allemaal rond komt. Of gebeurt er helemaal niets. En dan sta ik nergens meer."

Peanuts

Een film maken zonder steun van het VAF is in Vlaanderen bijna niet haalbaar. Dan moet je zoals Marc Punt met zijn Frits en Freddy 350.000. tickets verkopen om uit de kosten te komen. Of je moet heel low-budget draaien, zoals Daniel Lambo met zijn Booster. Het VAF steunt jaarlijks maximaal tien à twaalf projecten. Eerste of tweede films krijgen 550.000 euro, vanaf een derde film kan je 650.000 euro krijgen. Een producent kan ook zelf opteren voor een low-budgetaanpak. Tomas Leyers bijvoorbeeld vroeg en kreeg slechts 350.000 euro voor Violet.

In 2013 waren kregen elf langspeelfilms majoritaire steun uit Vlaanderen. Er wordt dus ongeveer 7 miljoen euro per jaar uitbetaald door het VAF om in Vlaanderen langspeelfilms te maken. En dat is geen pure subsidie. Eigenlijk is het een soort lening. Als de films winst opleveren, dan moeten de producenten een deel terugstorten. Vorig jaar kwam er zo een dikke 500.000 euro terug in de pot. Naast de steun van de lange fictiefilms helpt het VAF ook kortfilmmakers aan een budget, animatiefilmers, gameontwikkelaars en tv-producenten. En de tax-shelter biedt ook vele mogelijkheden.

Maar dat is allemaal peanuts vergeleken met de middelen van het Danish Film Institute. Dat beschikt jaarlijks over 63 miljoen euro werkingsmiddelen, waarvan 39 miljoen naar de ondersteuning van audiovisuele projecten gaat. Dus toch maar voorzichtig zijn met die vergelijking met de Deense situatie, ook al zijn de bevolkingsaantallen van Vlaanderen en Denemarken zowat gelijk en spreken we ook een taal die men nergens elders ter wereld begrijpt. We moeten het gewoon met veel minder stellen. En zo dreigt de kans voorbij te gaan om hier een echte industrie uit te bouwen.

Het gevaar bestaat zelfs dat we een leegloop krijgen. Komt Michaël Roskam nog terug? Zijn we Jakob Verbruggen kwijt aan het buitenland na The Fall? Zal Nicolas Karakatsanis hier nog vaak draaien? Of Glynn Speeckaert? Monteert Nico Leunen nog bij ons? Allemaal mensen die door wat ze in Vlaanderen lieten zien, meer en meer kansen krijgen in het buitenland.

"De dynamiek die gecreëerd is door de verdienste van het Vlaams Audiovisueel Fonds zijn we op de ene of andere manier aan het afknotten", zegt Jan Verheyen. "Omwille van een tekort aan middelen. En ik ben ervan overtuigd dat er binnen het VAF vaak moeilijke beslissingen worden genomen die ook intern veel tristesse veroorzaken, omdat ze nu eenmaal geen geld kunnen drukken. Eigenlijk is de sector niet beloond voor het parcours dat de laatste tien jaar is afgelegd. Dat vind ik in essentie het meest frustrerend. Als we een volgende stap zullen willen zetten, moeten we niet kijken naar het VAF of niet naar de filmmakers, maar naar het beleid, dat niet is gevolgd. Dat eigenlijk een kans heeft laten liggen om een economische speerpuntsector actiever te ondersteunen om daar op termijn - en dat hoeft zelfs geen lange termijn te zijn - de vruchten van te plukken. Ik heb echt het gevoel dat die groeispurt nu wordt afgeremd. En dat we daar binnen afzienbare tijd spijt van zullen hebben omdat er effectief valabele projecten zullen sneuvelen omdat er gewoon te veel projecten in die pijplijn zitten."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234