Zondag 16/06/2019

Interview

De file-experts: “Binnenkort staan we zelfs met onze fiets in de file”

Beeld Saskia Vanderstichele

Korte dagen, lange rijen: er waren al late hittegolven nodig om oktober dit jaar te sparen, maar hoe dan ook zullen automobilisten er in filemaand november aan moeten geloven. We staan met z'n allen stil, elk jaar langer, en stilaan overal in Vlaanderen. Verkeersexperts Hajo Beeckman en Veva Daniels hebben weinig goed nieuws: “Binnenkort staan we zelfs met de fiets in de file.”

Allebei hebben ze er een dagtaak aan om de aanschuivende Vlaming gade te slaan, en waar mogelijk een hart onder de riem te steken: Hajo Beeckman (46) was in het verleden woordvoerder van het Vlaams Verkeerscentrum en is sinds 2015 verkeersanker bij de VRT-radiozenders, Veva Daniels (31) is sinds 2016 woordvoerder van het Agentschap Wegen en Verkeer en kijkt elke dag in naam van de Vlaamse overheid naar het erger wordende kluwen.

Waarom kleurt november traditioneel zo zwart op de weg? Is dat enkel door het slechte weer?

Hajo Beeckman: “Niet alleen, het volume van het pendelverkeer is ook groter: het economische leven draait weer op volle toeren, en daarbovenop komen dan nog dat natte weer en het slechte zicht. Nu de herfstvakantie voorbij is, vrees ik dat we een paar zware weken zullen krijgen.”

In de eerste helft van 2018 werd het filerecord van 2017 al verbroken: het aantal uren met meer dan 100 kilometer file lag toen al 22 procent hoger. Het gaat dus van kwaad naar erger.

Veva Daniels: “Dat record zullen we elk jaar opnieuw breken, vrees ik. De structurele files van elke dag, die naar Brussel en Antwerpen bijvoorbeeld, zullen niet meer verdwijnen. Mensen hebben zich daar al bij neergelegd: als ze ’s ochtends naar Brussel moeten, rekenen ze die 20 minuten file vanzelf al bij hun reistijd. Het is vanzelfsprekend geworden dat je op bepaalde plaatsen stilstaat. De ‘normale files’ met vertragingen tot tien minuten worden al niet meer vermeld in het verkeersoverzicht op de radio.”

Beeckman: “Anders krijg je alle files gewoon niet meer opgelijst in één bulletin.”

Komen er elk jaar dan zoveel auto's bij?

Beeckman: “Niet per se. De automarkt is verzadigd: wie een auto nodig heeft, heeft die meestal al. Maar net daardoor is zelfs een half procent meer verkeer al genoeg om de filedruk – filelengte maal fileduur – exponentieel te doen toenemen. Zie het als een emmer water die tot aan de rand gevuld is: als je daar ook maar één druppel bij doet, zal hij overlopen. In Brussel stijgt de filedruk elk jaar met 5 procent, maar vooral in Antwerpen loopt het compleet uit de hand: elk jaar komt daar tot 22 procent bij.”

Blijven Brussel en Antwerpen de zwarte punten bij uitstek?

Beeckman: “Dat zijn de klassiekers, maar geen enkele regio is nog gevrijwaard van files. Enkele jaren geleden had je nog plaatsen zonder structurele problemen, maar nu sta je ook in West-Vlaanderen en in Limburg bijna dagelijks stil.”

Daniels: “Op vaste piekmomenten kun je ook niet meer vertrouwen. Vroeger kon je nog uitrekenen wanneer je waar moest wegblijven, maar nu beginnen files steeds vroeger én ze duren langer. Toen ik pas verkeerskunde studeerde, kreeg ik in de les nog te horen dat dinsdag en donderdag de ergste dagen waren: dat is intussen al achterhaald.”

Beeckman: “Op woensdag rond twaalf uur, wanneer de scholen uit zijn, zie je nu een piek in verkeer en ongevallen. En op vrijdag staat er vaak de hele dag file, door de vele mensen die vier vijfde werken en zich ook overdag verplaatsen. Dat vrijetijdsverkeer mag je niet onderschatten. Mensen die onderweg zijn naar het werk of naar school maken maar één derde uit van alle verkeer in Vlaanderen. Nog een derde is dienstverkeer, bijvoorbeeld ritten naar de winkel, en al de rest is vrijetijdsverkeer, naar de sportclub of naar vrienden.”

Daniels: “Er wordt vaak lachend gezegd dat de Vlaming de auto neemt om 500 meter verderop naar de bakker te gaan, maar dat gebeurt ook écht. Het ligt in de Vlaamse aard om de wagen te nemen: dat ding staat voor je deur en als je instapt, zit je warm en voel je je veilig.”

Niet iedereen is nog bereid om de file te ondergaan: apps als Waze, dat alternatieve binnenroutes berekent, zitten in de lift. Zo hard zelfs dat de gemeente Kortenberg camera’s geplaatst heeft om het sterk gestegen sluipverkeer door zulke apps te beboeten.

Daniels: “Daardoor krijg je plots twee files: op de hoofdwegen, én op de kleinere lokale wegen, waar ze bovendien veel gevaarlijker zijn, want die kleinere wegen zijn niet bedoeld voor die drukte. Het zijn straten waar mensen wonen, en waar ook fietsers en voetgangers de weg gebruiken.”

Beeckman: “Toen in de jaren 70 en 80 de Vlaamse snelwegen aangelegd werden, hebben we tegelijk de gewestwegen, die tot dan de hoofdwegen waren, volgebouwd: de beruchte lintbebouwing. Er kwamen winkels en woningen, waardoor die wegen nu niet meer geschikt zijn om echt druk verkeer op te vangen.”

Daniels: “Het probleem is ook dat mensen erop gebrand zijn om te rijden. Zo’n app als Waze kan je een weg voorstellen die je niet sneller op je bestemming brengt dan de weg waar de file staat, maar de meeste mensen zullen toch die route kiezen, omdat ze dan kunnen rijden. Stilstaan wordt als tijdverlies gezien.

“Dat gemeenten camera’s en vrachtwagensluizen installeren om zwaar verkeer uit hun woonwijken te weren, is begrijpelijk. Maar een echte oplossing is het niet: als élke gemeente barrières gaat opwerpen, wordt het probleem gewoon verplaatst.”

Beeckman: “En verkeer is als water: het zal altijd een weg zoeken om verder te kunnen vloeien.”

In hoeverre is ons fileprobleem typisch Belgisch, of Vlaams? Zijn er landen die we als lichtend voorbeeld kunnen nemen?

Daniels: “Ik denk het niet, Vlaanderen is moeilijk te vergelijken met andere regio’s. Het is eigenlijk één grote stad, klein en volgebouwd. En ook vrij uniek: alle wegen leiden naar Brussel. Wil ik met de auto van Leuven naar Gent, dan móét ik langs de hoofdstad en sta ik stil. Je kunt hier en daar wat kleine ingrepen doen, maar je kunt Brussel niet helemaal gaan ondertunnelen.”

Beeckman: “Dat is nochtans ooit onderzocht, maar zonder gunstig resultaat.

“In België hebben we veel verschillende overheden, die niet altijd goed samenwerken. Op het verkeer in en rond Brussel hebben alle gemeenten, en ook nog eens drie gewesten een invloed: probeer dan maar een omvattend beleid te maken. Daar heeft bijvoorbeeld Nederland geen last van, daar zie je wel een duidelijke visie op mobiliteit. Zo is in Amsterdam besloten dat verplaatsingen in de binnenstad te voet of met de fiets horen te gebeuren, terwijl buiten het centrum de auto alle vrijheid krijgt en er miljarden worden geïnvesteerd in nieuwe wegen. Of dat de juiste beslissing is, laat ik in het midden, maar ze hebben wél een richting gekozen. In België hebben we daar veel meer moeite mee.”

Veva Daniels: 'Niets is zo onzinnig als de auto nemen om drie kilometer verderop in de fitness op een hometrainer te gaan trappen, maar zulke mensen bestaan.' Beeld Saskia Vanderstichele

Daniels: “Wij hebben de ruimte niet meer om nog nieuwe wegen aan te leggen. Vorig jaar hebben we de A11 geopend, de nieuwe snelweg tussen Brugge en de haven van Zeebrugge: dat zal stilaan de laatste geweest zijn. Wij moeten ons nu gaan concentreren op doorstroming, en vooral: op mensen overtuigen om andere keuzes te maken.

“Voor verplaatsingen tot 7 kilometer is de fiets een goede keuze, maar dat moeten we in Vlaanderen nog beseffen. Niets is zo onzinnig als iemand die de auto neemt om 3 kilometer verderop in de fitness een uur op een hometrainer te zitten trappen. Dat is een karikatuur, maar zulke mensen bestaan. Elk weekend kruipen we met z’n allen op de fiets om ons te ontspannen, maar naar het werk fietsen, doen we niet. Nu, mochten we dat wel doen, dan zijn we nog niet probleemvrij, want veel fietspaden in Vlaanderen zijn nog niet geschikt voor elektrische fietsen of fietskarren. En in steden als Amsterdam en Kopenhagen staan fietsers tegenwoordig ook in de file, maar dan op het fietspad. Dat zit er in Vlaanderen ook aan te komen.”

Dure spits

Binnenkort zitten we allemaal in een zelfrijdende auto.

Beeckman: “Niet als iederéén er één heeft. De vraag die de overheid zich zal moeten stellen is: moet iedereen per se een eigen zelfrijdende auto hebben?

“In de verkeerskunde heb je de Brever-wet, die zegt dat de gemiddelde mens bereid is om zestig à negentig minuten te besteden aan zijn reistijd. Wordt die reistijd langer, bijvoorbeeld door files, dan gaan ze alternatieven zoeken: op andere momenten vertrekken, thuis werken, of het openbaar vervoer nemen. Alleen gaat die wet ervan uit dat reistijd altijd verloren tijd is, terwijl dat met zelfrijdende auto's niet meer zo zal zijn. In de file kun je dan om het even wat doen. Dat zou ertoe kunnen leiden dat mensen zich niet meer gaan storen aan files, en dus niet meer naar alternatieven gaan zoeken. Het aantal auto's, en dus ook het fileprobleem, zal dan alleen maar groeien. Die zelfrijdende auto's zijn er nog niet, maar de overheid moet er nu al wel over nadenken: de stad zelf zal ook afgestemd moeten worden op dat zelfrijdende verkeer.”

Beeld Bas Bogaerts

Voor mensen alternatieven gaan zoeken, moeten die wel op punt staan. Is het openbaar vervoer van vandaag een goed alternatief voor de wagen?

Daniels: “In theorie kun je bijna elke verplaatsing zonder wagen doen, maar het is niet altijd even gebruiksvriendelijk. Ik heb zelf geen wagen, ik gebruik zoveel mogelijk het openbaar vervoer en de deelfietsen aan de stations. Maar vorige week stelde ik in Leuven vast dat alle fietsen weg waren. Toen heb ik wel even gevloekt dat ik niet de auto genomen had.”

Beeckman: "Economen zeggen vaak dat transport in België kunstmatig goedkoop gehouden wordt. Denk maar aan het systeem van salariswagens, maar ook aan het openbaar vervoer, dat gesubsidieerd wordt. Omdat je verplaatsen zo goedkoop is, woont 65 procent van de Vlamingen niet in een dorps- of stadskern. Maar je kunt geen wegen blijven aanleggen, en je kunt ook geen duizend treinen per ochtend naar Brussel laten rijden, hè. Volgens experts moet je verplaatsen weer duurder worden, en moeten mensen begrijpen dat het niet houdbaar is om ver van je werk te wonen.”

Daniels: “We moeten ook bedrijven aanmoedigen om slimmere keuzes te maken. In de buurt van stations in centrumsteden zijn vaak nog veel mogelijkheden voor bedrijven om er hun satelliet- of hoofdkantoren te vestigen. En bedrijven uit de denkeconomie moeten zich afvragen of ze wel thuishoren in moeilijk te bereiken industriegebieden.”

Beeckman: “Steden zullen moeten verdichten en er mag geen woonruimte meer bijkomen in buitengebied – de befaamde betonstop. Zo zorg je ervoor dat bedrijven en mensen weer dichter bij elkaar gaan wonen. Helaas is zo’n onpopulaire beslissing, die pas loont over dertig jaar, niet interessant voor beleidsmakers die om de vier of vijf jaar verkozen worden. Maar je kunt er niet omheen: als je de mobiliteit wilt verbeteren, moet je beginnen bij hoe je je ruimte indeelt.”

Beeld Saskia Vanderstichele

Over de overheid en onpopulaire beslissingen gesproken: we hebben het nog niet over salariswagens gehad. Is het realistisch om te verwachten dat files korter worden als salariswagens onaantrekkelijker worden gemaakt?

Beeckman: “De cijfers zijn indrukwekkend: een derde van alle bedienden heeft er één, wat betekent dat er een half miljoen salariswagens rijden in België. Onlangs is berekend wat er zou gebeuren als 10 procent van de mensen met een salariswagen die zou opgeven: de files zouden met 1 procent afnemen. Tja, daarmee komen we er niet.”

Daniels: “Veel mensen zouden wél nadenken over hoe ze zich verplaatsen, mochten ze plots geen salariswagen meer hebben. Maar je kunt natuurlijk niet van de ene dag op de andere al die wagens wegnemen, er moet altijd iets fiscaals tegenover staan.”

Beeckman: “Ik zie wel brood in het voorstel van Stef Proost, de transporteconoom aan de KU Leuven die net met pensioen gegaan is. Hij stelt voor om een spitsbelasting te heffen op snelwegen om verkeer op die momenten te ontmoedigen. De opbrengst daarvan zou je kunnen gebruiken om de belastingen op arbeid te verlagen, waardoor bedrijven niet meer zo snel bedrijfswagens zullen aanbieden. Maar nog eens: dan heb je een langetermijnvisie nodig, en daar ontbreekt het nog vaak aan bij ons.”

Betonbastion

Het blijft een apart idee, de woordvoerder van het Agentschap Wegen en Verkeer die geen auto heeft. Als signaal kan dat tellen.

Daniels: (lacht) “Begin dit jaar moest ik naar een persconferentie aan een werf in Gasthuisberg, met journalisten en een minister erbij: ik was de enige die niet met de auto gekomen was. Dat vond ik wel grappig, ik en mijn fiets. Ik heb een atypisch profiel als woordvoerder, besef ik. Wegen en Verkeer wordt nog vaak gezien als ‘het betonbastion’, een dienst die uitsluitend voor automobilisten werkt. Als ik dat beeld een beetje kan keren door zelf geen auto te hebben, des te beter. Bovendien zou ik het maar een raar idee vinden dat ik mensen aanspoor om anders te denken over hoe ze zich verplaatsen, om dan zelf elke avond met de auto naar huis te rijden.”

Hajo, jij won als VRT-verkeersanker onlangs de Grote Prijs Jan Wauters, die mediafiguren bekroont die excelleren in hun gebruik van het Nederlands. Die prijs telt eigenlijk dubbel voor iemand die je doorgaans alleen maar op de radio hoort als er slecht nieuws te melden valt.

Beeckman: “Maar slecht nieuws kun je ook positief brengen. Als je mensen raad kunt geven zonder zelf opgejaagd te klinken, kan dat de gemoederen verzachten. Dat is het voordeel van radio: het is rechtstreeks, en daar kan volgens mij geen enkele app tegenop.”

Daniels: “In de winter kom ik ook bijna dagelijks op de radio, en ik merk telkens dat het mensen geruststelt: ‘Veva zegt dat de wegen oké zijn, dus ik moet me geen zorgen maken.’

“Ik noem mezelf vaak een seizoensarbeider. Mijn job heeft twee piekmomenten in het jaar: de winter en de zomer. In de zomer zijn er de vele werven, in de winter is er het weer. En ja, het kan intensief zijn om zoals nu elke ochtend al om vijf uur thuis in pyjama klaar te zitten zodat de eerste verkeersupdates om zes uur bij de radio’s liggen, maar dan prent ik me in dat ik daar zit om mensen te helpen.”

Werk jij ook soms in pyjama, Hajo?

Beeckman: (lacht) “Nee, als ik de ochtendspits becommentarieer – we hebben een dienstrol op de redactie – dan zit ik om kwart voor zes al in Brussel. Maar tussen zes en tien heb ik geen moment vrij om op de klok te kijken: vooral in de winter zijn de ochtenden zeer intensief. Dan moet ik elke tien minuten een verslag klaar hebben voor elke radiozender van de VRT.”

Maakt dat van jullie soms ook de boodschapper op wie het makkelijk schieten is?

Daniels: “Af en toe word ik afgesnauwd op straat, ja.

“Mijn eerste les in de opleiding verkeerskunde begon al met een waarschuwing: ‘Je zult je moeten bewijzen, want in Vlaanderen zijn er zes miljoen verkeerskundigen.’ Mobiliteit gaat iedereen aan, hè. Dus heeft iedereen er ook een mening over.”

Beeckman: “Terzijde: thuiswerken is niet de gedroomde oplossing voor files. Uit onderzoeken is al gebleken dat mensen die normaal met de trein gaan werken, er tijdens een dag thuiswerken niet voor terugdeinzen om plots wel de auto te nemen voor kleinere verplaatsingen. Dan leidt thuiswerken zelfs tot meer verkeer.

“Maar dus: naar mijn mening heeft Wegen en Verkeer met Veva de gedroomde woordvoerder, met kennis van zaken, professioneel en gedreven. Vooral omdat verkeerskundige blijkbaar ook nog eens een knelpuntberoep is: veel jongeren die verkeerskunde willen gaan studeren krijgen naar verluidt van hun ouders te horen dat ze eerst maar een écht beroep moeten leren. Straf, hè?”

Daniels: “Mijn eigen vader is zo iemand: hij vindt nog altijd dat ik eigenlijk geen echt diploma heb.” (lacht)

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden