Zaterdag 26/11/2022

DE FARCE VAN HET VERENIGDE JERUZALEM

Je stapt in West-Jeruzalem in een Israëlische taxi en je vraagt de chauffeur om naar Jabel Mukaber te rijden, in Palestijns Oost-Jeruzalem. "Vergeet het maar", zegt hij, "veel te gevaarlijk. Zoek maar een andere taxi. Drie andere chauffeurs weigeren ook. De vijfde gaat akkoord. Maar bij de groene lijn, de onzichtbare grens tussen Oost- en West-Jeruzalem, roept hij: "Uitstappen!" Hij wil niet verder. Je moet de laatste kilometer naar Jabel Mukaber lopen.

De laatste weken, tijdens de verkiezingscampagnes, bezwoeren Israëlische politici dat Jeruzalem de 'verenigde hoofdstad' van Israël is en zal blijven. Maar wie in de stad woont, ondervindt dagelijks aan den lijve hoe hol die slogan is.

Israël veroverde West-Jeruzalem in 1948. In 1967 lijfde het Oost-Jeruzalem erbij in. Maar na ruim dertig jaar Israëlisch stadsbestuur leven beide helften meer dan ooit hun eigen leven. West-Jeruzalem is keurig ontwikkeld; Oost-Jeruzalem oogt nog steeds als de derde wereld. Hoewel bewoners van Oost en West evenveel arnona (stadsbelasting) betalen, steekt het stadsbestuur nog geen 20 procent van het totale budget in de ontwikkeling van Oost. De politici mogen zeggen dat heel Jeruzalem bij Israël hoort, ze handelen er totaal niet naar.

West-Jeruzalem heeft kabeltelevisie. In Oost-Jeruzalem weigeren Israëlische kabelexploitanten kabel aan te leggen; daar zetten de bewoners op eigen kosten satellietschotels op hun dak als ze buitenlandse programma's willen zien. In Oost-Jeruzalem zitten de wegen vol gaten; in West zijn ze keurig geplaveid. Als je auto in West-Jeruzalem wordt gestolen, komt de politie meteen. Als het in Oost gebeurt, zegt de politie: "Sorry, kunnen we niet aan beginnen."

Een andere dienst waar Palestijnen evenveel aan meebetalen als Israëli's is de ambulanceservice. Maar die komt in Oost-Jeruzalem vaak zo laat opdagen dat de patiënt vaak al overleden is, omdat het ambulancepersoneel alleen Oost in durft als er een Israëlische militaire escorte is, en die laat nogal eens een uurtje op zich wachten. Pogingen om een Palestijnse ambulancedienst op te zetten zijn door Israël als politiek onaanvaardbaar van de hand gewezen.

Wie in West-Jeruzalem een telefoonlijn wil, heeft er de volgende dag een. In Oost kan het maanden duren voordat de Israëlische telefoonmaatschappij de lijn komt aanleggen.

Eens, tijdens een lunch in Oost-Jeruzalem, zag een Palestijn een brandje ontstaan onderaan de heuvel. Er stond een sterke wind, de vlammen likten snel naar boven, waar Palestijnse huizen stonden. Hij belde de politie en de brandweer. Twintig minuten later was er nog niemand komen opdagen. Hij belde weer, wederom zonder resultaat. De bewoners wisten het vuur met tuinslangen en emmertjes zelf te blussen.

Palestijnen krijgen zelden een bouwvergunning, Israëli's meestal wel. Als Palestijnen daarom illegaal gaan bouwen, worden hun huizen door Israëlische bulldozers vernietigd. Een derde van Oost-Jeruzalem is door Israël geconfisqueerd en wordt volgebouwd met joodse woonwijken.

Zojuist is het zoveelste boek verschenen dat deze discriminatie minutieus vastlegt. Het is niet geschreven door Palestijnen, maar door twee Israëlische ex-adviseurs van de voormalige burgemeester Teddy Kollek. Het heet Separate and Unequal en bevat zelfs documenten van het stadhuis waaruit blijkt wat Kolleks voornaamste politiek was: "Het idee was om zoveel mogelijk joden naar Oost-Jeruzalem te verhuizen en zoveel mogelijk Arabieren de stad uit te manoeuvreren."

Eerder schreef de man die jaren Kolleks locoburgemeester was, Meron Benvinisti, een even vernietigend boek. Zijn conclusie is dat de Palestijnen uiteindelijk misschien het Israëlische dictaat over de stad hadden geaccepteerd als ze van begin af aan als gelijken waren behandeld. De joodse stadspolitiek, schrijft hij, werkt als een boemerang: hoe meer je de Palestijnen blijft achterstellen, hoe kleiner de kans dat ze ooit loyaal worden aan Israël.

Zelfs voor Israëli's is het moeilijk om niet in lachen uit te barsten als ze de slogan 'Verenigd Jeruzalem' weer eens horen. Helemaal hilarisch wordt het als er hoog buitenlands bezoek is. Er is vrijwel geen enkel land dat de annexatie van Oost-Jeruzalem heeft geaccepteerd. De status van de stad moet volgens de Verenigde Naties in onderhandelingen met de Palestijnen worden beklonken; de Palestijnen eisen Oost-Jeruzalem immers op als hun hoofdstad (de claim op West, waar Israëli's in geconfisqueerde Arabische huizen wonen, hebben ze allang laten varen).

Buitenlandse ministers die hier komen, proberen hun tijd dus evenredig tussen Israël en de Palestijnen te verdelen. Tijdens het Israëlische deel van het programma, meestal het eerste deel, slapen ze in hotels in West-Jeruzalem; tijdens het Palestijnse deel logeren ze in Palestijnse hotels in Oost. De agenda is voor deze delegaties een nachtmerrie, omdat de Israëli's altijd proberen om hun afspraken op het laatste moment te verzetten, zodat ze midden in het Palestijnse programmaonderdeel vallen. Kofi Annan en de Britse minister Cook kregen daar zo genoeg van dat ze het kantoor van premier Netanyahu ervan beschuldigden het Palestijnse programma opzettelijk in de war te schoppen. "Als Jeruzalem één is", zei een Brit uit Cooks gevolg, "waarom willen ze ons dan niet in Oost-Jeruzalem hebben?"

Het mooiste komt altijd als de hoge heren door een Israëlische escorte (het gaat immers om een staatsbezoek) naar het vliegveld worden gebracht. Als de delegatie de laatste nacht in het American Colony-hotel in Oost-Jeruzalem slaapt en 's ochtends vroeg naar het vliegveld moet, weigert de escorte hun in Oost op te pikken. De delegatie moet op eigen kracht naar een hotel in West-Jeruzalem komen en pas daar worden ze, tot aan de vliegtuigtrap, met alle egards behandeld die hun protocollair toekomen. Voorzover zij ooit al op afstand in de slogan 'Verenigd Jeruzalem' geloofden, weten zelfs zij na één bliksembezoekje beter.

Deze rubriek wisselt wekelijks tussen de vaste medewerkers van De Morgen in het buitenland.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234