Maandag 13/07/2020
Een stille wake voor Julie, begin mei vorig jaar.

1 jaar na Julie Van EspenSeksueel geweld

De familie van Julie Van Espen vroeg maatregelen. Een jaar later is er geen enkele ingelost

Een stille wake voor Julie, begin mei vorig jaar.Beeld Wouter Van Vooren

‘Laat haar dood niet tevergeefs zijn geweest’, schreven de ouders van de vermoorde Julie Van Espen in februari in een open brief. Daarin somden ze negen maatregelen op die ook volgens veel experts noodzakelijk zijn in de strijd tegen seksueel geweld. Hoe ver staan we een jaar na Julies dood? De Morgen maakt een stand van zaken op.

1. In de brief: ‘Richt een Comité J op’

In de praktijk: onvoldoende politiek draagvlak

‘Geen prioriteit’, oordeelde het parket-generaal, dus liep Steve B. vrij rond. Het dossier werd daarna nog eens uitgesteld door een tekort aan magistraten. En de kamer die het dossier moest behandelen, werd zelfs gesloten.

De ouders van Julie Van Espen vinden het onbegrijpelijk dat geen enkele magistraat op de vingers werd getikt, ondanks deze grove fouten. “Wij pleiten ervoor een Comité J op te richten, naar het voorbeeld van het Comité P bij de politie”, stellen ze voor.

Dat pleidooi is niet nieuw. Renaat Landuyt van sp.a sprak er tien jaar geleden al over en ook CD&V en Groen zijn voorstander.

Op dit moment hebben we wel al een orgaan, de Hoge Raad voor Justitie (HRJ), die het gerecht moet controleren. Al kan deze magistraten niet sanctioneren. “We mogen alleen adviezen geven”, licht voorzitter Denoyelle toe. Dankzij een wetswijziging heeft de HRJ meer slagkracht: weigert een magistraat mee te werken, dan kan de Raad de zaak rechtstreeks overmaken aan de tuchtrechtbank. Die kan magistraten schorsen.

De kans dat er een Comité J komt, is klein. De animo ervoor ontbreekt, ook omdat het de scheiding der machten in het gedrang brengt. Want bij zo’n comité hoort een parlementaire commissie, wat zou betekenen dat de wetgevende macht onrechtstreeks de rechterlijke macht controleert.

2. In de brief: ‘Verplicht de opvolging en therapie voor daders van seksueel geweld, ook na strafeinde’

In de praktijk: wordt aan gewerkt maar aanbod blijft gering

Steve B. pleegde ook al voor de moord op Julie Van Espen een extreem gewelddadige verkrachting. De gerechtspsychiater die hem onderzocht, oordeelde dat een ambulante behandeling voldoende was. Het illustreert hoe de opvolging en therapie voor zedendelinquenten in ons land veel gaten vertoont. Het loopt eigenlijk al fout op het moment dat ze voor de rechtbank moeten verschijnen en psychiaters en psychologen moeten uitmaken hoe gevaarlijk ze zijn. Niet alleen zijn er te weinig gerechtsdeskundigen met degelijke, wetenschappelijk onderbouwde expertise, ze worden ook slecht betaald en krijgen te weinig tijd.

In de gevangenis ontbreekt een behandeling sowieso vaak. Daders die vervroegd willen vrijkomen, moeten zich meestal verplicht laten opvolgen en behandelen. Tenminste als ze daarvoor een geschikt aanbod vinden. Maar wie een zwaar profiel heeft, bijvoorbeeld iemand die een zeer gewelddadige verkrachting heeft gepleegd, valt daarbij vaak uit de boot want er is amper therapieaanbod is voor hen. Zij zitten dan hun straf uit. Maar wie voor strafeinde gaat, wordt echt vrijgelaten: er volgt geen enkele behandeling of opvolging.

Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir (N-VA) wil tegen oktober een plan klaar hebben voor hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en geïnterneerden. Haar federale collega Koen Geens (CD&V) startte in de gevangenis van Sint-Gillis met een Penitentiair Observatiecentrum (POC), om het risico van plegers beter in te schatten. Verder is er een wetsvoorstel in de maak waardoor bepaalde zedendelinquenten ook na strafeinde voorwaarden opgelegd kunnen krijgen. Leven ze die niet na, dan kunnen ze opnieuw veroordeeld en opgesloten worden. “De FOD is momenteel deze piste aan het onderzoeken”, klinkt het op het kabinet-Geens.

Julie Van Espen werd op 4 mei 2019 vermoord door Steve B. Hij trok haar van haar fiets en probeerde haar te verkrachten. De man was eerder veroordeeld voor verkrachting. Beeld BELGA

Ondanks alle goede intenties vindt Minne De Boeck het onbegrijpelijk dat dit onderdeel vandaag nog niet beter is uitgewerkt. De Boeck is criminologe in het Universitair Forensisch Centrum (UZA) dat daders opvolgt en begeleidt. “Vrouwelijke daders? Daar is residentieel helemaal geen aanbod voor. Daders met zware antisociale persoonlijkheidsstoornissen? Daar vind je nauwelijks een plaats voor”, zegt ze. “Tien jaar geleden werd een resem suggesties gedaan om het aanbod beter af te stemmen, maar daar is nog niet veel mee gebeurd.” Zelfs als er straks prioritair werk wordt gemaakt van allerlei wetswijzigingen, dan is het maar de vraag of alle zedendelinquenten een behandeling kunnen krijgen. De Boeck: “We zitten allemaal met lange wachtlijsten, onze hulpverlening staat almaar meer onder druk.”

3. In de brief: ‘Zorg voor opleiding van politiediensten, parket- en zittende magistraten en justitieassistenten’

In de praktijk: nieuwe, maar beperkte initiatieven

Stel dat iemand na lang twijfelen aangifte wil doen van een verkrachting: het eerste contact met een agent is cruciaal. Dan wil je opmerkingen zoals ‘Je had maar niet zo’n kort rokje moeten dragen’ of ‘Waarom heb je geen nee gezegd?’ vermijden. Het is essentieel dat politie weet hoe ze met slachtoffers moeten omgaan, net zoals het essentieel is dat ze weten hoe ze een verdachte van zedenfeiten moeten ondervragen.

Bij de federale politie benadrukken ze dat er steeds meer opleidingen zijn die hier op focussen. Zo is er sinds 2014 een specifieke cursus ‘onthaal slachtoffers van seksueel geweld’. Minstens 125 agenten hebben die opleiding gevolgd. Sinds 2017 kunnen agenten ook in Luik, Oost-Vlaanderen en Brussel tot zedeninspecteur opgeleid worden, 133 mensen deden dat tot nog toe. Die opleiding is sinds kort uitgebreid, zodat politieagenten zich ook kunnen inschrijven na selectie door een jury. Maar, voegt woordvoerder van de federale politie Sarah Frederickx daaraan toe, “deze voorbeelden scheppen maar een beperkt beeld. Er is geen zicht op alle vormingen rond dit onderwerp, laat staan op alle collega’s in 185 korpsen die zich hierin specialiseren.”

Ook voor magistraten is het aangewezen dat ze op de hoogte zijn van bijvoorbeeld de allernieuwste onderzoekstechnieken en inzichten uit de psychiatrie of criminologie over seksueel geweld.

Cijfers die De Morgen bij het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO) opvroeg, leren dat er de afgelopen vijf jaar (2015-2019) 65 zetelende magistraten een basis- of expertenopleiding rond seksuele delinquentie volgde. Bij de parketmagistraten gaat het om 159 mensen. Erg beperkt, als je weet dat de rechtbanken en parketten samen 2.425 magistraten tellen.

Minister Geens wil graag meer magistraten verplichten om zo’n opleiding te volgen. Hij zorgde er al voor dat seksueel geweld een verplicht onderdeel is in de gerechtelijke stage. Nu moet er een uitbreiding volgen voor alle magistraten die met zo’n dossiers bezig zijn. Er is een wetsvoorstel hiervoor in de maak.

De ouders van Julie Van Espen zijn ook bezorgd over de justitieassistenten, die dikwijls jong en onervaren zijn. Bevoegd minister Zuhal Demir wil “dit jaar nog” een opleiding organiseren voor alle 504 Vlaamse justitieassistenten.

4. In de brief: ‘Zet in op sensibilisering’

In de praktijk: veel goede wil, weinig daadkracht

Seksueel geweld is de agenda steeds meer beginnen te bepalen sinds 2017, bij het begin van de #MeToo-beweging. De zaak-Van Espen zette een jaar geleden het debat in België verder op scherp.

“Veel organisaties pikten dit thema sindsdien op en organiseerden campagnes”, zegt Julia Day, expert seksueel grensoverschrijdend gedrag bij Sensoa. “Maar feit is dat je hiermee alleen het gedrag van mensen niet zal veranderen. Politiek is er veel goede wil en er zijn zeker al zaken bereikt, maar er is niet altijd genoeg daadkracht.”

De dood van Julie Van Espen bracht 15.000 mensen op de been die protesteerden tegen seksueel geweld. Beeld Tim Dirven

Het nationaal actieplan gendergerelateerd geweld, kortweg NAP, dat al sinds 2001 bestaat, is een mooi initiatief volgens haar. Hiervoor werkt het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen samen met de federale staat, gemeenschappen en gewesten. “Maar het zorgt niet per se voor urgentie op de kabinetten”, zegt Day. “Hopelijk wordt voor het nieuwe Vlaamse Actieplan Seksueel Geweld (minister Demir wil dat voor de zomer aan de regering voorleggen, red.) daadwerkelijk budget vrijgemaakt.” 

5. In de brief: ‘Zorg dat wederzijds respect het centrale thema is in een vroege seksuele opvoeding’

In de praktijk: wordt aan gewerkt, maar opvolging ontbreekt

Seksuele opvoeding is meer dan een les over bloemetjes en bijtjes. Bovendien zijn alle experts het erover eens dat je hier het best zo vroeg mogelijk mee begint. In de kleuterklas al.

“Maar of dat daadwerkelijk gebeurt, weten we niet”, zegt Wannes Magits, beleidsmedewerker kinderen en jongeren bij Sensoa. “Er is geen structurele monitoring. Er zullen zeker scholen zijn die dit goed aanpakken, maar ook die het links laten liggen.”

Vorig jaar werden de eindtermen voor de eerste graad van het secundair onderwijs aangepast. Daarin wordt expliciet verwezen naar het Vlaggensysteem van Sensoa. Dit moet kinderen en jongeren leren hoe ze seksueel gedrag kunnen inschatten. Twee tienermeisjes die elkaar strelen en dat fijn vinden? Groene vlag! Een begeleider die de penis van een jongen van vijf aanraakt? Rode vlag!

Voor de tweede en derde graad zijn de nieuwe eindtermen nog in de maak. Die van de lagere school krijgen deze legislatuur volgens bevoegd minister Ben Weyts (N-VA) nog een update.

Voorlopig blijft het in het lager allemaal minder concreet. “In de eindtermen gaat het over ‘respect tonen voor elkaar’ of ‘gevoelens begrijpen.’ Het woord seksualiteit komt niet aan bod”, zegt Magits. “Ter illustratie: leerlingen moeten er bijvoorbeeld alle lichaamsdelen kunnen opsommen. Maar de geslachtsdelen? Die ontbreken.” 

6. In de brief: ‘Maak werk van de digitalisering bij justitie’

In de praktijk: wordt aan gewerkt, maar gaat traag

MacH. Dat is het antwoord van minister Koen Geens (CD&V) op de al zo lang gevraagde digitalisering bij Justitie. Via dit digitaal systeem kunnen agenten en magistraten snel informatie delen, zoals processen-verbaal. “Op dit moment werkt 53 procent van onze medewerkers met dit systeem”, klinkt het bij de FOD Justitie. Verder werden systemen opgezet die helpen nagaan of een dader die is vrijgekomen, zijn voorwaarden naleeft.

Kortom, er is bij Justitie wel degelijk sprake van digitalisering. Maar die gaat natuurlijk gepaard met kinderziektes én bedenkingen. “Je hebt altijd enthousiaste pioniers, zwartgallige zeurpieten en een stillere meerderheid die er het beste van maakt. Dat is bij de magistratuur niet anders”, zegt Christian Denoyelle van de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ). “Feit is, je moet ergens beginnen. Daar volg ik de minister wel in. Over het doel is iedereen het eens, maar over de weg ernaartoe lopen de visies uiteen.”

Een ultieme databank waarin gegevens over daders vanuit verschillende diensten aan elkaar gekoppeld kunnen worden (naar analogie van de bestaande Kruispuntbank voor de Sociale Zekerheid) lijkt momenteel nog veraf. Zo’n bank is minder gemakkelijk realiseerbaar, vinden experts. “Welke restricties bouw je in?”, zegt professor seksueel strafrecht Liesbet Stevens (KU Leuven). “Hoe ga je om met privacy?” Denoyelle beaamt: “Een strafrechter mag niet zomaar op eigen houtje in zo’n superdatabank gegevens opsnorren. Alle partijen in een proces moeten over dezelfde gegevens kunnen beschikken.”

7. In de brief: ‘Breid de zorgcentra verder uit’

In de praktijk: plannen en middelen zijn er, maar uitwerking gaat traag

Zonder Covid-19 hadden ze misschien nog dit jaar open kunnen gaan, de drie nieuwe Zorgcentra na Seksueel Geweld in Antwerpen, Charleroi en Leuven. Maar de pandemie zorgt ook hier voor vertraging. Voorlopig moeten we het doen met de drie centra in Brussel, Gent en Luik.

Alle experts seksueel geweld benadrukken wat een meerwaarde die centra zijn. Hier kunnen slachtoffers 24/7 terecht voor medische verzorging, psychologische ondersteuning, sporenonderzoek of het indienen van een klacht. Die toegankelijkheid, in combinatie met “maar één keer je verhaal hoeven te doen” werkt, zo leren de cijfers. “Deze centra zijn cruciaal”, benadrukt Stefaan Van Hecke (Groen). Hij hamerde in de Kamer meermaals op het belang ervan en riep de regering op er snel werk van te maken.

Federaal minister van Gelijke Kansen Nathalie Muylle (CD&V) legt de laatste hand aan een koninklijk besluit dat de erkenning van nieuwe zorgcentra mogelijk moet maken in elke provincie waar er nog geen is. Ook politiezones die met deze nieuwe centra samenwerken krijgen steun.

Maar op de publicatie van het koninklijk besluit blijft het wachten. Pas daarna kan er nieuwe infrastructuur komen en personeel opgeleid worden. “Dit jaar nog nieuwe Zorgcentra realiseren, is daardoor zo goed als onhaalbaar. Je zet die niet op in een paar maanden tijd”, zegt Ines Keygnaert, professor seksueel geweld (Universiteit Gent).

Julie Van Espen. Haar ouders somden negen maatregelen op tegen seksueel geweld in een open brief. Nog geen enkele is volledig ingelost.Beeld rv

Minister Muylle zegt dat de opstart van de drie nieuwe Zorgcentra voorzien is voor 2021. In 2023 zouden volgens haar alle tien Zorgcentra volledig operationeel moeten zijn.

8. In de brief: ‘Behandel een proces over zedenzaken in de regel achter gesloten deuren’

In de praktijk: er liggen verschillende wetsvoorstellen op tafel

Het idee dat iedereen via radio, tv of kranten mee kan volgen wat jou precies overkomen is, schrikt slachtoffers af. “Ze hebben geen zin om op een proces alles in detail opnieuw te vertellen”, zegt Ines Keygnaert. “Ook omdat je dan meteen het label van ‘slachtoffer’ krijgt en de hele wereld dat dan zal weten.” Ook zij ziet zedenprocessen liever achter gesloten deuren. Al blijft het volgens haar wel essentieel dat het grote publiek weet welke straffen daders krijgen.

In het parlement zijn er al verschillende wetsvoorstellen ingediend die zedenprocessen achter gesloten deuren mogelijk moeten maken, zowel door het Vlaams Belang als N-VA. De kans is dus reëel dat dit er op termijn komt, al ligt dit wetgevend werk nu uiteraard stil door corona.

9. In de brief: ‘Behandel justitie als een volwaardig departement’

In de praktijk: grote tekorten en weinig vooruitzicht op beterschap

Fatsoenlijke gebouwen, voldoende magistraten,  een goed functionerende ICT… Het verlanglijstje bij Justitie is lang.

Zijn er dan geen investeringen geweest de voorbije jaren? Zeker wel. Zo komen er extra justitieassistenten, krijgen gerechtsdeskundigen een (iets) betere vergoeding en komen er een aantal nieuwe gevangenissen bij. Maar het blijft onvoldoende. Minister Geens maakte herhaaldelijk duidelijk dat een injectie van 750 miljoen euro noodzakelijk is.

“Het probleem is dat we nu geen regering hebben”, zegt Denoyelle. “Of toch geen regering die hier keuzes over kan maken. Er is zeker politieke wil. Vraag is hoeveel daadkracht na de coronacrisis overblijft. Ik vrees een beetje dat justitie weer uit de boot zal vallen.”

Conclusie:

De ouders van Julie Van Espen willen niet meer terugkomen op hun brief. Maar de kans dat hun zorgen nu weg zijn, is klein. Deze stand van zaken toont hoe er, ondanks vele stappen vooruit, nog geen enkele van hun gevraagde maatregelen volledig is ingelost.

Willen we seksueel geweld écht structureel aanpakken, dan moeten de neuzen op alle niveaus en op alle departementen in dezelfde richting staan. De vraag is: hoe reëel is dat in een land dat er al ruim een jaar niet in slaagt een regering te vormen en waar een pandemie nu alle budgetten in het rood duwt?

Lees ook

Recordaantal aangiftes verkrachting in 2019: steeds meer slachtoffers bereid om naar politie te stappen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234