Woensdag 30/11/2022

De extra cashflow van de jaren zestig

Rockseries garanderen Amerikaanse tv-stations dubbele winst

Met veel gretigheid gebruiken de Amerikaanse tv-netwerken dezer dagen hun programma's als lanceerplatform voor een eigen cd-verkoop. Deze secundaire markt wordt steeds belangrijker, niet het minst door de winsten die de soundtracks doorgaans opleveren.

Ook mediagigant CBS laat zich niet onbetuigd in de strijd. Vorige week startte hij de opnames van een van de meest prestigieuze miniseries ooit, Shake, Rattle and Roll. Vier uur zal ze duren, opgesmukt met nieuwe of minder bekende oude songs van beroemdheden als Bob Dylan en Carole King én met nieuwe versies van hits uit de jaren vijftig. In de reeks zal CBS een sliert coryfeeën uit de hedendaagse muziekbusiness ten tonele voeren.

De serie brengt de (fictieve) opmars van een band uit de begindagen van rock-'n-roll in beeld. Blueslegende B.B. King, rhythm and blues-zangers als K-Ci en JoJo, Terence Trent D'Arby, rockband Blink 182, het zijn maar een paar van de beroemdheden die hun handtekening onder een contract voor de film én de soundtrack zetten. CBS lijkt op zoek naar de grootste gemene muzikale deler, waarmee het een zo groot mogelijk publiek wil aanboren. CBS mikt op zowel nostalgici met heimwee naar de fifties als op het jonge volkje dat de songs voor de eerste keer te horen krijgt.

Voor het project zocht CBS ruggensteun bij twee partners. MCA Records, een dochter van Seagram, neemt het muzikale aspect voor zijn rekening, terwijl Phoenix Pictures tekent voor de productie. De verkoop van de soundtrack moet garant staan voor grove winsten, zo hopen ze stuk voor stuk. Met dat doel voor ogen werd al een ambitieus marketingplan uitgetekend. "Deze productie doet een beroep op de verbeelding van de massa", zegt Jeremy Hammond, vice-president en marketingdirecteur van MCA Records. "CBS zal de serie hypen op tv en wij stellen onze goed geoliede marketing- en distributiemachine ter beschikking. Als alles lukt als gepland, verkopen we binnenkort enkele miljoenen exemplaren van de soundtrack." Tegelijkertijd hoopt CBS dat de serie zelf een onvervalste kaskraker wordt. En dat ze misschien zelfs de jongere kijker naar het station lokt, een publiek dat de voorbije jaren maar moeilijk bereikt werd.

Een miniserie als marketinginstrument, het voorbije tv-seizoen werd dit een van de favoriete nieuwe kunstgrepen van de grote ketens. NBC, een afdeling van General Electric, zette de toon toen het vorig seizoen hoge ogen gooide met de muzikale series The Temptations en The 60s. Beide reeksen bleken kijkcijferkanonnen, terwijl NBC via een hoogst agressieve marketingcampagne ook honderdduizenden cd's met de soundtrack aan de man wist te brengen. Met behulp van tv-spotjes en de telefonische verkoop via gratis nummers sleet het netwerk 400.000 exemplaren van de soundtrack, wat het album meteen na de uitzending van de serie al een van de populairste in de hele Verenigde Staten maakte.

Zodra CBS afgelopen november de kijkcijfers van The Temptations onder ogen kreeg, zag het meteen brood in deze aanpak. Bijna op dezelfde dag als de eerste uitzending van de NBC-serie, zette het de productie van Shake, Rattle and Roll op de rails. En toen in februari de cijfers van The 60s binnenrolden bij CBS, versnelde dat de plannen alleen maar.

Het idee voor het project ontstond in de koker van een van CBS' eigen directieleden, met name Michael Wright. Hij is een van de vice-presidenten van de miniserie en filmafdeling. Wright - "ik ben al een leven lang een rock'n roll-junkie" - sleutelde al een tijdje aan een muzikaal project.

Bedoeling was dat dit zowel het vaste, wat oudere publiek van CBS zou aanspreken, maar tegelijkertijd ook de jongere kijkers zou lokken. Wright kwam op de proppen met het liefdesverhaal van een jong koppel tegen het decor van de pioniersdagen van rock-'n-roll. Beide minnaars spelen in het bandje The Harleys. In een periode waarin de muzikale evolutie stormachtig en wisselvallig is, beleven ze succes, maar kennen ze ook de nodige ontgoochelingen.

Hét sleutelelement om dit project in de steigers te krijgen, zo zegt Wright, was het aantrekken van Spencer Proffer. Deze veteraan van de muziekindustrie verdiende in zijn twintigjarige carrière zijn strepen als componist en producent en - niet onbelangrijk - hij heeft een stevige voet tussen de deur van zowel artiesten als bonzen van het popwereldje. Proffer had ook al zijn eerste stappen in de film gezet. Een van zijn projecten was Gods and Monsters voor Showtime. De man hoefde nauwelijks warm gemaakt te worden voor het project. "Ik engageerde me meteen. Ik wist dat het idee goed zou worden uitgevoerd, door mensen met een grote passie voor muziek", zegt hij.

Die passie kreeg gestalte in de belofte om geen enkele song in de film op te nemen die er niet in paste. Op een gegeven moment stoot de jonge held, een countryzanger, in de wegrestaurants van Missouri bijvoorbeeld op het genre dat in die dagen nog race music heette. En meteen ontdekt hij ook het vroege werk van Little Richard, vertolkt door de Broadway-ster uit Smokey Joe's Café Billy Porter. Of leert hij een fictieve blueszanger kennen, gespeeld door B.B. King. Die vertolkt de gloednieuwe song 'Fur Slippers', geschreven door Bob Dylan. Door MCA-topman Hammond werd hij al bestempeld als een "rokende bluessong".

Het was Proffer die contact opnam met Bob Dylan en de rechten op het nummer bemachtigde. Hij beweert dat Dylan en B.B. King oordeelden dat de serie een eerlijke poging was om een beeld op te hangen van het tijdsgewricht waarin blues overvloeide in wat later bekend zou worden als rock-'n-roll. En alweer Proffer gaf Mike Robe, de scenarist en regisseur, de opdracht om het script te stroomlijnen, zodat er plaats ontstond voor hopen muziek, maar zodat tegelijkertijd ook een verhaal verteld werd. In dat verhaal staat romantiek centraal, maar het behandelt ook, wat subtieler, de manier waarop de muziek uit die periode racistische barrières op het platteland hielp slopen.

In de film worden dan wel enkele oude songs als 'Maybelline' van Chuck Berry of 'Only You' van The Platters ten gehore gebracht, veel meer dan achtergrondmuziek is dit niet. Waar het echt om draait, zijn de verschijningen van moderne artiesten die in de huid van rock-'n-roll-pioniers uit de jaren vijftig kruipen. Zo is er bijvoorbeeld Dickie Barret, frontman van de hedendaagse skagroep The Mighty Mighty Bosstones.

Hij neemt de rol van Bill Haley voor zijn rekening en zingt de titelsong van de film. Chante Moore, de rhythm and blues-diva die momenteel scoort met haar hitsingle 'Chante's got a man', voert in de film een vrouwenband aan die geboetseerd is naar het beeld van The Shirelles. Moore brengt een nieuw nummer van Carole King, die ook in het echte leven voor The Shirelles schreef. Twee van de drie leden van Blink 182 spelen dan weer de rol van Jan en Dean, die 'Dead Man's Curve' zingen. Terence Trent D'Arby vertolkt rocklegende Jackie Wilson en zingt een van diens oude hits, 'To Be Loved'. En ook de alomtegenwoordige doo-wop-groepjes, die in de jaren vijftig op bijna elke straathoek opdoken, ontbreken niet. Daarvoor werd een aantal toppers in het hedendaagse rhythm and blues-genre aangetrokken. K-Ci en Jojo bijvoorbeeld, die driemaal platina haalde met zijn album Love Always en van zijn nieuwe plaat It's real al één miljoen exemplaren verkocht. Samen zullen ze een versie van de hit 'Tears on my Pillow' van Little Anthony and The Imperials brengen.

Om zijn arsenaal aan songs verder aan te vullen, stapte Proffer op enkele oude vrienden uit de muziekbusiness af. Jerry Lieber en Mike Stoller bijvoorbeeld vroeg hij of ze niet nog een "oude, vergeten kraker" in de kast hadden liggen. En die hadden ze, met dozijnen tegelijkertijd zelfs. Stoller pikte er twee nummers uit, 'One Bad Stud' en 'Touch of Heaven', die sinds ze in respectievelijk '53 en '54 werden opgenomen, amper nog gespeeld werden.

Andere vrienden van Proffer zijn Graham Nash, die twee songs voor zijn rekening nam en als een van de belangrijkste componisten uit het soultijdperk geldt, en Lamont Dozier, die samen met Proffer 'Side by Side', opener en afsluiter van elke aflevering, in elkaar stak. Als opener wordt die gezongen door de Harleys en aan het eind van elke aflevering nog eens hernomen door de volledige cast en een aantal leden van de technische ploeg. Een van hen is bijvoorbeeld vice-president Wright van CBS, die zich ook bij andere nummers opwerpt als achtergrondzanger.

Proffer verzamelde de artiesten rondom zich en verwierf de rechten op de muziek. Daarna sloeg hij zelf aan het arrangeren en produceren. Enkele maanden geleden al mixte hij een eerste versie van alle songs. Volgens Jeremy Hammond van MCA Records zal de definitieve mix tegen het einde van de zomer op punt staan, zodat ze al in oktober in de winkelrekken kan opduiken.

MCA, zo zegt Hammond, zal de distributie voor zijn rekening nemen. Zodra de miniserie op het kleine scherm komt, brengt CBS een enorme marketingmachine aan het rollen, op tv én op verscheidene radiozenders. Behalve het gratis nummer om de soundtrack te bestellen moet een gloednieuwe website de verkoop nog verder aanwakkeren. Proffer zelf beweert dat deze winsten zowel voor hem als voor alle betrokken artiesten van ondergeschikt belang zijn. Wat telt, zo heet het, is dat iedereen een kans krijgt om met dit project naar zijn eigen muzikale wortels te graven. "Maar", moet Proffer toegeven, "we denken natuurlijk wel dat we met dit project behoorlijk goede zaken kunnen doen."

© New York Times / De Morgen Vertaling: Fabian Lefevere

'Deze productie doet een beroep op de verbeelding van de massa. CBS zal de serie 'hypen' op tv en wij stellen onze goed geoliede marketing- en distributiemachine ter beschikking. Als alles lukt als gepland, verkopen we binnenkort enkele miljoenen exemplaren van de soundtrack'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234