Woensdag 04/08/2021

In zeven stappenDe exitstrategie

De exitstrategie: wordt het ooit weer zoals vroeger?


Het vaccinpunt in Brussel op de Heizel. Beeld Illias Teirlinck
Het vaccinpunt in Brussel op de Heizel.Beeld Illias Teirlinck

Nu er gestaag prikjes worden gezet, kunnen we beginnen dromen van een terugkeer naar het Normale Leven. Welke roadmaps, schema’s en stappenplannen liggen klaar? Wanneer staan we op kantoor weer gezellig rond de waterkoeler? Kunnen we in de zomer op café, op reis of naar een festival? En wordt het ooit weer helemaal zoals vroeger?

1. JAARLIJKSE PRIK

Alle berichten over falende softwaresystemen, in het luchtledige verzonden uitnodigingen, haperende leveringen en werkeloos in de diepvriezer liggende spuitjes ten spijt zullen het toch vooral de vaccins zijn die ons naar het Verlossende Licht moeten leiden. En, stelt professor emeritus huisartsengeneeskunde Jan De Maeseneer ons gerust: het is zeker niet allemaal kommer en kwel. Zonder ongelukken zou de vaccinatiecampagne nu snel onder stoom moeten komen. Professor De Maeseneer is lid van de Taskforce Vaccinatie, maar spreekt in eigen naam.

Jan De Maeseneer: “De database die voor de gezondheidszorgverstrekkers werd gebruikt, was verouderd en niet accuraat: dat wist iedereen. Men maakt nu werk van een betere database. Ook op het IT-systeem was ook nogal wat kritiek, maar het is natuurlijk allemaal snel moeten gaan. Er was geen tijd voor maandenlange selectieprocedures, en zoveel kandidaten zijn er ook weer niet voor dit soort complexe opdrachten. Wat niet wegneemt dat het allemaal misschien wat transparanter had gekund.”

Er is gelukkig ook goed nieuws: het vaccin van Johnson & Johnson wordt wellicht snel door het EMA goedgekeurd (wat intussen ook gebeurde, red.) en kan dan hopelijk snel worden ingezet, en er zijn nog enkele mogelijk zeer goeie vaccins op komst.

De Maeseneer: “Ook belangrijk nieuws is dat de Hoge Gezondheidsraad heeft beslist dat alle beschikbare vaccins aan alle 18-plussers kunnen worden gegeven, dus óók mensen met bepaalde aandoeningen. Eerst wilde men die groep uit voorzichtigheid alleen de mRNA-vaccins (Moderna en Pfizer, red.) geven, maar op basis van nieuwe gegevens weten we dat ook AstraZeneca bij hen perfect kan gebruikt worden. Dat zal de logistiek flink vereenvoudigen: als je ook nog eens moet bepalen wie welk vaccin mag krijgen, wordt de hele operatie uiteraard nog ingewikkelder. Voor de thuisvaccinatie zal het ook schelen. Op dat vlak lijkt het Johnson & Johnson-vaccin veelbelovend: er is maar één prik van nodig, en dat maakt logistiek natuurlijk een heel verschil.”

Daarom werd ook geopperd om, zoals in het Verenigd Koninkrijk, de tweede prik uit te stellen of zelfs te laten vallen, zodat er sneller en meer gevaccineerd kan worden. De regering houdt echter vast aan twee prikken.

De Maeseneer: “Dat is vooral een juridische kwestie. Een vaccin wordt, net zoals ieder geneesmiddel, goedgekeurd voor een bepaald tijdsschema en een bepaalde dosering. Als men daarvan afwijkt, ligt de aansprakelijkheid voor eventuele problemen bij de overheid.”

Hoelang de vaccins immuniteit geven, weten we ook nog niet.

De Maeseneer: “Dat wordt natuurlijk in studies opgevolgd. Maar het zou kunnen dat we in de toekomst in een griepachtig scenario terechtkomen, waarbij elk jaar een vaccin wordt gegeven dat bescherming biedt tegen de meest voorkomende virusvarianten op dat moment. Voor de griep vaccineren we iedere winter, het moment dat de kans op besmetting het grootst is, met de meest frequente griepstammen.”

In Vlaanderen zit het met de vaccinatiebereidheid wel snor, maar in Brussel en Wallonië is het een ander verhaal. Zou dat nog een invloed kunnen hebben op de groepsimmuniteit?

De Maeseneer: “Het verdient toch onze aandacht. Brussel en Wallonië staan sterk onder invloed van Frankrijk, en in dat land zijn er zeer veel mensen die aan de vaccins twijfelen of er gewoon radicaal tegen zijn. Volgens epidemiologen moeten we in principe 70 procent van de bevolking vaccineren om groepsimmuniteit te bereiken. De jongeren onder de 18 kunnen we op dit moment niet inenten: dat zijn ongeveer anderhalf miljoen mensen. Dat betekent dat je van de rest van de bevolking meer dan 80 procent zult moeten vaccineren. Dat betekent dat elk vaccin telt.

“We moeten sowieso meer inspanningen doen om ook sociaal kwetsbaren aan boord te krijgen. Bovendien is het belangrijk erover te waken dat dit geen verdelend maar een verbindend project wordt: we vragen solidariteit tussen de verschillende generaties. Als samenleving kunnen we hier sterker uitkomen: zo’n vaccinatiecampagne kan ertoe leiden dat de sociale cohesie en de onderlinge betrokkenheid toenemen.”

Is er al een richtdatum waarop men iedereen gevaccineerd hoopt te hebben?

De Maeseneer: “September zou een mooi resultaat zijn. Vergeet niet: de tweede prik van AstraZeneca volgt pas drie maanden na de eerste. Ik hoop dat we tegen juli aan de laatste groepen bezig zijn, zodat die in september hun tweede prik kunnen krijgen.”

Kunnen mensen in afwachting van hun tweede prik al doen en laten wat ze willen, of moeten ze dan nog voorzichtig blijven en de maatregelen opvolgen?

De Maeseneer: “Twintig dagen na de eerste prik is er al een goede bescherming, na de tweede prik wordt die nog beter. Hoe we daarmee omgaan, moeten we nog bekijken. Wat mensen die al gevaccineerd zijn precies mogen, en wanneer, zal nog een grote oefening worden. De vaccinatie en het versoepelingsbeleid zullen in ieder geval goed op elkaar moeten worden afgestemd.

“Verder zullen we eens goed moeten nadenken hoe wij in de toekomst als mensen willen samenleven met de andere levende wezens op deze aarde. Het virus heeft ons namelijk één ding geleerd: zoals we nu bezig zijn op deze planeet, dat is niet langer houdbaar. In die zin wordt het geen exitstrategie, maar moeten we bekijken hoe we met virussen zullen samenleven.”

Jan De Maeseneer: ‘Iedereen gevaccineerd tegen september: dat zou een mooi resultaat zijn.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Jan De Maeseneer: ‘Iedereen gevaccineerd tegen september: dat zou een mooi resultaat zijn.’Beeld © Stefaan Temmerman

2. HET HORECA-PLAN

Omdat e-peritieven, zelfs voor hardnekkige Flair-lezers, toch ook alleen maar lollig is als je een paar e-peritieven te véél in de kraag hebt, en omdat al die takeaway (na een hobbelige rit op een brommer) thuis op je bord vaak een stuk minder appetijtelijk oogt dan in de hippe app, snákken wij naar een bezoek aan een heus café of restaurant. Of het nu op het terras buiten, aan een tafel binnen of op een wankele kruk in de toiletten is. Met ‘Save Spring’ heeft de horeca alvast een gedetailleerd plan klaar.

Matthias de Caluwe (CEO Horeca Vlaanderen): “Het is eigenlijk een aangepaste versie van het protocol dat we in juni vorig jaar hebben opgesteld in overleg met de experten van de GEES, de voorloper van de GEMS. Sindsdien is er meer geweten over de rol van aerosolen (zeer kleine druppeltjes die in de lucht kunnen blijven hangen, red.) in slecht verluchte binnenruimten: als mensen lang samenzitten, kunnen die een probleem zijn. Om toch ook binnen te kunnen openen, hebben we een aantal maatregelen toegevoegd: zo moet het bedienend personeel dat in contact komt met de klanten een chirurgisch FFP2-masker dragen, moet er binnen een eenvoudige CO2-meter aanwezig zijn, en wordt het sluitingsuur een halfuurtje vervroegd zolang er een avondklok geldt. Zo kunnen de mensen op tijd thuis zijn. De andere maatregelen blijven gelden en evolueren mee met de beslissingen van het Overlegcomité: zo moet er zittend geconsumeerd worden, staan de tafels anderhalve meter van elkaar, moet wie binnen naar het toilet gaat een mondmasker dragen en noteren we de contactgegevens.”

In New York werden grote overdekte terrassen geïnstalleerd, zodat de horeca buiten open kon blijven. Jullie willen nadrukkelijk geen onderscheid maken tussen binnen- en buitenruimten, en alles tegelijk openen.

De Caluwe: “Als je je aan dezelfde maatregelen houdt, is het binnen even veilig als buiten. We willen ook niemand benadelen: niet iedere horecazaak heeft een terras, en voor wie er één heeft, is het niet noodzakelijk rendabel. En wellicht is de loonkost bij ons iets hoger dan in New York (lacht).

“Wij prefereren dus de combinatie van binnen en buiten, maar uit het gelekte rapport van de GEMS blijkt dat de experten toch eerst met buitenruimtes willen opstarten. Als de politiek die aanbeveling volgt, is ons voorstel: laat de keuze aan de ondernemers, maar behoud de huidige steunmaatregelen, óók voor wie buiten wél kan openen. Ook al omdat het weer bij ons zo onvoorspelbaar is: het is hier Italië of Spanje niet, hè.”

Kunnen de steden en gemeenten een rol spelen? Gent schrapt tot volgend jaar de terrasbelasting.

De Caluwe: “Veel gemeenten hebben in juni al geholpen. Op veel plekken is er toen bijkomende terrascapaciteit toegestaan om het verlies op te vangen. Zulke inspanningen zullen zeker nog welkom zijn, want laten we eerlijk zijn: een normale zomer zal het nog niet worden.”

Jullie ‘Save Spring’-plan mikt op een voorzichtige heropstart vanaf 1 april. Het verdict na het Overlegcomité van vorige week was: ten vroegste 1 mei.

De Caluwe: “Wij hadden 1 april naar voren geschoven omdat de paasvakantie er dan aankomt. In het eerste kwartaal heeft de horeca een omzetverlies van rond de 2,2 miljard euro geleden. Vorig jaar hebben we afgeklopt op een verlies van 5,9 miljard. Als we de paasvakantie ook nog eens missen, lopen cafés, restaurants en catering nóg een goeie 600 miljoen mis.

“Wat we vooral willen, is dat deze situatie niet lang meer duurt. Ik heb de drama’s zelf gezien, mijn eigen familie heeft ook drie horecazaken. Als we in fases opengaan, moet het ook zijn om definitief open te blíjven. Wij vertegenwoordigen 61.000 ondernemingen en 140.000 arbeidsplaatsen, nog los van alle studenten die in onze sector een centje bijverdienen. Als we volledig of gedeeltelijk open mogen, kan dat bovendien een motivatie zijn voor de mensen om tijdens de vaccinatieperiode nog even vol te houden. Kunnen we deze lente niet openen, dan moet de steun echt omhoog, zonder discussie!”

De vraag is ook hoeveel cafés en restaurants er niet meer zullen opengaan, omdat ze op de fles zijn.

De Caluwe: “Dat is momenteel zeer moeilijk in te schatten. Vóór corona was één op de vijf faillissementen al een horecazaak, terwijl we maar 6 procent van het totale aantal bedrijven uitmaken. Zonder bijkomende crisissteun dreigt er nu een slagveld.”

De zomer zal nog niet normaal verlopen, zei u. Is de feestelijke volledige heropstart van de horeca dan voor het najaar?

De Caluwe: “Dat hangt van dingen af waar we zelf geen vat op hebben: de besmettingscijfers, de ziekenhuisopnames en de vaccinatie. Maar om je een idee te geven: de hotels werden zwaar getroffen door de aanslagen van maart 2016. Het heeft tot 2019 geduurd voor die weer op het niveau van vóór de aanslagen zaten. Volledig normaal draaien zal, realistisch bekeken, wellicht pas voor het najaar zijn. En dan mogen er onderweg geen onaangename verrassingen uit de lucht vallen.”

Matthias de Caluwe: ‘De horeca leed altijd al zwaar onder faillissementen. Zonder extra steun dreigt een slagveld.’ Beeld Photo News
Matthias de Caluwe: ‘De horeca leed altijd al zwaar onder faillissementen. Zonder extra steun dreigt een slagveld.’Beeld Photo News

3. VEILIG REIZEN

Het leverde België een boze brief van Europa op, maar sinds februari zijn niet-essentiële reizen – daar gíng onze jaarlijkse maand Cap d’Agde – in ons land verboden. Reisbureaus moesten beschikbaar blijven om aan hun wettelijke verplichtingen te voldoen, maar konden amper reizen aan de man brengen. Alsof je je café mag openen maar je klandizie niks kan bestellen, vat Koen van den Bosch, CEO van de Vereniging van Vlaamse Reisbureaus, het samen. De sector staat dan ook te popelen om de meer dan ooit reishongerige Vlaming op zijn wenken te bedienen.

Koen van den Bosch (CEO Vereniging van Vlaamse Reisbureaus): “Wij hebben een plan klaar waarin in de eerste plaats vaccinatie een rol speelt. Als mensen willen reizen, zullen ze een Europees en internationaal erkend vaccinatiebewijs moeten tonen. Dat kan een vaccinatiepas zijn, zoals nu in Europa wordt besproken, maar het zou ook opgenomen kunnen worden in het klassieke gele boekje (waarin je inentingen vermeld staan die in sommige landen of gebieden verplicht zijn, red.). Daarnaast moet ook op testen worden ingezet, zowel bij vertrek als bij aankomst. Dan moet ook niet meer iedereen na elke reis in quarantaine.”

Zou er ook sneller kunnen worden gereisd tussen landen waar de vaccinatie al flink is opgeschoten, of verkiezen jullie gelijke regels voor alle landen?

Van den Bosch: “Een eenduidig systeem waardoor op zijn minst al heel Europa zou opengaan, lijkt ons het beste. We weten van vorige zomer dat het hele kleurencodeverhaal ontzettend veel onduidelijkheid veroorzaakt. Op 48 uur tijd is Zwitserland toen drie keer van kleurcode veranderd.”

Hebben jullie al zicht op een timing? Het Overlegcomité heeft het reisverbod voor niet-essentiële reizen vorige week verlengd tot 18 april, het einde van de paasvakantie.

Van den Bosch: “Wij hadden anders gehoopt. Uit de cijfers blijkt duidelijk dat je wel degelijk veilig kunt reizen. Bij mensen die bijvoorbeeld tijdens de kerstvakantie hadden gereisd, lag de besmettingsgraad láger: 2 procent, tegenover meer dan 5 procent bij de thuisblijvers. Vóór de zomervakantie zouden we toch al minstens binnen Europa op een normale manier moeten kunnen reizen. Weliswaar met een aantal voorwaarden, zoals het dragen van een mondmasker en het volgen van de lokale regels.”

Hoe betrouwbaar zijn die cijfers? Veel massatoerisme is er het afgelopen jaar niet geweest.

Van den Bosch: “Bij zakenreizen en vakantiereizen is de besmettingsgraad zo goed als verwaarloosbaar. Bij mensen die op familiebezoek gaan, ligt die wel hoger, en dat is ook logisch. In familiekring, zeker familie die je niet alle dagen ziet, ga je al snel wat losser met de regels om.

“Het massatoerisme zoals we dat kenden, bestaat ook niet meer. De grote hotelketens hebben allemaal strikte protocollen: omdat men vorige zomer gehoopt had te kunnen heropenen, heeft men toen al alle mogelijke voorzorgen genomen. Ik heb het in november aan den lijve ervaren: in hotels wordt voortdurend je temperatuur gemeten, de grote tafels zijn door kleine vervangen waar je maar met beperkte bubbels kunt zitten, overal staan plexischermen, alles wordt zo veel mogelijk buiten gedaan… Men is dus voorbereid.”

We moeten natuurlijk ook nog wíllen reizen.

Van den Bosch: “Er zullen altijd wel mensen zijn die liever de kat nog wat uit de boom kijken, maar uit alle enquêtes blijkt dat de honger naar reizen groot is. Mensen willen echt weer andere lucht opsnuiven. Ze hebben ook lang genoeg binnen gezeten.”

De sector zit ook met een heleboel omboekingen en vouchers die eerst nog verwerkt moeten worden. Dat wordt een hele klus.

Van den Bosch: “Daarom is de paasvakantie zo belangrijk voor ons. In de vorige paasvakantie hebben heel wat mensen hun reis omgeboekt naar dit jaar: die vakanties opníéuw herboeken of annuleren geeft een hoop werklast, waar bovendien geen inkomsten tegenover staan. Half april vervallen dan ook nog eens een hoop tegoedbonnen.”

In landen die vooral op inkomsten uit toerisme zijn aangewezen, is heel wat expertise en infrastructuur verdwenen, omdat mensen puur om te overleven naar alternatieven moesten uitkijken. Dat zal ook niet in één-twee-drie weer zijn opgebouwd.

Van den Bosch: “Je moet daarvoor niet eens naar het buitenland kijken. In de luchtvaart hebben zowel het cabinepersoneel als de piloten een licentie nodig voor een specifiek toestel. Zelfs binnen hetzelfde merk: als je met een A320 mag vliegen, mag je daarom nog niet met een A330 vliegen. Je moet echter ook een minimaal aantal vlieguren hebben, anders vervalt die licentie. Als de markt zich morgen herpakt en het aantal reizigers te groot wordt, zouden bepaalde luchtvaartmaatschappijen weleens niet al hun toestellen kunnen inzetten, simpelweg omdat ze niet voldoende crew hebben. Dat is ook de reden waarom TUI met de Dreamliner, een toestel voor de lange afstand, een hele tijd naar Tenerife bleef vliegen: zo deden de piloten en het cabinepersoneel hun uren en behielden ze hun licentie.”

Hoe optimistisch bent u over de toekomst?

Van den Bosch: “We geloven er sterk in dat het allemaal wel goed komt, maar het zal zijn tijd vragen. We hebben een aantal pistes bekeken, en in het worstcasescenario zitten we met de sector pas tegen 2027 weer op het niveau van 2019. Maar als we, zoals sommige analyses zeggen, straks een nieuwe roaring twenties beleven, kan het veel sneller gaan.”

Koen van den Bosch: ‘In het worstcasescenario zit de reissector pas tegen 2027 weer op het niveau van 2019.’ Beeld BELGA
Koen van den Bosch: ‘In het worstcasescenario zit de reissector pas tegen 2027 weer op het niveau van 2019.’Beeld BELGA

4. TESTFESTIJN

Vaccineren is niet overal dé uitweg uit de lockdown. Oostenrijks bondskanselier Sebastian Kurz wil vanwege de onregelmatige vaccinleveringen het land eerst heropenen met een ambitieuze teststrategie. Ondanks hoge besmettingscijfers gingen kapperszaken, scholen en sommige skiresorts in Oostenrijk de afgelopen weken open voor wie een negatieve test kan voorleggen. Kurz wil binnenkort ook de horeca, sportcentra en zelfs bordelen heropenen. Ook in Duitsland beweegt er wat: mensen kunnen er sinds afgelopen weekend gewoon zelftests kopen bij Aldi. Daarmee kan eender wie zichzelf testen en het resultaat eenvoudig thuis analyseren.

Zijn zulke initiatieven onmogelijk in ons land?

Karine Moykens (voorzitter Interfederaal Comité Testing en Tracing): “Op termijn is niets onmogelijk. Vandaag zijn zelftests nog verboden in ons land, maar ik voel dat er steeds meer animo komt om die regel aan te passen. Ik vermoed dat Belgen binnenkort ook zelftests kunnen kopen.

“We zullen er wel altijd voor moeten zorgen dat de bevolking op een correcte manier omgaat met de resultaten van zo’n test. Stel dat we de toegang tot een festival koppelen aan zo’n test: zullen mensen dan voldoende burgerzin hebben om niet te gaan, of zullen ze een negatieve test aan de buurman vragen?”

Steven Van Gucht toonde zich al bezorgd: ‘Zo’n test geeft misschien een vals gevoel van veiligheid.’ Misschien moet de Belg gewoon het voordeel van de twijfel krijgen voor zoiets belangrijks, zoals in Duitsland.

Moykens (diplomatisch): “De geesten van de wetenschappers zijn de laatste tijd aan het evolueren op dat vlak. Volgens mij is het een goed idee. Maar wie zo’n test koopt in de Lidl of Delhaize, is wel overgeleverd aan een soms omslachtige handleiding. Daarom zouden we de tests alleen mogen kopen bij de apotheker, die meer duiding kan geven. Dat is een mooie tussenweg, lijkt me, want je hoeft er ook geen voorschrift voor te hebben.

“Een probleem is dat een positieve zelftest niet meteen gelinkt wordt aan de contacttracing, en dat is wel noodzakelijk om de hoogrisicocontacten op te sporen en te weten waar de betrokkene is geweest. Daarom werken we volop verder aan alternatieven. Momenteel loopt er een proefproject rond de speekseltest. Die test heeft grote voordelen: de afname is minder invasief – geen swab diep in de neus – en je kunt gewoon zélf in je badkamer ’s morgens wat speeksel afnemen en opsturen. De labo’s die ook de klassieke PCR-tests binnenkrijgen, kunnen het staal binnen de 24 uur analyseren.”

Het vaccinpunt in Brussel op de Heizel. Beeld Illias Teirlinck
Het vaccinpunt in Brussel op de Heizel.Beeld Illias Teirlinck

Zo komt ook het ‘gepoold testen’ in het vizier: laboranten voegen stalen van meerdere personen samen en analyseren die als groep. Enkel als zo’n pool positief test, komen er individuele vervolganalyses. Zo wordt de volledige bevolking op korte tijd getest, en heb je bovendien maar de capaciteit nodig voor enkele tienduizenden analyses: je zou het hele land wekelijks kunnen testen op corona.

Moykens: “Dat is in België bij mijn weten nooit echt overwogen. In maart was er simpelweg geen testcapaciteit voor. Vandaag wel – binnenkort kunnen we 150.000 tests per dag aan – maar massatesten is hier gewoonweg geen piste, heb ik de indruk. Bovendien zullen de handen die je daarvoor nodig hebt, nu naar de vaccinatiecentra gaan. Daarom is de speekseltest zo veelbelovend voor onze bestaande teststrategie: mensen kunnen de coronatest dan zelf afnemen.”

Sneltests leken lang de heilige graal voor het screenen van massa’s mensen: aan de ingang van een voetbalstadion of in een sneltestdorp bij een festivalsite zou je binnen het kwartier je uitslag krijgen. Is dat deze zomer nog haalbaar?

Moykens: “Er is alleszins veel aan het bewegen. Een team uit Gent heeft vorige week een wetenschappelijk onderbouwde aanpak gepresenteerd. Bezoekers van een evenement, in dit geval in de Ghelamco Arena in Gent, laten een sneltest afnemen, scannen een persoonlijke QR-code en gaan op hun stoeltje zitten. Maximaal tien minuten erna krijgen ze via hun smartphone een bericht: positief of negatief. Test je positief, dan moet je je meteen aanmelden op een veilig punt, waar ook de tracing in gang schiet. Dat kan eventueel in combinatie met een klassieke PCR-test van de dag voordien.”

Gek toch dat we daar nu pas concreet over beginnen na te denken.

Moykens (knikt): “Men heeft lang twijfels gehad over het preventief inzetten van sneltests, zowel voor evenementen als op de werkvloer. Dat komt omdat een negatieve sneltest geen volledige zekerheid geeft bij asymptomatische personen. We hebben maanden geleden in de Taskforce Testing al gesproken over het belang van sneltests – er zijn er toen miljoenen aangekocht – maar er bleef toch aarzeling. Tegelijk merkten we ook terughoudendheid op het veld, bij artsen en op scholen.”

Maar de evenementensector sméékt er toch om? Nu moeten festivals als Graspop de handdoek gooien. ‘Waar blijven die sneltests?’ vroegen de bandleden van Fleddy Melculy.

Moykens: “Ik heb vorig jaar meermaals rond de tafel gezeten met de eventsector met de boodschap dat sneltests veel mogelijkheden boden. Die mensen vonden dat toen zélf niet haalbaar voor de grote massafestivals. Nu we almaar langer moeten wachten op de echte exit, begint het in de sector toch te bewegen.”

Het UZ Leuven en onderzoekscentrum Imec ontwikkelen momenteel een supersnelle corona-ademtest. Het testresultaat verschijnt na een minuutje ademen in een meter.

Moykens: “Die ademtest is een prachtig alternatief voor de antigeensneltest. Tijdens de zomer zal hij wellicht nog geen grote rol spelen, maar hij kan later een enorme meerwaarde betekenen bij de toegang tot evenementen en in luchthavens. Momenteel moeten buitenlandse reizigers een negatief testbewijs voorleggen van minder dan 72 uur oud. Die 72 uur zijn een aanzienlijke blinde vlek: daarom denken we er nu aan om reizigers alsnog een test te laten afnemen wanneer ze voet op Belgische bodem zetten. De ademtest past perfect binnen dat verhaal.

“En, ook al klinkt dat vervelend: is het niet Covid-19, dan zal een ander virus ons in de toekomst wel teisteren. Dankzij Imec en hun ademtest zullen we dan snel kunnen schakelen.”

Ik vind u opvallend optimistisch klinken over de rol van tests in de exitstrategie. Waarom hebben we het dan uitsluitend over vaccineren?

Moykens: “Omdat je ondanks de negatieve tests toch blijft zitten met de mondmaskers en afstandsregels. Daar mogen we ons geen illusies over maken. Met het vaccin keren we echt terug naar het normale leven: daarom moeten we er maximaal op inzetten.”

Karine Moykens: ‘Is het niet Covid-19, dan zal een ander virus ons in de toekomst wel teisteren.’ Beeld BELGA
Karine Moykens: ‘Is het niet Covid-19, dan zal een ander virus ons in de toekomst wel teisteren.’Beeld BELGA

5. EVENEMENTEN?

Omdat mensenmassa’s samenbrengen nu eenmaal hun corebusiness is, ging de evenementensector als eerste op slot, en zal hij straks ook weer de laatste zijn die de activiteiten mag hervatten. Hoe denken ze die heropstart te organiseren? En, belangrijker nog, kunnen we deze zomer weer met lichtjes glazige ogen, een roodverbrande facie en een lauwe pils in de knuist op een festivalterrein staan?

Bruno Schaubroeck (woordvoerder van de Alliantie van Belgische Eventfederaties): “Als cafés en restaurants groen licht krijgen, kunnen ze binnen enkele dagen weer opstarten. Voor onze sector duurt het drie à vier máánden voor wij weer operationeel zijn. De klant betaalt gemiddeld pas zestig dagen na een evenement, en nog een paar maanden later worden de leveranciers betaald. Wat we dus graag van de virologen zouden horen, is op welke dag we ten laatste zéker mogen beginnen.

“Verder moeten we per evenement bekijken hoeveel volk er maximaal binnen kan. Zoals er bij de bakker nu ook twee man binnen mag, en in supermarkten een op de oppervlakte berekend aantal klanten. In de vaccinatiecentra is de regel: één persoon per tien vierkante meter. Waarom zouden wij dan volgens diezelfde regel geen beurs mogen organiseren? Niet alle zalen zullen dan meteen aan de slag kunnen, maar zo hebben we tenminste al een perspectief.”

Als jullie drie à vier maanden voorbereiding nodig hebben, is de zomer eigenlijk al min of meer verloren?

Schaubroeck: “Voor veel bedrijfsbeurzen ligt het plan al klaar. Een deel van de vakbeurzen en bedrijfsevenementen die normaal tussen Pasen en eind juni plaatsvinden, zou nog kunnen doorgaan als we snel groen licht krijgen.”

Wat zijn de perspectieven voor concerten en festivals? Het Overlegcomité heeft beslist om vanaf april kleine evenementen toe te staan, met tot 50 personen, op voorwaarde dat de afstandsregels en de mondmaskerplicht worden gerespecteerd.

Schaubroeck: “Wel, ook voor festivals kan men in het begin weer de regel van één persoon per tien vierkante meter hanteren. De volgende stappen zijn dan één persoon per vier vierkante meter, en één per tweeënhalve vierkante meter. Men zou ook moeten vastleggen tegen welke voorwaarden we naar de volgende stap kunnen overschakelen. Dat zijn er volgens ons drie: het aantal doden, de ziekenhuisopnamen én het percentage gevaccineerden. Daarom zijn wij er ook flink ingevlogen om de vaccinatiecentra op te bouwen: die zijn voor ons de weg naar de bevrijding. We hebben trouwens al meermaals onze hulp aangeboden. Wij zijn specialisten in de communicatie naar specifieke doelgroepen: die is belangrijk, om mensen ertoe aan te zetten zich te laten vaccineren. Aan zo’n campagne zouden wij heel graag meewerken, maar de overheid heeft nog altijd niet gereageerd.”

Over de zomerfestivals bestaat ondertussen nog grote onduidelijkheid. Recent liet de organisatie van Graspop weten dat het festival ook dit jaar niet zal doorgaan.

Schaubroeck: “Er worden in België jaarlijks 70.000 evenementen georganiseerd: tweehonderd per dag, en 320 daarvan zijn festivals. Dat zijn de meest zichtbare en ook meest mediatiseerde evenementen, maar ze zijn wel een minderheid en verschillen ook nog eens enorm qua profiel. Sommige festivals draaien meer rond sfeer en beleving, andere moeten het puur van de affiche hebben. Die laatste zullen deze zomer misschien wat minder keuze hebben, maar er zullen altijd bands te vinden zijn die willen spelen. Men zal misschien wat meer moeten terugvallen op lokaal talent, maar de line-up lijkt me niet het grootste probleem, dat lossen we wel op.

“Overigens valt ons op dat veel mensen over de festivals spreken terwijl ze eigenlijk mét de festivals zouden moeten spreken. Dat gebeurt tot onze spijt nu niet.”

Kunnen we inspiratie halen uit het buitenland? Op het Summer Sounds Festival in Australië werkte men bijvoorbeeld met party pods, een soort afgebakende festivalboxen waar men in bubbels van vier tot zes mensen loos kon gaan. Handgel was verplicht en alle drank moest vooraf worden besteld.

Schaubroeck: “Dat zijn leuke initiatieven, maar je kunt je inbeelden hoeveel het kost om zoiets te bouwen. Economisch is dat gewoon niet rendabel.”

De Belgische festival- en evenementensector had een heel goeie reputatie. Dreigt die door de lange crisis aangetast te worden? Vorige week waren er nog de berichten over de vele ervaren technici die ondertussen naar andere sectoren zijn weggevloeid.

Schaubroeck: “We zitten nu bijna een jaar zonder werk. Als er niet snel duidelijkheid komt, gaan onze bedrijven gewoon kapot. De sector zit ook nog eens zo in elkaar dat er een domino-effect dreigt, en bedrijven elkaar omver zullen trekken.”

Hoe ziet u het verder evolueren?

Schaubroeck: “Ik denk dat we realistisch moeten zijn. Eerst moet er perspectief komen voor de hele maatschappij: zolang je maar één persoon in je woonkamer mag ontvangen, moeten wij ook niet op veel hopen. Daarna moet de horeca weer open kunnen, en dáárna hopen wij snel aan de beurt te zijn.”

Bruno Schaubroeck: ‘Festivals zullen even moeten terugvallen op lokaal talent. Maar die line-up, dat lossen we wel op.’ Beeld BELGA
Bruno Schaubroeck: ‘Festivals zullen even moeten terugvallen op lokaal talent. Maar die line-up, dat lossen we wel op.’Beeld BELGA

6. AAN HET WERK

Ondanks verplicht telewerk en razzia’s van de Arbeidsinspectie is de werkvloer nog steeds de plek bij uitstek waar de Belg besmet raakt. Hoe kan dat?

Lode Godderis (professor arbeidsgeneeskunde en lid GEMS): “Tijdens het werk zelf is er veel respect voor de coronamaatregelen. De meeste mensen zitten aan hun bureau, dragen een masker, of werken van thuis uit. Het gros van de besmettingen tussen collega’s gebeurt op de onbewaakte, informele momenten. Tijdens koffiepauzes, de lunch, het carpoolen. Dat is ook menselijk: mensen ontspannen zich en zijn minder op hun hoede.

“Een ander probleem is dat steeds meer mensen weer naar de werkvloer trekken voor een overleg of wat computertaken. Leidinggevenden trekken harder aan hun mouw, en werknemers geven zélf aan dat ze hun werkplek en collega’s missen. Veel Belgen worden het beu om in dezelfde omgeving te werken, zich te ontspannen én zorg te dragen voor hun gezin. Dé manier om besmettingen terug te dringen, is nochtans om weer meer te telewerken.”

U hebt het over besmettingen op onbewaakte momenten, maar de Arbeidsinspectie stelt in meer dan de helft van de gecontroleerde ondernemingen corona-inbreuken vast.

Godderis: “Dikwijls zijn het kleinere inbreuken: er staan te veel stoelen in een vergaderzaal of de handblazers in de toiletten zijn nog actief. Soms zitten mensen te dicht bij elkaar of dragen ze geen masker.”

Op nogal wat werven is er geen stromend water om de handen te wassen. Bouwvakkers rijden en lunchen samen in een busje.

Godderis: “Er is nog marge voor verbetering, maar over het algemeen merken we wel enorm veel goodwill binnen de bedrijven. Wanneer we een probleem signaleren, vallen de mensen vaak uit de lucht en is het probleem zo opgelost.”

De problematische verhalen bereiken ons vooral uit kmo’s. Nogal wat leidinggevenden verplichten hun werknemers om te blijven komen.

Godderis: “Dat is niet zwart op wit bewezen, maar het is ook mijn indruk. Wanneer een onderneming vijftig of meer medewerkers telt, maken werknemers en werkgever in een Comité voor Preventie en Bescherming afspraken over de gezondheidssituatie. Maar in een kleinere onderneming is alleen de bedrijfsleider verantwoordelijk. Als zo iemand het niet nauw neemt met de maatregelen, is het lastig om als werknemer een vuist te maken. Soms heb je alleen nog de mogelijkheid om zelf de Arbeidsinspectie in te lichten, wat een zeer grote stap is.”

In kmo-land Vlaanderen is dat een niet te onderschatten probleem.

Godderis: “Er heerst vaak schroom om de leidinggevende aan te spreken op onveilige situaties. Maar wanneer er in de komende maanden nog meer mensen komen werken, wordt net dat zeer belangrijk. Een tip: probeer bij het gesprek met je baas niet te wijzen op zijn fout of verantwoordelijkheid. Dat lokt een verdedigingsreactie uit. Je spreekt beter vanuit je bezorgdheid om jullie beiden: ‘Ik zie dat we met velen in deze vergaderzaal zitten, en ik maak me toch wat zorgen over onze veiligheid.’ Dat werkt verbindend.”

Alleen zit dat niet in de Belgische mentaliteit.

Godderis: “Onlangs hoorde ik het verhaal van iemand die in een taxi stapte. De chauffeur was een coronanegationist en wilde zelfs geen masker dragen. De klant kaartte dat vruchteloos aan, maar had eigenlijk moeten uitstappen en de situatie melden. Cruciaal is wel om éérst een gesprek te voeren. We krijgen meldingen van klanten die zich bij de kapper onveilig voelden omdat er te veel mensen binnen waren. Maar ze hebben zich toch laten knippen en klagen pas achteraf. Een gesprek vergt moed, maar die guts moeten we écht hebben. De Arbeidsinspectie kan niet overal tegelijk zijn.”

Lode Godderis: ‘De meeste besmettingen tussen collega’s gebeuren op informele momenten: koffiepauzes, de lunch.’ Beeld Stefaan Temmerman
Lode Godderis: ‘De meeste besmettingen tussen collega’s gebeuren op informele momenten: koffiepauzes, de lunch.’Beeld Stefaan Temmerman

7. EXIT IN ZICHT

In sommige landen schiet de vaccinatie veel sneller op dan bij ons (niet moeilijk, horen we u met een zucht denken) of heeft men de pandemie al min of meer bedwongen, zodat het gewone leven er stapsgewijs kan hernemen. Kunnen we voor het bepalen van onze eigen exitstrategie iets opsteken van de aanpak in die landen?

Geert Molenberghs (professor biostatistiek aan de Universiteit Hasselt en de KU Leuven): “Voor beslissingen over exitstrategieën of het aanscherpen van de maatregelen wordt altijd gekeken naar wat internationaal relevant is. Het is wel lastig om te vergelijken, omdat men overal met een andere situatie zit. In het Verenigd Koninkrijk heeft men het nu bijvoorbeeld over het heropenen van de scholen, terwijl die bij ons altijd open gebleven zijn.”

In Israël heeft ondertussen ongeveer de helft van de bevolking een prik gekregen. Daar heeft men een pas ingevoerd waarmee mensen die al gevaccineerd zijn, toegang krijgen tot fitnesszalen, hotels, theaterzalen en concerten. Binnenkort kunnen ze misschien zelfs weer op restaurant of café. Is zo’n systeem ook bij ons een mogelijkheid?

Molenberghs: “In sommige Europese landen, onder meer Denemarken, wordt alvast over zo’n pas nagedacht. Het systeem heeft ook nadelen: wat doe je in de tussenperiode dat nog niet iedereen de káns heeft gehad om gevaccineerd te worden? Dat zou betekenen dat je grote groepen van bepaalde activiteiten uitsluit. Maar er komt zeker een moment waarop zo’n pas zinvol kan zijn.”

Ook interessant: Auckland, met 1,3 miljoen inwoners de grootste stad van Nieuw-Zeeland, ging enkele weken geleden in lockdown na de ontdekking van welgeteld drie nieuwe besmettingen.

Molenberghs: “Zo hebben ze het daar van in het begin aangepakt. Zij hebben gekozen voor wat we ‘suppressie’ noemen, het tegen de grond houden van de curve. In Europa zijn we voor ‘mitigatie’, of matiging, gegaan: de curve laag genoeg houden om het gezondheidssysteem niet te doen kraken. Dat was in maart het enige wat we kónden doen.

“Als je de mogelijkheid hebt om het op die manier te doen, zijn kortere, maar krachtige lockdowns veel beter: 99 procent van de tijd verloopt het leven in het grootste deel van die landen zoals altijd, omdat het virus er veel minder circuleert. Dat maakt een groot verschil. De Europese Unie maakt op dit ogenblik de denkoefening of we ook hier voor dat model kunnen kiezen. Als we het zouden doen, moeten we het wel met alle Europese landen samen doen, omdat die epidemiologisch eigenlijk één geheel vormen.”

Kunnen varianten van het virus nog roet in het eten gooien? Voorlopig lijken de vaccins die wel aan te kunnen, of kunnen ze makkelijk worden aangepast.

Molenberghs: “Alle varianten die nu ontstaan zijn, hebben soortgelijke kenmerken. De vaccins werken er nog tegen, en als het moet, zouden we ze ook vrij goed kunnen aanpassen. Door de wereldwijde vaccinatie zal er hopelijk ook veel minder virus circuleren, waardoor muteren moeilijker wordt. Maar ondertussen moeten we voorzichtig zijn voor vaccine escape-mutanten (varianten van het virus waartegen de vaccins minder goed of niet werken, red.) die nog tijdens de grootschalige vaccinatie ontstaan.”

Geert Molenberghs: ‘We moeten nu vooral uitkijken voor vaccine escape-mutanten, die tegen de vaccins bestand zijn.’ Beeld Joel Hoylaerts/Photo News
Geert Molenberghs: ‘We moeten nu vooral uitkijken voor vaccine escape-mutanten, die tegen de vaccins bestand zijn.’Beeld Joel Hoylaerts/Photo News

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234