Zondag 08/12/2019

Terrorisme

“De Europese landen zijn erin geslaagd een eeuw van vrede te creëren, maar de prijs was hoog”

Beeld Werry Crone

De terroristische aanslag op de kerstmarkt van Straatsburg in december die aan vijf mensen het leven heeft gekost, zette kwaad bloed bij de Franse bevolking. De dader stond bekend als een gevaarlijke extremist en was al 27 keer veroordeeld wegens geweldplegingen. Waarom liep die man nog ongestoord rond? “Na elke aanslag reageert de bevolking boos, maar misschien verwachten we te veel van de overheid”, zegt de Nederlandse terreurexpert Beatrice de Graaf. Een gesprek over angst, goed en kwaad en het einde van de golf van terreur. “Maar het kan goed zijn dat er al een nieuwe op komst is.”

De Nederlandse historica Beatrice de Graaf werd de voorbije jaren een bekend televisiegezicht in Nederland en Vlaanderen, met haar heldere analyses van de islamitische terreurgolf in het Westen, en hoe je het werk van terroristen in een historisch perspectief plaatst. Dat doet ze ook in haar boek 'Tegen de terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon'. Daarin beschrijft ze hoe de manier waarop we vandaag over veiligheid denken, met grenscontroles en een sterke politiestaat, ontstaan is in de jaren na Napoleon, in een verbrokkeld en verwoest Europa. 

Beatrice de Graaf: “Uit een enquête blijkt dat bijna de helft van de Nederlandse jongeren vandaag bang is dat er weer oorlog komt. Eigenlijk is dat vreemd, want statistisch gezien is het de afgelopen decennia juist veiliger geworden. Het aantal grote aanslagen sinds 9/11 is afgenomen, politie en justitie doen goed werk, er zijn terroristen opgepakt, het kalifaat is als territoriale eenheid verdwenen, in Nederland is in oktober nog een aanslag verijdeld. Je zou denken dat de mensen dan opgelucht en blij reageren, maar dat is helemaal niet zo. De meningen zijn verhit en gepolariseerd, en de angst voor terrorisme is groot. Sommige burgers zoeken steun bij extreemrechtse organisaties als Pegida, want die bieden houvast. Cijfers zeggen dus niets over het onveiligheidsgevoel.

“Wat ook opvalt, is hoeveel wrok er na elke aanslag wordt geuit richting de overheid. We verwijten de politie onkunde en laksheid. Had men dat niet kunnen voorkomen? Wie heeft er fouten gemaakt? We verwachten dat de overheid ons verzorgt en beschermt tegen vijanden van buitenaf. Die hooggespannen verwachtingen zijn toch wel opmerkelijk. Mensen verwachten tegenwoordig wel heel veel van de overheid, niet alleen wat betreft fysieke veiligheid, maar ook op het terrein van de geestelijke veiligheid – de overheid moet ons zelfs tegen eenzaamheid beschermen. Waarom willen we zo gepamperd worden? En je moet je ook afvragen: moet en kán een overheid die mate van veiligheid wel garanderen?”

Vragen we te veel?

“Dat denk ik wel. Ik spreek wekelijks met deskundigen van de overheid die me zeggen dat ze helemaal niet zoveel veiligheid kunnen bieden. We hebben er het geld niet voor en we willen het er ook niet aan besteden, want dan zou de belasting flink omhoog moeten gaan.”

Begrijpt u waarom jongeren vandaag zo angstig zijn?

“Natuurlijk wel, als je ziet met hoeveel onzekerheden ze zijn opgegroeid. Ik ben geboren in 1976: toen ik naar de middelbare school ging, viel de Muur, de Russen bleken ineens onze vrienden te zijn, en we gingen voor het eerst met het gezin op vakantie naar Italië. Mijn ouders hadden het niet breed, maar in mijn beleving werd het leven steeds vreedzamer en beter: ik kreeg mijn eerste paar Nikes, we bezochten voor het eerst restaurants.

“Maar de jongeren die vandaag rond de 20 zijn, zijn net vóór 9/11 geboren. Ze waren kind in een tijd waarin de angst voor terreur heel groot was. Er was oorlog in Irak, daarna in Georgië, er was de bankencrisis in 2008, er volgden aanslagen van IS... Ze hebben al heel wat schokken opgevangen die hun wereldje deden daveren. Op televisie en op Facebook zien ze voortdurend beelden van dood en ellende – nog een wezenlijk verschil met mijn generatie, want wij hadden geen internet toen we klein waren. Dus ik snap wel dat die jongeren van nu een ander levensgevoel hebben dan de vorige generatie. Ze hebben misschien ook veel meer te verliezen qua welvaart.”

Diezelfde angst voor geweld heerste ook in Europa in de chaotische jaren na de val van Napoleon. Onze strijd tegen terreur vandaag vindt haar wortels in die periode, schrijft u.

(knikt) “Napoleon wordt in de geschiedenisboeken vaak neergezet als een briljant genie, aan wie we onze adressen en ons wetboek te danken hebben, maar die tijd moet verschrikkelijk geweest zijn voor de bevolking. De oorlog heeft twintig jaar geduurd, in Europa alleen al zijn 2,5 miljoen jonge mannen om het leven gekomen. Tyfus en builenpest waarden door het continent, er waren mislukte aardappeloogsten, hongeropstanden, bedelbendes.”

‘Hoe fijn is het niet om een held te zijn zoals in 'Game of Thrones', om te denken dat je een verlosser, een wraakengel bent?' (Foto: Syriëronselaars voor de correctionele rechtbank in Brussel.) Beeld PhotoNews

De strip Bakelandt van Hec Leemans speelt zich af in die periode: de West-Vlaamse Lodewijk Bakelandt levert met zijn bende brigands strijd tegen de Franse bezetter als een soort Robin Hood. Historische figuren als Napoleons politiebaas Fouché en topspion Charles Schulmeister spelen er een prominente rol in.

“Echt? Wat een leuke tip. Toen Napoleon verslagen werd, heerste er een gevoel van immense opluchting bij de bevolking. Maar de mensen waren ook bang dat de oorlog zou herbeginnen en chaos en anarchie opnieuw de kop zouden opsteken. Er was een enorm verlangen naar rust en orde.

“Nadat de vijand was verslagen, gebeurde er iets opvallends. Voor het eerst in de geschiedenis gingen de Europese legers niet gewoon naar huis: ze besloten om samen te werken en vormden een geallieerde raad om de strijd tegen de terreur te voeren. Een voorloper van de VN-Veiligheidsraad, zeg maar. Er werden 1,2 miljoen buitenlandse soldaten in Frankrijk gestationeerd om de vrede te garanderen. Die maatregelen hebben de manier bepaald waarop we vandaag terreur bestrijden.”

Het idee dat de overheid voor de veiligheid moest zorgen, is toen ontstaan?

“Ja, dat was nieuw. Vóór de Franse Revolutie zochten burgers bescherming bij de schout, de gilden of de kerk. De ambachten richtten burgerwachten op – De nachtwacht van Rembrandt, dat was zo'n militie. Veiligheid werd lokaal georganiseerd. Napoleon heeft dat weefsel kapotgescheurd, alle burgerwachten afgeschaft en alles onder een centraal staatsgezag gebracht, met een wetboek en een gevangeniswezen. Veiligheid werd iets van de overheid, en dat is in de jaren na Napoleon verder doorgedrukt.

“In die tijd is ook het begrip terreur als een vorm van misdaad ontstaan. Toen Napoleon verslagen was, had je rondzwervende officieren, bonapartisten, radicalen, armen en opposanten van het regime die allemaal op één hoop werden gegooid en terroristes werden genoemd. Het idee van terroristen als mensen die de bestaande orde en de status quo willen opblazen om een ander politiek of religieus systeem te installeren, is toen geboren.

“Opvallend was dat Brussel toen al als een broeinest van terroristen werd beschouwd – een hellhole, zo je wilt. Brussel onttrok zich aan de controle van de nieuwe Nederlandse overheid en was een brandhaard geworden van uit Frankrijk gevluchte radicalen die aanslagen beraamden. Zo werd er een complot gesmeed tegen de hertog van Wellington, maar de schutter miste zijn doel. Die complotten uit Brussel hebben ervoor gezorgd dat de geallieerde ministers vanuit Parijs allerlei veiligheidsmaatregelen bedachten. Er kwamen paspoortcontroles en Europese uitleveringsverzoeken, en er werden zwarte lijsten opgesteld van verdachte profielen. Die lijsten waren heel modern: er werd niet genoteerd wat iemands strafblad was, maar wat iemands risicocategorie was. Waar wonen die mensen, hoeveel geld hebben ze, hoe heetgebakerd zijn ze, zijn het hartstochtelijke demagogen?”

‘De overheid kan ons niet zoveel veiligheid bieden. We hebben er het geld niet voor en we willen het er ook niet aan besteden.’ Beeld PhotoNews

Precies zoals het OCAD vandaag een terreurlijst heeft van extremisten die een risico vormen.

(knikt) “Veel van de veiligheidsmaatregelen die toen voor het eerst werden getroffen, kennen we vandaag nog altijd. Er werd ook een Europese veiligheidsdienst opgezet die met spionnen in kaart bracht hoe de bevolking dacht: die spionnen luisterden gesprekken af in groezelige kroegen en cafés. Want er was toen al sprake van nepnieuws dat de overheid de kop wilde indrukken. Napoleons politiechef Joseph Fouché bleef in 1815 op zijn plek en ging door met het registreren van fausses nouvelles, om te kijken wat er onder de bevolking leefde. Men dacht vrijwel elke week dat Napoleon was teruggekeerd, dat de Turken in Berlijn stonden of dat de regering het parlement zou ontbinden. Allemaal niet waar, maar het ondermijnde het vertrouwen van de mensen, zoals fake news dat vandaag ook doet. En soms deed Fouché er zelf nog een schepje bovenop.”

Snelkookpan

Wat hebben we geleerd van de strijd tegen de terreur in het Europa na Napoleon?

“De Europese landen zijn erin geslaagd een eeuw van vrede te creëren, maar de prijs was hoog. Ze maakten Europa veilig op een zeer elitaire en repressieve manier, ten koste van de burgerrechten en democratische inspraak. Opposanten van het regime, vagebonden, radicalen en studenten werden massaal veroordeeld, er heerste een strenge censuur en protesten van arbeiders die meer vrijheden en inspraak eisten, werden bloedig neergeslagen. Het veiligheidsbeleid had dus zijn schaduwkant. En het kon de opstanden van 1830 en 1848 uiteindelijk niet voorkomen.”

Denkt u dat we vandaag dezelfde fout maken?

“Lastige vraag. Je moet natuurlijk een weldoordacht beleid voeren om terrorisme te bestrijden. Dat radicale jongeren en terugkerende IS-strijders persoonlijk gevolgd worden, is een goede zaak. Maar je moet oppassen dat de slinger niet te ver doorslaat en dat hele bevolkingscategorieën worden gecriminaliseerd. Hoe zit het met de mensenrechten en de privacy? De overheid heeft er de voorbije jaren enorm veel bevoegdheden bij gekregen. Ze kunnen mensen oppakken op basis van een vermoeden en hen met minder bewijslast vasthouden, bijvoorbeeld. Je moet daar goed over nadenken, want de voorbije 250 jaar hebben we gezien dat de overheid die bevoegdheden nooit meer teruggeeft. Er zijn na 9/11 lijsten opgesteld van mensen die een terreurrisico vormen, maar wie controleert er wie op die lijsten komt? Veel mensen wisten niet eens dat ze erop stonden, en ze konden ook nergens hun beklag doen.”

Belgische advocaten die in Europa terroristen verdedigen, mogen nu de VS niet meer binnen.

“De Verenigde Staten lijken me op dit ogenblik niet het beste voorbeeld van hoe je het moet aanpakken, de problematiek is daar ook anders. Ik las over een vrouw uit Molenbeek die actief is in het buurtwerk en die in Amerika is vastgehouden op basis van haar Arabische naam en haar postcode. Je hebt dus mensenrechtenadvocaten en parlementen nodig om ervoor te zorgen dat het niet uit de hand loopt.

“Te strenge veiligheidsmaatregelen kunnen ook een averechts effect hebben. In Nederland is er bijvoorbeeld een jonge vrouw veroordeeld voor het retweeten van een IS-bericht. Ze kreeg twee weken gevangenis. Als je een IS-vlag in je kamer hangt, kunnen ze je oppakken en vastzetten. Zo zijn er veel wetten bij gekomen waardoor je potentiële terroristen al kunt opsporen op een moment dat ze nog lang niet bezig zijn met een aanslag. Dat is wellicht noodzakelijk. Maar voor dat soort vergrijpen kun je mensen niet langer dan een paar weken, hooguit een paar maanden vasthouden. Daarna komen ze vrij en zijn ze dikwijls nog veel bozer. De gevangenis werkt dan als een snelkookpan voor radicalisering, en zo maak je het alleen maar erger. In Nederland werd in oktober 2018 een aanslag verijdeld door een man op te pakken, Hardi N. uit Arnhem, die werd beschouwd als spil van een terreurgroep van zeven mensen. Hardi N. was zo'n man die even in de gevangenis had gezeten en er alleen maar verder geradicaliseerd is.”

Toen Hardi N. de eerste keer werd veroordeeld, zei hij dat hij zijn leven had gebeterd. Hij had een deradicaliseringsprogramma doorlopen.

“Ja, dat is waar. Maar om nu te zeggen dat die programma's niet werken, gaat ook te ver. Er zijn ook afkickprogramma's voor drugs, en die hebben ook niet altijd succes. Drugsverslaafden liegen ook, drugscriminelen staan vaak een maand na hun vrijlating alweer te dealen. Maar daar aanvaarden we dat programma's soms resultaten boeken, en soms niet. Waarom accepteren we dat dan niet bij terrorisme?”

Onderzoekster Marion van San heeft net een onderzoek uitgebracht waarin ze zegt dat deradicalisering niet werkt, maar u gelooft er wel in?

“Je kúnt diepgaand ingrijpen in gedragingen en gedachtepatronen, maar ik ben niet naïef. De kans dat een gewone misdadiger hervalt, is zo'n 50 procent, en bij terreurverdachten is het risico zelfs iets hoger. Als je zo'n deradicaliseringsprogramma toepast, moet je er dus van uitgaan dat de helft níét wordt gederadicaliseerd. Waarom doe je het dan toch? Omdat er geen alternatief is. En met de helft van die radicale jongeren worden er wel degelijk successen geboekt.

“Ik weet alleen niet of het slim is om mensen korte gevangenisstraffen te geven, zonder ze verder te begeleiden. Je geeft jezelf als autoriteit dan te weinig tijd om met die mensen te werken. Er zijn in de gevangenis prima deradicaliseringsprogramma's, maar daarmee boek je pas resultaat als je die mensen twee jaar kúnt begeleiden. Iemand in drie maanden tijd door zo'n molen halen werkt niet. Dus waarom die korte straffen? Dat betekent dat je ze achteraf nog veel nauwgezetter moet volgen, wat vooral ook heel veel geld gaat kosten. Mijn punt is: door zoveel te verwachten van de staat, alles op justitie af te schuiven en mensen in zo'n vroeg stadium vast te zetten, zadel je jezelf met nieuwe problemen op. En de geschiedenis leert ons dat het fout gaat als je alleen op veiligheid inzet, en niet op sociale programma's, inspraak en democratie.

“Veiligheid bereik je niet alleen met meer politie en meer wetten, maar ook door in betekenisvolle relaties in buurten te investeren. Dan denk ik niet alleen aan sociale controle, maar vooral aan het groepsgevoel dat mensen krijgen als ze samen dingen doen in hun wijk. Ik krijg vaak het verwijt dat dat 'soft beleid' zou zijn, maar er wordt veel onderzoek naar gedaan. In 1995 was er een hittegolf in Chicago die aan meer dan zevenhonderd mensen het leven heeft gekost. Bij de hispanics was het aantal doden vrij laag, en in de Afro-Amerikaanse gemeenschap onevenredig hoog. Die mensen gingen niet gewoon dood van de hitte. Bij de hispanics waren de buurthuizen en de lokale kerkgemeenschap heel actief, en groepen vrouwen gingen langs bij de mensen om hen uit de nood te helpen. In de Afro-Amerikaanse wijken hielden gangsters het straatleven onder controle en durfde niemand zomaar de straat op te gaan, dus daar konden de mensen elkaar niet helpen. Alles van de overheid verwachten is dus niet zo efficiënt.

“We vragen ons vandaag af hoe we met radicale jongeren moeten omgaan, en natuurlijk moet je middelen hebben om de hardcoreterroristen en ronselaars onder druk te zetten. Maar je zult ook moeten investeren in slimme programma's om jongeren in een vroeger stadium aan te spreken. In Utrecht, Amsterdam en Rotterdam probeert men dat al: radicale jongeren die een lichte straf hebben opgelopen, worden er begeleid door andere jongeren met street credibility, die hen naar een job begeleiden. Daar worden positieve resultaten mee behaald.”

Vilvoorde doet het op dat vlak ook goed, met een jongerenbuurtwerking en voetbalploegen. Maar de preventieambtenaren voelen dat ze nog niet van de radicale jongeren af zijn. Aan de oppervlakte lijkt het rustig, maar daaronder broeit er van alles.

“Daar ben ik ook van overtuigd, het is een blijvend probleem. Het is bovendien heel grillig en onvoorspelbaar. Nu duiken er plots veel radicale jongeren op in Arnhem. Dat kun je vaak niet verklaren door te kijken naar de stad, want Arnhem is een aangenaam stadje, geen sloppenwijk te bekennen. Soms is het gewoon toeval: er is één jonge rapper vertrokken naar Syrië, en zijn broers en vrienden van het hangpleintje zijn hem allemaal achternagegaan. In Vilvoorde is het blijkbaar ook zo begonnen.”

Ik heb onlangs de politiecommissaris van Molenbeek gesproken, en hij zei dat kinderen van 12 jaar al tekenen van radicalisering vertonen in zijn gemeente. Waarom groeit het ene kind uit tot een terrorist en het andere niet?

“Mijn volgende boek gaat over de drijfveren van een terrorist. Sommige onderzoekers beweren dat het alleen te wijten is aan uitbuiting, achterstelling en armoede, maar dat is onzin. Die factoren spelen een rol, maar religie en heilige overtuiging evenzeer. Zeker wanneer die overtuiging nog bekrachtigd wordt door heilige schriften. Jihadisten zeggen niet zomaar dat ze voor hun religie willen sterven. We zouden beter moeten luisteren naar wat terrorismeverdachten zelf zeggen. Je kunt het uiteraard niet omdraaien, het is niet dat de Koran de mensen op verkeerde ideeën brengt, anders waren er in Nederland en België meer dan een miljoen terroristen. Er is iets anders aan de hand. De hedendaagse golf van homegrown radicalisering heeft ook te maken met het verlangen naar het witwassen van een mislukt leven, met het verlangen naar een vorm van verlossing.

“Radicale jongeren in Europa zijn tegenwoordig vaker dan tien jaar geleden lager opgeleide jongeren met een strafblad. Ze zien in religie een manier om zich te verlossen van hun eigen problematische verleden en hun bestaan als loser. Ze willen boete doen voor Allah, en tegelijk hun moslimgemeenschap bevrijden van het wereldwijde juk waaronder ze gebukt gaat. Sterven als martelaar en zo onsterfelijk worden. Hoe interessant is het niet als je een strafblad hebt en je niet meer aan de bak komt, om jouw kleine loserleventje in te pluggen in dat goddelijke verhaal van de strijd tussen goed en kwaad? Hoe fijn is het niet om een held te zijn zoals in 'Game of Thrones'? Ze denken dat ze zelf een verlosser, een wraakengel kunnen zijn.”

Dat is precies wat er in Molenbeek is gebeurd. De Brusselse terreurgroep rond Salah Abdeslam en Abdelhamid Abaaoud, die in 2015 de aanslagen in Parijs heeft gepleegd, bestond uit kleine drugscriminelen die al jaren bij de politie bekend waren.

“In Nederland heeft men nog moeite om terrorisme in verband te brengen met drugscriminaliteit. Dat is Nederland: vrijheid blijheid rond drugs. Natuurlijk word je geen terrorist door een jointje te roken, maar er is een sterke correlatie tussen drugscriminaliteit en terreur.”

Een tweede kans

Hoe bent u terreurdeskundige geworden?

“Dat heeft met mijn persoonlijke geschiedenis te maken. Ik ben opgegroeid in het Nederlandse dorp Putten, waar tijdens de oorlog ruim zeshonderd mannen door de Duitsers zijn weggevoerd naar het werkkamp Ladelund in Duitsland. Er zijn er maar 48 teruggekomen. Drie oudooms zijn in concentratiekampen omgekomen. Toen ik Duits en geschiedenis studeerde, ben ik onderzoek beginnen te doen naar de Tweede Wereldoorlog. Ik wilde begrijpen wat de oorzaken waren van de opkomst van het nationaalsocialisme, en hoe dat te rijmen viel met die rijke Duitse cultuur.

“Mijn vader had een documentatiecentrum opgebouwd rond de geschiedenis van de razzia in Putten in 1944, en had veel contacten met Duitsland. In het Duitse partnermuseum heb ik stage gelopen toen ik 19 was, maar dat was me te heftig. Ik zat in de gebouwen van een oud concentratiekamp in de archieven te zoeken. Het was er steenkoud, de verwarming was kapot en het materiaal was hard en ingrijpend. Daarna heb ik mijn proefschrift gemaakt over de Stasi, de geheime dienst van de voormalige DDR –- ook een vorm van radicalisering, maar dan een communistische. In 2004 was ik daarmee klaar en wilde ik in Spanje de geheime diensten onder het regime van Franco gaan bestuderen. Ik arriveerde er een week na de bomaanslagen in Madrid, op 11 maart 2004, waarbij 191 mensen zijn omgekomen. Ik reed met de trein het station Atocha binnen, waar nog een zee van bloemen, kaarsjes en souvenirs voor de slachtoffers op de perrons lag. Dat heeft me heel diep geraakt.

Beeld Werry Crone

“Toen een paar maanden later ook Theo van Gogh werd vermoord, besloot ik om onderzoek naar hedendaags terrorisme te doen. Wie de terroristen zijn, waarom ze radicaliseren, en vooral hoe je ze kunt stoppen. Dat was toen nog een vrij nieuwe vraag. Door mijn onderzoek naar de Stasi-archieven had ik contacten met oud-medewerkers van geheime diensten. Ik kende oud-CIA'ers,mensen van de FBI, van Duitse en Italiaanse veiligheidsdiensten. Maar het lukte ook om een aantal voormalige terrorismeveroordeelden uit de jaren 70 te spreken te krijgen.

“Ik was in 2007 medeoprichter van het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme in Den Haag, en rolde zo het wereldje van terrorismeonderzoek in. Heel interessant, maar af en toe mis ik de diepgang en wordt de waan van de dag, die kakofonie van meningen, me te veel. Dan grijp ik terug naar de geschiedenis, zoals in mijn boek Tegen de terreur. Omdat het rust en houvast biedt in onvoorspelbare tijden.”

U bent opgegroeid in een gelovig protestants gezin en bent een overtuigd christen. Heeft dat uw fascinatie voor de strijd tussen goed en kwaad gevoed?

“Ik geef les aan de Universiteit Utrecht, en aan het begin van mijn mastercursus terrorisme heb ik altijd een discussie met mijn studenten: wat is jouw mensbeeld? Geloof jij dat een mens, ook een terrorist, recht heeft op een tweede kans? Ben je voor de doodstraf? Geloof je dat terroristen, pedofielen of moordenaars voor altijd opgesloten moeten worden? Geloof je in iets als het kwaad, of denk je dat omstandigheden als armoede en uitbuiting een mens tot criminaliteit brengen? Dat zijn heftige, existentiële vragen waar ik met studenten over praat omdat het de manier kleurt waarop je naar de geschiedenis kijkt.

“Ik ben er zelf heel eerlijk over. Mijn mensbeeld is inderdaad geïnspireerd door het christendom, ik voel mij het meest thuis bij de geschriften van de kerkvader Augustinus. Hij zegt dat de mens niet alleen een strijd moet voeren tegen het kwaad in de wereld, maar ook tegen het kwaad in zichzelf. De mens is een dubbel wezen: hij voelt zich geroepen tot het goede doen, maar is tegelijk ook geneigd tot het kwade. Het is een voortdurende worsteling in jezelf.

“Een mens is nooit alleen maar een held of een engel, en nooit alleen maar een monster of een schurk. Dat vergeten we weleens in het maatschappelijke debat. Als een politicus één keer een fout maakt, wordt hij voorgoed afgeserveerd. Als een atleet een topprestatie levert, is hij voor eeuwig en altijd een engel van het licht. Maar mensen zijn het allebei, en ze kunnen ook veranderen. Ze kunnen zichzelf verbeteren, berouw hebben, tot inkeer komen.”

U hebt in de praktijk gezien hoe dat werkt, toen na de oorlog voormalige nazi's in Putten om vergeving kwamen vragen en er via de protestantse kerk contacten ontstonden tussen daders en slachtoffers.

“In de jaren 80 logeerden bij ons thuis in de zomervakantie altijd één of twee Duitse jongeren die verzoeningswerk in het dorp kwamen doen, Versöhnungsarbeit. Ze kwamen bij ons de graven schoonmaken. Ik vond dat heel aangrijpend.”

Vindt u daarom dat radicale moslimjongeren een tweede kans verdienen?

“Ik vind dat we het gesprek met terreurverdachten moeten aangaan, om hen te dwingen na te denken over hun eigen rol in het geweld en hun keuze voor het kwaad. Ik ben zelf met terreurverdachten van de Hofstadgroep gaan praten.”

Over geloof?

“Ja. Met een religieuze terrorist voer ik geen gesprekken over de democratische rechtsstaat, of toch niet meteen, want dat heeft die persoon afgezworen. Desgevraagd geef ik ook toe dat ik geloof, dat is herkenbaar en het biedt ook een basis voor een gesprek. Ik vraag bijvoorbeeld: 'Hoe kom jij erbij dat Allah jou vraagt om geweld te gebruiken? Heeft dat geweld je nu dichter bij God gebracht? Is het niet beter om je in te zetten voor moslims in verdrukking door inzamelacties te houden? Vind je het niet overmoedig om jezelf als boodschapper van God te zien? Je kunt ook dankbaar zijn dat Allah je deze functionerende rechtsstaat geeft, waarom zou je die kapot willen maken?'

“Zo'n gesprek is altijd interessant, want je kunt de eerste kiem van twijfel zaaien.”

U werkt aan een app die kinderen en jongeren moet uitleggen wat terrorisme precies is. Bent u niet bang dat u zo hun angst net aanwakkert?

“Nee, want ze weten toch alles al, vanaf een jaar of 7 zijn ze over het algemeen veel beter op de hoogte dan wij als ouders vermoeden. Het is juist zaak dat we kinderen en jongeren kaders aanreiken om de kennis die ze al via het schoolplein, de straat of het internet hebben verzameld in een beter kader te gieten. We werken met het beeld van de golven. Terrorisme komt en gaat in golven, elke golf duurt dertig tot veertig jaar, er komt ook weer een einde aan. De opkomst van een golf hangt samen met de komst van nieuwe technologieën. In 1815 was het de tijd van de nieuwe wegen, de semaforen en de koffiehuizen. Aan het einde van de 19de eeuw brachten telegraaf, telefoon en dynamiet de anarchisten voort. In de jaren 30 had je de radio, de mitrailleurs en de eerste vliegtuigen. Vandaag zitten we door de sociale media gevangen in een nooit stoppende beeldcarrousel van dood en verderf. Je zit continu naar je telefoon te turen, je tijdlijn loopt voortdurend vol.

“Polarisatie is van alle tijden, maar wat het vandaag zo anders maakt, is dat je met alles en iedereen verbonden bent, wat de verspreiding van nepnieuws stimuleert. Het einde van een golf hangt samen met hoe er door de samenleving en de overheid op terrorisme wordt gereageerd, en hoe de angst voor terrorisme wordt verbeeld en zelfs wordt aangewakkerd.”

De moderne gedachte-politie heet Facebook of Google: zij zijn perfect op de hoogte van hoe we denken.

“Dat is misschien wel het meest tragische. We zijn zoveel van de staat gaan verwachten, dat we niet meer goed beseffen dat die grote techgiganten onze angsten en ons beeld van terreur bepalen. De overheid heeft haar monopolie op veiligheid op het virtuele domein uit handen gegeven. Facebook en Google laten zich nauwelijks maatregelen opleggen, hoewel daar nu stilaan verandering in komt.”

Denkt u dat de huidige golf van religieus terrorisme nog lang zal duren?

“Het hangt ervan af wanneer je ze laat beginnen. De meeste golven duren veertig jaar. Beschouw je de Iraanse Revolutie van 1979 als het begin, dan zijn we er vandaag bijna uit. Maar als je begint te tellen in de jaren 90, met de aanslagen van Al Qaida, dan duurt het nog wel even. Het kan ook heel goed zijn dat er al een nieuwe golf aan het aanzwellen is, die we vooralsnog over het hoofd zien.”

Beatrice de Graaf, Tegen de terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon, Prometheus

©Humo

Beeld Rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234