Zondag 18/08/2019

De Europeaan in Hopper

De schilderijen van Edward Hopper lees je als een kort verhaal. In Parijs is nu een overzicht van zijn werk te zien. Kijk hoe de Franse kunst zijn werk heeft beïnvloed.

Aan Edward Hopper wordt hard getrokken. Zo hard dat de meest Amerikaanse van alle schilders toch ook een beetje Europees blijkt. Zonder zijn verblijf in de Franse hoofdstad was het immers allemaal niet mogelijk geweest, die schilderijen van benzinestations in de nagloeiende zon, van halfgeklede vrouwen die vrijmoedig maar zonder illusies een nieuwe dag begroeten.

Dat is althans de boodschap van de grote Hoppertentoonstelling die nu te zien is in het Grand Palais van Parijs. Wie de hoogtepunten van zijn oeuvre wil zien, wordt niet teleurgesteld. De nachtbrakers (Nighthawks, 1942) zitten als altijd aan hun halfverlichte bar zwijgend voor zich uit te kijken. De vlezige roodharige paradeert weer naakt over het podium (Girlie Show, 1941) terwijl aan haar voeten de slagwerker zich geroutineerd door zijn avond roffelt. En de bediende controleert als vanouds de leidingen (Gas, 1940) terwijl de avond valt en het licht uit zijn kantoortje de benzinepompen in een rode gloed zet.

Dat is de Hopper die we kennen, de man die het zich kon permitteren twee schilderijen per jaar te maken. Zijn schilderijen zijn als korte verhalen van Raymond Carver. Er staat wat te gebeuren, iets onaangenaams wellicht, een herinnering aan kwade tijden die leek weggedrukt. Misschien gebeurt het ook niet, was het enkel een windvlaag door het open raam.

Die Hopper is vaker in Europa vertoond, zij het zelden zo uitgebreid als nu in het Grand Palais. Het overzicht is zo royaal dat als vanzelf nieuwe verhaallijnen ontstaan die de schilderijen verbinden. Zo duikt de roodharige stripteaseuse uit Girlie Show een jaar later op in Summertime (1942). Ze is zo te zien in goede doen nu, draagt een helderwit jurkje met strooien hoed en lijkt te poseren op het bordes van een huis voor de betere kringen. Een ander spoor leidt van hotel naar hotel: er zijn vrouwen die zich onbespied wanen en naar buiten staren (Morning Sun, 1952), of een boek lezen op een afgehaald bed (Hotel Room, 1931).

Bijna abstract

Soortgelijke rode draden voeren langs schilderijen met treinen, rails of spoorwegemplacementen, langs witte huizen in buitenwijken, langs theaterpubliek of kantoorscènes. Hopper is een grootmeester in vele opzichten, niet het minst als verzamelaar van schilfers van het Amerikaanse leven. Maar zo is het niet altijd geweest. Er was een tijd dat de jonge Hopper maar één ambitie kende: Frans schilder worden. "Ik geloof dat er geen stad op aarde zo mooi is als Parijs en dat geen volk zo veel om schoonheid geeft als de Fransen", schreef hij naar het thuisfront.

Drie keer verbleef hij er, in 1906, in 1909 en 1910. "Het kostte me tien jaar om Europa weer kwijt te raken", zou hij later zeggen. Tot in de jaren dertig zal hij zich als een impressionistisch schilder beschouwen. Zelfs het kubisme laat sporen na, in zijn huizenblokken en schaduwpartijen. Haal op Sun in an Empty Room (1963) het raam uiterst rechts weg en je hebt een abstract schilderij.

Het Grand Palais toont Hopper in volle breedte. Dus niet alleen de topstukken uit de jaren dertig tot vijftig, ook zijn vroege werk wordt getoond. Een zaal is gevuld met de karikaturen die hij maakte in Parijs. De grijs-bruin-groene olieverfdoeken zijn niet vergeten: gezicht op de Notre Dame, Louvre in de storm. Een andere zaal is gewijd aan zijn gravures, soms (The Lonely House, 1922) al met de vervreemdende werking van zijn latere doeken.

In Amerika zat niemand te wachten op de schilder die in 1910 terugkwam uit Europa. Tot 1923 zou hij zegge en schrijve één doek verkopen. Om aan de kost te komen nam hij het oude handwerk van reclametekenaar weer op. Op zijn omslagen voor bladen als de Wells Fargo Messenger, Country Gentleman en Hotel Management zie je luxe types in witte kledij die golf spelen of door de sneeuw ploegen. Die probeersels, imitaties en broodschilderingen vormen een voetstuk waarop de grote Hopper van Nighthawks eens te meer fonkelt. Plots is de schilder van de moderne eenzaamheid niet zo alleen meer. Zijn schijnbaar ongenaakbare schilderijen kwamen pas na eindeloos geploeter.

Het Grand Palais toont ook de kunstenaars die Edward Hopper inspireerden: Pissarro, Degas, Felix Vallotton, Walter Sickert, Albert Marquet. Ook voor de ontvolkte foto's van Eugène Atget is plaatsgemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden