Maandag 30/01/2023

De essentiële vragen over sport en maatschappij

'Zolang men qua doping aan symptoombestrijding blijft doen, zal de bestrijder altijd in de spurt geklopt worden'

Dat de dopingaffaires er net niet in geslaagd zijn de Ronde van Frankrijk in de vernieling te dringen is inmiddels alom bekend. De media hebben zich op de affaires gestort alsof het dopingfenomeen (iets) nieuws was. Zelfs een eerbiedwaardige en gematigde Franse krant liet zich meeslepen in de golf van hypocriete verontwaardiging: in een hoofdartikel werd gepleit om minstens voor de editie 1998 de Tour stop te zetten. Een toonbeeld van realisme was deze eis niet. Alsof de Société du Tour de France haar reclamekaravaan en de lucratieve contracten daaraan verbonden zou afschrijven om de geschonden eer van de sport te redden... Alsof deze Société aan alle stadsbesturen de bijdrage betaald voor een start- of aankomstplaats zou retourneren... Alsof deze Société het zich zou kunnen permitteren al die ondernemingen die hun rennersploeg in de Tour inzetten op te zeggen...

Was het betrappen van personeel van Festina, TVM, Once (en wie nog?) voldoende om het hele zootje tot een Aha-Erlebnis op te kloppen? Nee toch? Wel constateer je dat heel wat essentiële vragen over sport en maatschappij kunnen worden opgeroepen.

1. De Tourdirectie en de Internationale Wielerunie (IWU) waren dermate bekommerd om de schijn te redden dat ze hun eigen reglementen overboord gooiden. De Festina-renners werden als zondebokken de woestijn ingestuurd, hoewel ze volgens de IWU-reglementen niet schuldig bevonden waren. Want tot nu toe leverde geen enkele controle op Festina-renners een positief resultaat op. Volgens de IWU-reglementen zijn renners onschuldig tot het tegendeel bewezen wordt door een positieve controle. Dus heeft de IWU door de Festina-renners uit de Tour te verwijderen impliciet toegegeven dat haar controles niet afdoende zijn of heeft ze haar eigen reglement niet consequent toegepast, zeg maar 'overtreden'.

2. Doping in de wielersport is niet van gisteren. De Flandriens zwoeren bij hun mysterieuze "zwarte flassche" en Freddy Maertens verkoos op grote momenten champagne als brandstof. Tom Simpson koos uiteindelijk voor een dodelijke cocktail van alcohol en farmaceutische producten. Voor enkele jaren verdween de hele PDM-ploeg uit de Tour onder het voorwendsel van voedselvergiftiging. De lijst van vastgestelde en vermoede dopinggevallen is eindeloos. In Le Monde van 19 juli jl. vertelt de Franse wetenschappelijk onderzoeker Patrick Laure aan journalist Frédéric Potet dat er kort na de stichting van de eerste Franse wielerclub in Rouen, anno 1868, artikels verschenen zijn over prestatieverhogende middeltjes en dat vanaf 1880 dergelijke middelen, met morfine en cocaïne, verhandeld werden. Rond 1892 werden merkwaardige drankjes op basis van alcochol aangeboden met merknamen als Elixir de Vitesse of Vélo Guignolet. In die tijd zou champagne ook al een populair dopingmiddel geweest zijn. Het eerste dodelijk dopingslachtoffer viel in 1896: de Welshe coureur Arthur Linton overleed twee weken na zijn deelname aan Bordeaux-Parijs aan de gevolgen van de inname van een mengsel op basis van morfine, dat hem door zijn verzorger toegediend werd. Patrick Laure gaf in het interview een huiveringwekkend overzicht van prestatieverhogende middelen in de 20ste eeuw. En hij weet ook te melden dat onder meer doping (maté, ginseng, efedrine) in de 19de eeuw gebruikelijk was in de arbeiderswereld, vooral in fysiek uitputtende beroepen. "De wielrenners werden als arbeiders onder de arbeiders beschouwd. Niemand had het over bedrog als het over wielrenners ging," aldus Laure. Hij stelt dat "doping een cultureel gegeven is in de wielersport". (Maar evenzeer bestaat er volgens Laure een "antidopingcultuur").

3. Doping is een logisch gevolg van de manipulatie van de sport. De manipulatie van de sport en de sportlui is inherent aan onze beschaving. De manipulatie dateert van het moment toen sport ophield een louter hygiënische bezigheid te zijn (een gezonde geest in een gezond lichaam) en ook een machtsstrijd werd, met andere woorden toen de competitie de overhand kreeg. Het moment waarop dat gebeurde is ondeelbaar en niet te achterhalen. Toen de sport haar exclusieve betekenis als 'otium' (vrijetijdsbesteding) verloor was ze rijp om geëxploiteerd te worden.

De exploitatie van de sport zou soms walgelijke proporties aannemen: de manipulatie van het volk in het Romeinse imperium door het aanbod van brood en spelen waarbij gladiatoren elkaar tot ter dood moesten bestrijden. Wat het sportieve element was in het voor de leeuwen werpen van andersdenkenden weten we niet, om fair play ging het zeker niet; fascistoïde regimes hebben sportmanifestaties voor propaganda-doeleinden aangewend; in de Koude Oorlog was de sport voor beide zijden al evenzeer aan propaganda onderhevig.

Maar de commercialisering van de sport en de concurrentiedrift in de kapitalistische maatschappij hebben én de mentaliteit erger dan ooit in ongunstige zin gewijzigd én de belangenstrijd ijzingwekkend opgedreven. Denk maar aan de inhumane opdeling van de maatschappij in winners and losers (winnaars en verliezers) en aan de gigantische budgetten en dito lonen in de sportwereld.

Ons sportpubliek kan stilaan de vergelijking doorstaan met het Romeinse plebs in de arena dat opperste sensatie vond in het dodelijk steekspel der gladiatoren. Wat anders te denken bijvoorbeeld van de frequente dodelijke ongevallen in de motorsportdisciplines? Het kan ook nooit snel, hoog en krachtig genoeg gaan in de sport; dezer dagen minder dan ooit.

Mag het dan verbazen dat de acteurs in deze spektakelmaatschappij, die aan alsmaar hogere eisen van publiek, sponsors en werkgevers moeten voldoen, op zoek gaan naar middelen die hun prestaties in het spektakel kunnen verhogen? Ze moeten immers 'hun geld waard zijn' - the show must go on - en ze willen zo graag de sterkste en de snelste zijn, winnen en zo hun marktwaarde verhogen. De term 'marktwaarde' vindt men niet alleen meer op de economiepagina's maar steeds vaker ook op de sportpagina's. En op die zelfde sportpagina's bulkt men dan van verontwaardiging als de drang van wielrenners 'om hun marktwaarde op te drijven' leidt tot het gebruik van middelen om hun prestaties te verhogen.

4. Professionele sportlui - ook wielrenners - zijn werknemers.

De stelling van Patrick Laure - "De wielrenners werden als arbeiders onder de arbeiders beschouwd (in de 19de eeuw)" - geldt meer dan ooit op het einde van de 20ste eeuw. Een ploegleider van een succesrijk team in de Tour zei het nog voor enkele dagen: "Wij zijn werknemers en moeten onze job doen, omdat onze bazen in ons geïnvesteerd hebben." Deze verklaring moest gelden als verantwoording voor het rennersprotest tegen de behandeling van collega's door de Franse politie. Laat de werknemers hun werk doen, luidde de boodschap. En de werkgevers hebben geen boodschap aan de methodes die daartoe aangewend worden, al horen ze wel liever de term 'medische begeleiding' dan 'doping'. Hoofdzaak is dat er 'gepresteerd' wordt. Dit is goed voor 'de zaken'; reclame, nietwaar? Ter wille van 'de zaken' bleef de firma Festina meedraaien in de publicitaire mallemolen van de Tour, al werden de renners, werknemers van Festina, uitgesloten. De werkgever blijft buiten schot. Is dit een dubbele moraal of niet?

5. De politie heeft de show gestolen in de Tour 1998. Het lijkt maar een nevenaspect, maar toch ... Het was tevens een uitdrukking van een 'dubbele moraal': de Franse justitie en politie zijn uitvoerig in beeld gekomen en ze zijn over de tongen gereden. Waarom? Waartoe? Was het van 'kijk-eens-hoe-grondig-wij-de-misdaad-bestrijden'? Wat ook de betekenis en de bedoeling was van de vertoning, het oog van tientallen camera's heeft het gezien. Was dit een uiting van politionele overcompensatie in een land waar meer politieke schandalen aan de orde zijn dan in België en waar politie en magistratuur in een even schril licht kwamen te staan?

Men vraagt zich twee dingen af: kunnen Franse justitie en politie hun budgetten niet kieskeuriger besteden en zouden ze niet veeleer de opdrachtgevers, de werkgevers van de renners op hun verantwoordelijkheid moeten aanspreken? Of kan dit niet, vanwege die 'dubbele moraal'?

Zolang men qua doping aan symptoombestrijding blijft doen, zal de bestrijder altijd in de spurt geklopt worden. Men zal dus de ziekte zelf moeten aanpakken. Bijgevolg zal er een mentaliteitswijziging moeten afgedwongen worden. Maar gezien we niet meer geloven in maatschappijverbeteraars, laat staan in revoluties, zal de prestatiedrift als opperste menselijke hoedanigheid in de sport, in de zakenwereld, in de kapitalistische maatschappij, blijven gelden. Van peppil tot epo, van ecstasy tot cocaïne, er zal geslikt en gespoten en gesnoven worden om de prestaties te verhogen. En van overheidswege zal troost geboden worden. Men een compromis zal uitwerken : de 'medische begeleiding' van de sportmens zal verfijnd en gereglementeerd worden, op last van de nakende congressen van de Internationale Wielerunie en tutti quanti! Het Eufemisme zal vlees worden, zoals destijds het Woord. En de maatschappij dan? Wel, zij moddert voort, als A Brave New World.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234