Zondag 20/10/2019

De erotiserende eenvoud van Caravaggio

Wat was de mooiste tentoonstelling van het voorbije jaar? De vraag is eenvoudiger dan het antwoord. Want 2010 was het jaar van de overvloed. Vooral in de herfst waren de tentoonstellingen alleen al in België nauwelijks bij te houden. Daar kwamen nog mega-exposities bij zoals Monet in Parijs en Gauguin in Londen.

De keuze is dus verscheurend. In 2010 was er Francis Alÿs, die in video’s, schilderijen en tekeningen op superieure wijze melancholie, verstilling en breekbaarheid koppelt aan politiek engagement (zie ook het grote overzicht). Er was Anselm Kiefer: grandioze, verpletterende materieschilderijen vol oorlog, vernieling én hoop in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Nog te zien tot 23 januari. Er was het locatieproject Disturbed Silence in het Psychiatrisch Centrum van Duffel - oorverdovende stilte in aangrijpend werk van Marie-Jo Lafontaine, Alfredo Jaar en Els Vanden Meersch. Er waren het schitterende overzicht met tekeningen van de Italiaanse grootmeesters uit de renaissance in het British Museum in Londen, en de bijzonder confronterende dubbeltentoonstelling Congo (Belge) van fotograaf Carl De Keyzer in het FotoMuseum van Antwerpen. En dan gaan we voorbij aan de schilderijen van Lucian Freud - het lijf als landschap vol littekens - in Centre Pompidou in Parijs, en de stralende, van kleur jubelende werken van Henri Matisse, die in de Amsterdamse Hermitage op bezoek waren.

Kiezen uit zoveel kwaliteit is nagenoeg onmogelijk. Toch torende het overzicht van Caravaggio in Rome boven alles uit: een indrukwekkende tentoonstelling, zowel door de kwaliteit van de werken als door de uitstekende scenografie. Nochtans was het geen sinecure om bij zoveel publieke belangstelling te zorgen voor zo’n groot bezoekerscomfort.

In de Scuderie del Quirinale, de voormalige paardenstallen van de pauselijke zomerresidentie in Rome, waren ‘slechts’ 24 werken van de Italiaanse revolutionaire barokschilder Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) te zien. Alle verhoudingen in acht genomen is dat een groot aantal, want specialisten zijn het er min of meer over eens dat zo’n zeventig schilderijen aan de Italiaanse meester kunnen worden toegeschreven. In Rome heeft men gekozen voor die schilderijen waarvan de authenticiteit niet betwijfeld wordt. Caravaggio had veel navolgers en imitatoren, maar op die problematiek wilde de expositie in Rome bewust niet ingaan.

In Rome waren de topwerken te zien en ze werden ook zo behandeld. Elk van de 24 schilderijen had zijn eigen nis in de tentoonstelling en kreeg voldoende ruimte om te ademen. Elk werk was, in de verduisterde tentoonstellingszalen, perfect uitgelicht en werd zo een filmstill vol schitterende eenvoud, gruwelijke schoonheid en erotisch geweld. De verf leek nog nat.

Hoe is het mogelijk dat een vier eeuwen dode schilder nog zoveel emoties losmaakt? Veel heeft te maken met zijn stijl, techniek en ‘filmische’ aanpak. Caravaggio schilderde zijn figuren levensgroot en plaatste ze op de voorgrond. Hij gebruikte graag de doodgewone mensen om hem heen als modellen: straatjongens, bedelaars, valsspelers, huisvrouwen en hoeren. In zijn werken klinkt veel straatrumoer door. Er zitten weinig referenties aan de klassieke oudheid in zijn oeuvre en er lijkt ook weinig symboliek in te zitten. Alles is rechttoe rechtaan geschilderd en slaat daardoor ook bij een 21ste-eeuws publiek aan. Bij Caravaggio primeert de actie en de emotie, de tastbaarheid en de zintuiglijkheid. Zelfs zijn religieuze schilderijen met bijbelse taferelen lijken zo uit het leven gegrepen met hun herkenbare situaties.

En Rome bood nog meer dan deze tentoonstelling. Caravaggio leefde, werkte en dwaalde in de straten en stegen van de oude stad, in de buurt van het Palazzo Madama, de Piazza Navona en het Pantheon. We kunnen zijn gangen nog nagaan. Veel van zijn schilderijen hangen bovendien in de Romeinse kerken waarvoor ze ooit gemaakt zijn: Santa Maria del Popolo, Sant’Agostino, San Luigi dei Francesi. In die laatste kerk hangen drie werken die onlangs gerestaureerd zijn: hun bijna fotografische realisme spat van het doek af. Maar ook in musea en oude paleizen is nog werk van de rusteloze revolutionaire schilder te zien. Caravaggio is overal in Rome.

In maart 2010 hing in de vertrekhal van de Romeinse luchthaven Fiumicino een reusachtige billboard met lingeriereclame: de manier waarop de beeldschone vrouw frontaal en meer dan levensgroot gefotografeerd was - inclusief dramatisch zijlicht dat haar vormen alleen maar tastbaarder maakte - was pure Caravaggio. Met dat verschil dat de Italiaanse meester niet zozeer in vrouwelijk naakt geïnteresseerd was. Maar zijn techniek is grensverleggend, tot in de 21ste eeuw toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234