Maandag 27/01/2020

Achtergrond

De erfenis van Lodewijk XIV

Beeld Château de Versailles 2015

In het kasteel van Versailles, de grootste schepping van Lodewijk XIV, loopt de expo Le roi est mort!. Ook 300 jaar na zijn dood zit in het land van de Franse Revolutie en liberté, égalité, fraternité nog opvallend veel ancien régime en hiërarchie. 'Frankrijk is gebouwd op dissensus. Een machtig iemand beslist.'

Lodewijk XIV wist dat hij ging sterven. Op 24 augustus 1715 zagen de artsen zwarte plekken op zijn been. Koudvuur: zijn vlees stierf af en rotte weg, de stank was ondraaglijk. Een bad met bourgogne hielp niet, evenmin als een behandeling met ezelinnenmelk. In de week daarna nam hij afscheid van zijn familie en zijn belangrijkste hovelingen. "Waarom huilen jullie? Geloofden jullie dat ik onsterfelijk was?", zei hij. Toen Lodewijk op 1 september 1715 stierf, driehonderd jaar geleden, was de linkerhelft van zijn lichaam helemaal zwart van het koudvuur.

De koning stierf zoals hij geleefd had, als een publieke figuur. De rituelen rond zijn dood en uitvaart duurden veertig dagen. Pas op 23 oktober werd hij bijgezet in de basiliek van Saint-Denis, in een mis als een barokke opera. In het kasteel van Versailles is een tentoonstelling te zien over zijn dood: Le roi est mort!.

Lodewijk XIV is de grootste koning die Frankrijk ooit heeft gekend. Le Roi Soleil, de Zonnekoning. Onder zijn lange bewind (1661-1715) stond Frankrijk op het toppunt van zijn macht en prestige. Symbool daarvan is het kasteel van Versailles, een megalomane constructie met een oppervlakte van 6,32 hectare, verdeeld over 2.300 kamers.

In Versailles perfectioneerde Lodewijk XIV een hofcultuur die haar sporen in de Franse samenleving tot op de dag van vandaag heeft nagelaten. Nog altijd is Frankrijk een hiërarchisch land dat om persoonlijke relaties draait.

Wie vroeger de aandacht van de koning wilde vangen, moest schitteren, eruditie en esprit vertonen. Die erfenis laat zich nog altijd voelen. Een goed opgeleide Fransman beschikt vaak over indrukwekkende retorische gaven en een grote kennis van geschiedenis, filosofie en literatuur. "Duitsers lopen bijvoorbeeld vaak tegen die hofcultuur aan", zegt Jacques Pateau, een consultant die gespecialiseerd is in intercultureel advies, vooral aan buitenlandse managers die in Frankrijk werken. "Frankrijk is een koninklijke samenleving, waar al heel vroeg een sterk centrum is gevormd. In een hofcultuur wordt de kwaliteit van het individu niet in de eerste plaats bepaald door de manier waarop hij zijn taak uitvoert, maar door zijn relatie met de koning", zegt Pateau.

Frankrijk wordt vaak ervaren als een gesloten land, waar je niets voor elkaar krijgt zonder persoonlijke relaties. Pateau: "Maar Fransen klagen ook vaak over noorderlingen. Ze vinden ze onbeleefd en ongeïnteresseerd. In Frankrijk moet je zorg besteden aan de persoon met wie je zaken doet." Daarom is de lunch zo belangrijk: daar wordt de potentiële zakenpartner beoordeeld. Daar moet je de juiste toon treffen en de verhoudingen goed inschatten.

President François Hollande maakt zich op voor een speech in het kasteel van Versailles, na de aanslagen in Parijs. Beeld EPA

Draagstoel

Vanaf 1682 was het Franse hof in Versailles gevestigd. Destijds woonden er vierduizend mensen in het kasteel. Het was een kleine stad, waar bedienden af en aan liepen en edellieden in draagstoelen werden vervoerd. Ook toen al zag je er veel toeristen. Grote delen van het kasteel waren vrij toegankelijk. Je kon de koning gewoon tegenkomen, als hij van zijn appartement op weg was naar de mis. Je mocht zelfs even in zijn slaapkamer kijken, als hij er niet was.

Het hofleven werd gekenmerkt door ijzeren regelmaat. "Met een almanak en een horloge kon men, op duizend kilometer afstand, zeggen wat de koning deed", schreef de hertog van Saint-Simon.

Elke ochtend werd hij om halfnegen gewekt, in de overdadige, in goudkleuren gedecoreerde slaapkamer die nog altijd in Versailles te zien is. "Sire, het is tijd", zei de lakei die in een veldbed aan zijn voeteneinde sliep. Daarna ontrolde zich het lever, het opstaan van de koning. Eerst kwamen de artsen, daarna de naaste familie. Ondertussen stond de adel te antichambreren. In volgorde van belangrijkheid werden de hovelingen naar binnen genood om te zien hoe de vorst werd aangekleed.

De dag verliep volgens een vast stramien: 10 uur mis, 11 uur ministerraad, 13 uur lunch, 15 uur jagen of wandelen, 19 uur spelletjes en amusement, 22 uur souper, 23.30 uur coucher, het naar bed gaan van de koning.

Lodewijk XIV gebruikte de etiquette als een politiek instrument. Van de onbeduidendste handeling wist hij een belangwekkend privilege te maken. Zo moest hij met een kaars worden bijgelicht als hem, tijdens het coucher, het nachthemd werd aangetrokken. Het was van groot belang wie de kaars mocht vasthouden, een gunst waarover de volgende dag druk werd geroddeld.

Als 10-jarige jongen moest Lodewijk uit het Louvre - destijds een koninklijk paleis - vluchten voor de Fronde, de aristocratische opstand tegen het koninklijk gezag. Het maakte een diepe indruk op hem. Daarom wilde hij de adel controleren. Hij verzamelde zijn belangrijkste graven en hertogen in Versailles, hield ze in de gaten en speelde ze tegen elkaar uit door privileges te verlenen of weer in te trekken.

In beginsel werden de regels bepaald door geboorte: hoe hoger de adel, hoe meer voorrechten. Maar de soevereine vorst kon daar uiteraard van afwijken. Zeer begeerd was de gunst om met de koning mee te gaan naar het inmiddels verdwenen kasteel Marly, vlak bij Versailles. Een hoveling moest erom vragen. "Sire, Marly", fluisterde hij dan, als de koning voorbijkwam. Lodewijk stelde de gastenlijst hoogstpersoonlijk samen, zonder de officiële hiërarchie te respecteren.

Een directeur van Air France wordt uitgekleed. Zo goed als onvoorstelbaar in veel andere landen. Beeld AFP

Maîtresses

De hofcultuur werd door de adel over het land verspreid. In de provincie speelden hertogen, graven, markiezen en baronnen de rituelen van Versailles na, waarbij ze zelf de rol van koning vervulden. De hofcultuur druppelde ook naar beneden. Wie zelf geen toegang tot de koning had, zocht toenadering tot iemand die wel in een goede relatie tot de vorst stond. Vooral de maîtresses van de koning speelden daarbij een belangrijke rol. Tegen commissie wisten zij voor menigeen een privilege los te peuteren.

Een mooie illustratie van die cultuur is de film Ridicule van Patrice Leconte uit 1996. Baron Grégoire Ponceludon de Malavoy trekt naar het hof omdat hij geld nodig heeft om moerassen in zijn streek droog te leggen. Het eerste wat hij moet doen, is opvallen bij koning Lodewijk XVI. "In zo'n situatie moest je briljant zijn, retorisch begaafd, je moest behagen. Maar daarin moest je ook voorzichtig zijn, want een blunder of vergissing is dodelijk", zegt Pateau. Ponceludon de Malavoy zegt tegen Lodewijk XVI: ik zal u het bestaan van God bewijzen. Alle ogen van het hof zijn op de koning gericht. Na een minuut of vijf begint hij welwillend te glimlachen. De hovelingen applaudisseren. Maar dan wordt de edelman overmoedig. Hij zegt tegen de koning: nu ga ik u bewijzen dat God niet bestaat. De koning voelt zich beetgenomen, de baron valt in ongenade.

Met dit verhaal kun je ook het hedendaagse Frankrijk begrijpen, zegt Pateau. Nog altijd moet je briljant zijn, esprit hebben. Een Fransman zul je niet zo snel betrappen op formuleringen als "ik heb zoiets van". Ze rijgen de volzinnen aan elkaar zonder een keer 'eh' te zeggen, waarbij ze moeiteloos putten uit historische gebeurtenissen of klassieke literaire werken.

Die retorica heeft ook een keerzijde: een voorliefde voor lange monologen, de neiging tot een lichtelijk pompeus vertoon van eruditie. In Nederlandse of Angelsaksische ogen formuleren Fransen vaak omslachtig. Een krant als Le Monde is veel minder kernachtig dan The New York Times. Dat is historisch verklaarbaar, zegt Pateau: "Een tactische vergissing kan fataal zijn en tot gezichtsverlies leiden, zoals in het voorbeeld uit Ridicule. Daarom formuleren Fransen vaak dubbelzinnig, zodat ze een andere mogelijkheid open kunnen houden."

De Franse Revolutie maakte een einde aan het hof, maar niet aan de hofcultuur. De burgerij nam het aristocratische model over. De republiek creëerde haar eigen aristocratie: de politieke klasse, veelal bestaande uit afgestudeerden van de grandes écoles als de Ecole Nationale d'Administration, de Ecole Polytechnique of de Ecole Normale Supérieure. Het is een van de grote paradoxen van Frankrijk: in het land van de Revolutie en liberté, égalité, fraternité zit veel ancien régime en hiërarchie.

Zo zijn politieke partijen georganiseerd rond chefs, als moderne hertogen. De socialisten worden verdeeld in Hollandais, Vallsistes, Aubristes en tot voor kort Strauss-Kahniens. De Republikeinen kennen hun Sarkozistes, Juppistes en Fillonistes. Zelfs een klein Frans bankfiliaal lijkt een beetje op een hof, met een directeur als koning en zijn medewerkers als de hovelingen die overal toestemming voor moeten vragen.

Een andere paradox is de combinatie van een sterke macht met een grote voorliefde voor rebellie. Lodewijk XIV was een absoluut vorst die, in de ogen van zijn tijdgenoten, van God het recht had gekregen om te regeren. Maar volgens historici trok men zich in de provincies vaak weinig aan van de directieven uit Versailles.

Tegenwoordig heeft president Hollande meer macht dan welke westerse leider ook. Zelfs president Obama heeft op binnenlands gebied minder bevoegdheden. Maar zodra hij iets probeert te veranderen, worden snelwegen geblokkeerd met tractoren, tolpoorten in brand gestoken en stakingen aangekondigd. Het uitkleden van directeuren, zoals bij Air France, is in veel andere landen moeilijk voorstelbaar.

"Een land als bijvoorbeeld Duitsland gaat uit van consensus", zegt Pateau. "Alle partijen worden zo veel mogelijk bij de onderhandelingen betrokken. Als er dan een beslissing valt, is het ook: afspraak is afspraak. Frankrijk is gebouwd op dissensus. Een machtig iemand beslist. Van bovenaf. Vervolgens zeggen de Fransen: ça passe ou ça casse. Het gaat door of het gaat kapot. De Fransen hebben leren leven met een centrum dat sterk en machtig, maar ook ver weg is. Je hebt allerlei belangengroepen die zelf niet in staat zijn om initiatieven te nemen, maar die wel veel kunnen tegenhouden."

Op 1 september 1715 stierf Lodewijk XIV. De volgende dag wordt zijn lichaam in drieën gedeeld, volgens middeleeuws gebruik. Zijn ingewanden werden bijgezet in de Notre-Dame, zijn hart in de kerk van Saint-Paul in de Marais. De rest van zijn lichaam werd op 9 september van Versailles naar Saint-Denis gebracht, in een nachtelijke processie van 2.500 rouwende mensen, bijgelicht door toortsen. Hobo's en trommels speelden een speciaal gecomponeerde dodenmars.

Er is weinig bewaard gebleven van het begrafenisritueel van Lodewijk XIV. Zo werd de rouwkapel in Saint-Denis, waar twee skeletten waakten over de vorstelijke kist, weer afgebroken na de bijzetting op 23 oktober. Op de tentoonstelling is slechts een origineel stuk te zien: de koperen naamplaat op zijn kist werd tijdens de Franse Revolutie gestolen en omgesmolten tot pan.

Maar de erfenis van Lodewijk is duurzaam. Op zijn sterfbed leek hij dat zelf ook te beseffen. "Je m'en vais, mais l'Etat demeurera", zei hij. Ik ga weg, maar de staat zal blijven.

De expo Le roi est mort! loopt nog tot 21 februari in het kasteel van Versailles.

Beeld BELGAIMAGE
Franse politieke partijen zijn georganiseerd rond chefs: Juppé en Sarkozy zijn als moderne hertogen bij de Republikeinen. Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234