Maandag 29/11/2021

De erfenis van Jurgen Van Eetvelt

'Ik heb alles voor turnen over gehad, ben er door bezeten en wilde ook het hoogste bereiken. En ik zal nu alles op alles zetten om een goede trainer te worden. Ik ben ervan overtuigd iemand te kunnen opleiden.' En Jurgen Van Eetvelt gooide zich weer op de cursus anatomie, onderdeel van de trainersopleiding van het Bloso. Hij zal dit jaar zijn B-diploma halen, en dan gaat hij voor het hoogste, het A-diploma, hoeveel gezwoeg het hem, met enkel de leerschool van een metaalbewerker, ook moge kosten.

Marije Vanden Wijngaerd

'In België draait alles om diploma's. Mijn enorme bagage aan ervaring en scholing met 's werelds beste trainers is hier blijkbaar niet voldoende", zegt Van Eetvelt. Hij is op zoek naar een nieuw professioneel leven. In januari loopt namelijk zijn gescostatuut als topsporter ten einde. Het zwarte gat dreigt, ontgoocheling en verbittering steken de kop op. De overheid biedt immers nog helemaal geen opvangnet voor topsporters na hun actieve sportcarrière. Jurgen Van Eetvelt staat er weer alleen voor. Net zoals toen in Kiev.

Gebruik makend van de glasnost stond hij in '91 met zijn sportzakje vol gymspullen en hopeloos verkeerde lichaamsscholing maar met een enorme gedrevenheid voor het grauwe appartementsblok van Louba, zijn hospita. Hij zou er ruim vier jaren van zijn prille leven verblijven en zijn lijf en leden het rigoureuze Oekraïense trainerswerk opleggen:

"Ik ben daar zeer graag geweest. De Rus is toch de grootste levensgenieter? Feest bij aankomst, feest bij vertrek, en enkel turnen, turnen. Ik hield van het familieleven daar. Zij hebben een hechte band onderling. Dit kende ik niet in onze familie. Met Juli Kouksenkov had ik een prachtige trainer. Hij zorgde ervoor dat ik als enige buitenlander in het Olympisch Centrum kon trainen. Drie trainingen per dag maalde ik er af, verschrikkelijk, beulenwerk. Maar ik wilde niet onderdoen voor de jongens van daar. Honger hebben we daar geleden: 's avonds trokken we door een onmetelijk donker bos om na veertig minuten lopen aan het eerste kioskje koeken te kopen. Maar dan moest je weer terug. Ongelooflijk, enkel en alleen trainen. Toen begreep ik waarom de Russen aan de top van de gymnastiek staan. Zij hebben een grote basis om te recruteren en hebben de mogelijkheden om optimaal te trainen, de structuren zijn er. Wij kunnen het onder die voorwaarden even ver brengen. Wij hebben immers evenwaardige gekwalificeerde trainers. Met de topsportscholen zijn we nu eindelijk ook gestart. Prachtig is dat, maar we hebben wel vijftien jaar in te halen."

Van Eetvelt wil zich graag ten dienste stellen van de Vlaamse Turnliga. Zijn tweede leven komt er nu aan: training geven. "Ik heb geen moment spijt van mijn leven tot nu toe", benadrukt hij. "Ik zou net dezelfde loopbaan uitbouwen, ook al heb ik mijn levenswerk niet kunnen afmaken..."

Van Eetvelt zwijgt even. De Olympische Spelen van Atlanta moesten de kroon op zijn turnleven worden, heel zijn leven had hij daarop afgestemd. In het jaar voor de spelen kwam hij op het WK in Japan twee tiende tekort in het opgelegde werk aan het rek. Voor de FIG, de Internationale Gymnastiekfederatie, gold het WK als enige selectiewedstrijd. "Maar net op dat moment dat ik wist van mijn niet-deelname, ben ik toch als een gek beginnen trainen", vertelt Van Eetvelt. Voor het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité golden immers andere selectienormen: bij de 24 besten zijn op het Europees kampioenschap.

"Daar in Kopenhagen, een maand voor de Spelen, was ik in de vorm van mijn leven", zegt hij. "Ik werd dertiende in de all-roundcompetitie en met de ploeg werden we zestiende. Helaas bleek dat niet voldoende voor de internationale bond. Toen ben ik mentaal geknakt. Ik heb niks van de Spelen gevolgd op tv. Heel mijn tuin heb ik zitten omspitten. Ik raak er nog steeds moeilijk overheen. Psychologische begeleiding is op zo'n moment voor een topsporter levensbelangrijk. Maar die ontbrak."

Voor het jongste Europees kampioenschap in april heeft hij zich nooit meer helemaal kunnen opladen. Zijn besluit stond vast. Hij zou voorgoed stoppen.

Zes keer werd Jurgen Van Eetvelt Belgisch turnkampioen. Hij nam zeven keer deel aan de wereldkampioenschappen. Een supertalent was Van Eetvelt beslist niet. Een harde werker des te meer.

"Turnen heeft van mij een ander mens gemaakt. Ik kijk veel nuchterder tegen de dingen aan. Ik zal mijn leven nooit afstemmen om materiële zaken te bereiken. Mijn leven moet inhoud hebben, mijn inhoud, met turnen uiteraard. Van kindsbeen af de gymnasten de juiste beweging aanleren, wat bij mij ontbrak, daar wil ik werk van maken, om met heel de federatie, om met iedereen die met turnen begaan is, de turnsport in België naar boven te krijgen. Als een gymnast een eerste plaats heeft bereikt en met fier opgeheven hoofd van het podium stapt, zal hij het niet ver brengen. Hij denkt dat hij alles al verwezenlijkt heeft. Als trainer kunnen bereiken dat een turner dat niet doet, dat hij steeds verder en verder wil, dat is mooi. Een topturner word je maar als je altijd jezelf blijft en keihard werkt."

Jurgen Van Eetvelt laat in elk geval een grote leemte achter. Het zal nog minstens tot de Olympische Spelen van 2008 duren voor er aan het internationale gymnastiekfirmament een Belgisch sterretje zal meepinken. De structuren in België waren niet aanwezig om topgymnasten te creëren, zegt Dirk Van Esser, directeur van de Vlaamse Turnliga (VTL). "Twee trainingen per dag is een minimumvereiste voor de top. Ons schoolsysteem liet dat niet toe. Jurgen is een enorme uitzondering. Hij heeft alles gelaten voor zijn sport. Turnen is zijn hele leven. De Vlaamse Turnliga bood hem een platform om zich zo goed mogelijk te ontplooien tot topturner. Het waarmaken heeft hij met keihard werken zelf gedaan."

De generatie na Jurgen heeft meer geluk, meent Van Esser. Turners zijn nu van jongsaf beter opgeleid, werken ook in groep. "Niet zoals Jurgen het heeft moeten doen: op zijn eentje. In topsport en studie kunnen de gymnasten rekenen op professionele begeleiding, en ook op medisch, technisch en pedagogisch vlak."

Het nieuwe beleidsplan van de Vlaamse Turnliga vertoont heel wat raakpunten met het Strategisch Plan voor Sportend Vlaanderen, dat een beter Vlaams sportbeleid beoogt. Zo bevat het plan een voorstel voor een nieuw decreet voor de sportfederaties, dat een vermindering van het aantal sportfederaties per sporttak nastreeft. Meer geld voor minder federaties dus. En hier springt de Vlaamse Turnliga mee op de kar. De mengelmoes van verscheidene naast elkaar bestaande turnfederaties is immers al jaren een oud zeer in de turnsport en staat een efficiënt beleid in de weg.

Turnsport in Vlaanderen heeft maar kans op slagen door een samengaan van de vijf bonden, zo stelt ook Marc Schoenmaekers, voorzitter van de VTL, de Vlaamse vleugel van de Koninklijke Belgische Turnbond, de enige Belgische federatie die door de internationale bond wordt erkend. Enkel de VTL heeft licenties voor internationale wedstrijden en dat zint de andere bonden niet. Een overstap van clubs naar de VTL zodra een van hun gymnasten goed begint te presteren, ligt voor de hand. Vooral de KVT, de Katholieke Turnbond, heeft het daar met zijn honderdjarige turntraditie moeilijk mee.

De verzuilingsetter is in sportend Vlaanderen nergens zo frappant als in het turnen. Drie politieke families hebben hun eigen turnbond, naast de VTL en de Bond voor Lichamelijke Opvoeding, een lerarenbond. Toch heeft het topsportconvenant van onderwijsminister Van den Bossche een en ander in beweging gezet in het gesegmenteerde Vlaamse turnwereldje. Door het initiatief Topsport en Studie is de Vlaamse Turnacademie zo goed als overbodig geworden; zij was voor de topgymnasten het enige orgaan dat de vijf bonden overspande. Komt daarbij dat de Socialistische Turnbond zowaar een drievoudige salto voorwaarts maakte, schijnbaar werd gedepolitiseerd, werd hervormd tot Federatie voor Algemene en Sportieve Gymnastiek (ASG) en eindelijk een symbiose aangaat met de VTL met het oog op een latere fusie.

De twee andere politiek gekleurde turnbonden echter, evenals de vijfde eend in de bijt, de bond van leraren lichamelijke opvoeding, blijven volharden in hun njet wanneer het op samenwerking aankomt. Bijgevolg geraken ze steeds meer geïsoleerd.

Met een goede recrutering, een uitgebouwde infrastructuur, fulltime-trainers en faciliteiten op school breek je potten aan de top, vindt Van Esser. Dat moet worden ondersteund door de gemeenschap. De VTL zal op Topsport en Studie aansluiten met goede eigen trainers. "Tien à twaalf gymnasten per turndiscipline is ideaal om een goeie begeleiding te garanderen. De Spelen van 2008 worden ons doel", zegt hij.

"Voor het optimaliseren van de werking van de gymclubs zijn we alvast als eerste federatie gestart met het project IKGym, Instrument voor de Kwaliteitsevaluatie van Gymnastiekverenigingen. Elke gymclub kan zich laten evalueren en desgewenst bijsturen. De VTV, de Vlaamse Tennisvereniging, zal ons hierin volgen", aldus Dirk Van Esser.

VTL-voorzitter Marc Schoenmaekers ziet nog een bijkomend perspectief voor de gymclubs: "Nu hebben we een groot aantal leden onder de kleuters en bij de gastjes tot twaalf jaar. Ik zou het prachtig vinden de gymsport aantrekkelijk te kunnen maken voor het ganse gezin. Turnen is tenslotte de moeder van alle sporten."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234