Woensdag 21/04/2021

De elf gemiste kansen van Michaux en co

In haar eindrapport staat de commissie-Verwilghen stil bij elf open maar gemiste kansen om Dutroux in de tweede helft van 1995 al op te pakken. De commissie kon aantonen dat de geheime operatie Othello er klaar en duidelijk op gericht was Marc Dutroux te klissen en Julie en Mélissa terug te vinden. De rijkswacht houdt tot vandaag vol dat er naar 'verdwenen kinderen in het algemeen' werd gezocht. Sinds gisteren is ook duidelijk dat het geheime parallelle onderzoek zich niet enkel in Charleroi in situeerde. Het Centraal Bureau voor Opsporingen (CBO) was er zeer actief bij betrokken. Meteen rijst opnieuw de vraag hoe de door niemand hoog ingeschatte opperwachtmeester René Michaux chef d'enquête kon worden.

BRUSSEL.

EIGEN BERICHTGEVING

'Toen we vertrokken was het de bedoeling dat we ingerichte bergplaatsen zouden zoeken. In tweede instantie zouden we, gesteld dat die bergplaatsen er waren, zoeken naar sporen van het verblijf van Julie en Mélissa daarin. In het derde geval, indien we geen bergplaatsen zouden vinden, zouden we zoeken naar elementen die toelieten Dutroux in verband te brengen met de ontvoering van Julie en Mélissa. We vertrokken dus vanuit een heel precies op Julie en Mélissa gerichte optiek. Er was geen sprake van andere ontvoerde kinderen."

De commissie tekende de woorden op uit de mond van een rijkswachter die René Michaux op 13 december 1995 vergezelde tijdens de huiszoeking in Dutroux' huis te Marcinelle. Hij is lang niet de enige die benadrukt dat operatie Othello niets anders beoogde dan het terugvinden van Julie en Mélissa. Het aantal politiemensen dat zich in die zin over het doel van operatie Othello uitlaat, is niet te tellen.

De huiszoeking van 13 december blijft het trieste hoogtepunt van de falikant afgelopen operatie Othello. Volgens de commissie heeft chef d'enquête René Michaux elf keer de kans laten liggen "om het onderzoek naar Dutroux een andere wending te geven". We zetten de elf missers hieronder op een rij.

- Op 9 augustus 1995 wordt Michaux tijdens een vergadering ingelicht over de poging tot diefstal van een rode Citroën BX in de rue Vauban 14 te Namen (Julie en Mélissa, bleek later, werden met een auto van dat type ontvoerd). De wagen waarmee de dief zich verplaatst, is een grijze Citroën CX die op naam staat van Michelle Martin. Tijdens observaties heeft Michaux gemerkt dat ook Dutroux met deze wagen rijdt. Het is dus perfect mogelijk hem te verhoren over de diefstalpoging, maar het gebeurt niet.

- De strategie van de rijkswacht bestaat er eind augustus 1995 in Marc Dutroux "op heterdaad te betrappen". Zo staat het vermeld op de harde schijf van het Centraal Bureau voor Opsporingen (CBO) van de rijkswacht. De instructie aan Charleroi bestaat erin door te werken op de informatie die via informanten over Dutroux is binnengekomen (ontvoeringen, bergplaatsen in kelders, ...) en zijn contactpersonen op te sporen. Michaux heeft die instructies genegeerd.

- Op 10 en 25 augustus 1995 heeft opperwachtmeester Pettens contact met een buurman van Dutroux uit Marcinelle. Die vertelt in grote lijnen hetzelfde verhaal als die andere - bekendere - informant Claude Thirault. Dutroux heeft hem gevraagd tegen betaling een kind te schaken. Pettens maakt de gegevens over aan Michaux, evenals informatie over de contacten van Dutroux' kompaan Michael Diakostavrianos in Slowakije. Michaux doet luidens het commissierapport "niets" met de informatie van Pettens.

- Op 4 september 1995 identificeert Michaux aan de hand van de Othello-observaties Bernard Weinstein. In rapporten wordt gedetailleerd beschreven hoe hij en Dutroux in de rue Daubresse te Jumet bezoek krijgen van een man die een klein meisje meebrengt. Michaux beperkt het verdere speurwerk tot het natrekken van de nummerplaat van Weinstein, het opvragen van diens persoonlijke gegevens bij het rijksregister en het vermelden van dit alles in een proces-verbaal - waar dan verder niets mee is gebeurd. "De onrustwekkende verschijning van een klein meisje bij Dutroux en Weinstein inspireert Michaux niet tot verder onderzoek", besluit de commissie.

- Op 2 oktober 1995 krijgt Michaux tijdens een vergadering met zijn oversten en de BOB-brigades van Thuin en Namen de opdracht een proces-verbaal op te stellen over de Citroën CX waar Dutroux mee rondrijdt. Michaux weigert dit.

- Op 7 oktober 1995 wijst Pettens nogmaals op het belang van de getuigenis van Dutroux' buurman. Michaux identificeert de informant, maar gaat hem niet ondervragen.

- Op 24, 25 en 26 oktober 1995 zit Michaux op het justitiepaleis van Charleroi in totaal zes uur lang met parketmagistrate Troch te beraadslagen over verdachten die in de streek vanuit witte Mercedessen kinderen fotograferen aan scholen. Er wordt geen proces-verbaal opgesteld.

- In november 1995 wordt Dutroux verdacht van een gewelddadige verkrachting in Obaix. Ook die aanleiding gaat voorbij. Voor de commissie legden speurders van de GP en BOB uit Charleroi tegenstrijdige verklaringen af over de wijze waarop de feiten - al of niet - werden gemeld aan Michaux. De commissie vermoedt dat hij op de hoogte was, maar niets ondernam omdat hij nog steeds hoopte Dutroux op heterdaad te kunnen betrappen.

- Dan volgt de huiszoeking van 13 december. Tot groot ongenoegen van Michaux heeft onderzoeksrechter Lorent de stadspolitie van Charleroi met deze taak belast. De politie heeft Dutroux immers een week eerder gearresteerd wegens de gijzeling in Jumet. Michaux krijgt Lorent zo ver dat die in de namiddag van 12 december een nieuw kantschrift uitvaardigt. Hij wil tot elke prijs voorkomen dat de politie - waar men ook over een kantschrift beschikt - deelneemt aan de actie. In de vroege ochtend van 13 december laat hij de voordeur openen in de Route de Philippeville te Marcinelle. De huiszoeking wordt "slordig en oppervlakkig" uitgevoerd, zegt de commissie. De speurders zijn nauwelijks gebrieft, materiaal om naar bergplaatsen te zoeken is niet voorhanden. In de kelder hoort Michaux kinderstemmen. "Stilte!", roept hij. Het wordt inderdaad stil in de kelder van Dutroux, waar op dat ogenblik waarschijnlijk Julie en Mélissa zitten. Tegenover de commissie ontkende de slotenmaker dat hij, zoals Michaux later beweerde, zou hebben gezegd dat de stemmen "vast van de straatkant afkomstig zijn". Enkele in beslag genomen stukken, zoals een speculum, worden zonder meer teruggegeven aan Dutroux. Luidens de commissie is dit alles te verklaren doordat Michaux diep teleurgesteld is in het negatieve resultaat van de huiszoeking. Want toen hij de vorige dag had vernomen dat Dutroux was gearresteerd, werd hij euforisch en leek hij ervan overtuigd de slag van zijn leven te zullen slaan.

- Enkele uren na de huiszoeking krijgt Michaux telefoon van adjunct-commandant Dubois van de rijkswacht van La Louvière. Een van zijn informanten heeft het over een pedofilienetwerk dat in Henegouwen meisjes ontvoert op bestelling en banden heeft met een bedrijf in Schaarbeek. Het is dezelfde informatie waar Michaux in oktober over vergaderde met Troch en die hij later tijdens een andere vergadering rechtstreeks in verband brengt met operatie Othello. Michaux doet niets met de gegevens van de informant - de derde al - uit La Louvière.

- Enkele dagen na de huiszoeking bieden Michel Lelièvre en Michael Diakostavrianos zich bij de politie te Jemeppe aan met de bedoeling de sleutel te recupereren van het door hen betrokken Dutroux-huis. Lelièvre staat geseind. Hij moet een celstraf uitzitten van zes maanden. Michaux wordt op de hoogte gebracht. Hij gaat niet over tot het verhoren van de twee mannen, die hij inmiddels heeft geïdentificeerd als de kompanen van Dutroux. Lelièvre laat hij gewoon gaan.

De grote vraag blijft waarom uitgerekend René Michaux werd aangeduid als chef d'enquête voor een zo belangrijke operatie als Othello. "Michaux werd door zijn hiërarchie niet bepaald gewaardeerd", stelt de commissie vast. Van sturing door hun oversten was geen sprake. Michaux zelf scheen dat ook niet erg te vinden, integendeel. Uit alles blijkt dat zijn onderzoeksdaden tussen augustus en december 1995 er in de eerste plaats op gericht waren persoonlijk eerherstel te verwerven binnen zijn dienst. Naarmate operatie Othello begin oktober succesloos verder kabbelde, begon Michaux als een bezetene cavalier seul te spelen. Hij hield informatie achter, weigerde processen-verbaal op te stellen, steeds in de overtuiging dat zijn dag van glorie zou aanbreken. Blijkbaar was er niemand die Michaux over zijn werkwijze interpelleerde. "De commissie kan alleen maar constateren dat de hiërarchische chefs van de heer Michaux het behoorlijk hebben laten afweten toen het erop aankwam het toezicht, de controle en de opvolging van de werkzaamheden van de heer Michaux te verzekeren", stelt het rapport.

Eerherstel is in elk geval niet wat Michaux verworven heeft. Zijn werkgever evenmin.

Douglas De Coninck

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234