Woensdag 28/07/2021

'De eindeloze vergaderingen over onwaarschijnlijk lullige onderwerpen vallen me alsmaar zwaarder'

Gesprek met Tuur van Wallendael

Jeroen Verelst Foto Jimmy Kets

Twintig jaar journalistiek, vijf jaar ombudsman, tien jaar politiek. Van Wallendael is er als de kippen bij om die indrukwekkende carrière te relativeren. "Het enige wat de mensen zich herinneren, is die 'godverdomme Bavo' op het strand van Zeebrugge." Het fragment waar hij bij de ramp met de Herald of Free Enterprise vloekend in de kou staat te wachten om live op antenne te gaan ligt nog altijd grijpklaar in het VRT-archief.

De godverdommes zijn gebleven, het enthousiasme is in het aanschijn van zijn politieke afscheid wat getemperd. "De eindeloze vergaderingen over onwaarschijnlijk lullige onderwerpen, daar heb ik het echt moeilijker en moeilijker mee. Ik heb er geen geduld en geen energie meer voor." Maar Van Wallendael benadrukt dat zijn laatste jaar als SP.A-schepen van Sociale Zaken geen verplicht nummer wordt. "Anders was ik er al eerder mee gestopt. Voor mijn pensioen moet ik het niet doen. Ik zit nu al aan mijn maximum, dat mag u gerust weten. Of ik nu nog een dag werk of een vol jaar, mijn pensioen wordt geen cent hoger."

Wat relativeringsvermogen is mooi meegenomen in de politiek, maar volgens collega's slaat de slinger bij u een beetje te ver door in de andere richting. U relativeert alles kapot.

"Daar kunt u wel eens gelijk in hebben. Ik ben altijd een buitenstaander geweest, ook al toen ik journalist was. Ik had een grote bewondering voor het politieke bedrijf en voor veel politici. Wat al die mensen gemeen hebben, is een enorme verbetenheid, een buitengewone gedrevenheid. Die heb ik nooit gehad. Kijk naar Freya Van den Bossche, ik ken haar al heel lang, eigenlijk al van voor ze geboren was. Ik heb haar gekend als meisje, als jonge vrouw... Ik heb gezien hoe ze in een mum van tijd helemaal opgeslorpt werd door die politiek, hoe ze geen andere keuze meer heeft. Terwijl mijn eerste reflex altijd de gedachte is dat er toch nog zoveel andere dingen te beleven zijn."

Heeft dat overdreven relativeren u het afgelopen decennium een ministerspost of burgemeesterssjerp gekost?

"Kosten is een groot woord, ik heb die ambitie nooit gehad. In 1999 heeft de partij me gevraagd om minister te worden. Ik heb dat geweigerd en ik heb daar nooit spijt van gehad. Het was de juiste beslissing. Ik ben nooit bereid geweest om mijn hele leven in dienst te stellen van één ideaal, één beroep. Louis Tobback zei me ooit: 'Tuur, als politicus leid je een ongelooflijk leven. Je leeft dubbel zo snel en je maakt twee keer zoveel mee.' Maar Tobback had het bij het foute eind. Je maakt misschien wel dingen mee die andere mensen nooit meemaken, maar je verliest ook ontzettend veel. Dat heb ik er nooit voor over gehad. In de Sint-Pauluskerk hangt volgens mij een doek van Rubens. Ik zou op het machien (computer, JV) kunnen opzoeken of ik het bij het rechte eind heb, maar ik wil het liever met mijn eigen ogen aanschouwen. Ik wil de werken van mijn favoriete kunstenaars in het Museum voor Schone Kunsten af en toe eens gaan bekijken. Ik wil naar muziek luisteren, ik vind dat enorm verrijkend en het geeft me een goed gevoel. Maar het duurt allemaal godverdomme zo lang."

Te lang voor toppolitici die geleefd worden door hun agenda?

"Ja. Die politici leven voort op de intellectuele bagage die ze hebben opgedaan toen ze veel jonger waren. Er werd met Bert Anciaux gelachen omdat hij in De slimste mens de bal missloeg bij een vraag over Edouard Manet. Ik lach daar niet mee. Ik begrijp dat volkomen. De politiek slorpt iemand als Anciaux voortdurend op. Wanneer zou hij zich in godsnaam moeten bezighouden met Manet? Een goede vriend van me was jarenlang minister. Je ging met hem naar het theater of naar een concert en na tien minuten zat hij te slapen. Gelukkig was hij als politicus getraind om te slapen zonder dat iemand het doorhad."

Als u die immense opofferingen in het achterhoofd houdt, raakt de negatieve publieke opinie over 'de politiek' u dan?

"Daar heb ik het altijd bijzonder moeilijk mee gehad. Het dieptepunt was voor mij een avondje op café naast het stadhuis, nog niet zo lang geleden. Ik sta iets te drinken en er komt een mannetje op me afgestapt. Ik kende hem van haar noch pluim. Zonder enige aanleiding bijt hij me toe: 'Gij kunt nogal eens op de kop van de gewone man schijten.' Reageer daar maar eens op."

Het verbaast me dat u zich die beledigingen zo aantrekt. Met uw levenservaring en relativeringsvermogen zou u makkelijk 'de boom in' kunnen zeggen.

"Het verbaast me zelf ook. Pas op, ik ga er al beter mee om. Ik leer bij. Vroeger probeerde ik me nog te verweren en in discussie te gaan. Nu draai ik mijn rug en ga weg. Maar het wordt pas helemaal erg als politici zulke persoonlijke aanvallen moeten slikken in het bijzijn van vrouw en kinderen. Als ik zie wat ik al moet slikken, wat moet dat dan niet zijn voor Verhofstadt? Ik begrijp heel goed dat veel politici simpelweg niet meer op café gaan, zo ver is het gekomen. Het helpt ook niet dat de pers nu blijkbaar heeft gekapt met de traditie om het privéleven van politici bedekt te laten."

Ik veronderstel dat u het nu over Patrick Dewael en Greet Op de Beeck hebt?

"De hypocrisie in die hele mediastorm stoorde me. Greet Op de Beeck die als journaliste haar vriendje had geïnterviewd, dat moest de lezer weten, vond Knack. Dat vind ik dus niet. Eigenlijk moest 'de lezer' alleen weten of het een goed interview was. Kan men Greet Op de Beeck iets verwijten? Ik vind die evolutie in de media behoorlijk verontrustend."

U stapt er dus maar op tijd uit, vooraleer ook het privéleven van Tuur Van Wallendael niet meer veilig is voor de persmuskieten?

"(lacht) Ik heb al een rijpe leeftijd, ze zullen niet veel vinden."

Als u ex-collega's ontmoet, praten jullie dan over hoeveel beter het vroeger allemaal was?

"Was het vroeger beter?"

Wordt dat niet gezegd? Meer diepgang, minder sensatie, journalisten lieten politici uitspreken...

"Ik heb het moeilijk met de vorm van de huidige journalistieke producten: zowel de televisiejournaals, ook die van de openbare zender, als de kranten van vandaag. Maar tegelijkertijd is er een enorme verbetering. Ik ontmoet uw hoofdredacteur, Guy Polspoel, Dirk Sterckx, Siegfried Bracke en Bavo Claes nog geregeld."

Allemaal logebroeders?

"(lacht) Van die vijf mensen zit er maar één in de loge. Ik laat het aan uw verbeelding over wie. Maar ik kan u gerust stellen, wij zagen zelden of nooit over hoe geweldig het vroeger was. Het was vroeger ook helemaal niet zo goed. Ik heb bij de televisie nog echt barbaarse tijden meegemaakt. Wat daar allemaal kon qua non-professionaliteit... Nattevingerwerk, onvoorstelbaar. De romantiek van het televisie maken is natuurlijk wel verdwenen. Het is wat meer bandwerk geworden. Maar als kijker, luisteraar of lezer kan ik alleen maar vaststellen dat we er op vooruitgegaan zijn."

Nochtans had u in een interview nog niet zo lang geleden forse kritiek op het televisienieuws. De verkleutering voorbij, luidde uw oordeel.

"Wat ik vooral gezegd heb, is dat het mijn journaal niet meer is. Ik heb dat gevoel niet enkel bij VRT of VTM, maar helaas ook bij de BBC. Vroeger zat ik voor de buis gekluisterd, ik nam zelfs nota's van dingen die me ooit van pas konden komen. Nu kijk ik er nog naar, maar ik reageer niet meer. Ik voel geen kwaadheid meer, geen verontwaardiging meer. Dat is natuurlijk verkeerd. Maar televisie is altijd al een moeilijk medium geweest. Toen ik in 1970 als journalist begon, had ik mezelf het edele doel gesteld om de ingewikkelde democratische processen te vertalen voor het grote publiek. Na een tijdje heb ik er dan lichtjes ontgoocheld in berust dat televisie geen onderdeel is van dat democratische proces, maar dient om dampkappen en strijkijzers mee te verloten."

Dezer dagen lijkt er meer politiek op televisie dan ooit tevoren. Een goede zaak?

"Wel als al die programma's zouden leiden tot een opener manier om onze samenleving te organiseren. En met 'opener' bedoel ik niet 'kritischer'. Kritiek, daar zijn we al. Die hebben we in 1968 uitgevonden nadat de Grieken het tweeduizend jaar eerder al eens hadden gedaan. Ik pleit niet voor een kritiekloze aanpak, maar voor een intelligente wijze om die moeilijke processen te verklaren. Ik geef een voorbeeld: twee politici van verschillende partijen bijten elkaar bijna de strot over in een debat en wandelen daarna arm in arm buiten. Als de televisiemakers een manier vinden om verstaanbaar uit te leggen waarom dat in een democratie kan, hebben ze aan mij alvast een kijker. Als er op het einde van de dag meer inzicht is, ben ik een overtuigde voorstander van meer politiek op tv. Alleen vraag ik me af of dat wel het resultaat is."

Vragen ex-journalisten als Dirk Sterckx of Ivo Belet uw mening als ervaringsdeskundige vooraleer ze de overstap naar de politiek maken?

"Sterckx wel, maar dan vooral omdat we vrienden zijn. We hebben over die stap gepraat, maar hij heeft zijn beslissing helemaal alleen genomen."

Even puur hypothetisch: ik word gevraagd door partij x om de journalistiek te ruilen voor de politiek. Wat zou u me aanraden?

"(zucht) Ik zou het echt niet weten. Ik ben journalist geweest van 1970 tot 1990, twintig jaar was in mijn geval genoeg. Maar er speelden nog andere dingen mee. Ik had mij kandidaat gesteld voor de post van directeur televisie bij de BRT. Ik heb dat niet gehaald en ik was daar heel erg ontgoocheld over. Maar ik was ook mijn verwondering kwijt. Na je zevende regeringscrisis heb je dat op de duur wel gezien. Het werd routine. Verwondering is cruciaal voor een journalist, maar het is heel moeilijk om elke dag opnieuw die verwondering te behouden. Ik kan me heel goed voorstellen dat u nu heimelijk denkt: 'Nu zit ik wéér zo'n paljas te interviewen. Straks moet ik nog heel dat gesprek uittikken en aan elkaar lijmen, en morgen wacht er weer een andere paljas.'"

Het valt mee, ik blijf al ruim een uur verwonderd en er bestaan grotere paljassen.

"(lacht) Dank u wel. In de politiek heb ik het anders aangepakt. Daar heb ik van meet af aan een zekere afstand proberen te bewaren tegenover het beroep. Ik denk dat ik daarin geslaagd ben."

Bent u er voor u afzwaait ook nog in geslaagd te achterhalen hoe de democratische politici de opmars van het Vlaams Belang moeten stoppen?

"Het is de gang des tijds. Sociologen hebben het vaak over een scheidingslijn die de maatschappij verdeelt. Je hebt nog altijd de breuklijn tussen de haves en de have nots. Ik ben geen socioloog, maar ik meen daarnaast nog een andere, diepere kloof te zien. Je hebt mensen die zich goed voelen in onze maatschappij zoals ze nu georganiseerd is en je hebt mensen die zich daar niet goed bij voelen. De vernederden en de verdrukten, om het met Dostojevski te zeggen. Soms voelen ze zich terecht vernederd. Niet lichamelijk, ze werken geen 18 uur per dag meer in de koolmijnen, maar eerder geestelijk. Ze zijn nergens trendsetters, ze zijn ook niet mee met die trends. Ze leven in een maatschappij die hen zeer vreemd overkomt, waar ze zien dat een aantal zich nogal lullig gedragende mannetjes en vrouwtjes zoals ikzelf wel hun draai vinden. Die vernederden en verdrukten reageren door massaal 'de pot op' te roepen. Dat is nu net de hele Vlaams Blokideologie (sic)."

Wat is de remedie?

"Een deel van die mensen kun je bereiken. Een buur van me is, toen hij terugkwam van zijn avondles schilderen, twee keer overvallen. Dus besloot hij op het Blok te stemmen, want die gaan daar iets aan doen. Ik heb hem volledig gelijk gegeven. Natuurlijk gaat het Vlaams Blok daar iets aan doen. Als de partij aan het bewind komt, zal ze die avondschool sluiten. Niemand zal nog overvallen worden, want niemand moet zijn kot nog uit. Mijn buurman, vriendelijk en verstandig, denkt daar nu over na. Ik denk dat Patrick Janssens door af te stappen van de pure partijpolitiek voor een kleine trendbreuk zorgt. Maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat we de overgrote meerderheid van de Blokkiezers nog niet hebben bereikt."

Hoe gaat u persoonlijk met de verkozenen van het Vlaams Belang om?

"Die partij heeft een politiek ideeëngoed waar ik voor 90 procent van walg. Ik ben het echter niet eens met een deel van mijn collega's die dat een reden vinden om onbeleefd te zijn tegenover de leden van het Vlaams Belang. Ze zijn nog altijd een uiting van de soevereine wil van het volk. Ik geloof daar nogal in, al geloof ik ook dat het volk zich godverdomme vergist. Ik heb in het parlement eens iemand van de groenen horen beweren dat je het kwaad banaliseert als je een Blokker de hand schudt. Met alle respect voor die mening, maar door onbeschoft te worden, doe je net hetzelfde als de Blokkers. Als ik Gerolf Annemans hier in de gemeenteraad hoor verwijzen naar Laurette Onkelinx als 'da mens', dan stoort me dat mateloos. Dan degradeer je het stadhuis tot een café vol Blokkers."

Op uw geheel eigen laconieke, humoristische wijze slaagt u er af en toe in om Philip Dewinter de mond te snoeren. Waarom hebt u die gave niet vaker gebruikt om hem en zijn partijgenoten verbaal klem te rijden?

"Dat interesseert me niet. Als Dewinter zich op mijn beleidsdomeinen waagt en idiotieën verkondigt, zal ik hem wel op zijn plaats zetten. Maar altijd op een zeker niveau, nooit zoals ik dat aan de toog zou doen. Debatteren op een scheldniveau ligt mij niet en dat is tegenwoordig blijkbaar heel moeilijk te vermijden. Toen ik nog journalist was, slaagden sommige parlementsleden er met een tussenkomst in om die hele zitting naar een hoger niveau te tillen. Die edele kunst lijkt uitgestorven."

Dan moeten de Antwerpse gemeenteraadszittingen u niet echt vrolijk stemmen. Ze overstijgen maar zelden het niveau van de dorpspolitiek.

"Inderdaad. De leden van de gemeenteraad, inclusief het college, hebben daar zeker schuld aan. Maar het is ook dat idiote gemeentedecreet dat verantwoordelijk is voor de weinig hoogstaande debatten. We zijn als grootstad door de wet verplicht om ons continu bezig te houden met pietluttigheden. Zolang Antwerpen zich aan hetzelfde reglement moet houden als Pulderbos blijven we in de onverbiddelijke shit zitten. Niets aan te doen. Wat ook allerminst bijdraagt tot het niveau van de zittingen is dat gelijk welk onderwerp wel een verdediger vindt in de gemeenteraad: een verdediger van straat x, een verdediger van plein x, een verdediger van huizenblok x,... Er is altijd wel een raadslid dat er familie of vrienden wonen heeft."

Of kiezers, dat zal er in een verkiezingsjaar niet beter op worden.

"Integendeel, daar ben ik me pijnlijk van bewust. Het vergt voor iemand als ik een ijzeren discipline om zelfs nog maar in die raadszaal te blijven zitten. (stilte) Je kunt daar ook zo moeilijk lezen."

U hoort de debatten te volgen, mijnheer de schepen.

"(lacht) Ik dacht dat ik niemand stoorde door heel rustig een boek te lezen. Maar er wordt zo hard gezaagd dat ik me zelfs niet kan concentreren op een boek. (hilariteit)"

Begin dit jaar merkte De Morgen op dat u uw drive een beetje kwijt leek te zijn.

"Het klopt dat mijn enthousiasme de laatste tijd wat geslonken is. Ik heb mijn job altijd doodgraag gedaan, maar de eindeloze vergaderingen over onwaarschijnlijk lullige onderwerpen vallen me alsmaar zwaarder. Ik heb er het geduld niet meer voor. Ik heb er ook de energie niet meer voor."

U hebt moeten vechten tegen kanker. Is het sindsdien bergaf gegaan met de arbeidsvreugde?

"Mijn enthousiasme was al wat minder op het moment dat de ziekte werd vastgesteld. Maar uiteraard heeft de kanker een weerslag gehad. Je bekijkt de wereld nu eenmaal een beetje anders als je zoiets meemaakt. In februari zal ik twee jaar clean zijn, zonder chemo of speciale medicamenten. Maar ik denk dat het een jaar of zes, zeven duurt vooraleer de dokters me helemaal genezen kunnen verklaren. Zover zijn we dus nog niet. Ik moet eerlijk bekennen dat er geen dag voorbijgaat zonder dat ik aan die kanker denk. Enorm belastend. Dan rijst onvermijdelijk de vraag hoelang me nog rest. Een vergadering om te beslissen of we een deur al dan niet gaan schilderen is op zo'n moment niet echt iets om naar uit te kijken."

De Visa-affaire zal uw enthousiasme ook geen deugd gedaan hebben.

"We hebben nu een integriteitsambtenaar, mijnheer Vandeplas. Die waakt er bij wijze van spreken over of we niet in onze neus peuteren. Voor werkelijk alles moeten we tegenwoordig een bewijs binnenbrengen. Pure verkleutering. Ik kan daar heel moeilijk mee leven en ik doe er ook niet meer aan mee. Ze moeten mij maar op mijn woord geloven. Ik kan dat natuurlijk maken omdat ik er binnenkort toch definitief mee kap. Ik ben ervan overtuigd dat ik tientallen dingen verkeerd doe, tegen het reglement. Morgen kan het plafond op mij naar beneden komen. Maar als men het mij zo moeilijk maakt, ben ik er niet meer met hart en ziel bij betrokken."

Heeft de hele affaire wonden geslagen tussen u en uw partij? De manier waarop Leona Detiège en Kathy Lindekens werden opgeofferd was niet zo fraai.

"Eerst en vooral wil ik benadrukken dat het niet 'de vrouwen' zijn die geliquideerd werden. Dat is absolute lulkoek. Het hadden ook de katten en de honden kunnen zijn. Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren. De Antwerpse SP.A genoot een zeer slechte reputatie in Brussel. Er zijn overal baronieën, maar het was hier toch uitgesproken ouderwets. De vernieuwingstrein was al in gang gezet, toen die hele Visa-affaire losbarstte. Maar de hele operatie is toen natuurlijk in een stroomversnelling gekomen. Het waren bizarre tijden. Je werd 's ochtends wakker zonder te weten of je 's avonds je job nog zou hebben. Wie daar het voortouw heeft genomen heeft een verpletterende verantwoordelijkheid op zijn tengere schouders genomen. Noch Detiège, noch Lindekens kon immers iets verweten worden, dat heeft ook de rechtbank geoordeeld. (denkt na) Het doel heiligt de middelen niet altijd, maar de resultaten zijn twee jaar later niet noodzakelijk slechter. Ik denk dat de aanpak van Patrick Janssens, zich profileren als de burgemeester van alle Antwerpenaars, de juiste is en ook zijn vruchten afwerpt. Maar vraag me dat over een jaar nog eens opnieuw."

Houdt u vrienden over aan uw politieke leven?

"Ja. Zelfs mensen die ik echt reken tot mijn intieme vrienden."

Over de partijgrenzen heen?

"Ook. Vooral in mijn eigen partij, dat is logisch. Maar ik heb ook vrienden in andere partijen. Zij het dat ik geen enkele Blokker tot mijn vrienden reken. Aan de andere kant zijn er evengoed politici van wie ik denk: 'Godverdomme, wat een kloot.' Ook over de partijgrenzen heen. (lacht)"

Maar vriendschappen in de politiek kunnen dus wel? Als Bert Anciaux dat zegt, wordt hij door zijn collega's wat meesmuilend versleten voor emotionele naïeveling. Het wereldje is te hard en er staat te veel op het spel, klinkt het dan steevast.

"Ik ben het levende bewijs dat het wel kan."

Ik zal het anders stellen: Detiège en Lindekens dachten waarschijnlijk ook dat ze binnen de SP.A heel goeie vrienden hadden.

"Het is en blijft een keiharde wereld. Met Leona en Kathy had ik geen hechte vriendschap, maar ik had er wel enorm veel last van hoe zij zijn behandeld. Je moet alle premissen van de politiek voortdurend in je achterhoofd houden. Ik ben niet naïef. Wat Kathy en Leona is overkomen had mij ook kunnen overkomen. Voor hetzelfde geld had men mij gezegd: 'Beste kameraad, uw tijd is voorbij. Jij wilt toch altijd maar naar musea gaan, awel, ge moogt.'"

Vreemde basis voor vriendschappen, je er voortdurend van bewust zijn dat je vrienden op een mooie dag een mes in je rug kunnen steken.

"Je moet beseffen dat de politiek het op sommige momenten haalt van de vriendschap. Dat is vreemd, zéér vreemd, verschrikkelijk zelfs. Maar het is wel de realiteit."

r gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan die kanker denk. Enorm belastend. Dan rijst onvermijdelijk de vraag hoelang me nog rest. Een vergadering om te beslissen of we een deur al dan niet gaan schilderen, is op zo'n moment niet echt iets om naar uit te kijkenoor werkelijk alles moeten we tegenwoordig een bewijs binnenbrengen. Ik ben ervan overtuigd dat ik tientallen dingen verkeerd doe, tegen het reglement. Morgen kan het plafond op mij naar beneden komen. Maar als men het mij zo moeilijk maakt, ben ik er niet meer met hart en ziel bij betrokken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234