Donderdag 24/09/2020

InterviewImmobiliën

‘De eindconclusie van drie maanden quarantaine luidt voor heel wat mensen: dit kan beter, we verhuizen’

.Beeld .

De Vlaming heeft de befaamde baksteen in de maag vast al naar zijn tv-scherm willen gooien als weer eens een irritante of ondankbare Huizenjagers-kandidaat een vastgoeddroom probeerde te realiseren, maar hij blijft wel kijken – ook voor de spaarpot in zijn maag: de woningprijzen in België zijn de afgelopen eeuw immers met tot 1.000 procent gestegen. Het is maar de vraag of de coronacrisis die trend keert dan wel bevestigt. Wij zochten het voor u uit: ga mee met ons naar immoland en bespaar tienduizenden euro’s.

In tegenstelling tot onze grote buurlanden is België, en zeker Vlaanderen, dichtgeplamuurd. Grond wordt schaars, groen staat onder druk en percelen van nieuwe verkavelingen worden alsmaar kleiner. Maar ondanks de ene crisis na de andere zijn de prijzen van het onroerend goed blijven stijgen. Grosso modo is de prijs van een woning de voorbije vijftien jaar meer dan verdubbeld. En de tijd dat een appartement altijd minder kostte dan een rijhuis, is voorbij.

De prijs van één vierkante meter grond of één kubieke meter huis kan in Knokke tot tien keer hoger liggen dan in een willekeurig dorp in het binnenland. De goedkoopste Vlaamse bouwgrond ligt dan weer aan de taalgrens. De waarde van een gewild pand op een toplocatie stijgt sneller en in verhouding meer dan die van een rijhuis in een achterbuurt.

Ook in immoland is het leven niet eerlijk: naarmate je woning kleiner is, betaal je in verhouding méér per vierkante meter. Dus hoe groter je budget, hoe meer waar je voor je geld krijgt. Hoe dan ook is kopen een vorm van sparen – in die zin is uw woonst een belegging. En door de lage rente, die volgens alle betrokkenen nog een tijdje laag zal blijven, is de Belg meer dan ooit geneigd om te kopen.

Sommige makelaars maken gewag van lange wachtlijsten na de lockdown. Is dat een verkooppraatje om de stilgevallen markt snel weer aan te zwengelen?

Filip Dewaele, CEO Dewaele Vastgoedgroep: “Neen, dat is echt zo. Dat heeft in sommige gevallen tot praktische problemen en zelfs drama’s geleid. Veel mensen hadden immers in februari of maart hun woning verkocht, net vóór de lockdown, en zouden bijvoorbeeld op 15 april verhuizen, maar dat kon toen plots niet meer. Er vonden dramatische inhaalmanoeuvres plaats, sommige mensen huurden panden die ze niet eens bezocht hadden.

“We stellen nu vast dat virtuele huisbezoeken als preselectie een groot succes zijn. De facto is dat facetimen met het pand. Wij dachten dat de stormloop na enkele weken zou stilvallen, maar dat is vooralsnog niet gebeurd.”

Johan Heylen, CEO Heylen Vastgoed: “De verkoper had de luxe om af te wachten, maar voor de kopers was het vaak hoogdringend. Veel mensen móésten verhuizen, maar zijn acht weken lang niet tot bij de notaris geraakt. Wonen is een primaire behoefte, hè.

“Wij hebben in één week drieduizend huisbezoeken met tijdslots ingepland en tien mensen méér aangeworven.”

Dewaele: “De echte impact zal pas na de zomer voelbaar zijn. Ondanks de steunmaatregelen zullen heel wat zaken failliet gaan en mensen ontslagen worden, en dat heeft natuurlijk gevolgen voor de vastgoedmarkt. Sommige verkopen zullen afgeblazen worden, of mensen zullen een bescheidener woonst moeten zoeken. Nog anderen zullen hun verhuizing of verkoop uitstellen. Maar corona heeft het vertrouwen in onze sector niet fundamenteel aangetast. Wél heeft het ons denken over wonen veranderd. Ik merk het nu al bij studentenkoten: daar is social distancing geen optie, hè. En gemeenschappelijke ruimten in rusthuizen of ziekenhuizen, willen we die nog wel?”

Heylen: “Ik stel vooral vast dat mensen hun levenskwaliteit ter discussie stellen. Mensen die de lockdown hebben moeten uitzitten in een appartementje zonder tuin, terras of balkon, denken nu: dát willen we geen tweede keer meemaken! Vrijstaande woningen met een tuin en terras, en als het even kan een zwembad, zijn populairder dan ooit.”

Serge Renard, Gent-Eurimmo: “Alles raakt héél vlot verkocht, de verhuur loopt als gek en zelfs de studentenkoten zijn al allemaal weg. Maar mijn indruk is dat veel mensen onderschatten wat er aan het gebeuren is, en dat de economische uppercut nog moet komen. Ik hoor dat bankdirecteurs zakenlui vragen: ‘Als je hoort dat iemand wordt ontslagen, meld het ons dan.’ Die zal het natuurlijk moeilijker hebben om de hypotheeklening af te betalen. Ik merk ook dat beleggers een eventuele tweede virusgolf afwachten. Maar evengoed investeren ze nog altijd in opbrengsteigendommen.”

MALAISE AAN DE KUST

Denken de mensen dat er nu koopjes te doen zijn?

Renard: “Ik heb al telefoons gekregen: ‘Dat huis staat te koop voor 270.000 euro, maar gezien de coronacrisis kan ik het wel voor 200.000 euro krijgen, zeker?’ Dromers heb je altijd. Ik krijg nog geregeld mensen over de vloer die denken dat je in de Gentse binnenstad voor 250.000 euro een herenhuis met authentieke elementen vindt. Daarvoor komen ze twintig jaar te laat.”

Wim Peleman, Dewaele Vastgoedgroep: “Sommigen doen in coronasfeer een gek bod, maar we zien ook de tegengestelde beweging. Tijdens de lockdown hebben heel wat mensen goed nagedacht over hun woning en hun toekomst. Ze wegen hun huidige levenskwaliteit af, denken na over mobiliteit, overwegen thuiswerk... Ze hebben ook de tijd gehad om knopen door te hakken. Flexwerken en de toename van videomeetings beïnvloeden de vastgoedmarkt. De eindconclusie van drie maanden quarantaine luidt voor heel wat mensen: ‘Dit kan beter, we verhuizen!’ Wij stellen nu vast dat heel wat panden voor hogere prijzen verkocht worden dan we hadden verwacht. Gisteren nog veranderde een pand dat op 265.000 euro werd geschat, van eigenaar voor 296.000 euro.

“Wat ook meespeelt: door de lockdown werden er weinig nieuwe panden te koop gesteld. Het lage aanbod en de hoge vraag dreven de prijzen op. Maar dat is een momentopname: zonder onvoorziene rampen is dat tegen het einde van het jaar gecorrigeerd.”

Dewaele: “Voor ons is het van belang dat de markt beweegt, dat er wordt verkocht en gekocht. En dat zien we nu gebeuren na de overlijdens en de echtscheidingen die het gevolg zijn van de coronacrisis – hoe kil en rationeel dat ook moge klinken. En wellicht zijn er tijdens de lockdown ook meer kinderen verwekt, wat eind dit jaar voor meer beweging in de markt zal zorgen. (lacht)

“We zien alleen aan de kust een lichte malaise, en in het segment van het luxevastgoed. Daar kijkt men de kat uit de boom. Maar niet iedereen heeft de luxe om te kunnen wachten. Kleine woningen worden vlotter verkocht omdat minder kapitaalkrachtige mensen geen keuze hebben. Ze hebben geen reserves en moeten ergens wonen: ze móéten dus verkopen, kopen en verhuizen. Maar corona heeft ook meer welgestelde mensen een beetje bang gemaakt: een tweede verblijf aan de kust is plots geen prioriteit meer.”

Begin dit jaar werd de woonbonus afgeschaft. Ik heb de indruk dat de impact daarvan wordt overschat.

Peter Sys, Immo S&D: “De woonbonus was een fiscaal cadeau voor wie bij de aankoop van een woning een lening aanging: elk jaar kon een deel daarvan in mindering gebracht worden in de belastingaangifte. Voor de modale burger is een huis kopen een tikje duurder geworden, maar daar staat tegenover dat de registratierechten zijn verlaagd.”

Peleman: “Ik heb daar een meningsverschil over gehad met minister-president Jan Jambon (N-VA). Hij beweerde dat de woonbonus de woningprijzen de hoogte injoeg, maar ik stel elke dag vast dat kopers daar helemaal niet mee bezig zijn. Over een termijn van twintig of dertig jaar loop je zonder woonbonus een aanzienlijk bedrag mis, maar dat beïnvloedt geenszins de beslissing om een woning te kopen.”

Dewaele: “We hebben zeker een rush gezien van kopers die eind vorig jaar nog snel een woning kochten om van de woonbonus te kunnen genieten. Maar kopers zullen nu hun droomhuis niet laten schieten omdat de woonbonus is weggevallen. In zeldzame gevallen zullen die centen het verschil maken tussen een gepast budget en een iets te laag budget, en dan gaat de koop niet door. Maar door het spel van vraag en aanbod zal het effect van zo’n maatregel slechts geleidelijk aan duidelijk worden. Vier jaar geleden werd er al aan de woonbonus gemorreld, maar de rente bleef dalen en dat compenseerde het verlies.

“Nu is het moeilijk om na te gaan in hoeverre de coronacrisis de markt negatief heeft beïnvloed. Ik denk dat de prijzen gemiddeld met 3 tot 5 procent zullen dalen, en als het daarbij blijft, is dat een bewijs dat het vastgoed in ons land zeer waardevast en crisisbestendig is.”

Soms zie ik een pand dat zo perfect lijkt dat ik denk: waarom gaan die eigenaars hier in godsnaam weg? Wie hier écht graag woont, verkoopt niet. Mijn vrouw vindt dat paranoïde.

Dewaele: “Ik sluit me aan bij uw vrouw. (lacht) Wij opereren niet in een vacuüm, de tijdgeest en het financiële klimaat wegen altijd door. Eind jaren 90 was er een beurshausse die samenviel met de eerste internetbubbel. Toen maakte men grapjes: ‘Uw kantoor moet niet Adviesbureau Dewaele heten, maar Verliesbureau Dewaele, want op de beurs heb ik nu een rendement van 20 procent per jaar terwijl vastgoed mij gemiddeld slechts 6 procent oplevert!’ Mensen hebben toen zelfs hun huis verkocht om met de opbrengst op de beurs te kunnen speculeren! Tot in 1999 die zeepbel uit elkaar spatte.”

KADASTRAAL ONRECHT

Wat is de meest ongewone motivatie waarom één van uw klanten ooit een woning heeft verkocht of gekocht?

Heylen: “‘Je kunt je buurman maar één keer kiezen.’ Wij hadden een welgestelde klant die het huis van zijn buurman kocht om zijn eigen tuin te kunnen vergroten. Daarna verkocht hij dat huis weer, aan iemand die hem beviel. Soms verhuizen mensen omdat ze niet kunnen aarden in die streek of in die wijk. Een blaffende hond volstaat soms al.”

Sys: “Er zijn veel redenen voor een vrijwillige verkoop, of een verkoop die vrijwillig lijkt: echtscheidingen, verborgen gebreken, een veranderde buurt, burenruzies – dat hoor ik vaak pas achteraf. De eigenaars zijn te oud geworden om de tuin nog behoorlijk te onderhouden, of ouders verhuizen soms mee als hun kinderen naar een andere stad of provincie verkassen. Maar er zijn ook mensen die van nature onrustig zijn en om de zoveel jaar verhuizen.”

Ria Verlaet, Abricasa Antwerpen: “Ik heb geleerd dat een eigenaar niet altijd zegt waarom hij verhuist: hij vertelt alleen wat hij wil lossen. Maar een wijziging van de gezinssamenstelling is vaak een reden: de kinderen zijn weg, er staan kamers leeg... Ik heb ook al meegemaakt dat mensen verhuisden omdat ze het kadastraal inkomen te hoog vinden. Daar is de logica soms inderdaad ver te zoeken.”

Klopt dat, meneer Peleman?

Peleman: “Het systeem van het kadastraal inkomen is in de jaren 70 ontwikkeld, maar is achterhaald. Op de Italiëlei in Antwerpen hadden we een studiootje van amper 40 vierkante meter te koop waarvan het ki 1.045 euro bedroeg. En in de Prinsenstraat, één minuut wandelen verderop, had je een luxueuze loft van 250 vierkante meter met een ki van slechts 300 euro. Dat is extreem onrechtvaardig. Het was de bedoeling om die tarieven elke tien jaar aan te passen, maar dat is nooit gebeurd, ook al omdat het onbegonnen werk is om elk huis in België te bezoeken. Bovendien zal een aanpassing onvermijdelijk tot een storm van protest leiden, dus geen enkele politieke partij waagt zich eraan.”

Waar knappen kandidaat-kopers zoal op af?

Sys: “Een slechte oriëntatie van de tuin, bijvoorbeeld naar het noordwesten, een vochtplek, geen kookeiland, geen plaats voor de hobby van meneer of voor stockage van de nevenjob van mevrouw... Of als iets onduidelijk is, bijvoorbeeld de bestemming van het perceel dat grenst aan hun achtertuin. Maar soms is het al een breekpunt als de vloertegels niet in de smaak vallen.”

Peleman: “Ik heb al meegemaakt dat een vrouw bij een bezichtiging languit op de vloer ging liggen: ze wilde voelen of de flow van de energiebanen en de aardstralen goed zat. Dat bleek niet het geval. Ik heb me ernstig kunnen houden, maar het was niet makkelijk.”

Heylen: “Mensen knappen ook af op een gebrek aan kennis bij de makelaar. Als iemand mij over houten ramen vraagt wélke houtsoort het is, dan moet ik dat weten. Iets niet weten is geen optie, want dat wekt meteen argwaan.”

Renard: “Het bevalt kandidaat-kopers ook niet als er recentelijk iemand is gestorven in een pand. Maar in oudere huizen is er altijd wel ooit iemand gestorven – als dát een breekpunt is, moet je alle prachtige art-nouveau- of art-decowoningen afbreken. Ik had ooit een koper die afhaakte omdat hij ‘aanvoelde’ dat de geest van een dode nog in dat pand rondwaarde. Ik begin daar niet over te discussiëren, ik zoek gewoon een andere kandidaat.”

Soms zet een makelaar na afloop triomfantelijk op zijn website: ‘Tijdens de eerste bezichtiging meteen verkocht!’ Waaraan ligt dat dan?

Sys: “Aan de correcte prijszetting, de toplocatie en de goede eerste indruk die het pand maakt. De beste verkopen vinden plaats in de eerste maand. Vanaf de derde maand krijgen geïnteresseerden argwaan, dan denken ze: oei, daar is vast iets mis mee. Vaak onterecht, want het kan zijn dat de juiste koper toevallig nog niet is langsgekomen. Of dat de eigenaar niet bereid is om een lager bod te aanvaarden.”

Dewaele: “Het is geen exacte wetenschap. Eén pand stond meer dan een jaar te koop zonder dat iemand het zelfs maar wilde bezichtigen, tot er op een dag twéé gegadigden ruzieden over wie van hen het mocht aankopen.

“Het langst dat een pand ooit bij ons te koop stond, was vijf jaar. Die eigenaar wilde 5 miljoen frank (125.000 euro, red.) en geen frank minder. Als iemand het waagde om een bod te doen van amper 50.000 frank minder (1.250 euro, red.), joeg hij die mensen van zijn erf. Hij heeft zijn eigendom uiteindelijk kunnen verkopen voor de vraagprijs, maar ondertussen waren de prijzen van het vastgoed sowieso erg gestegen. Moraal van het verhaal? Je kunt stellen dat de aanhouder wint, maar die man is ook vijf jaar lang gegijzeld door het huis en door zijn koppigheid en tunnelvisie.”

De ligging van een woonst bepaalt meer dan andere factoren de levenskwaliteit van de bewoners. De befaamde Cogels-Osylei in Berchem, een orgie van chique art-nouveauwoningen, ligt geklemd tussen de ring, de Singel, de spoorlijn en het station.

Verlaet: “Daar rijden ook bussen en trams door, en ik merk dat mensen zich vooral aan de trillingen storen. En aan de overlast van een tram- of bushalte voor de deur.

“Ik heb ook eens een huis in portefeuille gehad dat naast een bakkerij lag. Dan denk je aan de geur van versgebakken brood, maar dat blijkt niet altijd zo aangenaam te zijn, en bovendien werkt een bakker ’s nachts en is er het lawaai van het afzuigsysteem.”

Peleman: “De ligging is vaak de achilleshiel van een woning. Bij het Sportpaleis is er ook zo’n unieke straat met prachtige art-nouveauwoningen, maar niemand wil daar wonen wegens het lawaai, het sluipverkeer, het fijnstof, de parkeerproblemen en het vandalisme telkens als daar een evenement plaatsvindt. Zo’n geklasseerde woning is een cadeau, maar de buurt is dat niet. Zelf zou ik altijd een kleinere of verouderde woning op een goede locatie verkiezen boven een grotere op een slechte locatie.”

Dewaele: “Ons grootste probleem zijn de snelwegen en de luchthavens, die verpesten de levenskwaliteit. Een spoorweg is minder erg: de trein dendert voorbij en het is opnieuw stil.”

Sys: “Natuurlijk wil bijna niemand een discotheek, een slachthuis of een kerkhof naast de deur. Ik zeg ‘bijna’, want als ik één ding heb geleerd, dan is het dat er voor elke woning een juiste klant bestaat. Wat voor de ene een ouderwetse keuken is, is voor de andere vintage uit de jaren 50.

“Ik heb ooit een villaatje in portefeuille gehad dat tussen hoge bomen en verwilderde struiken stond - daar was al sinds de middeleeuwen niet meer gesnoeid. In volle zomer moest je overdag alle lichten aansteken. Het huis lag bovendien in parkgebied, en daar is het zo goed als onmogelijk om een kapvergunning te krijgen. Maar ik vond een koper die liever in de schaduw zat en die erg aan zijn privacy gehecht was.”

Peleman: “Zo hebben wij het laatste Belgische cowboydorp verkocht: een enorm perceel met een zeer excentrieke bebouwing. Maar we vonden een liefhebber die er re-enactments wilde organiseren.»

Ik ben dozijnen villa's in Zoersel gaan bekijken: vaak bleek de kelder daar al decennia onder water te staan. Dat werd er als normaal ervaren: Zoersel is groen, gezellig, charmant... en nat.

Peleman: “Er is in Vlaanderen tussen pakweg 1960 en 1990 verkaveld en gebouwd in gebieden die men beter ongemoeid had gelaten. Positief is dat er nu veel meer correcte informatie beschikbaar is. Het is nu bijna onmogelijk geworden dat iemand een miskoop doet omdat een huis om de zoveel tijd overstroomt: zoiets staat geregistreerd.”

LOFTS ZIJN PASSÉ

Anno 2020 koop je ofwel een karaktervol huis uit de periode waarin de percelen groot en goed gelegen waren, dat uitgewoond is en niet voldoet aan de strenge milieunormen. Ofwel koop je een recentere woning die wel voldoet aan de milieunormen, maar die is gebouwd op een kleiner perceel in een minder gunstig gelegen verkaveling.

Sys: “Dat is zeker een fundamentele afweging. Ik stel vast dat de degelijk gebouwde oudere woningen vaak langer te koop staan en dat minder degelijke woningen sneller van eigenaar wisselen als ze zogenaamd instapklaar zijn of lijken.”

Mensen kopen een huis en denken dat hun buren, hun straat en hun wijk eeuwig onveranderd zullen blijven.

Sys: “Dat is een illusie. Alles evolueert, soms op een onvoorspelbare manier. Toen ik kind was, kon je in Oosthoek, bij Knokke, een arbeidershuisje kopen voor omgerekend 2.000 tot 5.000 euro. Nu kost zo’n ‘charmant werkmanshuisje’ tot 800.000 euro! Aan de kust hebben projectontwikkelaars recreatiegrond omgetoverd tot bouwgrond en er appartementen van een miljoen euro neergepoot. Indertijd kocht mijn vader in Duinbergen grond voor 80 frank of 2 euro per vierkante meter. Nu kost diezelfde grond 1.500 euro per vierkante meter.”

Verlaet: “In Antwerpen was de buurt rond de opera, de Leysstraat en de Frankrijklei lang een hel: druk verkeer, een brug, de metro, de lang aanslepende renovatie van een gigantisch appartementsgebouw... Wie daar woonde, incasseerde jarenlang stof, lawaai en andere overlast. Maar nu is het Operaplein af en is de levenskwaliteit daar exponentieel gestegen.”

Heel wat panden die ooit onverkoopbaar leken, zijn nu gewild omdat er veel samengestelde gezinnen zijn.

Dewaele: “Ja, vooral grote villa’s. En ongewone panden die een andere bestemming krijgen. Heel wat kerken en kloosters zijn al omgebouwd tot appartementen of serviceflats. Daarnaast zie je dat mensen nu afknappen op de grote lofts met een industriële look die heel populair waren tussen 1980 en 2000. Bovendien hebben die vaak hoge plafonds. Wie daar nu de energiefactuur voor moet betalen, moet telkens weer slikken.”

Peleman: “Een nieuwe, onverwachte trend is die van de containerwoningen. Men plaatst zo'n woning tijdelijk in de achtertuin zodat de ouders daar kunnen wonen. Dan heb je alle voordelen van een kangoeroewoning, maar niet de nadelen. Die containerwoningen zijn vaak heel luxueus.”

U moet ook vaak bouwovertredingen zien. Ik heb de indruk dat de ene gemeente daar relaxter op reageert dan de andere.

Dewaele: “Veel gemeenten zijn in feite één grote geregulariseerde bouwovertreding. De lintbebouwing, de landelijke zone die overvloeit in een kmo-zone, de dorpskern die alsmaar verder uitdijt... Ik herinner me een frappant voorbeeld van twintig jaar geleden. Toen had een projectontwikkelaar een bouwvergunning gekregen voor appartementsblokken van drie lagen langs een invalsweg naar Brugge. Toen die nieuwbouw was afgewerkt, bleek dat hij er een vierde laag had aan toegevoegd, wat natuurlijk zijn winstmarge vergrootte. Die schaamteloze overtreding werd geregulariseerd en het gebouw staat er nog steeds. Dat is nu ondenkbaar. Hoop ik.

“Omgekeerd vind ik de strikte regeltjes van de dienst stedenbouw, de groendienst en monumentenzorg soms muggenzifterij. De regels zijn gemaakt om excessen in te dijken, maar spelers met goede bedoelingen hebben daar soms last van.”

Heylen: “Vaak maakt een fusie slapende honden wakker. In het dorp van toen werd een oogje dichtgeknepen, maar in de grotere fusiegemeente van vandaag is dat niet langer het geval. Ook buren veranderen: de oude buren, die de bouwovertreding tolereerden, verhuizen en er komen buren die ze meteen rapporteren. Dan is er plots wél een probleem. Algemeen geldt: geef een bouwovertreding toe.”

Peleman: “Overtredingen zijn relatief. De hele buurt rondom het militair hospitaal in Antwerpen is vervuild omdat daar decennialang de uniformen werden gewassen met een Duitse soort terpentine die zwaarder was dan lucht en dus neersloeg op de grond. Bovendien is er bij de aanleg van de spoorlijn voor de hogesnelheidstrein heel wat grondwater weggezogen. Wie daar woont, krijgt een bodemattest waarop staat dat de grond is vergiftigd. Maar zolang je dat grondwater niet gebruikt om de aardappelen te wassen, is er geen probleem.”

DE JAPANSE TOER OP

De vorige generatie kocht studio’s aan zee als ze zich geen volwaardig appartement konden veroorloven. Gaan we binnenkort in het hele land de Japanse toer op?

Peleman: “Dat is niet onmogelijk, en we zijn daar niet op voorbereid. De laatste tijd zien we een enorme vraag naar kleine appartementen in herenhuizen: die zijn metéén verkocht. Ironisch genoeg zijn dat vaak illegaal opgedeelde huizen die veel later geregulariseerd zijn.

“Ik merk dat mensen met een laag inkomen geen woning meer vinden, en dat er vooral appartementen gebouwd worden die ze nooit kunnen kopen of huren. Dat kan niet blijven duren. De Antwerpse bouwcode stipuleert dat het plafond 2 meter 60 hoog moet zijn en dat een nieuwbouwwoning minstens 35 vierkante meter groot moet zijn. Vlaanderen eist een grootte van minstens 28 vierkante meter. Maar er is in het Antwerpse een enorme vraag naar nóg kleinere woonunits, en die zijn er niet. Ik hoor dat Mechelen een oppervlakte van minimaal 115 vierkante meter eist: zo’n woning kunnen mensen met een laag inkomen niet kopen.”

De vastgoedgod lijkt me geen democraat. Mijn indruk is: hoe groter je budget, hoe meer waar voor je geld je krijgt. Een herenhuis dat drie tot vijf keer zo duur is als een bescheiden rijhuisje, is tot dertig keer zoveel waard.

Heylen: “U overdrijft lichtjes, maar in principe klopt het wel. En omgekeerd ook: ik moet de eigenaars van grote villa’s op grote percelen er soms op wijzen dat hun pand toch voor minder geld van de hand zal gaan dan het in theorie waard is. Het hangt ook samen met de koopkracht. Het aantal kopers dat een pand van pakweg 300.000 euro kan betalen, ligt nu eenmaal veel hoger dan het aantal kopers dat een budget van een half miljoen of meer heeft.”

Niek De Boer, CEO De Boer & Partners: “In het hogere segment is dat nog meer het geval. Veel rijke Nederlanders die indertijd kasten van huizen hebben neergepoot in het grensgebied, zijn nu weer verhuisd. Maar voor die villa’s zijn er simpelweg niet genoeg gegadigden. Er zijn panden van 12 miljoen euro van eigenaar verwisseld voor 8 of 9 miljoen.”

Renard: “De huizen in het Gentse Miljoenenkwartier werden in de jaren 1920 gebouwd met duurzame materialen: marmer, tropisch hardhout... Ze gaan nu voor veel geld van de hand, maar ze zijn toch spotgoedkoop in vergelijking met arbeiderswoningen uit diezelfde periode, waar een spijker in de muur er bij wijze van spreken aan de andere kant uit komt. In de nieuwbouw is het kwaliteitsverschil tussen een goedkoop en een duur huis veel kleiner.”

Krijgt een geslaagd lijkende verkoop soms een ongewenst staartje?

Verlaet: “Zelden. Maar soms houdt de verkoper zich niet aan de afspraak. Mijn broer heeft dat meegemaakt: de vorige eigenaars hadden vóór hun vertrek het hele huis ontmanteld! Ze hadden de volledige badkamer uitgebroken en zelfs de plinten en alle gloeilampen verwijderd. Ik ben in dit vak gestapt omdat ik graag met mensen omga, maar je leert ze dan ook écht kennen, ook de minder aangename exemplaren. (lacht)

Hoe scoort België in vergelijking met andere landen?

De Boer: “Heel hoog. Wij helpen vaak klanten die een woning in Spanje kopen – dagelijks doen acht Belgen dat. Daar is de vastgoedsector een jungle. Ook in Italië, Portugal en zelfs Frankrijk ben je maar beter op je hoede.”

Renard: “Bovenal moeten we beseffen dat vastgoed hier vooralsnog spotgoedkoop is. In wereldsteden zoals Londen kan geen enkel mens met een normaal loon zich nog een eigendom veroorloven. Ik doe ook zaken in Cyprus: dat wordt het nieuwe Dubai. Rijke Russen en Chinezen investeren hun geld daar nu in vastgoed: woningen van 30 miljoen euro zijn geen uitzondering. Cyprus was tot voor kort een ingedommeld eilandje, hè.”

Huizenjagers: vakantiehuizen, VIER, vanavond om 20.30 uur

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234