Vrijdag 30/09/2022

AchtergrondOorlogsmisdaden

‘De efficiëntste strategie is Russische commandanten en soldaten verwittigen dat ze vervolgd worden’

Vrijwilligers helpen met het transporteren van de lijken die werden achtergelaten in Boetsja. Beeld ANP / EPA
Vrijwilligers helpen met het transporteren van de lijken die werden achtergelaten in Boetsja.Beeld ANP / EPA

Hoe voorkomen we nieuwe wreedheden zoals in het Oekraïense Boetsja? Ervaren oorlogsmisdaad-onderzoekers bepleiten een snellere daderaanpak, wat nu mogelijk is dankzij openbronnendata. ‘De efficiëntste strategie tegen oorlogsmisdaden is Russische commandanten en soldaten verwittigen dat ze vervolgd worden.’

Maarten Rabaey

“Het lijdt geen twijfel dat de Amerikaanse, Europese en Oekraïense inlichtingendiensten op de hoogte zijn van welke commandanten en eenheden in Boetsja waren op het moment dat er misdaden werden gepleegd. Ze zullen verhalen over mogelijke oorlogsmisdaden via het onderschepte radioverkeer gehoord hebben.”

Ervaren oorlogsmisdadenonderzoeker Peter Bouckaert mag dan niet meer voltijds actief zijn op zijn terrein, de Amerikaan met Belgische wortels geeft nu advies aan Oekraïense collega’s die de Boetsja-moorden analyseren, en blijkt zeer goed geïnformeerd. Enkele uren na ons gesprek donderdag raakt bekend dat de Duitse inlichtingendienst BND radioberichten onderschepte waarbij Russische militairen in Boetsja praatten over de wreedheden. Volgens Der Spiegel konden zelfs individuele gesprekken worden toegewezen aan lijken die in Boetsja zijn gefotografeerd. Zo zou een soldaat over de radio hebben gezegd dat hij en zijn collega’s iemand neerschoten die op een fiets reed. Het beeld van het lijk naast de tweewieler ging de wereld rond.

De onderschepte radioberichten roepen meteen prangende vragen op. Als inlichtingendiensten deze misdaden via onderschepte radiocommunicatie hoorden, hadden we als internationale gemeenschap dan niet meteen moeten ingrijpen? Bouckaert: “Ik deel de frustratie bij onze relatieve onmacht tegenover deze wreedheden maar er is nu eenmaal de geopolitieke context. We kunnen Rusland niet rechtstreeks aanvallen want we bevinden ons helaas nog altijd in de context van een mogelijke derde wereldoorlog. De dreiging van Rusland met kernwapens beperkt de militaire slagkracht van de NAVO. Ze doen wel wat ze kunnen om Oekraïne te helpen. Kiev is vandaag niet ingenomen dankzij westerse steun.”

Toch betekent dit volgens de voormalige nooddirecteur van Human Rights Watch (HRW), die van 1997 tot 2017 oorlogsmisdaden onderzocht (en waarover Netflix de documentaire E-Team maakte, MR), niet dat we geen versnelling hoger kunnen schakelen in de strijd tegen de schijnbare straffeloosheid op het oorlogstoneel.

“De internationale gemeenschap reageerde al goed door de aanklagers van het Internationaal Strafhof (ICC) snel in te lichten over schendingen die plaatsvonden. President Biden noemde president Poetin een butcher, lang voor Boetsja. Alleen blijft het één iets om dronebeelden te bekijken waarop je denkt een executie te zien, het is iets anders om slachtoffers met handen op de rug gebonden op te zoeken en de bewijslast op de misdaadscene veilig te stellen.”

De VN-bureaucratie speelt deze cruciale onderzoeken nog te veel parten, vindt Bouckaert. “Een voorbeeld. Ik heb nog altijd een foto van ons HRW-voertuig naast de auto van een VN-onderzoeker in Kosovo, in 1999. Onze wagen was vies van de modder en had al duizenden kilometers gereden in de conflictzone, om oorlogsmisdaden te documenteren. De VN-wagen was kraakwit en had de parking niet verlaten ‘omdat het buiten te gevaarlijk was’. Dit is het probleem waar we ook vandaag tegenaan kijken met ICC-onderzoeken. Ze hangen te veel vast aan de strenge VN-veiligheidsprotocollen, wat verhindert dat ze tijdig op het terrein komen. We hebben een internationaal mechanisme nodig waarbij frontlijnonderzoekers er meteen op uit gestuurd kunnen worden, terwijl de lichamen nog op de grond liggen. Het is nu eenmaal een realiteit dat lichamen snel ontbinden en - begrijpelijk - door nabestaanden begraven worden als dat kan. Het is belangrijk zoveel mogelijk bewijs op de plek van de moorden te verzekeren voor de misdaadscenes verstoord worden, of mensen weglopen met kogels als souvenirs. Onderzoekers moeten oorlogsverwondingen en het type wapens dat werd gebruikt kunnen identificeren. Over Boetsja wordt gezegd dat er al driehonderd lichamen werden gevonden in een massagraf. Niet alle slachtoffers stierven op dezelfde wijze. Om processen tegen vermoedelijke daders een kans te geven moeten we exact bepalen wie er geraakt werd door kruisvuur tijdens beschietingen en wie er werd geëxecuteerd. Je moet weten of er militaire doelen in de buurt waren, of dat dit louter een aanval op burgers is geweest.”

Terwijl op de achtergrond een gemeenschappelijke vriend wordt begraven, troosten Ljudmila en Sergey elkaar, in Boetsja. Beeld REUTERS
Terwijl op de achtergrond een gemeenschappelijke vriend wordt begraven, troosten Ljudmila en Sergey elkaar, in Boetsja.Beeld REUTERS

Bouckaert vindt dat Europese lidstaten in overleg met Oekraïne eigen forensische onderzoekers moeten sturen, waardoor ze minder afhankelijk zijn van strenge VN- of ICC-veiligheidsprotocollen. “Niets staat de EU in de weg om nu een forensisch onderzoeksteam te sturen. Het zou een krachtig signaal kunnen zijn dat het de Europese lidstaten menens is deze misdaden te onderzoeken.”

Er is haast bij, want naast Boetsja is er ook elders “een duidelijk patroon van oorlogsmisdaden te ontwaren”, zegt Kenneth Roth, uitvoerend directeur van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, tijdens een apart interview. “Wij doen nu ook onderzoeken in een dorp ten oosten van de hoofdstad, Starya Bykiv, waar op 27 februari minstens zes mannen werden geëxecuteerd onder de ogen van hun familieleden. We vrezen dat dit soort standrechtelijke terechtstellingen ook elders gebeurd zijn én gebeuren waar Russische bezettingstroepen aanwezig zijn.”

De grote vraag is volgens Roth welke bevelen van hogerhand kwamen maar ook: welke er níét werden gegeven. “Zelfs als er geen rechtstreeks bewijs gevonden kan worden dat een commandant deze moorden beval, kan vervolging soms worden opgestart wanneer de leiding op de hoogte was van wreedheden maar geen stappen ondernam om ze te stoppen.”

Vervolging is ook een wapen

Nu Rusland zich opmaakt voor een grootscheeps offensief in het zuidoosten is het volgens Bouckaert van cruciaal belang dat vervolging door het Westen wordt ingezet als wapen tegen het Russische leger, net zoals we ons met sancties richten op Poetins economisch bastion. “De efficiëntste strategie tegen de oorlogsmisdaden is de lokale commandanten en soldaten verwittigen dat ze internationaal vervolgd zullen worden als ze bevelen geven of uitvoeren die oorlogsmisdaden omvatten”, zegt hij.

“We moeten elk mogelijk communicatiekanaal gebruiken om de Russische strijdkrachten in Oekraïne of de Russen hiervoor te waarschuwen. Dit kenbaar maken is onze beste afschrikking. Het zou zeer behulpzaam zijn als de EU en andere internationale spelers nu snel publiek bekendmaken welke eenheden en commandanten er in Boetsja waren toen deze misdaden plaatsvonden. Ze zouden op een persconferentie kunnen aankondigen dat er naar deze mensen nu al onderzoeken lopen wegens mogelijke oorlogsmisdaden. Eerder vroeger dan later zullen ze dit dan vernemen. Onderschat de invloed niet van Russische moeders die bellen met hun zonen aan het front en dit soort boodschappen doorgeven. We moeten zoveel mogelijk daders publiek identificeren en ze schrik aanjagen voor de mogelijke gevolgen die verbonden zijn aan hun acties. Op Poetin kunnen we misschien geen indruk maken, op de lokale commandanten wel.”

Volgens Roth moeten Europese lidstaten ook hun universele jurisdictie inzetten, indien mogelijk. “Het ICC zal focussen op een handvol hoge verantwoordelijken. Dat gebeurde ook in de Rwanda- en Joegoslavië-tribunalen. Er is duidelijk een rol voor Europese landen die universele jurisdictie uitoefenen, waaronder België, om zich te richten op het middenkader van de Russische bevelsketen die onder de drempel vallen van het ICC maar desondanks zeer schuldig kunnen zijn. We moedigen dit soort onderzoeken in Europa aan, idealiter in samenspraak met het ICC. Denk aan de folteraar van de Syrische militaire inlichtingendienst die afgelopen januari in Koblenz tot levenslang werd veroordeeld.”

null Beeld ANP / EPA
Beeld ANP / EPA

Open bron-bewijs

Zowel Bouckaert als Roth wijzen ook op het toenemende belang van open source intelligence (OSINT), waarbij ‘open bronnen’ op sociale media gebruikt kunnen worden als bewijslast.

Bouckaert: “Sinds het conflict in Syrië geven openbronnenonderzoeken veel grotere mogelijkheden om vervolgingen in gang te zetten. Denk maar aan de onderzoeks-ngo Bellingcat, die kon bepalen dat vlucht MH17 in 2014 was neergehaald door een Buk-raket en wist te bewijzen dat ze uit Rusland kwam. Of hoe ze de daders van de novitsjok-vergiftiging van de Skripals in het VK identificeerden aan de hand van digitale sporen. Ook vandaag doen ze buitengewoon werk door beeld- en audiomateriaal vanuit Oekraïne via socialemediakanalen te verzamelen én te verifiëren naar feitelijkheid en waarheid.”

Ook Roth en HRW zetten dit soort OSINT-onderzoeken steeds meer in. “Wat ik hoop is dat de aanklagers van het Internationaal Strafhof actief de relevante beelden bewaart die kunnen dienen als bewijslast”, zegt hij.

Zien we Poetin en zijn beulen dan toch nog op een dag in Den Haag? Roth maakt zich sterk van wel. “Er zijn vroeger ook andere presidenten geweest die zich veilig voelden en in het beklaagdenbankje terechtkwamen. Ik denk aan Slobodan Milosevic uit het voormalige Joegoslavië, aan de Soedanese president Bashir, aan Charles Taylor uit Liberia. Tenzij een bepaald regime voor altijd aan de macht blijft, wat onmogelijk te garanderen is, zal een nieuwe regering op een dag aantreden en onder grote druk komen te staan om mensen over te dragen die beschuldigd worden van oorlogsmisdaden. Het kan een voorwaarde zijn als ze willen dat onze sancties ooit ophouden. We moeten inspanningen doen opdat deze boodschap ook veel Russen zal bereiken, ondanks de censuur in eigen land. Hoewel velen zich nu nog achter hun vlag scharen kan ik me niet inbeelden dat ze willen dat in hun naam wreedheden zoals in Boetsja worden gepleegd.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234