Dinsdag 20/08/2019

De eeuwige Kennedy

Hoe herken je een Democratische presidentskandidaat?

Tussen de twee voornaamste Democratische presidentskandidaten woedt een merkwaardig debat. Hillary Clinton en Barack Obama claimen allebei de échte erfgenaam te zijn van de Civil Rights Movement uit de jaren zestig. Alsof Leterme en De Wever elkaar het vaderschap van 'Leuven Vlaams' zouden misgunnen. Als dit dispuut iets aantoont, dan hoe bepalend de era van de Kennedy's nog altijd is voor de Democraten. Nog altijd doen Democratische presidentskandidaten er alles aan om te appelleren aan de boodschap van John Fitzgerald Kennedy, aan zijn profiel, zelfs aan zijn look. Tot vandaag herkent men Democraten aan een kapsel dat in lijn ligt met hun inzichten: hun Kennedycoupe. Door Walter Pauli

Prominente Republikeinen als Richard Nixon, Gerald Ford, Ronald Reagan of Rudy Giuliani zouden nooit een Democraat kunnen zijn. In de eerste plaats omwille van hun politieke overtuiging en hun standpunten, maar ook door hun look and feel. Hoe irrelevant dat als politiek criterium ook lijkt, in een door televisie en andere massamedia gedomineerd land als de VS is dat doorslaggevend. Vooral omdat in het geval van de Democraten die looks merkwaardig samenvallen met de 'inhoud', en zelfs met politiek succes.

Dat begon dus allemaal met de intrede van John F. Kennedy. Al voor Kennedy waren de Democraten geëvolueerd naar een progressievere, en zeker linksere partij dan de zogenaamde Grand Ol' Party, de Republikeinen. Maar de kopstukken waren uit een oerdegelijke en tegelijk ook oerklassieke houtsoort gesneden: Franklin Delano Roosevelt (president van 1933 tot 1945), Harry Truman (president van 1945 tot 1952) en Adlai Stevenson (in 1952 en '56 niet-verkozen presidentiële uitdager van Eisenhouwer).

Roosevelt was de man van The New Deal, Truman de man van de (deels mislukte) Fair Deal. Zij waren even vooruitstrevend als John Kennedy later zou zijn. Dat geldt ook voor Adlai Stevenson, een pleitbezorger van de burgerrechten, 'de Frank Vandenbroucke' van de jaren vijftig. ("Let's talk sense to the American people. Let's tell them the truth, that there are no gains without pains, that we are now on the eve of great decisions.")

Al voor Kennedy was de Democratische Partij het politieke trefpunt van Amerikaanse vakbonden, van niet-communistische lefties, en van religieuze (vooral katholieken) en etnische minderheden.

Maar als Stevenson naar eigen zeggen aan de vooravond van grote beslissingen stond, dan stond John Kennedy bij zijn verkiezing in 1960 aan het ochtendgloren van een nieuwe tijd. Zijn boodschap was bijwijlen niet minder moralistisch dan die van Stevenson ("My fellow Americans, ask not what your country can do for you, ask what you can do for your country.")

Kennedy was al een fenomeen toen hij in 1960 in een nek-aan-nekrace Richard Nixon versloeg. En na Kennedy zou het presidentschap nooit meer hetzelfde zijn. Ook waren de Verenigde Staten definitief veranderd. Dat uitte zich tot in de kleinste details. Toen Kennedy in 1961 de eed aflegde, hadden hij en uittredend president Eisenhouwer een hoge hoed op. Na Kennedy zou geen enkele president zich ooit nog met zo'n hoed laten inaugureren.

Maar vooral: een man die in no time bijzonder populair werd, bij de VS die hij vertegenwoordigde. Want zo krap zijn marge bij zijn verkiezing was, zoveel weerstand en haat zou Kennedy opwekken bij de VS die niet de zijne waren.

Maar intussen was de Amerikaanse samenleving grondig veranderd. Dat kwam natuurlijk niet helemaal door Kennedy alleen, maar de golden sixties vingen wel tijdens zijn presidentschap aan. Het was de apotheose van The American Dream. Een droom die na Kennedy, onder zijn opvolger Johnson, definitief uiteenspatte in de Vietnamoorlog. Die was tegen het Amerikaanse beleid gericht.

Onder Kennedy was er ook al belangrijk maatschappelijk protest en beroering, wat leidde tot rellen en betogingen. Wat mei '68 is voor West-Europa, zijn de jaren zestig in hun geheel voor de VS, en vooral voor de Democratische Partij: de tijd van de Kennedy's, van the Civil Rights Movement. Alleen voerde die laatste beweging geen anti-Amerikaans protest. Integendeel, Martin Luther King leidde het protest van Afro-Amerikanen die juist eisten volwaardig deel te worden van die heerlijke VS. Op het cruciale ogenblik steunde John F. Kennedy die strijd.

Sindsdien is hij nog altijd een icoon voor de hoop van de VS, voor gelijkheid. Ook al was het Martin Luther King die de woorden 'I have a dream' uitsprak, John Kennedy is wel het icoon van die droom geworden. The American Dream, niet als materialistische vooruitgang, maar als aspiratie naar een betere wereld. En vandaar het perfecte antidotum voor de affairistische VS van Richard Nixon, voor de harde, economisch liberale VS van Ronald Reagan, voor de VS van de neocons van George Walker Bush jr.

John F. Kennedy (1917-'63) was de eerste veertiger die president werd. Als opvolger van de uittredende, zeventigjarige Eisenhouwer was het alsof 'the youth of America' het voortouw nam. Kennedy verzorgde zijn persoonlijke pr als geen ander en werd daarbij in niet geringe mate geholpen door zijn huwelijk met de ravissante Jackie Bouvier-Kennedy, de tegenhangster uit Washington van Grace Kelly in Monaco. Het Witte Huis kreeg als bijnaam 'Camelot' en sindsdien 'genieten' de Kennedy's in 's werelds royaltybladen nog altijd dezelfde status als eender welke prinselijke of koninklijke familie.

Maar ook op politiek vlak was het een opwindende tijd. Kennedy's academische adviseur Arthur M. Schlesinger jr. heeft die jaren op het Witte Huis briljant beschreven in zijn magistrale, tweedelige boekwerk A Thousand Days. "Hij leerde de mensheid dat het proces van de herontdekking van de VS nog niet voorbij was", blikte Schlesinger terug na Kennedy's dood, met een mengeling van droefheid en bewondering. "Hij bevestigde de republiek weer zoals de eerste generatie van onze leiders haar hadden gezien: jong, dapper, geciviliseerd, rationeel, opgewekt, sterk, onderzoekend, begerig naar de opwinding en de mogelijkheden die de geschiedenis biedt."

Zo is het beeld van Kennedy. In theorie het beste propagandawapen dat de Democraten konden hebben. In de praktijk is het een vergiftigd geschenk, want het is verdomd moeilijk om zo perfect te zijn als het beeld dat de modale Amerikaan nog altijd heeft van Kennedy.

Zeker sinds Lee Harvey Oswald in Dallas zijn fataal salvo loste, incorporeerde John F. Kennedy alleen maar goeds. Hij was sociaal, maar ook welstellend. Gevoelig voor internationale solidariteit, geen isolationist - "Ich bin ein Berliner" -, maar tegelijk hard en beslist in internationale conflicten en bereid tot militair ingrijpen. En op persoonlijk vlak: eeuwig jong en tegelijk een rijpe man. Gehuwd, maar zo begeerlijk. Hij is en blijft tot vandaag het absolute icoon van de Democratische politici, het rolmodel waaraan elke nieuwe Democratische presidentskandidaat moet beantwoorden. Er zijn er niet weinig die JFK's initialen kopiëren. Zijn eigen broer Robert Kennedy liet zich 'RFK' noemen. In 2004 maakte John (Foster) Kerry reclame als, jawel, 'JFK'. (Waarbij vergeten wordt dat Franklin Delano Roosevelt zich al graag als 'FDR' liet kennen. Maar wie weet of interesseert dat laatste nog, behalve een handvol historici?

Intussen hadden ook twee echte Kennedy's geprobeerd om de nieuwe Kennedy te zijn. Johns jongere broer Ted Kennedy was in 1980 kandidaat voor de Democratische nominatie, maar hij haalde het niet. Die andere broer, Robert Kennedy, had in 1968 een bijzonder goede kans om het wel te halen. Robert Kennedy was zelfs nog meer en puurder 'Kennedy' dan de 'echte', de eerste Kennedy. Zo mogelijk nog knapper dan zijn broer en in elk geval nog meer de zaak van de Civil Rights Movement toegewijd, was Robert Kennedy de favoriete opvolger van Lyndon Johnson tot hij door de anti-Israëlische extremist Sirhan Sirhan werd vermoord.

In zijn biografie RFK verdedigt auteur David Heyman de these dat het eigenlijk Robert Kennedy is die de erfenis van zijn broer mooier, idealistischer en minder agressief maakte dan ze eigenlijk was. Niemand was zo close met John Kennedy als broer Robert (hij werd zijn minister van Justitie), niemand kon zo meticuleus, zo subtiel Johns herinnering boetseren en bijwerken naar zijn eigen inzichten. Het is dat door Robert Kennedy opgepoetste beeld van John F. Kennedy dat de latere Democraten zouden moeten proberen te evenaren. In werkelijkheid moesten zij dus beter zijn, hooggestemder ook dan de echte Kennedy was.

Vandaar misschien dat sinds de moord op John F. Kennedy, 45 jaar geleden, nog amper drie andere Democraten president van de VS geworden zijn. En dan telt de eerste uit de rij, Lyndon B. Johnson (1908-'73), eigenlijk niet mee. De Texaan was Kennedy's vicepresident en werd automatisch president na de dramatische moord in Dallas, en belichaamde bij de Democraten nog de pre-Kennedystijl. Verder waren er Jimmy Carter (1977-'80) en Bill Clinton (1993-2000). En natuurlijk ook president Josiah 'Jed' Bartlet. Bartlet is een fictief personage, gespeeld door acteur Martin Sheen, in de alom gelauwerde tv-serie West Wing. Bartlet/Sheen is zogezegd gebaseerd op Clinton, maar minstens zo schatplichtig aan Kennedy. Bartlet is katholiek. Hij komt niet, zoals Clinton, van Kentucky, maar is een politicus van de Oostkust, zoals Kennedy. Bartley is vooral een archetype van de ideale Democratische president zoals het sinds John F. Kennedy vast staat. Hij is het ultieme bewijs hoe sterk dit beeld is, hoe aantrekkelijk voor doorsnee-Amerikaan. En dus hoe dwingend, hoe onvermijdelijk, hoe opgelegd voor Democraten.

Ook vandaar dat zo weinig Democraten in staat zijn dat ideaal te benaderen. Het presidentschap van Jimmy Carter staat bij historici in het beste geval geboekstaafd als 'moeilijk', in het slechtste als een mislukking. Maar toen de zeer onbekende Jimmy Carter, uit het onbetekenende Georgia, in 1976 uittredend president Gerald Ford opvolgde, was dat met een sterke, Kennedyachtige campagne. "Wij kunnen een Amerikaanse regering krijgen die niet haar eigen mensen bespioneert, maar die onze waarheid en onze privacy eerbiedigt. Wij kunnen een Amerika krijgen dat erin slaagt het beste in ons te laten mobiliseren: het idealisme van de student, de medemenselijkheid van de verpleegster of de sociale werker, de doelbewustheid van de boer, de wijsheid van de leraar, de praktische aanpak van de zakenman, de ervaring van de oudere landgenoot en de hoop van de arbeider om een beter leven voor ons allen op te bouwen."

Goed, bij Carter klonk het wat hoekiger dan in Kennedy's memorabelste toespraken, maar het was dan 'maar' Jimmy Carter. De eens zo verguisde president (die de Sandinisten Nicaragua 'liet' innemen, omdat hij weigerde een dictator als Somoza te steunen die zijn eigen volk bombaarde) won later wel de Nobelprijs, en niet eens onterecht.

En dan was er Bill Clinton. Nooit wekte een Democratische president zoveel hoop als Kennedy. Nooit had er een sterkere overtuigingen en ambities. Toen Clinton, als verkozen president, naar Washington afreisde, was dat bijna een pelgrimage.

Clinton had de nieuwe, zelfs een betere Kennedy kunnen zijn. En misschien was hij dat wel, politiek gezien. Maar hij leefde in een andere wereld, met een andere pers. Kennedy's privéleven was in zijn tijd bekend bij de legendarische FBI-baas J. Edgar Hoover. Die wist van Marilyn Monroe ('Happy birthday, mister president'). In het geval van Clinton wist de hele wereld van Monica Lewinsky. Zoals gezegd: Kennedy was gehuwd en toch begeerlijk. Maar Clinton had en was begeerd. Daar hadden de puriteinse VS en de voyeuristische wereld een vette kluif aan.

En dat zijn nog maar de succesverhalen: de presidenten die het ideaal van de meer dan perfecte Kennedy het dichtst benaderden. Dat beeld is zo dwingend dat zij die niet in de buurt komen onherroepelijk falen. Democraten die niet aan het Kennedybeeld beantwoorden - en dus ook geen vorm van fysieke gelijkenis vertonen - kunnen het schudden. Dat geldt ook voor Democraten die de politieke paden van Kennedy weigeren te volgen. Dat was het lot van James McGovern in 1968 en van Walter Mondale in 1984. Mondale had een bijzonder sterke tegenstander (zittend president Ronald Reagan), maar voerde een campagne volgens de beproefde Democratische recepten en had zelfs een vrouw (Geraldine Ferraro) als vicepresident. Hij had weinig tegen - voor Democratischgezinde kiezers. Behalve dus de tegenstand en zijn looks. Nooit haalde een Democratische presidentskandidaat minder kiesmannen dan Walter Mondale.

Wie het ook bijzonder slecht deed, was George McGovern in 1968. Net als Mondale was de kalende McGovern absoluut geen lookalike van de Kennedy's. En bovendien voerde hij, zeker naar Amerikaanse normen, een veel te linkse campagne. Ook al had hij met schoonbroer Robert Sargent (gehuwd met zus Eunice Kennedy) uiteindelijk een lid van de Kennedyclan als kandidaat-vicepresident, hij leed een landslidenederlaag tegen Richard Nixon. McGovern was te lelijk, te sociaal, te veel tegen oorlog gekant, te East Coast. Té: het was nooit de intentie van John F. Kennedy om te veel mensen te zeer af te schrikken.

Ook vandaag is het al Kennedy wat de klok slaat. Kijk maar naar het kapsel van de 'derde kandidaat', John Edwards - en de ruzie tussen de beide protagonisten. Goed, een Kennedykapsel zit er niet echt in met een tweestijd tussen een vrouw en een Afro-Amerikaan. (Hoewel Hillary Clinton merkwaardig dicht in de buurt komt).

En dus spitst de strijd zich toe op de Civil Rights Movement. Dat is een biljartstoot, via de band van Luther King, richting Kennedy. Is Barack Obama de echte opvolger, of Hillary Clinton? Van Luther King, de bondgenoot van Kennedy. Luther King, kort voor Robert Kennedy vermoord, vormt samen met de broers John en Robert Kennedy de 'Dode Drievuldigheid' van een beter, mooier, rechtvaardiger doch hoogst imaginair imago Amerika. King, wiens vader op een Democratische conventie zij aan zij sprak - en bad - met Jimmy Carter.

Democraten bevechten niet alleen de Republikeinen, ze wedijveren in de eerste plaats met hun eigen iconen. Ze moeten even perfect zijn als Kennedy, even charismatisch als Luther King. Minder wit dan de eerste, minder zwart dan de tweede. En beide tegelijk. Geen wonder dat zoveel slechtere, saaiere Republikeinen zo vaak winnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden