Dinsdag 15/10/2019

De eeuw van de grote uitdagingen

Beeld UNKNOWN

Jonathan Holslag is onderzoeksdirecteur van het Brussels Institute of Contemporary China Studies en de auteur vanTrapped Giant, over machtspolitiek in Azië. De voorbije maanden ontrafelde hij voor ons het Chinese groeimirakel. Dit is zijn laatste bijdrage.

De Chinese groei wordt in Europa steeds meer bekeken als een zekerheid, maar de voorbije twintig weken leerden we de Chinese economie kennen als een factor van onzekerheid, waarbij zich tal van binnen- en buitenlandse obstakels bevinden tussen het enorme potentieel, de verlangens van vandaag en de welvaart van morgen. In dit slotstuk zetten we de belangrijkste economische uitdagingen op een rij.

"En toch groeit zij!" De Chinese economie werd de voorbije jaren vanuit alle hoeken op de korrel genomen. De Chinese groei is niet duurzaam, onevenwichtig, ongelijk, onhoudbaar. En toch blijft het land aan een razend tempo vooruit denderen. Na een aarzelende start waaiert de industriële activiteit geleidelijk uit naar de binnenlandse provincies, Chinese bedrijven klimmen op naar de wereldtop en de Volksrepubliek lijkt als geen ander land vooruitgang te maken in de ontwikkeling van spitstechnologie. Bovenal: telkens als het fataal mis dreigt te gaan, stuurt de overheid bij. Het is echter vooral bij die daadkracht van de overheid dat we ons vragen moeten stellen. De sturing door de Chinese overheid toont minstens evenveel tekortkomingen als de bestuurlijke daadkracht in Europa.

Laat ons beginnen bij infrastructuur. Meer dan de helft van de Chinese groei wordt gegenereerd door investeringen in infrastructuur: wegen, telecommunicatie, fabrieken, appartementen. Te grootschalige investeringen leiden tot overcapaciteit, wat zich doet opmerken door lege woonblokken, onbenutte wegen en een industriële productiecapaciteit die sneller groeit dan de vraag. Overcapaciteit is eigen aan ontwikkelingslanden omdat investeringen meer bepaald worden door verwachtingen over de toekomstige vraag dan door de huidige welvaart.

Als men er bijvoorbeeld van uitgaat dat de komende twintig jaar meer dan 200 miljoen mensen naar de steden zullen verhuizen en daardoor meer nood aan nieuwe woningen, producten en diensten ontstaat, dan zijn al die lege torenblokken misschien toch niet zo dramatisch. Dat is zeker zo, maar het probleem in China is dat de kloof tussen reële en verwachte vraag zo groot is geworden, dat bij een groeivertraging of een daling van de prijzen, investeerders en dus ook de banken in grote problemen kunnen komen. Ik zie thans geen aanwijzingen dat de overheid die onevenwichten succesvol aanpakt.

Tussen september dit en vorig jaar groeide de industriële productiecapaciteit in China nog steeds bijna dubbel zo snel als de verkoop van consumptiegoederen en werden er 1,5 miljoen meer appartementen gebouwd dan de verstedelijking vereist. Veel heeft te maken met het financiële en macro-economische beleid. De Chinese overheid schreeuwt al jaren dat het een financieel beleid wil voeren dat gericht is op het versterken van de binnenlandse consumptie. Afgezien van wat subsidies voor boerengezinnen en een bescheiden experiment met sociale zekerheid in enkele steden is daar in de praktijk te weinig van terechtgekomen.

Het Chinese financiële beleid is ook in periodes van bezorgdheid over inflatie nog steeds gericht op het stimuleren van investeringen. Lokale overheden worden aangemoedigd om door infrastructuurwerkzaamheden en industriële capaciteit, weliswaar in meer geavanceerde sectoren, voldoende groei te boeken om mensen aan de slag te houden. Grote Chinese bedrijven hebben quasi onbegrensde toegang tot kredieten van de beleidsbanken. Het resultaat daarvan is bijzonder goed zichtbaar in de balansen van Chinese banken: Chinese gezinnen hebben daar voor ongeveer 3.000 miljard dollar meer aan spaartegoeden dan leningen uitstaan, terwijl de balans bij bedrijven 1.500 miljard in het rood duikt en bij de overheid voor nog eens minstens evenveel.

Gezinnen sparen dus om investeringen mogelijk te maken die veelal riskant of onrendabel zijn of, minstens even belangrijk, de centrale bank toe te laten de koers van de yuan laag te houden en zo export te bevorderen.

De logica voor de overheid is dat investeringen en het stimuleren van hoogwaardige exportgerichte industrie de beste manieren zijn om banen te scheppen. Vraag is echter of deze formule duurzaam is. China heeft vandaag acht keer meer productie nodig om in de industrie hetzelfde aantal banen te creëren als twintig jaar geleden. Ook in de Volksrepubliek neemt de productiviteit snel toe. In de bouwsector zijn er de afgelopen vijf jaar drie miljoen banen bijgekomen, vooral migrantarbeiders, maar met de zeepbellen in de vastgoedsector en problemen met overheidsschulden vreest men nieuwe sociale spanningen.

Nu al horen we steeds meer over constructiearbeiders met oplopende achterstallige lonen bij bouwpromotoren of bedrijven in opdracht van lokale overheden. De grenzen aan de tewerkstellingsmachine in de industrie en de bouw lijken dus stilaan bereikt.

Harde landing
Het grote probleem voor China is niet zozeer de aankomende groeivertraging, maar het feit dat die groeivertraging het land wellicht zal opzadelen met kredietproblemen en afvloeiingen in sectoren die de voorbije jaren kunstmatig werden opgepompt. Minstens even belangrijk is dat een groeivertraging door vele Chinezen daardoor gepercipieerd kan worden als een harde landing, met paniek als gevolg.

Meer nog: waar de uitdijende ongelijkheid tussen arm en rijk werd gecompenseerd door een snelle toename van de totale welvaart, zou een groeivertraging de sociale spanningen gevoelig opdrijven. Dat zou dan weer leiden tot een legitimiteitscrisis van de Communistische Partij, die haar aanzien verbonden heeft aan het creëren van een 'harmonieuze samenleving', alsook bijdragen tot politieke fragmentatie binnen de Partij, wat doortastende hervormingen verder zal bemoeilijken. Eerder dan de eeuw van de grote kansen, die oud-president Jiang Zemin had aangekondigd, wordt dit voor China de eeuw van de grote uitdagingen.

 Het grote probleem voor China is niet zozeer de aankomende groeivertraging, maar het feit dat die groeivertraging het land wellicht zal opzadelen met kredietproblemen en afvloeiingen in sectoren die de voorbije jaren kunstmatig werden opgepompt  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234