Vrijdag 06/12/2019

De eerste tatoeage van Tom Waits

De details volgen later, maar Tom Waits komt dit najaar geheid naar België om er zijn op 4 oktober te verschijnen nieuweling, Real Gone, te presenteren. Hoog tijd dus om eens terug te blikken op zijn eerste bezoek aan Brussel. In mei 1976 stond Waits op de planken van de Beursschouwburg: een reconstructie.

DOOR VINCENT BYLOO

In de begindagen van Tom Waits' zich nog volop ontplooiende muzikantschap was hij, zij het bij een klein publiek, toch al een naam van kaliber. Hij zou zijn geboren op de achterbank van een taxi, op slechts meters van de kraamkliniek en Waits dweepte haast met de dertien weinig glamoureuze stielen die hij op zijn jonge leeftijd al bedreven had: van bordenwasser over hamburgerventer tot loodgieter. Maar zijn helden waren roemruchter dan de lowlifes die hem in de straten en steegjes van LA omringden. Waits wilde niet minder dan de nieuwe Howlin' Wolf zijn, maar luisterde ook naar Cole Porter en Bessie Smith. Visueel werd de jongeman geprikkeld door de schilderijen van Edward Hopper en zijn eloquentie ontleende Waits aan de beatniks, met Jack Kerouac op kop, en de schrijvende roodneus Charles Bukowski.

Maar echt wat je noemt een grote naam was Tom Waits nog niet in 1976, al zou daar snel verandering in komen. Hoe klein ook de schare afnemers van zijn eerste drie platen, Waits-aficionado's waren (toen al) fans voor het leven. Met good ol' Tom en de verongelijkte personages die de decors van zijn liedjes bevolkten, was het voor puberende en adolescente kneusjes immers heerlijk sympathiseren. Waits' eersteling, Closing Time (1973), gaf een stem aan gelegenheidscynici van het type underdog: de tijdelijke slachtoffers van liefdesrampen en occasionele doemdenkers met een hang naar (iets minder occasionele) drankzucht. De Californische bard liet zich in die dagen dan ook flink vollopen met bourbon, in zijn zo al van teer doortrokken keel een knoert van een fluim achterlatend die met geen whisky meer weg te spoelen viel, maar integendeel met de jaren alleen maar in omvang toenam.

En toch waren er mensen die hun hart hadden verpand aan die schorre dronkelap. Ook in België, waar zijn platen danig gingen circuleren onder enkele honderden studenten en ander vroegrijp volk. Tom Waits was toen nog een strikte underground-aangelegenheid, want speelde Closing Time zich af in het schaarse schijnsel van cafés waar de stoelen al uren op de tafels staan, dan baadden The Heart of Saturday Night ('74) en Nighthawks at the Diner ('75) in het felroze neonlicht van ranzige stripteasebars en ongure hoerenkasten.

gueuze en

vettige hamburgers

Jari Demeulemeester (inmiddels directeur van de Ancienne Belgique, maar indertijd concertorganisator voor de Brusselse Beursschouwburg) hield aan een bezoek aan platenfirma EMI een cassette over met The Heart of Saturday Night. Hij was meteen verkocht. Vanuit zijn kantoor ging onverwijld een telex richting Amerika: of meneer Waits zo vriendelijk wilde zijn om tijdens zijn Europese tournee ook Brussel aan te doen? Ongeveer tegelijkertijd smeedden twee jonge bewonderaars boude plannen met hetzelfde opzet: Tom Waits naar België halen. Charlie Poel, beginnend rockjournalist bij Humo, en Bert De Korte, zoon van de illustere Jan De Korte, schreven een brief naar Waits' agent in Scandinavië. "Meer uit idolatrie dan wat anders, maar we waagden gewoon onze kans", zegt Charlie Poel nu. Die kans bleek groter dan verwacht, want niet veel later kwam het verlossende bericht van Herb Cohen, Waits' manager die ook de belangen van Frank Zappa en de toen net overleden Tim Buckley behartigde: 'Mister Waits is coming.'

En zo geschiedde. In mei 1976 kwam de Amerikaan overgevlogen uit Nederland en, jazeker, de jonge troubadour liep er minstens even sjofel bij als de verschoppelingen die in zijn songs rondwaarden. Jari Demeulemeester weet nog dat hij Waits ging oppikken in Zaventem. "Eerst kwamen zijn drie muzikanten het vliegtuig uitgestapt. Toen de laatste passagier, ogenschijnlijk een clochard, de trap afdaalde, dachten we dat Waits niet was meegekomen. Maar natuurlijk bleek hij net die rare zwerver te zijn."

Toen al had de concertorganisator kunnen weten dat hij die voddige bard niet moest te slapen leggen in het chique Royal Windsor Hotel. Na amper een nacht nam Waits er de benen en verkaste naar een verpauperd kamertje boven een groezelig café. Op comfort was deze wijsneus niet gesteld, zijn schamele duiten gaf hij liever uit in de talrijke drenkplaatsen die hij in Brussel bezocht. Waits had nog heel wat tijd te doden in de dagen voor zijn optreden en nachtbraken was voor hem meer een way of life dan gewoon maar wat vrijetijdsbesteding. De Californiër leefde als de Nighthawks at the Diner van zijn nieuwste plaat: de nachtraaf die de klok rond aan naar frituurvet geurende kraampjes vertoefde en meer van een vettige hamburger was gediend dan een vers geopende oester.

Jan Van Hemeldonck, voormalig sterreporter van Het Laatste Nieuws, bracht enkele van die nachten door aan de zijde van de jonge god. "We leerden hem een paar Belgische bieren kennen en vooral gueuze beviel hem wel. Hij heeft zelfs enkele flessen mee naar Amerika genomen, maar later hoorde ik dat ze op de luchthaven van LA zijn geconfisqueerd." Bij een glas gerstenat werd uiteraard een eind weg gezeverd, want bovenal was Waits een man met een mening. Gevraagd wat hij van de hele punkbeweging vond, antwoordde hij: "It's a room without furniture, completely empty."

Maar een en ander baarde de volkszanger ook zorgen. De groepjes die met covers van zijn nummers hitjes scoorden bijvoorbeeld (The Eagles' versie van 'Ol' 55' stond hem beslist niet aan), maar ook de geruchten over zijn vermeende affaire met Rickie Lee Jones zaten hem hoog. "In Amerika werd er duchtig gespeculeerd over die verhouding. Tom vreesde dat zijn (toenmalige) vriendin de geruchten zou geloven en voelde zich machteloos omdat hij haar vanuit het verre Europa niet kon uitleggen wat er precies aan de hand was", vertelt Van Hemeldonck. Zeker, dit was de zanger van 'I Hope that I don't Fall in Love with You' en 'Better Off Without a Wife'.

Die eerste avond al sprak Waits de woorden "I want a black raincoat and a tattoo." De zwarte regenjas kocht hij de dag nadien al. En ja, "Tom liet zijn eerste tatoeage in België zetten", zegt Charlie Poel. Maar Waits was niet alleen naar Brussel gekomen om bier te drinken, een regenjas te kopen en een tatoeage te laten etsen, muziek spelen deed hij evenzeer elke dag. Zat hij in een zaaltje van de Beursschouwburg niet te repeteren aan de piano, dan speelde hij weleens een nieuw nummer in deze of gene studio. Jan Van Hemeldonck, tevens medewerker aan het BRT-programma Tienerklanken, haalde hem naar de vertrekken van Chez Paul Au Gaity aan de Wolvengracht om enkele nummertjes te doen. "We maakten in de reeks 'Pop & Poëzie' een aflevering over de beat poets en we beschouwden Tom als de nieuwe vertegenwoordiger van dat genre. Hij speelde 'Pasties and a G-string', dat later dat jaar op Small Change zou verschijnen, en een improvisatie op Jack Kerouacs On The Road."

PETJE AF

En dan was er natuurlijk nog Het Optreden, op 31 mei in de Beursschouwburg. Waits kreeg er 30.000 ouwe Belgische duiten voor, in die tijd toch niet minnetjes. Een kaartje kostte 200 frank, maar de overlevende ooggetuigen zijn unaniem: Tom Waits was iedere cent van dat bedrag waard. "Ik vond het optreden zelfs zo fantastisch", zegt organisator Demeulemeester jaren later, "dat ik het in mijn herinnering zowaar heb verdrievoudigd. Hoewel iedereen me tegenspreekt, meen ik nog altijd drie optredens van Waits te hebben gezien." Ook Guido Minne, tegenwoordig aan het roer van de vernieuwde Beursschouwburg, was erbij en zag dat het goed was. "Ik was nog jong, maar al een grote fan. Tevreden was ik vooral omdat hij zo lang speelde."

Meer dan twee uur zou Waits' set hebben geduurd, hij werd door het enthousiaste publiek tot drie keer teruggeroepen. Geruggensteund door een schrale maar daarom niet minder pompende jazzy begeleidingsgroep gaf Waits gestalte aan een dozijn van de elfendertig personages die in zijn vroege oeuvre al voorbijwaaiden: de loner, de outlaw, de hoerenloper, de zuipschuit met een slechte lever en een gebroken hart. Op het podium stond een meeslepende storyteller en een onweerstaanbare humorist. Het ene moment had hij het over fastfood waarvan je genoeg gas gaat produceren om een tankstation mee te bevoorraden, het andere over een vrouw die al zo vaak was getrouwd dat ze er rijstlittekens had aan overgehouden. De ene keer stond hij spastisch aan de microfoon, een andere keer kroop hij achter zijn dronken piano, dan weer liep hij met een bezem het podium af te borstelen.

Waits grossierde daarbij uit zijn pas verschenen Nighthawks at the Diner, maar was niet te beroerd om ook verzoekjes als 'Martha' of 'Ol' 55' te spelen. Daar op de planken van de Beursschouwburg, op 31 mei 1976, stond een rasartiest. Muzikaal zelfverzekerd, intelligent en gevat. Humo-recensent Marc Didden zag "een staaltje van onder een diepe laag menselijkheid weggeborgen vakmanschap", zijn collega Charlie Poel "een dichter van de zelfkant op zijn best".

Nogal logisch dat zo'n optreden, volgens Waits zelf "een van de beste die ik tot nu toe gegeven heb", serieus werd gevierd. Tot diep in de nacht klopte de tapinstallatie overuren. Er werd verbroederd, gelachen en veel gedronken. Voor de bard weer naar een ander buitenland vertrok, werden een laatste keer de bekende cafés aangedaan: De Kaai, Le Coq en - naargelang de bron - ook het subkultureelsentrum De Dolle Mol, waar goed volk als Jotie T'Hooft, Jeroen Brouwers, Louis Paul Boon en andere tedere anarchisten het behang vormden. Marc Didden, Bert De Korte en Charlie Poel namen hun tijdelijke drinkebroer zelfs mee naar de Leuvense Muntstraat, voor een laatste neut in het intussen ter ziele gegane folkcafé De Reynaert. Die laatste weet nog dat Waits het toen aan de stok kreeg met een stamgast: "Een caféklant was Tom aan het plagen door voortdurend diens pet van zijn hoofd te trekken."

"Dat moet Witten Eric geweest zijn", herinnert zich Mark Bleys, die er de bewuste avond de tapkraan beroerde. In zijn kroeg werd niet meteen opgekeken naar een artiest als Tom Waits. "We kregen toen zoveel muzikanten over de vloer. Kevin Coyne kwam vaak pinten pakken en ook The Dubliners waren kind aan huis. Tom Waits zette die avond een grote mond op en een Amerikaans accent lag niet zo goed bij onze habitués. Toen er ruzie van kwam met Witten Eric heb ik ze allemaal buitengezet." Witten Eric doet er bijna dertig jaar na de feiten liever het zwijgen toe. De onverlaat te zijn die het aan de stok heeft gehad met de intussen mondiaal gerespecteerde Tom Waits, lijkt dan ook een twijfelachtige eer. "Ik had die avond veel te veel gedronken en herinner er mij nog maar weinig van. Maar ja, er zijn woorden geweest", geeft hij toe.

De Californiër kon het waarschijnlijk allemaal weinig schelen. Wat later was hij alweer met de noorderzon verdwenen. Al keerde hij snel terug: een jaar later, in 1977, stond de troubadour al in de Passage 44, "als een vermoeide barpianist", dixit een ooggetuige. "Avant-gardistisch cool" en "even sterk als intimistisch", zo staat het hem levendig voor de geest. Nog anderen die hem toen aan het werk zagen, herinneren zich vooral Waits' rookslierten, die haast een substantieel onderdeel van het decor uitmaakten. Maar volgens mensen die konden vergelijken met zijn eerste bezoek aan Brussel, waren de magie en spontaniteit al lichtjes tanende.

En toen werd de artiest Waits opgeslokt door het mercantiele muziekcircus. Goede tot fantastische platen ten spijt, raakte de ooit zo benaderbare bard nog slechts één keer in België, het land waarmee hij toch een band beweerde te hebben. En nu, exact twintig jaar na zijn laatste bezoek aan onze contreien (in 1984 speelde Waits nog in het Paleis voor Schone Kunsten), lijkt daar weer eens verandering in te komen. Eind goed al goed, kortom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234