Vrijdag 15/11/2019

De eerste gasaanval ooit. De laatste getuige spreekt

Boezinge, 22 april 1915. De elfjarige Maria rent voor haar leven. 'Ik zag soldaten neervallen. Ik weet niet of ze neergeschoten werden of bewusteloos vielen door het gas'

Negentig jaar geleden, op 22 april 1915, voerde het Duitse leger in het West-Vlaamse Boezinge

's werelds allereerste gasaanval uit. Er is vandaag nog één levende getuige die meemaakte wat na de Eerste Wereldoorlog nooit meer mocht gebeuren. 'Omdat ik zo klein was, dreef de wolk boven mij', vertelt Maria Vandeputte (101) aan Karlien Collen en Lien Pauwels.@441 REP Drop 6:Het is een rustige en zonovergoten donderdagmorgen in Boezinge. Maar niet voor lang. Tegen de middag beginnen de Duitsers Ieper te bestoken met het zware geschut uit hun legendarische 'Dikke Bertha'. Eerst is het centrum van Ieper het doelwit, later verleggen de artilleristen hun aandacht naar de hoofdwegen errond. Rond vijf uur 's namiddags houdt het Duitse geschut op en wordt het stil.

Maria Vandeputte was toen elf jaar oud. Vandaag is ze een kranige dame van 101 en bewoonster van rusthuis Zonnelied in Ieper. Haar familie was een van de laatste die was achtergebleven in Boezinge, deelgemeente van Ieper. Velen waren al in 1914 vertrokken toen de gemeente te lijden kreeg onder beschietingen bij de eerste slag om Ieper.

Maria houdt die namiddag, 22 april 1915, de wacht bij de koeien. Ze ziet twee meisjes die net boterhammen zijn gaan halen. Zelf vraagt ze ook een boterham. En dan doet ze een vreemde ontdekking. "Ik beet in de boterham en proefde een vieze smaak in mijn mond. Toen ik de boterham wat beter bekeek, bleek er een wit poeder op te zitten. Ik dacht dat hij misschien op de grond gevallen was." Maria denkt eerst dat het witte poeder op haar boterham hetzelfde is als het poeder dat tegen de gevels van de huizen word gestrooid om ze te beschermen tegen de urine van de soldaten. Vies, sowieso.

Nabij de brug van de wijk Steenstrate, dat sinds 1971 tot Boezinge behoort, staat een oude molen. Die werd vroeger gebruikt om olie te stampen uit de zaden. 't Stampkot, staat er te lezen. Het is het enige overblijfsel van de Grote Oorlog. Hier, zo zou later blijken, experimenteerden de Duitsers voor het eerst met chloorgas. Grote stalen cilinders met daarin het gas waren in de grond gegraven. Door de ventielen open te draaien ontsnapte het gas uit de cilinders en dreef het mee met de wind.

De huizen zijn nieuw en ook de autoweg die erlangs loopt. Hier lagen de loopgraven van de Duitse troepen, dwars over de weg. Deze streek gaf een tactisch voordeel, want de stellingen waren hoog en droog, waardoor je een beter overzicht van het terrein kreeg. Een ander pluspunt voor de Duitsers, zo zou later blijken, was dat ze elkaar kenden, waardoor een betere samenwerking mogelijk was. Er waren verscheidene rijen loopgraven, de ene divisie na de andere volgde zich op. Een divisie bestond uit ongeveer vijftienduizend soldaten.

@443 REP Drop 3 grijs:Plotseling onthult zich voor de ogen van de Belgische, Franse en Canadese soldaten een vreemd spektakel. Vanuit de Duitse loopgraven stijgt een groenbruine mistwolk op. Naarmate de mistwolk hoger komt, krijgt ze een gelige kleur door de weerkaatsende zonnestralen. In de vooravond ziet Maria een Franse officier in haar richting lopen. "Hij riep: 'Partir, partir! Vite, vite!'" De frontlijn, zo blijkt, loopt nu dwars door Boezinge. Maar Maria wil aanvankelijk niet vertrekken. Ze wil bij de koeien blijven.

"Door de vele waarschuwingen ben ik uiteindelijk toch naar mijn vader gegaan, die met mijn opa een matras in de kar laadde. Toen ik op weg was naar de kar hing er een geelkleurige wolk in de lucht. Omdat ik zo klein was, dreef de wolk boven mij."

Langzaam drijft de geheimzinnige wolk naar de Franse linie toe. Wanneer het gas de Fransen bereikt, ontstaat er een waanzinnige paniek. Men moet aan ammoniak zien te geraken om aan de sterke geur en smaak van het gas te weerstaan. In eigen urine gedrenkte zakdoeken bieden de enige oplossing tegen het indringende chloorgas. De territorialen proberen via de bruggen over het kanaal te vluchten, de kolonialen via Sint-Juliaan.

Maria vlucht samen met de rest van het gezin, met enkel een matras als bagage, naar de noodbrug die uitkomt aan de andere kant van het kanaal Ieper-IJzer. "Onderweg zag ik soldaten neervallen. Ze waren gekleed in een rode broek en een blauwe vest. Ik weet niet of ze neergeschoten werden of dat ze bewusteloos vielen door het gas."

Er is een nijpend tekort aan geallieerde soldaten. In Boezinge worden vooral Franse militairen ingezet om de gaten te vullen. Het merendeel van de soldaten gaat door het gas redelijk snel achteruit. Heel wat soldaten raken echter niet weg, grijpen in doodsangst naar hun keel en vallen tenslotte hulpeloos neer om in een vreselijke doodstrijd te sterven.

"Aan de doden der Karabinierseenheden die hier aan de eerste Duitse gasaanval weerstonden", leest de bronzen plaat aan het huisnummer 15 in de Generaal Lotzstraat, genoemd naar de toenmalige kolonel stafadjunct Gustave Lotz. De plaat is een herinnering aan de Belgische doden van het tweede en vierde regiment karabiniers bij de Duitse gasaanval in april 1915. Lotz was bevelhebber van het regiment grenadiers. Aan de Grenadiersstraat in Zuidschote staat op een breed vierkant podium een hardstenen obelisk. "Tot herdenking van de onwrikbare verdediging van het Regiment der Grenadiers bij den eersten Duitschen aanval met de gassen op 22 april 1915."

Met paard en kar vluchtten Maria en haar gezin van Boezinge naar Vlamertinge. Ze zou de reis nooit meer vergeten. "Ondertussen werd me duidelijk dat het poeder op mijn boterhammen een neerslag van het gas was. Ik hoorde zwermen vogels langs de struiken scheren. Later vertelde mijn vader me dat het kogels waren."

Het reizen gebeurde met paard en kar. "Ik liep soms naast de kar omdat die tamelijk traag vooruitging. Zo ben ik over het dode lichaam van een soldaat gestruikeld die ik nog herkende van vroeger. Hij had geen hoofd meer."

In Vlamertinge wordt Maria opgepikt door de rijkswacht. Alle kinderen worden uit veiligheidsoverwegingen gescheiden van hun familie en op de trein naar Frankrijk gezet, waar ze ondergebracht zullen worden in grote schoolkolonies. "Mijn broer en ik vertrokken met wat reservekledij in een zakje op onze rug gebonden. Toen we aan het station kwamen, reed de trein weg. Dat moment vergeet ik nooit. We hebben echt geluk gehad omdat we huiswaarts konden keren en er ons niks is overkomen. Veel kinderen hebben lange tijd zonder familie in Frankrijk gezeten en heel wat mensen zijn in de gasaanval omgekomen."

Op de plaats waar ooit de Britse frontlijn lag, enkele kilometers ten oosten van het kanaal, ligt nu het Essex Farm Cemetery. Het is de begraafplaats van Britse en Canadese soldaten die hier tussen april 1915 en augustus 1917 het leven lieten. Een witte grafzuil met het Canadese esdoorn-symbool. Het opschrift: 'I.H. Murray - 4th BN. Canadian INF - 23rd/30th April 1915 - age 27.'

Een slachtoffer van de eerste gasaanval, omgekomen tussen 23 en 30 april 1915. Op deze plek schreef de Canadese luitenant-kolonel John Mc Crae, verscheurd van verdriet door de dood van een collega, het beroemde gedicht In Flanders Fields, in de mist.

@443 REP Drop 3 grijs:Het initiatief om chloorgas los te laten uit stalen flessen wordt toegeschreven aan de Duitse professor scheikunde Haber. In 1915 werd hij dan ook benoemd tot 'Leiter der chemischen Abteilung im Preussischen Kriegsministerium'. Wie uiteindelijk de beslissing nam om gas als oorlogswapen te gebruiken is een mysterie. Verscheidene namen werden al genoemd en zeker is dat de Duitse opperbevelhebber Von Falkenhayn er voor iets tussen zat.

Haber zocht achteraf alvast motieven om het gebruik van chloorgas te rechtvaardigen. Zo beweerde hij dat het niet tegen de Haagse Conventie zou zijn, want de gassen hadden niet "als enig doel de dood te veroorzaken". Ze waren zelfs niet van die aard dat ze "onnodig lijden veroorzaakten", want hun werking was slechts van korte duur. Tenslotte had de conventie niets tegen gas 'uitblazen' uit flessen.

Von Falkenhayn stelde Haber gerust door te zeggen dat hij zich van het ethische aspect van de zaak niets moest aantrekken. Hij hoefde alleen maar te zorgen voor de technische kant. Haber was overtuigd. Op 4 oktober 1923 zou hij de dag van 22 april bij Boezinge nog trots bestempelen als "de eerste dag waarbij het gas werd aangewend".

Het Duitse experiment werd een van de grootste drama's van de Eerste Wereldoorlog. De Duitsers voerden aan dat ze met chloorgas hun tegenstander minder weerbaar wilden maken, maar door een "te hoge concentratie" zouden er meer slachtoffers en doden zijn gevallen dan bedoeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234