Zondag 25/08/2019

De eenzijdige zorgen van de Oostenrijkers

Oostenrijk stemde. De Volkspartij (ÖVP) won afgetekend met 31,5 procent. De sociaaldemocraten (SPÖ) werden nipt tweede met 26 procent van de stemmen, nagenoeg ex aequo met de extreemrechtse Vrijheidspartij (FPÖ).

Deze laatste, gesticht in 1956, werd pas succesrijk toen Jörg Haider haar op een nieuwe koers zette: rabiaat nationalistisch, anti-EU, anti-immigrant. De Europese Verklaring van de Rechten van de Mens moest voor haar bij het huisvuil. In 1994 kreeg Haider daarmee 12 procent van de kiezers achter zich, grotendeels ten koste van de Oostenrijkse Volkspartij. In 1999 stonden die twee partijen al op dezelfde hoogte, 26,9 procent. Zij gingen toen samen regeren. Onder luid protest van Europese leiders. De vader van onze huidige premier, Louis Michel, vond bij die gelegenheid de consumentenboycot voor de betere middenklasse uit: niet meer skieën in de Alpenrepubliek.

Hitlers hongerjaren

Opvallender nog dan het succes van de Vrijheidspartij is dat de Oostenrijkse Volkspartij inmiddels, onder impuls van haar jonge voorzitter Sebastian Kurz, een campagne voerde die nagenoeg volkomen in het teken stond van vluchtelingen, migranten, islam en integratie. De standpunten iets realistischer, doch nauwelijks verschillend van die van de Vrijheidspartij. Oostenrijk heeft nu twee radicaal rechtse partijen, samen goed voor 58 procent van de stemmen.

Hitler sleet zijn hongerjaren in Wenen. Misschien verklaart dat waarom bij elk radicaal rechts succes in Oostenrijk meteen van nationaal-socialisme wordt gesproken. Haider grapte altijd dat hij gelukkig te laat was geboren (om nazi te zijn geweest). Wat niet verhinderde dat hij ooit ontslag moest nemen als regionale voorzitter van zijn partij omdat hij zich lovend uitliet over het economische beleid van de nazi's. Hij had ongeveer hetzelfde gezegd als de Britse econoom Keynes in de inleiding tot de Duitse vertaling van zijn General Theory (1936), met name dat autoritaire regimes gemakkelijker keynesiaans, tegencyclisch beleid kunnen voeren dan liberale democratieën. In de jaren 90 kon dat niet meer worden gezegd. Het nationaal-socialisme was toen zozeer eendimensioneel het symbool van massamoord en verderf geworden, dat elke positieve verwijzing een politicus in de problemen bracht.

Geen goed uitgangspunt

Daarom heb ik steeds angstvallig vermeden politieke strekkingen, ook al onderkende ik fascistoïde trekken in hun standpunten, met de nazi's te vergelijken. Zo'n vergelijking suggereert immers dat het zou gaan om mensen die staan te popelen om Auschwitz weer te openen. Absurd. Zo'n suggestie levert ook niet meteen een goed uitgangspunt om de beweegredenen van die politici en hun kiezers te begrijpen. Valt die houding vandaag nog vol te houden?

Een '1933' - het gebruik van een verkiezingsoverwinning om de parlementaire democratie te fnuiken - doemt weer op. Onrustwekkend is de opmerking van Sebastian Kurz dat Oostenrijk niet echt een West-Europees land is. Dat het dus maar beter wat nauwer kan aanleunen bij de Visegrad-landen (Hongarije, Polen, Slowakije, Tjechië) en op die manier bij Rusland. Aansluiten dus bij het streven naar een niet-liberale, meer autoritaire politieke orde.

Moeten we dan toch maar meer van de geschiedenis gaan leren? Een ernstige vergelijking met het nationaal-socialisme houdt gevaren in. Om nuttig te zijn, behoeft ze nuance. Zij kan het nazisme niet louter in het licht van holocaust en oorlog bekijken. Maar precies die gruwel, die centraal staat in herinneringseducatie, geeft ons een ijkpunt van het absoluut te mijden kwaad. Geven we dat op voor genuanceerde lessen uit het verleden? Ik weet niet meteen wat de voorkeur verdient.

Spectaculaire reductie

We vergeten nu graag dat het nationaal-socialisme een groot deel van de bevolking voor zich wist te winnen, voor, maar ook na de machtsovername in 1933. Toen de Amerikaanse bezetter begin jaren 50 de Duitsers peilde, verklaarde nog steeds meer dan een derde van hen dat de vredesjaren onder de nazi's beter waren geweest dan de voorgaande periodes. Die populariteit was niet hoofdzakelijk te danken aan het anti-semitisme, en al helemaal niet aan de holocaust. Zij was in niet onbelangrijke mate het resultaat van wat Keynes in zijn inleiding suggereerde: een economisch beleid dat een spectaculaire reductie van werkloosheid en armoede mogelijk maakte. Vandaag zien we in Oostenrijk twee grote partijen die de mensen eveneens willen beschermen, maar van oordeel zijn dat zij enkel tegen vluchtelingen, migranten en de islam dienen beschermd. 58 procent van de Oostenrijkers is het daarmee eens.

Het hedendaagse radicaal rechts is alvast eenzijdiger dan het nationaal-socialisme. Het richt zich ook tot kiezers die bovenal bezorgd zijn om hun eigenheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden