Vrijdag 23/08/2019

Deelrijden

De eenzaamste deelauto van het land staat in Kermt

In Brussel worden de elektrische deelauto’s van Zen Car wel een paar keer per dag gebruikt. Beeld REUTERS

In de Hasseltse deelgemeente Kermt, waar journalist Sue Somers woont, staat nu al een jaar een elektrische deelwagen van Zen Car met daarop het logo van de stad onaangeroerd op het dorpsplein. Behalve één gebruiker wil niemand ermee rijden. Ook in andere steden komt elektrisch deelrijden maar langzaam van de grond. ‘Het is altijd iets: batterij niet voldoende opgeladen, laadkabel vermist. Ooit was zelfs de auto zoek.’

Toegegeven, het ding ziet er niet uit alsof je er de rit van je leven mee gaat maken. Een Renault Zoë, dat is zowat het automobiele equivalent van een scan in een MRI-tunnel of de eerste rijen van een concert van Mumford & Sons. De gedachte alleen al om erin plaats te nemen, snijdt je de adem af en veroorzaakt angstvisioenen. Die blikken doos met afgesneden kont, dat plastieken dashboard, de ik-heb-een-piepkleine-auto-omdat-ik-eigenlijk-niet-durf-te-rijden-uitstraling... Nee, zo’n Zoë, dat is een accident waiting to happen.

En toch heb ik het afgelopen jaar meermaals overwogen plaats te nemen achter het stuur van een Zoë. Een jaar geleden stonden er plots twee neus aan neus op te laden op het dorpsplein in Kermt, de deelgemeente van Hasselt waar ik woon. Cadeautje van de stad, die de elektrische deelwagens overdag gebruikt als dienstauto en ’s avonds ter beschikking stelt aan haar inwoners. Via een aanbesteding bracht Hasselt vorig jaar dertien Zoës (catalogusprijs: vanaf 27.750 euro) van deelplatform Zen Car in het straatbeeld. Tien auto’s kregen een plek in het centrum, drie erbuiten.

Opschietend onkruid

Omdat de autoconsumptie in ons gezin – twee leden, twee auto’s, twee keer niet goed bezig – stilaan aan herziening toe is, nam ik me het afgelopen jaar voor mijn auto te verkopen en een abonnement te nemen op een deelwagensysteem. Mijn auto staat 80 procent van de tijd stil. Ik gebruik hem alleen voor werkopdrachten, familie- en vriendenbezoeken en om te gaan sporten (ja, ik wéét het).

Maar elke keer wanneer ik voorbij de Zoës kwam, viel het me op: de autootjes stonden er bijna altijd en verwisselden nooit van plaats. Niemand leek er ooit mee te rijden. In de loop der maanden verdween één wagen, de andere bleef staan. Het opschietende onkruid dat intussen de parkeerplaats ontsiert, lijkt illustratief voor de interesse van mijn dorpsgenoten in elektrische deelwagens: nul.

Wat is er aan de hand met e-deelwagens? Of is klimaatbezorgdheid echt alleen maar weggelegd voor gegoede inwoners van grote steden?

‘Een gedoe’

Na een rondvraag in het dorp kwam ik de enige gebruiker van de elektrische deelwagen op het spoor. Tenminste, Tom Nijsen (41), werkzaam als innovator smart energy en ook in zijn vrije tijd bezig met duurzaamheid, denkt dat hij als enige dorpsbewoner met een Zoë van de stad rondrijdt. “Ik zie dat aan de kilometerstand van de auto: die is zelden gewijzigd vergeleken met de vorige keer dat ik ermee reed. Ik weet dat de directeur van de stedelijke basisschool soms gebruik maakt van de Zoë. Maar hij is een personeelslid van de stad Hasselt en die mogen er sowieso gratis mee rijden tijdens de kantooruren.”

Tom is een atypische gebruiker van elektrische deelwagens, zo blijkt. Hij heeft er nota bene zelf een. “Een Tesla, vijf weken oud, die ik via het platform Cozycar deel met een andere dorpsbewoner. Ervoor deelde ik een auto met de buren. Ik heb een abonnement op Cambio en het openbaar vervoer en daar is nu het Zen Car-lidmaatschap bijgekomen. Als iemand mijn Tesla heeft gereserveerd, moet ik in noodgevallen tenslotte ook een auto kunnen gebruiken.”

Over Zen Car is Tom maar matig enthousiast. “Ik zou er graag alleen maar goede dingen over zeggen omdat ik hard in de deeleconomie geloof, maar de waarheid is dat het vaak een gedoe is. Deze week had ik de auto gereserveerd voor een dagje Planckendael. Toen ik de auto ontgrendelde, bleek die maar over 73 procent batterij te beschikken. Dat is niet tegen de regels, maar nogal ongemakkelijk als je een lange rit voor de boeg hebt. We hebben de autosnelweg zoveel mogelijk gemeden en binnenwegen genomen.”

“Het is ook al gebeurd dat de kabel ontbrak om de auto op te laden aan een gewoon stopcontact. Op een keer was zelfs de auto verdwenen. Het was pas kermis geweest en niemand, noch de stad, noch Zen Car, had ons laten weten dat de deelauto verplaatst was naar een laadpaal in Kuringen, het volgende dorp. Dat betekent twintig minuten extra fietsen. Toen we de auto wilden openen, ging dat niet: de batterij was plat. De Zoë in Kuringen staat daar ten dienste van het personeel van de stadsbibliotheek, maar die maken er nooit gebruik van.”

Het grootste probleem, vindt Nijsen, is het gebrek aan support. “Het lijkt niemand te boeien of er met die auto’s wordt gereden of niet. Hasselt verwijst naar Zen Car, maar als je vraagt of zij ook in het weekend bereikbaar zijn bij eventuele problemen, verwijzen ze naar de stad. En probeer daar maar eens iemand te pakken te krijgen op zaterdagavond. Je moet het allemaal zelf uitzoeken. Net zoals de verminderde prijs: als inwoner van Hasselt krijgt je 20 procent korting op alle ritten, maar dat staat niet op de website van Zen Car. Ik heb herhaaldelijk moeten mailen en tweeten om mijn korting alsnog te krijgen. Het is altijd iets.”

‘Bereikschrik’

Zen Car bevestigt de lage gebruikscijfers in Hasselt. “De auto in Kermt is sinds 1 juli tien keer verhuurd, die in Kuringen drie keer”, zegt woordvoerder Frederic Lanckmans. “Sommige stations werken beter dan andere. Wij hebben 110 wagens, allemaal elektrisch, en zijn voornamelijk actief in Brussel. Daar worden onze auto’s twee, drie keer per dag gebruikt. De situatie in Hasselt en Genk is anders omdat onze wagens daar staan op vraag van de stad. Overdag zijn ze bedoeld voor het stadspersoneel, ’s avonds voor de inwoners. Bovendien staat er in Genk een Renault Kangoo, niet bepaald een sexy wagen. Er zijn maar twee plaatsen, niet geschikt dus voor families.”

Dat de Zoës minder succes hebben buiten Brussel, heeft volgens Lanckmans nog een andere reden. “Range anxiety (de vrees dat je als bestuurder met een elektrische wagen niet op je bestemming geraakt omdat de batterij een beperkt bereik heeft, SS) speelt zeker mee. Elektrisch rijden binnen een stad als Brussel kan perfect met een volle batterij. Maar zodra je buiten het centrum gaat, of van Hasselt naar Brussel rijdt, moet je nadenken: ga ik er wel geraken? Op de autostrade gaat je autonomie snel naar beneden. Een Renault Zoë heeft een bereik tot 320 kilometer, op voorwaarde dat je traag rijdt.”

Stedelijk fenomeen

Ons land telt iets meer dan 180.000 gebruikers van deelwagens, van wie 70.000 in Vlaanderen. Het aantal aanbieders ging de voorbije twee jaar van acht naar achttien en van alle deelwagens zijn er zo’n 550 elektrisch. “De bekendste aanbieder is Cambio, met zo’n 35.000 leden die maandelijks lidgeld betalen”, zegt Jeffrey Matthijs van het Vlaams Netwerk Autodelen. “Er zijn ook free floating-aanbieders zoals Drivy, bij wie je de auto niet op een vaste plek moet achterlaten, die prat gaan op zo’n 40.000 leden. Maar dat zijn registraties, die leden doen niet allemaal aan autodelen. Het kan zijn dat je je alleen maar op zo’n site registreert om te zien hoe het werkt.”

De laatste tijd duiken nogal wat particuliere autodeelorganisaties op, zoals Dégage in Gent, een vrijwilligersorganisatie met zo’n tweeduizend leden en tweehonderd deelwagens. In Gent, Leuven en een aantal gemeenten rond Antwerpen is er Partago, een coöperatie en dus in handen van burgers, dat alleen elektrische auto’s deelt. Ook zuiver elektrisch is de vloot van Battmobiel, dat zich als enige autodeelplatform richt op mensen die veel met de auto rijden.

“Autodelen blijft in de eerste plaats een stedelijk fenomeen”, erkent Jeffrey Matthijs. “Maar vandaag zijn in meer dan tweehonderd gemeenten in ons land deelwagens te huur. Bovendien zijn de mobipunten – fysieke locaties waar het openbaar vervoer, fietsvoorzieningen en autodelen samenkomen – in opmars. De Vlaamse overheid heeft zich geëngageerd om tegen 2022 minstens duizend mobipunten op te richten. Volgens een studie zijn er zelfs 2.600 mobipunten mogelijk. De toekomst ziet er goed uit voor autodelen op het platteland.”

Technische drempel

Even terug naar de angst voor de elektrische deelwagen. Ook bij Cambio (750 wagens in Vlaanderen, waarvan 30 elektrisch) merken ze dat klanten minder vaak een Renault Zoë, een Nissan Leaf of een Evalia, de elektrische bestelwagen van Nissan, reserveren. “Tussen januari en juni 2019 hebben 1.070 leden een elektrische deelwagen gebruikt. We merken wel dat als de wagens langer op een standplaats staan, ze vaker worden gebruikt”, zegt Geert Gisquière van Cambio. 

“Ik vermoed dat de vrees voor het onbekende speelt. Behalve de range anxiety is er ook een technische drempel: elektrische wagens hebben een automatische versnellingsbak. Veel mensen zijn dat niet gewoon. Maar uit onze tweejaarlijkse bevraging blijkt dat 60 procent van de mensen die met een elektrische wagen heeft gereden, ‘zeker’ geneigd is dat weer te doen. Dat dat niet altijd gebeurt, heeft te maken met het feit dat ze daarvoor moeten uitwijken naar een verderaf gelegen standplaats.”

Cambio breidt zijn aanbod dit najaar nog uit met twintig elektrische wagens, voorlopig alleen in grotere steden, die de auto’s ook financieren. Dat is ook het geval in Hasselt. Het stadsbestuur geeft geen details vrij over hoeveel het voor de dertien Zen Cars heeft betaald. “Uiteraard gaat het over andere tarieven dan wat de inwoners moeten betalen”, zegt afdelingshoofd technische uitvoeringsdiensten Geert Oreye. Op op de vraag hoe vaak het stadspersoneel met de elektrische wagens rijdt, geeft hij aan dat “de meeste auto’s dagelijks gebruikt worden.”

Inwoner Tom Nijsen heeft daar zijn twijfels over. Hij haalt er de app bij, die zijn gebruik van Zen Car registreert. “Tussen maart en juni heb ik er twintig keer mee gereden, goed voor in totaal 1.400 kilometer. De auto die ik het vaakst gebruikt, heeft niet zo heel veel kilometers meer op de teller. Ondanks de ongemakken blijf ik het een goed systeem vinden: ik betaal 7,20 euro per uur om met een Zen Car te kunnen rijden. Dat is supergoedkoop. Een halve dag kost me 55 euro, nog altijd goed te doen. Een eigen auto, met pakweg 2.000 euro vaste kosten per jaar, kost veel meer, gewoon om hem op de oprit te hebben staan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden