Zaterdag 16/10/2021

De economische boom in Belfast

'Weet je, we hebben de toerist enorm veel te bieden. Alles wat je in de Republiek vindt, vind je ook bij ons. En we kunnen net zoals in het zuiden uitgroeien tot een mekka voor software- en telecombedrijven.' Tijdens de campagne die het referendum van gisteren over het vredesakkoord voorafging, stond de toekomstige economische heropleving van Noord-Ierland centraal. Als de ja's de nodige stabiliteit opleveren en de nee's na hun kater loyaal willen meewerken, kan Ierland er economisch alleen maar op vooruitgaan.

Bepaald niet opgetogen met het vredesakkoord zijn de tienduizend veiligheidsagenten en cipiers die naar ander werk moeten zoeken nu het ernaar uitziet dat de strijdbijlen begraven worden. De economische motor van Noord-Ierland werd de voorbije decennia draaiende gehouden dankzij het aanslepend etnisch conflict. Om aanslagen te verhinderen, personen te beschermen en/of gevangenen te bewaken waren er duizenden werkkrachten nodig. Wie solliciteerde naar een job bij de publieke of private ordediensten kon vaak meteen aan de slag. Aan veiligheid hing dan ook een jaarlijks prijskaartje van ongeveer 450 miljoen pond.

"Dat is dus vanaf nu voltooid verleden tijd", voorspelt dr. Graeme Gudgin van het Noord-Ierse Economic Research Centre. "We schatten dat in de bewakingssector bijna de helft van de banen verdwijnt. De nieuwe jobs die dankzij de te verwachten stabiliteit zullen gecreëerd worden, kunnen dat verlies aan banen enkel compenseren."

Momenteel werkt nog 30 procent van de Noord-Ierse beroepsbevolking voor de overheid. Gudgin verwacht de volgende jaren een daling tot ongeveer 24 procent. "We blijven met dat cijfer nog altijd boven de 22 procent van Groot-Brittannië, maar de inhaalbeweging die ons te wachten staat is dan ook enorm. Overstappen van een economie die grotendeels op de overheid is georiënteerd naar een consumentenmarkt vraagt veel inspanningen. Nee, vergelijken met de eenmaking van Duitsland, zoals sommigen doen, mag je niet. Ten eerste smelten Noord-Ierland en de Republiek niet samen. Ten tweede zijn we nu al allebei lid van de Europese Unie. En last but not least deden we het de voorbije jaren, ondanks de politieke perikelen, economisch niet eens zo slecht. Alleen weet niemand dat. Misschien is ons imagoprobleem wel de belangrijkste handicap."

Om zijn stelling kracht bij te zetten somt Graeme Gudgin een indrukwekkende reeks economische indicatoren op. Zo bedraagt de werkloosheid, ondanks het terreurcurriculum, 'slechts' 8 procent, terwijl ze in '93 nog op ruim 14 procent lag. "In vergelijking met verschillende andere EU-lidstaten is dat zeker geen slechte score", merkt hij fijntjes op. "Ik dacht dat het Europees gemiddelde 10,3 procent bedroeg. Van het totaal aantal inwoners van ongeveer 1,5 miljoen werken er 681.000. En het groeitempo van onze bedrijven ligt hoger dan in Groot-Brittannië. Enfin, dat zou je toch niet verwachten van een land dat alleen maar in het nieuws komt of kwam wanneer er een bom ontplofte of een zoveelste aanslag werd gepleegd."

Dat de werkloosheid hoger ligt dan in Groot-Brittannië zegt de directeur van het Economic Research Center er niet bij. Dat in Belfast zowat de helft van de mannen moet stempelen evenmin.

Toerisme en assemblage worden volgens Gudgin de sleutelementen van het 'Noord-Ierland nieuwe stijl'. Sinds het staakt-het-vuren van '95 nam het aantal hotelovernachtingen in de Britse provincie al lichtjes toe maar de heropleving werd abrupt de kop ingedrukt toen anderhalf jaar geleden opnieuw politieke problemen opdoken (vorig jaar waren er 263.000 vakantiegangers of min 11 procent). De duurzame vrede die nu in het vooruitzicht wordt gesteld, zou de reisindustrie flink kunnen aanzwengelen.

"Kijk naar de Ierse Republiek", zegt Gudgin. "Het land trekt jaarlijks honderdduizenden vakantiegangers en citytrippers aan. In het noorden hebben we dezelfde troeven. Belfast moet niet onderdoen voor Dublin. Met een beetje goede wil maken we van Belfast een tweede Dublin. Noord-Ierland is zowat de laatste onontgonnen toeristische zone van de Europese Unie. Er is letterlijk en figuurlijk ruimte voor hotels en bed & breakfasts. De luchthavens van Belfast en Shanon hebben capaciteit genoeg om het charterverkeer aan te kunnen. Wat we in het toeristisch verhaal wel missen, is een eigen luchtvaartmaatschappij. Momenteel zijn we te afhankelijk van British Airways en British Midland, voor wie onze provincie niet meteen de grootste prioriteit is."

Het Economic Research Institute gaat er alvast van uit dat de toerisme-industrie de volgende jaren twintigduizend nieuwe jobs kan creëren. Al heel wat buitenlandse luchtvaartmaatschappijen hebben aangekondigd dat ze Belfast in hun vluchtaanbod gaan opnemen. Sabena doet dit bijvoorbeeld al vanaf juni.

Ook voor de tweede tak, de assemblage, zijn de vooruitzichten vrij optimistisch. De chemiereus Dupont heeft een groot investeringspakket aangekondigd. Ook Fujitsu denkt aan uitbreiden in een van de zeven Noord Ierse counties. En een tijdje geleden vestigde computerfabrikant Nortel zich in het land.

Gudgin: "Wat onze troeven zijn? De arbeidskost ligt bij ons 15 procent lager dan in Groot-Brittannië, terwijl de scholingsgraad hoger ligt. Veel bedrijven hadden in het verleden wel interesse maar bleven weg omdat er door de terreur niet bepaald een gunstig, betrouwbaar investeringsklimaat was. De Noord-Ieren met de beste diploma's op zak emigreerden daarom jarenlang naar Groot-Brittannië. We verwachten dat het merendeel van hen nu zal terugkeren. We hebben dus troeven in handen. Als het politiek nu een beetje lukt, kan het nog moeilijk mislopen. Jammer dat ik die 'als' er voorlopig nog moet aan toevoegen."

Noord Ierland zal het niet alleen moeten doen. Groot-Brittannië en de States hebben alvast een flink pakket steunmaatregelen beloofd om de economie de grote sprong voorwaarts te laten maken. Tijdens een historisch bezoek - het eerste in bijna twintig jaar - overhandigde de Britse minister van Financiën Gordon Brown een investeringsenveloppe van ruim 500 miljoen pond (25 miljard frank). Een opmerkelijke geste van het moederland, dat volgens de critici zijn dochter de voorbije jaren wat verwaarloosde omdat de Noord-Ierse politici in Londen maar weinig te zeggen hadden. De Britten ontkennen dat met klem. Ze hebben naar eigen zeggen al die tijd veel meer in Noord Ierland gepompt (8 miljard pond per jaar) dan ze ervan terugkregen.

Enkele honderden miljoenen van het investeringsproject gaan naar de aanleg of verbetering van het wegennetwerk en de uitbreiding van de luchthaven. Werklozen krijgen voortaan wekelijks 75 pond die ze kunnen besteden aan bij- of herscholing. Voor de verbetering van het onderwijs is 18 miljoen pond extra gereserveerd, terwijl aan allerlei cursusprogramma's ook nog eens 20 miljoen pond wordt uitgegeven. Om het land minder afhankelijk te maken van kolen en olie - tot nog toe de enige energiebronnen voor het produceren van elektriciteit - werd onlangs ook een pijplijn in gebruik genomen die Schotland met Noord-Ierland verbindt.

De bekendmaking van het hulppakket, enkele dagen voor het beslissende referendum, was uiteraard strategisch gepland. Maar of deze geste van de regering-Blair van enige invloed was om de in hoofdzaak protestanse critici over de streep te krijgen, is nog onduidelijk.

Misschien kan het voorbeeld van de Ierse Republiek aanstekelijk werken op de Noord-Ieren. De Republiek boekte vorig jaar een economische groei van maar liefst 12,5 procent en is daarmee de koploper van het Europees peloton. Voor dit jaar wordt zelfs een overschot op de begroting verwacht. Dublin en Shanon zijn in enkele jaren tijd uitgegroeid tot toonaangevende zaken- en industriecentra.

"Ook de Republiek kan beter worden van het vredesproces bij haar noorderburen", vindt het Industrial Development Agency (IDA). "We hebben immers mateloos veel geld moeten stoppen in politie en defensie en die middelen gaan na verloop van tijd vrijkomen, zodat ze voor meer zinvolle doelen kunnen gebruikt worden."

In enkele jaren tijd kon het IDA niet minder dan 1.200 buitenlandse bedrijven warm maken om in Ierland een low cost-vestiging te openen. Niet verwonderlijk. Bedrijven moeten er slechts 10 procent belastingen betalen, de scholingsgraad en talenkennis van de bevolking liggen aan de hoge kant, dankzij een pakt heerst er een duurzame sociale vrede en het land profiteerde van de rijkelijke EU-steun die het enkele jaren geleden bij de toetreding kreeg. Zelfs Swissair richtte in Shanon een filiaal op voor vliegtuigonderhoud.

Opvallend op de economische röntgenfoto is vooral het aandeel van elektronica- en technologiebedrijven. Alle grote namen (Microsoft, Intel...) zijn present. Ongeveer 60 procent van de computersoftware die in Europa wordt verkocht, werd in Ierland geproduceerd - wat maakt dat het land na de States de belangrijkste softwareproducent ter wereld is.

Naast de computerbusiness is de aanwezigheid van meer dan vijftig call centers een opmerkelijk gegeven in de Republiek. Als je bijvoorbeeld in België telefonisch een ticketje wil kopen van Lufthansa of American Airlines kom je zonder het te weten of te merken in Ierland terecht, waar een Nederlandstalige telefoniste je op je wenken bedient. In het noorden hebben ze de boodschap begrepen. British Telephone opende in Belfast onlangs een nieuw call center dat 750 mensen tewerkstelt en rechtstreeks concurreert met de centra in Dublin.

"We staan inderdaad een beetje versteld van het Wirtschaftswunder dat zich in de Ierse Republiek heeft voorgedaan", geeft Gudgin van het Noord-Ierse Economic Research Centre toe. "Op velen van ons maakt het indruk. Toch gaan we, met uitzondering van toerisme, hun troeven niet kopiëren."

De tax rate van ruim 30 procent reduceren tot de 'Ierse' 10 procent is bij de Noord-Ieren niet aan de orde. Iedereen beseft dat het een flinke handicap wordt, maar het kan niet anders. Wat wel kan, is het handelsverkeer tussen noord en zuid stimuleren. De Britse kranten stonden de voorbije dagen vol met allerlei beschouwende artikels over de te verwachten boom in de handelsrelaties tussen de twee. Momenteel is de uitvoer van Noord-Ierland naar het zuiden goed voor slechts 6,4 procent van het totale exportbedrag. Vice versa is dat ongeveer 5 procent. De voorbije dertig jaar stond het businessverkeer tussen de Republiek en de provincie immers op een laag pitje. Peter Sutherland, de voormalige topman de World Trade Organisation en de huidige nummer 1 van BP, is de grote bepleiter van een versteviging van de handelsbetrekkingen. "Noord-Ierland kan nu eindelijk op de globaliseringstrein stappen die het jaren geleden heeft gemist en ernstig zaken gaan doen met de Republiek", zei hij onlangs in een interview met The Independent on Sunday. Zelfs samenwerking, bijvoorbeeld inzake elektriciteitsproductie, moet volgens Sutherland mogelijk zijn. Enkele economisten hebben alvast gepleit voor de oprichting van een raad, een single investment authority, die zich moet bezighouden met de economische ontwikkeling van het hele eiland. Onder meer George Quigley, de topman van de Ulster Bank, dochter van de grote Britse Nat West, is hevig voorstander van deze kruisbestuiving. Of in de praktijk ook daadwerkelijk de handen in elkaar worden geslagen, valt evenwel nog af te wachten. De wonden die ruim dertig jaar lang werden geslagen zijn nog lang niet geheeld.

"Naar aanleiding van het referendum werd er de voorbije weken veel in slogantaal gesproken en heel veel gedroomd", zo relativeert Gudgin. "Laat ons alstublieft even afwachten wat het wordt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234